15 oktober 2021

Herschel en Spitzer zien de groeistuipen van jonge sterren in de Orionnevel

De met Spitzer gemaakte foto van de protosterren in de Orionnevel. Credit: NASA/ESA/JPL-Caltech/IRAM

De Orionnevel (M42) is één van de meest bekende objecten aan de hemel, een grote wolk van gas – voornamelijk geïoniseerd waterstof, HII – en stof in het sterrenbeeld Orion, een ware kraamkamer van nieuwe sterren. De jongste sterren in de Orionnevel zijn eigenlijk nog protosterren, sterren die hun ‘motor’ nog niet hebben aangezet, de fusie van waterstof in hun centrum. Ze zijn omringd door de resten van de wolk van gas en stof waaruit ze ontstaan zijn, resten die vaak een grote ronddraaiende schijf rondom de protoster hebben gevormd, waaruit later weer planeten, planetoïden en kometen kunnen ontstaan. Met de twee infrarood-satellieten Spitzer en Herschel hebben ze de protosterren in de Orionnevel onderzocht en ze blijken in korte tijd erg in helderheid te kunnen variëren. Sommige ‘sterren’ bleken in een paar weken wel 20% in helderheid te kunnen variëren, hetgeen vermoedelijk komt door de mate waarin ze gevoed worden door het hun omringende materiaal. Komt er voldoende materiaal naar hun toe, dan worden ze helderder, maar in periodes van schaarste worden ze weer lichtzwakker. Hoe dit precies gaat wordt nog niet helemaal begrepen, omdat het omringende gas en stof op basis van de gemeten hoeveelheid infraroodlicht redelijk ver weg van de jonge sterren moet liggen, maar die afstand zou op haar beurt weer moeten leiden tot variaties in de lichtkracht gedurende periodes van enkele jaren of tientallen jaren, niet van weken, zoals gemeten. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen hoe die groeistuipen van de protosterren precies in hun werk gaan.  Een grotere versie van de met Spitzer gemaakte foto van de protosterren in de Orionnevel is hier te krijgen. Bron: Spitzer.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.