Sterrenkundigen hebben voor het eerst een botsing van twee dwergsterrenstelsels ontdekt, waarbij het kleinste van de twee stelsels door de botsing geheel uiteengerafeld is in een sliert met afzonderlijke sterren. Met de Japanse 8,2m Subaru telescoop op Hawaï was men in staat de botsing tot in detail te fotograferen, inclusief de afzonderlijke sterren. Die foto zie je hiernaast, in hoge resolutie hier verkrijgbaar (4 Mb), welke gemaakt is met de Supreme-Cam, in de primaire focus van de Subaru. Linksonder zie je het dwergstelsel NGC 4449, 12,5 miljoen lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Jachthonden (Canis Venatici). Rechtsboven zie je de sliert sterren van het andere dwergstelsel, dat door de botsing helemaal uiteengerafeld is. In het centrum van NGC 4449 zie je blauwgekleurde vlekjes, die wijzen op gebieden waar een intense stervorming aan de gang is, welke het gevolg is van de botsing. Dát het team van sterrenkundigen – dat onder leiding stond van David Martinez-Delgado (Max Planck Institute for Astronomy, Duitsland) – is een hele prestatie, want de dwergstelsels zijn zéér lichtzwak, zeker het kleine uiteengetrokken stelsel rechtsboven op de foto. Dankzij de krachtige Supreme-Cam van de Subaru was met in staat dat allemaal op de gevoelige digitale plaat vast te leggen. Verder onderzoek aan deze twee dwergstelsels moet de sterrenkundigen meer vertellen over de evolutie van sterrenstelsels. Het gangbare model hierbij is dat grote sterrenstelsels het product zijn van de botsing en samensmelting (‘merger’) van kleinere sterrenstelsels. Bron: NAOJ.
Maandelijks archief: februari 2012
Superzware zwarte gat Melkweg verslindt wellicht planetoïden en kometen
Kometen en planetoïden rondom het centrale zwarte gat van de Melkweg. Credit: X-ray: NASA/CXC/MIT/F. Baganoff et al.; Illustrations: NASA/CXC/M.Weiss
Op grond van kortstondige uitbarstingen in röntgenlicht van het superzware zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsel – genaamd Sagittarius A* (kortweg Sgr A) – denken sterrenkundigen dat het zwarte gat omgeven is door een grote wolk met kometen en planetoïden en dat af en toe zo’n object wordt opgevreten door het zwarte gat. Dat zwarte gat in het sterrenbeeld Boogschutter (Sagittarius) wordt met regelmaat geobserveerd door NASA’s röntgensatelliet Chandra en die heeft ontdekt dat bijna dagelijks kleine röntgenuitbarstingen plaatsvinden vanuit het gebied vlakbij Sgr A, uitbarstingen die ook in infraroodlicht met ESO’s Very Large Telescopes (VLT) in Chili zijn waargenomen. Op de foto hiernaast zie je links een röntgenopname van Sgr A*, het resultaat van maar liefst één miljoen seconde van waarnemingen, zo’n 11 dagen. Het zwarte gat, welke ruim 4 miljoen keer zo zwaar als de zon is, zou omgeven zijn door een wolk met miljarden kometen en planetoïden, onttrokken van een nabije ster. Als een komeet of planetoïde binnen een afstand van ongeveer 150 milljoen km van het zwarte gat komt, de afstand tussen aarde en zon, dan wordt het door de sterke getijdekrachten uit elkaar getrokken. Als de fragmenten naar het zwarte gat vallen passeren ze het hete gas dat het zwarte gat omgeeft en daardoor geven ze als een laatste stuiptrekking röntgenstraling af, vergelijkbaar met meteoren die de dampkring van de aarde binnenvliegen en dan door de verhitting ook gaan gloeien (geen röntgenstraling, maar visueel licht opleverend!). In de afbeelding zie je rechts een voorstelling van zo’n invallende planetoïde. Verder onderzoek aan de röntgenuitbarstingen moet een bevestiging opleveren van het vermoeden over de oorzaak ervan, zo hopen de sterrenkundigen. Meer informatie in dit wetenschappelijke artikel. Bron: Chandra.
VLT maakt meest detailrijke infraroodopname van de Carinanevel
Met ESO’s Very Large Telescope (VLT) is de tot nu toe meest gedetailleerde infraroodopname gemaakt van de grote stellaire kraamkamer in het sterrenbeeld Carina. Op de foto zijn allerlei structuren te zien die nog niet eerder in dit spectaculaire landschap van gas, stof en jonge sterren waren waargenomen. Het is een van de meest indrukwekkende opnamen die ooit met de VLT zijn gemaakt. Diep in hart van de zuidelijke Melkweg ligt een stellaire kraamkamer die de Carinanevel wordt genoemd. Hij bevindt zich op een afstand van ongeveer 7500 lichtjaar in het sterrenbeeld Carina (Kiel). Deze wolk van gloeiend gas en stof is een van de meest nabije broedplaatsen van zeer zware sterren en bevat enkele van de helderste en zwaarste sterren die we kennen. Een daarvan, de geheimzinnige en uiterst instabiele ster Eta Carinae, was halverwege de 19de eeuw enkele jaren lang de op één na helderste ster aan de hemel. Waarschijnlijk zal de ster binnenkort – naar astronomische maatstaven dan – als supernova ontploffen. De Carinanevel is een perfect laboratorium voor het onderzoek van de geboorte en de eerste levensfasen van sterren. Hoewel deze nevel ook op foto’s in zichtbaar licht al heel spectaculair is (zie eso0905), gaan veel van zijn geheimen schuil achter dikke wolken van stof. Om door deze sluier heen te dringen, heeft een Europees team van astronomen, onder leiding van Thomas Preibisch (Universitáts-Sternwarte München, Duitsland), de gecombineerde kracht van de VLT en de infrarood-gevoelige camera HAWK-I ingezet.
Voor deze indrukwekkende foto zijn honderden afzonderlijke VLT-opnamen gecombineerd. Het resultaat is het meest detailrijke infraroodmozaïek dat ooit van de Carinanevel is gemaakt. Het toont niet alleen de heldere zware sterren, maar ook honderdduizenden veel zwakkere sterren die voorheen onzichtbaar waren. De oogverblindende ster Èta Carinae zelf is linksonder te zien. Hij is omringd door wolken van gas die onder invloed van intense ultraviolette straling tot gloeien zijn gebracht. Verspreid over de foto zijn ook tal van compacte klodders van donker materiaal te zien, die zelfs in het infrarood ondoorzichtig blijven. Dat zijn de stofrijke cocons waarin zich nieuwe sterren vormen. In de laatste paar miljoen jaar zijn in dit hemelgebied grote aantallen sterren ontstaan – zowel individueel als in groepen. De heldere sterrenhoop ongeveer in het midden van de foto heet Trumpler 14. Hoewel dit object ook op visuele golflengten waarneembaar is, zijn op deze infraroodopname veel meer zwakkere sterren te zien. Meer naar links valt een kleine concentratie van gelige sterren op. Dit groepje dook in deze nieuwe VLT-gegevens voor het eerst op: de sterren zijn op visuele golflengten niet te zien. Dit is overigens slechts een van de vele nieuwe objecten die op dit spectaculaire panorama zijn ontdekt. Voor de liefhebbers: hier is het origineel van de foto in tif-formaat, let op: 218 Mb groot! Hieronder een video over de VLT-opnames van de Carinanevel.
Bron: ESO.
Schaatsen onder de sterrenhemel
Een paar dochters van mij waren samen met een vriendin vanavond aan het schaatsen op de vijver voor ons huis. Ik was daar ook even om te kijken – alvast wat elfstedenkoorts opdoen – en ik zag dat boven ons de sterrenhemel prachtig helder was. Gauw m’n camera gepakt en de foto hiernaast gemaakt, waarop je het trio schaatsers ziet plus boven hun Venus en daarboven Jupiter. Ik had m’n antiruis vergeten aan te zetten, dus je ziet ook een boel rode en blauw hot pixels, maar ach wat maakt het uit. De belichtingstijd was 15 seconden, dus de meiden moesten even hun adem in houden.
Nieuwste röntgensatelliet NuSTAR gereed om gelanceerd te worden
De meest geavanceerde röntgensatelliet staat klaar om binnenkort gelanceerd te worden en dan vanuit de ruimte extreme bronnen van röntgenstraling waar te nemen, zoals afkomstig van Sgr A*, het superzware zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel: de Nuclear Spectroscopic Telescope Array (NuSTAR). De satelliet is beter dan al z’n voorgangers en dat zijn deels instrumenten die vandaag de dag nog steeds fantastische röntgenwaarnemingen doen, zoals NASA’s Chandra en de Europese XMM-Newton. NuSTAR is de 11e missie van de NASA in haar Small Explorer satelliet programma (SMEX-11) en voor een bedrag van minder dan 120 miljoen dollar – voor Amerikaanse begrippen is dat zakgeld – is de satelliet gefabriceerd. Erg knap, vooral als je bedenkt dat ‘ie meer kan zien dan bijvoorbeeld Chandra. Kan de laatste geen röntgenstraling zien die meer energie van 10 KeV (kilo electronvolt) heeft, door nieuwe technieken kan NuSTAR tot maar liefst 79 KeV ‘zien’. Het is met name door het gebruik van de zogenaamde Wolter Telescoop dat men daartoe in staat is, genoemd naar de Duitse natuurkundige die de techniek erachter bedacht heeft. De telescoop heeft wel een erg lange brandpuntsafstand van tien meter nodig, maar dat heeft men opgelost door in de ruimte gebruik te maken van een uitvouwbare mast, die je op de afbeelding ziet. Tijdens de lancering is alles opgevouwen en is de satelliet 2 meter lang en 1 meter in diameter. NuSTAR zal volgens de planning op woensdag 14 maart 2012 worden gelanceerd vanaf het Kwajalein Atol in de Stille Oceaan. Huh, Kwajalein atol, nooit van gehoord. Klopt, het is geen gewone lanceerbasis die ze daar hebben. Wat ze gaan doen is als volgt: er zal daar een vliegtuig opstijgen – Orbital Science Corporation’s Stargazer genaamd – en onder dat toestel hangt een Pegasus XL raket. Als het vliegtuig op 12 km hoogte is zal de raket loskoppelen van het toestel en dan vervolgens na een paar seconde van vrije val z’n raketmotoren ontbranden, waarna de NuSTAR tot een hoogte van 550 km zal worden gebracht. Een dergelijke lancering is niet nieuw, hij is eerder ook met de IBEX en de AIM zo gedaan. Hieronder zie je bijvoorbeeld de lancering van de AIM, Aeronomy of Ice in the Mesosphere, ook zo’n Small Explorer missie.
Bron: Planetary Society + Wikipedia.
Hoppa, nog zo’n bloedstollend mooie aurora-timelapse video
Aurora is mooi om te zien, het noorderlicht dat veroorzaakt wordt door deeltjes van de zon, die in het magnetische veld van de aarde terechtkomen en net als in een TL-lamp de deeltjes in de hogere atmosfeer tot gloeien brengen. Timelapse video’s zijn ook mooi om te zien, de filmpjes die ze maken door om de paar seconde een foto te maken en die vervolgens achter elkaar te plakken, meestal zo’n 30 frames per seconde. Timelapse video’s van aurora zijn helemaal mooi om te zien, the best of both worlds om het maar even te zeggen. Neem bijvoorbeeld het vijf minuten durende juweeltje van Christian Mülhauser, die ‘m in januari bij een temperatuurtje -25°C maakt in de plaatsen Ravnastua, Skoganvarre en Lakselv, allen ergens in Noorwegen. Kijken verplicht!
Aurora 2012 from Christian Mülhauser on Vimeo.
Bron: Universe Today.
Rapport: falen Phobos-Grunt sonde aan de Russen zelf te wijten
De Phobos-Grunt viel op 15 januari j.l terug naar de aarde. Credit: NASA, Roscosmos, Analytical Graphics
Deze week heeft het Russische ruimtevaartagentschap Roscosmos een rapport gepubliceerd over de mislukte missie van de Phobos-Grunt sonde, welke op 9 november vorig jaar gelanceerd werd en die in plaats van naar Mars te reizen om de aarde bleef cirkelen, tot ‘ie op 15 januari terugviel in de dampkring en verbrandde. In eerste instantie leek het er op dat de Russen de schuld van de mislukking elders neerlegden: zo zou het niet ontbranden van de voortstuwingsmotoren van de sonde te maken hebben met een radarinterventie van de Amerikanen – al of niet met opzet bedoeld. Ook werd gedacht aan de invloed van straling van de zon, zodat de elektronica aan boord van de Phobos-Grunt gestoord werd – elektronica die afkosmtig zou zijn van kwalijke buitenlandse leveranciers . Maar naar nu blijkt hebben de Russen gewoon zelf gefaald, zo blijkt uit het rapport. Feitelijk was de sonde gedoemd te mislukken, al voordat de lancering plaatsvond. Alles ging goed tot het moment dat men vanaf de aarde de voortstuwingsmotoren aanzette om de sonde richting Mars te sturen. Dat gebeurde niet en de sonde ging in een veilige modus. Twee chips in de elektronica – Russische makelij! – ondervonden inderdaad een merkbaar effect van energetische straling, maar de Phobos-Grunt zat in een dermate lage baan om de aarde, nog veilig binnen de stralingsgordels rondom de aarde, dat die straling op zich weinig kwaad had gekund. Maar door het gebruik van inferieure chips, die niet waren getest op de omstandigheden in de ruimte, was dat beetje straling al voldoende om de elektronica in de war te sturen. Ergo: eigen schuld, dikke bult. In veel opzichten lijkt het mislukken van de Phobos-Grunt missie op een eerdere Russische missie die faalde – de Mars-96 missie – en waar ook de wens om met weinig middelen zo veel mogelijk te willen presteren fataal bleek te zijn. Hopelijk dat ze er lessen uit trekken. Wellicht dat ze in de toekomst eerder geneigd zullen zijn om missies samen met anderen op te pakken, dan het zelf helemaal te organiseren. Zo zouden ze mee kunnen doen met de twee Europese Marsmissies, de Mars Trace Gas Orbiter in 2016 en de ExoMars rover in 2018. Bron: Planetary Society.
Twee nieuwe Jupitermanen ontdekt
Twee opnames van het maantje S/2011 J2, in het groene venster (Credit: Magellan Telescopes, Las Campanas Observatory in Chili)
Astronomen hebben twee nieuwe manen van Jupiter ontdekt. Het totale aantal manen in de Jupiterfamilie staat hiermee op 66. De maantjes zijn zeer klein, slechts een kilometer in doorsnee. In tegenstelling tot de vier grote “Galileïsche” manen van Jupiter, zijn de nieuwe maantjes lichtzwak en draaien ze op grote afstand rond de planeet: ze doen respectievelijk 580 en 726 dagen over een rondje Jupiter.De maantjes, de voorlopig door het leven gaan als S/2011 J1 en S/2011 J2, behoren tot de zogenaamde retrograde zwerm, een verzameling kleine maantjes die in een “retrograde” omloopbaan rond Jupiter draaien, oftewel in tegengestelde richting t.o.v. de rotatie van de planeet. Inclusief de twee nieuwe leden, bevat deze zwerm nu 52 maantjes, die vrijwel allemaal heel klein van stuk zijn.Er worden regelmatig nieuwe maantjes van Jupiter ontdekt. Wetenschappers vermoeden dat in totaal wel 100 maantjes tot deze “retrograde zwerm” behoren – waarvan we bijna de helft dus nog moeten ontdekken. De meeste retrograde manen (inclusief de twee nieuwe) worden ook geclassificeerd als “onregelmatige manen”. Dat zijn manen die ver van de planeet draaien, in bizarre excentrische omloopbanen. Het zijn deze omloopbanen die ervoor zorgen dat de onregelmatige manen waarschijnlijk NIET samen met de planeet zijn ontstaan, maar oorspronkelijk asteroïden en/of kometen zijn geweest, die in een later stadium zijn “ingevangen” door Jupiter. Bron: National Geographic.
Radar Mars Express vindt bewijs voor vroegere oceaan op Mars
Impressie van de Oceanus Borealis, de oceaan op het noordelijk halfrond van Mars. Credit: ESA, C. Carreau
De Europese sonde Mars Express, die sinds Eerste Kerstdag 2003 om de Rode Planeet cirkelt, is er in geslaagd om bewijs te vinden voor een oceaan die er vroeger op het noordelijke halfrond van Mars moet zijn geweest. Met hulp van de radar aan boord van de Mars Express vond men afzettingen tientallen meters onder het oppervlak van Mars, binnen een gebied waar men eerder al de kustlijnen van deze Oceanus Borealis – noordelijke oceaan – wist te onderscheiden. De MARSIS radar werd in 2005 in gebruik genomen en neemt vanaf dat moment continue het oppervlak van Mars waar met radar. Een team sterrenkundigen onder leiding van Jérémie Mouginot (o.a. Institut de Planétologie et d’Astrophysique de Grenoble) deed er twee jaar over die gegevens te analyseren en dat leidde tot het bewijs voor de oceaan. Met de radar kan men diep in de grond van Mars ‘kijken’, wel 60 tot 80 meter. Vermoedelijk is de oceaan drie miljard geleden ontstaan door de inslag van een groot object, bijvoorbeeld een grote planetoïde of komeet. Daardoor zou ijs aan de oppervlakte zijn gekomen en gesmolten. De oceaan is waarschijnlijk binnen een miljoen jaar weer verdwenen, een periode die te kort is om leven te kunnen vormen. De onderzoekers weten niet of het water is verdampt of als ijs is weggezakt. Men denkt dat nog eerder op Mars een oudere oceaan moet hebben bestaan, eentje die rond vier miljard jaar geleden bestond. Ook die is op de een of andere manier verdwenen. De onderzoekers zitten met nog één grote vraag: waar is al dat water van die oceanen gebleven? Wordt vervolgd. 🙂 Bron: ESA.
Hubble zoomt in op een sterk verbogen sterrenstelsel
Credit: NASA, ESA, J. Rigby (NASA Goddard Space Flight Center), K. Sharon (Kavli Institute for Cosmological Physics, University of Chicago), and M. Gladders and E. Wuyts (University of Chicago)
Wat je hierboven ziet is een unieke blik op een helder en zéér ver verwijderd sterrenstelsel. Die gele vlekjes in het midden zijn de sterrenstelsels die behoren tot de cluster genaamd RCS2 032727-132623. Waar het om gaat zijn die vele gekromde en blauwgekleurde boogjes, met name die links van de cluster. Die boogjes zijn ‘lenzen’ van één sterrenstelsel, welke zich vanaf de aarde gezien áchter de cluster bevindt en dat met behulp van de Hubble ruimtetelescoop in beeld is gebracht door een team sterrenkundigen onder leiding van Jane Rigby (NASA’s Goddard Space Flight Center in Greenbelt, VS). Dat ene sterrenstelsel – het heet zelf heel poëtisch RCSGA 032727-132609, ahum… – ligt wel tien miljard lichtjaar van de aarde, terwijl de cluster halverwege ligt. Het licht van dat ver verwijderde sterrenstelsel passeert onderweg naar de aarde de cluster en door de gravitatie van de massa van de cluster wordt het licht verbogen en gekromd in allerlei boogjes, een verschijnsel dat al door Albert Einstein werd voorspeld. Dergelijke gravitatielenzen zorgen er niet alleen voor dat het licht van het er achter liggende stelsel sterk verbogen wordt tot boogjes – soms worden zelfs complete cirkels gevormd, de zogenaamde Einsteinringen – maar ook dat het licht versterkt wordt. Daardoor kon Hubble het sterrenstelsel achter RCS2 032727-132623 zien, iets wat zonder de versterking niet zou hebben gekund. Rigby’s team is er tevens in geslaagd om enigzins het echte uiterlijk van het sterrenstelsel achter de cluster te reconstrueren. Dat zie je hieronder, waarin middels de kleine rechthoek in het midden wordt aangegeven wáár dat sterrenstelsel zich ergens moet bevinden.
Credit: NASA, ESA, J. Rigby (NASA Goddard Space Flight Center), K. Sharon (Kavli Institute for Cosmological Physics, University of Chicago), and M. Gladders and E. Wuyts (University of Chicago)
Meer info over deze opmerkelijke gravitatielens in dit wetenschappelijke artikel, dat binnenkort zal verschijnen in The Astrophysical Journal. Bron: Hubble.

