MRO ziet een enorme ‘stofduivel’ op Mars

Credit: NASA/JPL-Caltech

Ze worden stofduivels genoemd, ‘dust devils’ in het Engels. Grote stofhozen die op Mars voorkomen en die de laatste jaren met regelmaat zijn waargenomen. Niet alleen van bovenaf door sondes zoals de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO), maar ook door de Marsrovers Spirit en Opportunity en door de Marslander Phoenix, die deze video van een exemplaar heeft gemaakt. De MRO zag op 16 februari j.l. weer zo’n hoos, waargenomen met z’n HiRISE camera (High Resolution Imaging Science Experiment). In de Amazonis Planitia regio zag ‘ie een exemplaar van maar liefst 800 meter lang en 30 meter breed, voor Martiaanse begrippen reusachtig.  De wind zorgde er voor dat de hoog een mooie golfbeweging in de ijle atmosfeer van Mars maakt, gecompleteerd door de schaduw die de hoos op de grond werpt. Stofhozen komen ook op aarde voor en ze ontstaan door de verwarming door de zon, wanneer een kolom hete lucht door een laag met koudere lucht stijgt. Dat kan gebeuren op warme, heldere dagen. Opvallend is dat de grote stofduivel nú zichtbaar is, op een moment dat Mars in haar baan om de zon ver verwijderd van de zon is en de verwarming letterlijk op een laag pitje staat. Bron: Universe Today.

Lezing: exoplaneten bij Huygens

Een impressie van het Kepler-11 systeem, met zes exoplaneten

Ignas Snellen, universitair hoofddocent in Leiden, zal komende vrijdag bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht een lezing geven over exoplaneten. Snellen bestudeert planeten buiten het zonnestelsel, met name door planeetovergangen. In januari dit jaar kreeg hij een Vici-subsidie van het NWO voor onderzoek aan exoplaneten in onze Melkweg. Hier een voorproefje van waarover hij het vrijdag 9 maart gaat hebben: Er voltrekt zich een ware revolutie in de studie naar extrasolaire planeten. Nog geen vijftien jaar geleden waren de acht planeten in ons eigen zonnestelsel de enige die we kenden. Sinds de ontdekking van planeten rondom andere sterren rollen we van de ene verrassing naar de andere. In deze lezing zal Snellen een overzicht geven van de stand van zaken. We komen steeds dichter bij de ontdekking van een tweeling Aarde, en de grote vraag zal zijn of er mogelijk leven op zo’n planeet kan voorkomen. Om dit laatste vraagstuk op te lossen staan we voor nog grote technische uitdagingen. De lezing begint om 20:30 uur, vanaf 20:00 uur is de zaal open. :bron: Bron: Chr. Huygens.

Tevatron ziet signaal Higgs boson tussen 115 en 135 GeV

De Tevatron-waarnemingen van CDF en D0. Credit: Fermilab/CDF/Do

Deze week is er een conferentie van natuurkundigen in La Thuile, gelegen in de Italiaanse Alpen, de ‘Moriond electroweak conference‘. Vandaag stond alles in het teken van de speurtocht naar het Higgs boson of Higgs deeltje – alias het God-deeltje. Van de CMS- en ATLAS-detectoren, verbonden aan de Europese deeltjesversneller Large Hadron Collider (LHC), kwamen de geluiden die we eigenlijk al sinds december kenden: zij hebben een signaal bij 125 GeV waargenomen. Niets nieuws dus onder de zon, vanuit Genéve. Met meer spanning werd vandaag gekeken naar de resultaten die met de Amerikaanse concurrent van de LHC werden behaald, de Tevatron deeltjesversneller van FermiLab bij Chigago, welke door bezuinigingen op 30 september 2011 moest stoppen. Tot die dag werden dagelijks miljoenen protonen en antiprotonen tegen elkaar geknald – in de LHC knallen ze protonen tegen protonen – en de resultaten van 10 inverse femtobarn (=500 biljard botsingen!) in de Tevatron, gemeten door de CDF- en D0-detectoren, laten iets opmerkelijks zien: in het zogenaamde H > bb kanaal, waarbij een verondersteld Higgs boson in twee bottom-quarks uiteenvalt, hebben ze een signaal gezien tussen 115 en 135 GeV met een betrouwbaarheid van 2,2sigma. In de grafiek zie je dat als de zwarte lijn in de witte verticale balk. Dat signaal past goed bij hetgeen de LHC vorig jaar heeft gezien rondom 125 GeV. Ook wordt door Tevatron het Higgs boson uitgesloten in het massabereik tussen 147 en 179 GeV. Als je de betrouwbaarheid van CDF, D0, CMS en ATLAS optelt kom je volgens mij uit op meer dan 5sigma, hetgeen statistisch gezien betekent dat vandaag het bestaan van het Higgs boson bewezen is! 😯 Ik zal wel even rondneuzen in de blogosfeer of die laatste stelling van mij ook klopt en of we vandaag de champagne vol met Higgs-bubbeltjes kunnen laten knallen. Bron: onder andere The Reference Frame + Resonaances.

 

De zon produceerde een eXtreme zonnevlam – sterkte: X5,4

Credit: NASA, SDO and the AIA science team

De zon is de laatste tijd behoorlijk bezig, vooral het groepje zonnevlekken dat door het leven gaat met catalogusnummer 1429. Had ‘ie groep in het weekend een gematigde M2-uitbarsting, maandag j.l. was er een krachtige X1,1 uitbarsting. En vannacht om 01.28 uur Nederlandse tijd – yep, wij pitten, maar de zon slaapt niet – de topper van allemaal: een joekel van een X5,4 uitbarsting. En als toetje volgde een uur later nog een X1,3 vlam. De X-klasse is de eredivisie van de zonnevlammen en hoe hoger het getal des te krachtiger. De allergrootste joekel ooit waargenomen is de vlam die op 4 november 2003 verscheen en die maar liefst X28 groot was! Gelukkig was dá­e vlam niet op de aarde gericht. Met de zonnevlam van vandaag werd ook een enorme hoeveelheid plasma de ruimte in gestoten – geëjaculeerd heette dat op de laatste AstroFest in Londen 😀 – een zogenaamde Coronal Mass Ejection (CME), welke op 8 of 9 maart bij de aarde aan zal komen en naar verwachting voor ‘vuurwerk’ – lees: noorderlicht én verstoring van electriciteitsnetwerken en satellieten – zal zorgen. De verwachting is dat het voor een G3-geomagnetische storm zal zorgen. Hieronder videobeelden van de zonnevlam van vannacht, waargenomen door het Solar Dynamics Observatory van de NASA:

Bron: Universe Today.

Een intiem onderonsje tussen sterrenstelsels

Deze nieuwe opname, gemaakt met de VLT Survey Telescope (VLT), toont een grote variëteit aan onderling wisselwerkende sterrenstelsels in de jonge Herculescluster. De scherpte van de foto en het enorme aantal objecten dat in minder dan drie uur tijd is vastgelegd, vormen het bewijs dat de VST en zijn camera OmegaCAM uitermate geschikt zijn voor de verkenning van het nabije heelal. Deze foto is bijgesneden en toont niet het volledige beeldveld van de VST, dat één vierkante graad bestrijkt. Credit: ESO/INAF-VST/OmegaCAM. Acknowledgement: OmegaCen/Astro-WISE/Kapteyn Institute

De VLT Survey Telescope (VST) van de ESO-sterrenwacht op Paranal (Chili) heeft de scherpste opname ooit gemaakt van een fascinerende verzameling van onderling wisselwerkende sterrenstelsels in de Herculescluster. De scherpte van de nieuwe opname, en de honderden sterrenstelsels die in minder dan drie uur gedetailleerd zijn vastgelegd, vormen het bewijs dat de VST en zijn enorme camera OmegaCAM van grote waarde zijn voor het onderzoek van het nabije heelal. Groningse astronomen gaan de komende jaren met opnames van de gehele Herculescluster onderzoek doen naar de evolutie van sterrenstelsels in de dunbevolkte delen. De Herculescluster (ook bekend als Abell 2151) staat op een afstand van ongeveer 500 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Hercules. De cluster onderscheidt zich in allerlei opzichten van andere relatief nabije verzamelingen van sterrenstelsels. Hij is nogal onregelmatig van vorm en vertoont een grote variëteit aan stelsels – vooral jonge, stervormende spiraalstelsels. Elliptische reuzenstelsels ontbreken volkomen. De nieuwe opname is gemaakt met de VST, de meest recente aanwinst van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili. De VST is een surveytelescoop, uitgerust met een 268-megapixel camera – de onder Nederlandse leiding ontwikkelde OmegaCAM – die zeer grote hemelgebieden in beeld kan brengen. Normaal gesproken kunnen alleen kleine telescopen grote objecten als deze in één keer vastleggen. De 2,6-meter VST heeft niet alleen een groot beeldveld, maar kan de uitstekende omstandigheden op Paranal ten volle benutten door binnen korte tijd haarscherpe, ‘diepe’ opnamen te maken. Verspreid over de opname zijn tal van intieme onderonsjes te zien tussen sterrenstelsels die bezig zijn om zich tot grotere stelsels samen te voegen. De vele interacties, en het grote aantal gasrijke, stervormende spiraalstelsels in de clusters maken dat de leden van de Herculescluster overeenkomsten vertonen met verder weg gelegen, jonge sterrenstelsels. Vanwege deze gelijkenis denken astronomen dat de Herculescluster relatief jong is. Het is een levendige, dynamische zwerm van sterrenstelsels die zich geleidelijk zal ontwikkelen tot een cluster die meer zal lijken op de oudere clusters die kenmerkender zijn voor onze galactische omgeving. Clusters ontstaan wanneer kleinere groepen sterrenstelsels zich onder invloed van hun zwaartekracht samenvoegen. Naarmate deze groepen dichter bijeenkomen, wordt de cluster compacter en bolvormiger. Tegelijkertijd naderen ook de stelsels elkaar, wat in veel gevallen tot (bijna-)botsingen leidt. Zelfs als de oorspronkelijke groepen grotendeels uit spiraalstelsels bestaan, zullen de galactische interacties de spiraalstructuur uiteindelijk verstoren en het gas en stof uit de stelsels verdrijven, waardoor de stervorming grotendeels stilvalt. Daarom zijn de meeste stelsels in een volwassen cluster doorgaans elliptisch of onregelmatig van vorm. In het hart van zo’n oude cluster zijn vaak één of twee elliptische reuzenstelsels te vinden, die het resultaat zijn van fusies van kleinere sterrenstelsels en voornamelijk uit oude sterren bestaan. Het lijkt erop dat de Herculescluster een verzameling van tenminste drie kleinere clusters en groepen van sterrenstelsels is, die zich momenteel tot een groter geheel samenvoegen. Bovendien is de cluster zelf bezig om zich met andere grote clusters te verenigen tot een supercluster. Sommige daarvan zijn al veel verder geëvolueerd en bevatten elliptische sterrenstelsels. Een groot deel van deze Hercules-supercluster zal in een programma van Edwin Valentijn en Jeffrey Bout (Kapteyn Instituut, Groningen) in kaart worden gebracht met OmegaCAM. Hieronder in de video wordt ingezoomd op deze cluster.

Deze kolossale verzamelingen van clusters behoren tot de grootste structuren in het heelal. Door de combinatie van groot beeldveld en hoge beeldkwaliteit zijn OmegaCAM en de VST ideaal voor het onderzoek van de gebieden aan de randen van clusters, waar zich de nog niet goed begrepen interacties met andere clusters afspelen. Deze prachtige opname toont niet alleen de sterrenstelsels van de Herculescluster, maar ook vele zwakke, vage objecten op de achtergrond. Dat zijn sterrenstelsels die veel verder van ons verwijderd zijn. Op de voorgrond zijn ook enkele heldere sterren van de Melkweg te zien en zelfs een paar planetoïden van ons eigen zonnestelsel hebben in de tijd dat de opnamen werden gemaakt een kort lichtspoor achtergelaten. Bron: Nova.

Mega maan mozaiek van 18 megapixels

Tijdens de afgelopen sterrenkijkdagen heb ik na de openingstijd van de vereniging nog even staan fotograferen met mijn C11. Doel was om een mozaiek te maken van de maan die op dat moment erg goed zichtbaar was. In totaal had ik 107 filmpjes van 30s nodig, die na bewerking 107 foto’s opleverden. Deze heb ik vervolgens gemozaiekt tot mijn grootste maanopname ooit. In totaal is hij 18 megapixel geworden, met een berg aan details. Hier is de hele opname (klik op de foto voor full resolution), en daarna volgen nog een aantal leuke details:

Maan mozaiek bestaande uit 107 afzonderlijke opnamen. Klik op de foto voor full resolution.

Probeer de volgende details eens in de grote opname te vinden.
De krater Hesidonius A die eigenlijk uit twee kraters in elkaar bestaat:

Hesidonius A met zijn twee concentrische kraters

Stadius, een 3,5 miljard jaar oude krater die bijna volledig verdwenen is onder lavaflows…

Stadius, een bijna verdwenen krater

Dionysus, een krater met een schitterende stralenkrans eromheen en Catena littrow:

Dionysus met zijn stralenkrans

 

Catena littrow een kleine krater met stralenkrans

Laserlicht vanaf aarde gezien door astronaut in het ISS

Credit: ESA/NASA

Een poosje terug schreef de in het ISS verblijvende astronaut Don Pettit dat wij op aarde gemakkelijk het ISS kunnen zien, maar dat het andersom – dat zij daarboven óns kunnen zien – een stuk moeilijker is. Om precies te zijn schreef hij:

Ironically, when earthlings can see us, we cannot see them. The glare from the full sun effectively turns our windows into mirrors that return our own ghostly reflection. This often plays out when friends want to flash space station from the ground as it travels overhead. They shine green lasers, xenon strobes, and halogen spotlights at us as we sprint across the sky. These well-wishers don’t know that we cannot see a thing during this time. The best time to try this is during a dark pass when orbital calculations show that we are passing overhead. This becomes complicated when highly collimated light from lasers are used, since the beam diameter at our orbital distance is about one kilometer, and this spot has to be tracking us while in the dark. And of course we have to be looking. As often happens, technical details complicate what seems like a simple observation. So far, all attempts at flashing the space station have failed.”

Nou, je voelt ‘m al aankomen natuurlijk: een groepje amateur-sterrenkundigen van de San Antonio Astronomical Association in de Verenigde Staten nam de proef op de som en richtte afgelopen zondag een blauwe één-watt laserstraal en een wit spotlicht naar het overvliegende ruimtestation. Petitt was van tevoren ingeseind, dus hij wist waar hij heen moest kijken en ook hoe laat en tataratáááá: hij kon vanuit het ISS de laserstraal zien én fotograferen. Hierboven het resultaat. OK mensen, nou niet allemaal met je eigen laserstraaltjes naar het ISS schijnen, straks worden ze nog verblind. 🙂 Bron: Cosmic Log.

Zeldzame ‘archeologische’ vondst: een oude stad in het verre heelal

Afwisselend twee afbeeldingen van het zelfde stukje hemel. Dubbelklikken voor de grote versie, die de animatie toont. De ene is genomen in het optische licht (0.8 micron) met de Hubble Ruimtetelescoop, de andere voegt de nabij-infrarood data (2.16 micron) van FourStar toe. De cluster van stelsels in het vroege heelal is duidelijk zichtbaar in het rood. De hoogste concentraties van stelsels bevindt zich in de cirkels (Credit: Ivo Labbe and Z-FOURGE)

Een internationaal team van astronomen heeft een zware cluster met rode, volwassen sterrenstelsels gevonden in het vroege heelal. Hij bevindt zich op een afstand van 10,5 miljard lichtjaar van de aarde en is daarmee de verst verwijderde rode cluster die ooit is waargenomen. Deze opeenhoping van sterrenstelsels biedt een blik op een van de dichtstbevolkte gebieden in het vroege heelal. Het resultaat wordt binnenkort gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Verbazingwekkend genoeg was de cluster tot nu toe onopgemerkt gebleven, terwijl hij zich onder onze neus bevond in een van de best bestudeerde plekken aan de hemel”, zegt de Leidse sterrenkundige Ivo Labbé, die het team leidde. Duizenden uren met de beste faciliteiten, waaronder de Hubble Ruimtetelescoop toonden niets bijzonders totdat de nieuwe infraroodcamera FourStar op de Magellan 6,5-m telescoop in Chili de noodzakelijke afstanden bepaalde waaruit de ontdekking volgde. Astronoom Eric Persson van Carnegie Observatories (USA), die de camera heeft gebouwd, legt uit: “We hebben speciale filters geïnstalleerd die het infrarode licht opdelen in kleine stukjes, waardoor we nauwkeurig de afstanden kunnen meten van duizenden sterrenstelsels tegelijk” “Hierdoor was het mogelijk een 3-dimensionale kaart te maken van het heelal.” In deze 3-dimensionale kaart vonden de astronomen een zeer ver verwijderde groep van 33 stelsels, die zo ver weg staat dat het licht ervan werd uitgezonden toen het heelal pas 3 miljard jaar oud was (zo’n 20% van de huidige leeftijd). Deze bijzondere concentratie is nog opmerkelijker omdat de helft van de stelsels al een rode kleur vertoont, een indicatie voor een volwassen sterpopulatie.

De dichtheid van sterrenstelsels in de z=2,2 cluster. Hoe roder, des te meer sterrenstelsels. Het balkje onderaan is 1,6 miljoen lichtjaar. Credit: Lee Spitler van Swinburne University of Technology

Eerste auteur Lee Spitler van Swinburne University of Technology (AU): “De cluster heeft nu nog maar weinig leden, maar hij zal uitgroeien tot een extreem dichte structuur met nog veel meer sterrenstelsels” Clusters zijn de ‘hoofdsteden’ van het universum. Op deze plekken kunnen uiteindelijk duizenden sterrenstelsels samenstromen om vervolgens razendsnel om elkaar heen te blijven draaien, gevangen door de zwaartekracht. Een belangrijke vraag is hoe deze reusachtige structuren, de grootste in het heelal, zijn ontstaan. Welk effect heeft het verblijf in de cluster op het leven van sterrenstelsels; leven ze langs elkaar heen, of beïnvloeden ze elkaar? Net zoals het voor de menselijke geschiedenis van belang is om de eerste nederzettingen van de oudste beschavingen te onderzoeken, is het van belang om de alleroudste kosmologische steden te bestuderen om te begrijpen hoe sterrenstelsels zoals onze Melkweg evolueren en hoe ze hun huidige eigenschappen en vorm hebben gekregen. Meer info vind je op deze site van de Universiteit van Leiden. Bron: Nova.

 

Neil DeGrasse Tyson over het meest verbazingwekkende feit in het heelal

Geloof het of niet, maar toen ik de volgende video zag moest ik echt even slikken. Neil DeGrasse Tyson, directeur van het Hayden planetarium in New York, die op een vraag van een TIME lezer vertelt over het meest verbazingwekkende feit in het heelal. Niet alleen slikken omdat hij ons op prachtige wijze verteld over het heelal, dat IN ons zit, maar ook omdat ik mij plotseling realiseerde dat z’n vertelstijl, z’n timbre, z’n boodschap wel heel erg sterk lijken op een andere virtuoos, die helaas te vroeg is weggegaan: Carl Sagan.

Vergelijk deze video bijvoorbeeld eens met dit filmpje van Sagan uit 1994 over ‘a pale blue dot’ of een latere bewerking ervan. Bron: Astropixie.

De zon braakt weer een zonnevlam uit, sterkte X1,1

De zonnevlam van 5 maart 2012 vanuit zonnevlek 1429. Credit: NASA/SDO.

Vanmorgen om 05.13 uur Nederlandse tijd heeft de zon vanuit de actieve zonnevlek 1429 een zonnevlam uitgeworpen, die van de krachtigste X-klasse is. De zonnevlam had een sterkte van X1,1 en tegelijkertijd werd een grote hoeveelheid plasma de ruimte in geschoten, een Coronal Mass Ejection (CME). Eerder dit jaar – op vrijdag 27 januari j.l. – wist de zon zelfs een X1,7 zonnevlam te produceren. De verwachting van het Space Weather Prediction Center is dat die geïoniseerde hoeveelheid gas de aarde zal missen. Wel zullen de planeten Venus en Mercurius ermee bestookt worden. Er was eerder dit weekend een gematigde M2-uitbarsting en dá­e zal naar verwachting wel op de noordelijke breedtegraden op aarde in de vorm van noorderlicht zichtbaar zijn. Verwachte aankomsttijd van die zonnestorm: dinsdag 6 maart om 05:30  uur Nederlandse tijd ± 7 uren. De zonnevlam van vanochtend werd gezien door satellieten als NASA’s Solar Dynamics Observatory (SDO) en het Solar Heliospheric Observatory (SOHO) en de beelden ervan zie je in de volgende video.

Hieronder nog een impressie van hoe groot zonnevlek 1429 wel niet is, vergeleken met de planeten Jupiter en de aarde.

Credit: NASA/SDO.

Bron: Universe Today + Space.com.