Curiosity’s primaire doel: Aeolis Mons a.k.a. Mount Sharp

Mount Sharp. Op de voorgrond zie je de schaduw van Curiosity. Credit: NASA/JPL-Caltech

Hét te onderzoeken doel van de missie van Marsrover Curiosity is Aeolis Mons, beter bekend onder de naam Mount Sharp, de centrale berg in de 154 km grote Gale krater. Mocht je een Mars-Tom Tom hebben: z’n coördinaten zijn 5,4° ZB 137,8° OL. Dáár op de flanken van die berg gaat Curiosity met z’n tien instrumenten aan boord proberen om te achterhalen of er ooit leven op Mars mogelijk was of zelfs is. De krater en z’n centrale berg zijn na een jaren durende selectie juli 2011 uit meerdere kandidaat-landingsplekken uitgekozen door de NASA. De reden waarom men voor dit gebied koos is simpel: de berg is het overblijfsel van een laag gestapelde sedimenten die ooit de gehele krater moet hebben gevuld. Gedurende een periode van ongeveer twee miljard jaar, toen Mars nog vloeibaar water op z’n oppervlak kende, moet de krater met sediment gevuld zijn geweest. Een deel van die sedimenten is daarna weggeërodeerd, maar Mount Sharp bleef als een soort van sedimenten-fossiel achter, een berg die 5,5 km hoog is t.o.v. de noordelijke kraterbodem en 4,5 km hoog t.o.v. de zuidelijke kraterbodem. Mount Sharp is zelfs hoger dan de zuidelijke kraterwand! Curiosity bevindt zich in de noordelijke helft, die ook wel Aeolis Palus wordt genoemd, om precies te zijn in het gebied “Yellowknife” Quad 51 [1]Voor de landing werd het gebied ingedeeld in allerlei kwadranten of ‘quads’ en hij is uiteindelijk in quad 51 geland, vandaar. daarin. Het volgende plaatje laat zien hoe de ontstaansgeschiedenis van de berg ongeveer gegaan moet zijn.

Credit: JimMarsMars/Wikipedia

Mount Sharp werd al in de jaren zeventig door de NASA ontdekt, maar is pas onlangs aan z’n naam gekomen. In maart 2012 kwam de NASA met die naam aanzetten, genoemd naar de Amerikaanse geoloog Robert P. Sharp (1911-2004). Het is de Internationale Astronomische Unie (IAU) die de namen geeft aan objecten in het zonnestelsel en aangezien deze bergen nooit de namen van personen geeft kwam de IAU mei 2012 met de naam Aeolis Mons aan. Kraters mogen wel de naam van een persoon dragen en als goedmakertje gaf de organisatie een krater 260 km ten westen van de Gale krater de naam Robert Sharp. Tenslotte nog even een geweldige foto van de flanken van Mount Sharp, onder een hoek van 45 graden gefotografeerd met de HiRISE camera aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter – dubbelklikken voor het megaformaat:

Credit: NASA/JPL-Caltech

Bron: Wikipedia + Universe Today. [Update] Ik zag zojuist een nieuwe foto van Mount Sharp, een compositie door Stuart Atkinson van verschillende foto’s gemaakt met de Hazard Avoidance camera (HazCam):

Credit: Google Mars/Stuart Atkinson

Credit: NASA/JPL-Caltech/Damien Bouic

Wat we op deze prachtige foto zien is niet de gehele Mount Sharp. Sterker nog: de top van de berg is er niet op te zien! 😯 Zoals je op de volgende afbeelding ziet – ook gefabriceerd door Atkinson – zit die top verborgen achter hetgeen vanuit de Curiosity is te zien, het geel omlijnde gebied.

Neem trouwens ook even kennis van deze foto van Mount Sharp, een compositie gemaakt door Damien Bouic – adembenemend, nietwaar? Bron: Universe Today.

References[+]

References
1 Voor de landing werd het gebied ingedeeld in allerlei kwadranten of ‘quads’ en hij is uiteindelijk in quad 51 geland, vandaar.

Hubble ziet een eenzaam, galactisch eiland

Credit: ESA/Hubble & NASA

Ons eigen Melkwegstelsel wordt omgeven door een zwerm begeleidende dwergsterrenstelsels, zoals de Grote en Kleine Magelhaense Wolken. Maar het sterrenstelsel hierboven, gefotografeerd door de Hubble ruimtetelescoop met z’n Advanced Camera for Surveys (ACS), is een eenzaam sterrenstelsel, zonder begeleiders:  DDO 190, waarbij DDO staat voor David Dunlap Observatory. Het is een onregelmatig dwergsterrenstelsel, negen miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Hij bestaat voornamelijk uit oude, rode sterren, die je in de buitengebieden ziet. In het centrum van DDO 190 vind je meer jongere, blauwgekleurde sterren. Men denkt dat DDO 190 deel uit maakt van de Messier 94 cluster, een vrij los verband van sterrenstelsels. Ook binnen die cluster is DDO 190 eenzaam: het meest dichtbij zijnde andere stelsel is DDO 187, drie miljoen lichtjaar verderop. De begeleiders van de Melkweg zijn veel dichterbij gelegen: minder dan 1/5e van die afstand. Zelfs het verderweg gelegen Andromedasterrenstelsel is met z’n twee miljoen lichtjaar afstand dichterbij gelegen. Bron: NASA.

Marsrover Curiosity gaat komende week rijden. Eerste doel: Glenelg

Credit; NASA/JPL-Caltech

De op 6 augustus j.l. op Mars gelande Curiosity staat op het punt om komende week te gaan rijden. Z’n eerste doel is door de NASA gisteren aangekondigd: het gebied genaamd Glenelg. Dat ligt zo´n 400 meter ten oost-zuidoosten van de landingsplek. Het zal pakweg drie tot vier weken duren voordat de Curiosity daar aankomt. Voor het unieke moment dat ‘ie gaat rijden is er eerst een andere primeur – wellicht vandaag al. De bedoeling is namelijk dat voor het eerst de laser in Curiosity’s Chemistry and Camera instrument (ChemCam) gaat worden gebruikt. Die zal worden gericht op een rotsblok genaamd N165.

Credit; NASA/JPL-Caltech

Die rots ligt ongeveer drie meter verderop en hij een kleine 8 cm groot. Binnen tien seconde zullen ze met de laser van ChemCam dertig keer een stoot van 14 milli-joule energie op N165 afsturen. Komende dagen zal ook aandacht worden besteed aan Goulburn Scour, een gebied waar door de motoren van de Skycrane het bovenste stoflaagje is weggeblazen.

Rijden

Het rijden van de Marsrover Curiosity is niet een kwestie van de motor aanzetten en rijden maar. Dat gaat zeer zorgvuldig gebeuren. Eerst zal men aan de slag gaan met de wielen afzonderlijk. Vier van de zes wielen van de Curiosity zijn bestuurbaar en kunnen voor en achteruit. Die wielen gaat men eerst een voor een bewegen, om ze uiteindelijk in de positie naar voren te zetten. Op een volgende dag gaat de rover echt rijden, eerst één rover-lengte naar voren (ongeveer drie meter), dan 90 graden draaien en vervolgens twee meter in z’n achteruit. Ik heb het ook niet verzonnen, maar dat zijn de instructies. 🙂 En daarna gaat het richting Glenelg. Da’s ook maar een tussenstap, want uiteindelijk moet ‘ie rijden naar de flanken van Mount Sharp, die bereikt moeten worden via het blauwe punt hieronder, genaamd ‘base of Mount Sharp; . Da’s waar het donkergekleurde duinengebied eindigt en er ‘vrije toegang’ tot de berg is.

Credit; NASA/JPL-Caltech

Bron: NASA.