Astrotweets van de week

Hier weer een verse lading Astrotweets van de week, je wekelijkse dosis leuke, wetenswaardige, merkwaardige tweets over sterrenkunde, natuurkunde, ruimtevaart en andere aanverwante bezigheden. Klik er gerust op als de tweets linkjes bevatten.

Op deze dag, maar dan 130 jaar geleden, werd Robert Goddard geboren, de ‘Vader van de Amerikaanse ruimtevaart’. Yep, 5 oktober 1882 werd de kleine Goddard gelanceerd.

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/distantsuns/status/254197920910409729″]

ESA brengt de grote IAC conferentie in Napels in beeld.

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/ESAExhibitions/status/254169079387127808″]

Morgen – zaterdag 6 oktober – komt Holland Space Center naar de Albert Heijn in Mijdrecht. Eh.. ja, dus? Dus kan je jezelf daar laten fotograferen IN het internationale ruimtestation ISS! Iets als dit kan het verbluffende resultaat zijn.

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/HollandSpaceCen/status/253946567403384833″]

Doe dit weekend (‘het weekend van de wetenschap’) mee met de Workshop Sterrenkunde in een Blikje.

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/zonnekijkster/status/253468646372937728″]

Zo, dat was ‘ie weer voor deze week. Wil je mij op Twitter volgen of heb je zelf nog interessante Astrotweets en wil je die doortweeten: hier ben ik te vinden. Tot zo!

Tweede ster vlakbij superzware zwarte gat in kern Melkwegstelsel ontdekt

S0-102 en S0-02, vlakbij Sgr A*, het centrale zwarte gat van de Melkweg. Credit: Andrea Ghez and colleagues/W M Keck Telescopes

In het centrum van het Melkwegstelsel bevindt zich een superzwaar zwart gat, dat waarschijnlijk ruim vier miljoen keer zo zwaar als onze zon is. Dat zwarte gat heet Sagittarius A*, kortweg Sgr A*.  Wij bevinden ons op 27.000 lichtjaar afstand van dat zwarte gat, dus geen reden om ons zorgen te maken, tenzij je een beroepsdoemdenker bent. Maar vlakbij Sgr A* staan ook sterren en die ondervinden wel degelijk een sterke invloed van het massieve zwarte gat. De gravitationele invloed zorgt er voor dat ze met grote snelheid om het zwarte gat vliegen. Bij één van die sterren – S0-02 genaamd – was al waargenomen dat die dichtbij Sgr A* staat en met de 10 meter Keck telescoop bovenop de berg Mauna Kea op Hawaï had men al een volledige omloop van de ster om het zwarte gat waargenomen, een omloop die 16,5 jaar duurt. Maar recentelijk hebben sterrenkundigen een tweede ster vlakbij Sgr A* ontdekt die ook heel dichtbij staat en waarvan eveneens een complete omloop is waargenomen: S0-102 heet die ster. Die sterrenkundigen, die onder leiding stonden van Andrea Ghez (University of California, Los Angeles) ontdekten zelfs dat de omloop van S0-102 korter is dan die van S0-02, slechts 11,5 jaren. Probleem bij dit soort waarnemingen is dat het zicht op de kern van de Melkweg door allerlei gas- en stofwolken belemmerd wordt. Via verbeterde adaptieve technieken, waarbij men middels laserstralen de hinderlijek turbulenties in de aardse dampkring kan onderdrukken, zijn Ghez en z’n collegae in staat geweest Sgr A* en omgeving goed te bekijken. In 2018 bereikt S0-02 z’n dichtste punt tot het zwarte gat, drie jaar later gevolgd door S0-102. Door metingen aan de sterren op dat moment hoopt men niet alleen de massa van het zwarte gat nog nauwkeuriger te kunnen vaststellen, maar wil men ook de verschuiving in dat dichtste punt tot het zwarte gat meten, een verschuiving die komt door de gravitationele invloed van het zwarte gat. Die verschuiving is vergelijkbaar met de precessie van de planeet Mercurius, een effect dat door Albert Einstein in 1915 werd verklaard vanuit z’n Algemene Relativiteitstheorie. Bron: Physics World.

Ja hoor, ook Marsrover Curiosity zit op Foursquare

Credit: NASA/Foursquare

De tijd dat we sondes de ruimte in stuurden om anderen planeten of manen te verkennen en we af en toe eens eens schimmige foto voorbij zagen komen ligt ver achter ons. We zijn al gewend dat de hedendaagse missies gigabytes aan data naar ons toe sturen, dat ze er vrolijk op los twitteren, zoals de sonde Planck, die 1,5 miljoen km van de aarde verwijderd is. Maar Marsrover Curiosity maakt het wel helemaal bont – eh… tweeduizendtwaalf: die is sinds afgelopen woensdag ingecheckt op Mars via Foursquare! Dit was het commentaar dat ‘ie er bij gaf:

Who’s got six wheels, a laser and is now exploring the Red Planet? Me. I’m Curiosity, NASA’s latest Mars rover.

Voor de digibeten onder ons: Foursquare is de app waarmee je overal kunt ‘inchecken’ en je volgers kunnen zien waar je bent, waarop je weer reacties terug kan krijgen. Volgers van de Curiosity op Foursquare kunnen later dit jaar een Curiosity-themed badge verdienen. OK mensen, allemaal kijken waar die rondtuffende Marsrover allemaal in gaat checken op Mars. Bron: NASA.

Twee zwarte gaten gevonden in bolhoop M22 en da’s erg vreemd

Bolhoop M22, waar twee stellaire zwarte gaten zijn ontdekt. Credit: Hunter Wilson.

Een team van sterrenkundigen onder leiding van Tom Maccarone (University of Southampton) heeft in de bolvormige sterrenhoop M22, 10.000 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Boogschutter, twee stellaire zwarte gaten ontdekt, M22-VLA1 en M22-VLA2, ieder met een massa van 10 tot 20 maal de massa van de Zon. Op zich niet zo heel bijzonder dat men twee zwarte gaten vindt, dat komt wel vaker voor. Maar dan is het wel in de Melkweg of een ander sterrenstelsel. Twee zwarte gaten in een bolhoop is echter wel iets bijzonders, want de modellen die voor bolhopen zijn opgesteld suggereren dat er hooguit één zwarte gat kan bestaan en dan nog wel een ‘intermediair’ zwarte gat – da’s eentje die qua massa tussen de gewone stellaire zwarte gaten zit, die enkele zonmassa’s zwaar zijn, en de superzware zwarte gaten, die in de kernen van sterrenstelsels voorkomen en die miljoenen of miljarden zonmassa’s zwaar zijn. Maar Maccarone’s team zag in plaats van één zo’n tussenmaatje zwart gat in de kern van M22 alleen de twee genoemde zwarte gaten, beiden met een stellaire oorsprong. Bolhopen als M22 zijn erg oud – gemakkelijk zo’n twaalf miljard jaar – en vele sterren in die hoop evolueren snel door hun gewone leven heen, exploderen als supernova en laten vervolgens een zwart gat achter. De dynamica van de tienduizenden sterren en nagelaten zwarte gaten in bolhopen is erg complex en de modellen geven aan dat de meeste zwarte gaten gedurende hun leven langzaam naar het midden van de bolhoop spiraliseren, waarna ze vervolgens door het grote intermediaire zwarte gat in het midden worden verzwolgen óf uit de bolhoop worden geslingerd. Maar de vondst van M22-VLA1 en M22-VLA2, waarbij zowel röntgenwaarnemingen als radiowaarnemingen werden verricht, gooit dus roet in het eten. Bron: Science Daily.

Komeetkristallen gedetecteerd in stofschijf rond nabije ster

Artistieke weergave van de stofschijf rond Beta Pictoris, met op de achtergrond de centrale ster en de planeet Beta Pictoris b. Credit: Kouji Kanba, ISAS/JAXA

Astronomen hebben gebruik gemaakt van de Herschel-ruimtetelescoop om te bepalen uit welk materiaal de stofschijf rondom de jonge ster Béta Pictoris bestaat. Dit materiaal blijkt nu bijzonder overeen te komen met dat van kometen in ons zonnestelsel.Béta Pictoris staat relatief dicht bij de aarde (63 lichtjaar) en is zo’n 12 miljoen jaar oud. Daarmee is de ster nog heel jong – sterker nog, in kosmische termen mag Béta Pictoris nog een baby genoemd worden. Rondom de ster draait minstens één planeet, plus een uitgebreide stofschijf. Na verloop van tijd zou deze schijf zich kunnen ontwikkelen tot een ring van ijzige objecten, vergelijkbaar met ‘onze’ Kuipergordel.Astronomen hebben nu gebruik gemaakt van het unieke oplossend vermogen van de Herschel Space Telescope om te achterhalen waar het stof bij Béta Pictoris uit bestaat. Ze hebben vooral gekeken naar olivijn, een mineraal dat vaak wordt gedetecteerd in planeetvormende schijven. In ons zonnestelsel kan olivijn worden aangetroffen in planeten, asteroïden en kometen.Olivijn komt in twee ‘smaken’: een magnesiumrijke- en een ijzerrijke variant. Magnesiumrijk olivijn kan vooral worden aangetroffen in kleine en primitieve ijsobjecten, terwijl ijzerrijk olivijn vaker wordt aangetroffen in grotere objecten, zoals asteroïden en planeten, waar het mineraal is blootgesteld aan een hogere mate van verhitting of ‘verwerking’.

Olivijnkristallen. Credit:  J. Debosscher, KU Leuven

Herschel heeft nu de magnesiumrijke ‘oervariant’ aangetroffen op een afstand van 15 tot 45 AU vanaf Béta Pictoris (1 AU is de afstand aarde-zon). Bij het zonnestelsel strekt de Kuipergordel zich uit van een afstand van 30 tot 50 AU. De waarnemingen van Herschel hebben astronomen in staat gesteld om het percentage magnesiumrijk olivijn te berekenen ten opzichte van de totale massa van het stof in de regio.Het blijkt dat dit percentage 4% bedraagt. Dit komt verrassend veel overeen met dat van kometen in ons zonnestelsel, die ook voor ongeveer 4% uit magnesiumrijk olivijn gemaakt zijn. Nu kan olivijn alleen kristalliseren op een afstand tot 10 AU van de centrale ster. Het feit dat het bij Béta Pictoris wordt aangetroffen in het koude gedeelte van de stofschijf kan maar één ding betekenen: het olivijn moet getransporteerd zijn van de binnendelen naar de buitendelen van het planetenstelsel-in-wording.Aangezien hetzelfde proces in het jonge zonnestelsel moet hebben plaatsgehad, zijn bij onze zon en Béta Pictoris schijnbaar dezelfde processen aan het werk geweest. Dat is opmerkelijk, aangezien Beta Pictoris niet echt op de zon lijkt. De ster is namelijk anderhalf keer zwaarder en acht keer helderder dan onze zon. Bovendien is de architectuur van diens planetenstelsel heel anders dan het ‘onze’. Desondanks is de manier waarop materiaal wordt getransporteerd in de planeetvormende schijf verrassend gelijk.

Credit: ESO/A-M. Lagrange et al.

Bron: European Space Agency.

Astronomen maken ‘MRI-scan’ van de zon

Convectiepatronen aan het oppervlak van de zon, waargenomen door het HMI-instrument aan boord van SDO. Credit: NASA/SDO

Astronomen hebben een “mri-scan” gemaakt van de zon, om te achterhalen hoe de warmte vanuit de kern getransporteerd wordt naar het oppervlak. Het is al langer bekend dat een proces dat convectie wordt genoemd hiervoor verantwoordelijk is. Hoe deze convectie precies in zijn werk gaat, was nog niet bekend. Het is niet gemakkelijk om dit te achterhalen: je kunt immers niet in het binnenste van de zon kijken. In plaats daarvan heeft me nu gedetailleerde opnames gemaakt van het oppervlak van de zon. De manier waarop het plasma aan het oppervlak beweegt, kan astronomen meer vertellen over de convectiestromen in het binnenste. Dit heeft tot opmerkelijke resultaten geleidt.De opnames van het oppervlak zijn verricht door de Helioseismic and Magnetic Imager (HMI) aan boord van NASA’s Solar Dynamics Observatory. Uit de opnames blijkt dat de onderliggende convectiestromen 100 keer trager zijn dan voorspeld. Dat komt als een enorme verrassing en zadelt de wetenschap met een probleem op: de theorie stelt namelijk dat de convectiestromen verantwoordelijk zijn voor het magnetisch veld van de zon. Hiervoor mag de convectie echter niet te traag gaan, en dat doet het dus wél. Dat betekent dat de heersende theorie over het ontstaan van het magnetisch veld van de zon de prullenmand in kan. Oftewel: astronomen kunnen weer terug naar de tekentafel om opnieuw te verzinnen hoe de zon van binnen werkt. Bron: Phys.org.

Internationale ruimtestation ISS uitgeweken voor ruimtepuin

Het ISS moest uitwijken

Het Internationale Ruimtestation ISS moest vannacht een uitwijkmanoeuvre maken om het risico op een botsing met ruimteafval te verkleinen. Brokstukken van een Japanse satelliet kwamen anders te dicht in de buurt van het ruimtestation. Om 05.22 uur Nederlandse tijd werd het ISS in een andere baan om de aarde gebracht. Om 10.31 uur nadert het ruimtestation de brokstukken van een Japanse satelliet het dichtst. Onbekend is hoe groot het puin is en op welke afstand het ISS passeert. Het ruimtestation wordt alleen in een andere baan om de aarde gebracht als de kans op een inslag groter is dan 1 op 10.000. Er zijn momenteel drie astronauten aan boord, een Rus, een Amerikaan en een Japanner.

M76, de kleine halternevel

M76, één van de zwakste objecten uit de lijst van Messier, wordt ook wel de ‘kleine halternevel’ genoemd, een verwijzing naar M27 die veel groter is. Bijgaande foto is samengesteld uit 33 opnamen van 5 minuten die ik over twee verschillende nachten in Valthe (8/9/2012 en 9/9/2012) heb gemaakt.

M76, De kleine halternevel

M76 is een planetaire nevel in het sterrenbeeld Perseus. Het oplichtende gas komt van de ster in het centrum van de nevel die met zijn laatste stuiptrekkingen bezig is om van een rode reus te veranderen in een witte dwerg. De afstand is niet goed bekend. Schattingen lopen opmerkelijk uiteen van 1700 tot 15000 lichtjaar. Lord Rosse dacht in 18zoveel een hint van een spiraalstructuur te zien. Ik kan me er wat bij voorstellen, maar dat bleek dus niet waar te zijn.Nog wat technische gegevens: Camera: EOSD1000a Belichtingstijd: 33 x 5 minuten ISO: 400 Telescoop: MeadeACF 10inch op F6,7 Foto’s gestapeld met DeepSkyStacker en nabewerkt met Photoshop. Paulus B

Spitzer bepaalt met Cepheïden de Hubbleconstante en expansiesnelheid heelal

De door Spitzer gemeten Periode-Lichtkracht relatie voor Cepheïden in de Melkweg en Grote Magelhaense Wolk. credit: NASA/JPL-Caltech

Door naar Cepheïden in de Melkweg en het begeleidende buurstelsel de Grote Magelhaense Wolk te kijken heeft de Spitzer infrarood-ruimtetelescoop van de NASA een nauwkeurige waarde kunnen bepalen van de zogenaamde Hubbleconstante. Omdat die constante een maat is voor de snelheid waarmee de sterrenstelsels zich van ons eigen Melkwegstelsel af bewegen is het tegelijk een bepaling voor de snelheid waarmee het gehele heelal uitdijt. Op basis van eerdere waarnemingen, gedaan met de Hubble ruimtetelescoop, had men de Hubbleconstante [1]Zowel de Hubbleconstante als de Hubble ruimtetelescoop zijn genoemd naar Edwin Hubble, de sterrenkundige die in de jaren twintig door waarnemingen aan sterrenstelsels ontdekte dat het heelal uitdijt. bepaald op H0=74,2 ± 3,6 kilometer per seconde per megaparsec, waarbij één megaparsec 3,26 miljoen lichtjaar is. Door Spitzer is de waarde nu bepaald op H0=74,3 ± 2,1 km/sec/Mpc. De foutmarge is dus kleiner geworden en het heelal blijkt bij deze waarde ietsje sneller uit te dijen dan men dacht. Met de Spitzer telescoop keken sterrenkundigen onder leiding van Wendy Freedman (Carnegie Institution for Science in Pasadena) naar 10 Cepheïden in onze Melkweg en 80 in de Grote Magelhaense Wolk. Cepheïden zijn veranderlijke sterren, wiens periode van wisselende lichtkracht direct gekoppeld is aan hun absolute lichtkracht, een relatie die al in 1908 werd ontdekt door Henrietta Swan Leavitt. In de afbeelding zie je de door Spitzer gemeten relatie tussen periode en lichtkracht. Omdat hun absolute lichtkracht een goede indicatie is voor de afstand van Cepheïden kunnen ze voor sterrenkundigen als goede ‘standaardkaarsen’ worden gebruikt, als een perfect kosmisch lineaal. Cepheïden zijn feitelijk alleen in nabij gelegen sterrenstelsels zichtbaar, maar door deze waarnemingen te combineren met eerdere waarnemingen gedaan met NASA’s Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) kon men de Hubbleconstante nauwkeurig bepalen. Meer info vind je in dit wetenschappelijke artikel, binnenkort tegen betaling van een hoop geld te lezen in het vakblad The Astrophysical Journal. Bron: NASA/JPL.

References[+]

References
1 Zowel de Hubbleconstante als de Hubble ruimtetelescoop zijn genoemd naar Edwin Hubble, de sterrenkundige die in de jaren twintig door waarnemingen aan sterrenstelsels ontdekte dat het heelal uitdijt.