Intel-oprichter Gordon Moore steunt speurtocht naar donkere energie

Credit: BOSS/SDSS/NOAO

De Amerikaanse Gordon and Betty Moore Foundation – opgericht door Gordon Moore [1]Ook bekend van de beroemde Wet van Moore, die stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke 2 jaar verdubbelt. (1929) en z’n vrouw Betty – heeft besloten om een bedrag van $ 2,1 miljoen te doneren aan het Berkeley Center for Cosmological Physics (BCCP) voor het BigBOSS project. Dat project is bedoeld om met een uitbreiding van de 4 meter Mayall Telescoop van het Kitt Peak Observarium in de VS in totaal 24 miljoen sterrenstelsels en 2 miljoen quasars aan de noordelijke sterrenhemel in kaart te brengen. Door exact de locatie en afstand van die sterrenstelsels en quasars te bepalen wil BigBOSS de zogenaamde “baryon acoustic oscillations” (BAO) meten, overblijfselen van geluidsgolven die in de eerste momenten na de oerknal voorkwamen en die in golven met een piek van 500 miljoen lichtjaar voortbewogen, resulterend in een piek met dezelfde afmetingen in zowel de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engelse afkorting: CMB) als de clustering van materie in sterrenstelsels, clusters van sterrenstelsels en superclusters van clusters van sterrenstelsels. Door bestudering van die BAO’s wil men meer te weten komen over donkere energie, het mysterieuze spul dat 73% van alle massa-energie van het heelal vormt en dat door z’n afstotende werking zorgt voor een versnelde uitdijing van het heelal, een fenomeen dat in 1998 werd ontdekt – onder andere door Brian Schmidt. BAO’s worden momenteel al onderzocht met BOSS (Baryon Oscillation Spectroscopic Survey), de voorloper van BigBOSS. BOSS is een onderdeel van de derde Sloan Digital Sky Survey (SDSS) en augustus dit jaar werden de resultaten daarvan bekendgemaakt. Met BOSS wil men uiteindelijk 1,5 miljoen sterrenstelsels in kaart brengen, maar dat aantal valt in het niet bij het aantal dat BigBOSS wil bereiken. Altijd baas boven baas eh… boss boven boss. Hieronder een voorstelling van hoe die uitbreiding van de Mayall telescoop er uit moet gaan zien. Als het spul er op zit wil men per opname in één keer 5000 afzonderlijke sterrenstelsels in beeld brengen en wordt van ieder van die stelsels middels een spectrogram de afstand bepaald.

Credit: Lawrence Berkeley National Laboratory. Background photo Mark Duggan.

Bron: LBL.

References[+]

References
1 Ook bekend van de beroemde Wet van Moore, die stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke 2 jaar verdubbelt.

Zouden we ooit terug kunnen reizen in de tijd?

Credit: Ben Gilliland/Cosmonline

Het blijft toch een fascinerende gedachte, dat we ooit wellicht in staat zijn om terug te reizen in de tijd. Sinds Albert Einstein in z’n Speciale Relativiteitstheorie (1905) aantoonde dat tijd niet de statisch en monotoom voortgaande grootheid is zoals het voor zijn tijd werd beschouwd is discussiëren over reizen door de tijd een favoriete bezigheid van wetenschappers, sciencefictionschrijvers, regisseurs en lezers van Astroblogs en NUjij.nl. Specifiek over de vraag of je ook terug kan reizen in de tijd heeft Ben Gilliland van Cosmonline een tweetal schitterende infografieken gemaakt, waarin getoond wordt of het haalbaar en dus realistisch is of niet. Kijken!

Credit: Ben Gilliland/Cosmonline

OK, nou nog een wormgat zien te vinden. 🙂 Bron: Cosmonline.

Nefertiti de spin-o-naut overleden in het museum

Dat is eh… dat was ‘m, Nefertiti de spin-o-naut. Credit: Smithsonian Institution

Hij was er eentje van de soort “Phidippus johnsoni” – een springspin – en in juli dit jaar was ‘ie meegereisd naar het internationale ruimtestation ISS, als onderdeel van een door een student bedacht experiment: de spin-o-naut Nefertiti. Na een verblijf van 100 dagen in de ruimte kwam ‘ie weer terug op aarde en op 29 november j.l. kwam ‘ie terecht op een insectententoonstelling in het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington. Maar helaas pindakaas, gisteren moest de directie van het Smithsonian meedelen dat Nefertiti niet meer is en dat ‘ie nou in de spinnenhemel is. Hij was acht maanden oud en stierf een natuurlijke dood. Normaal worden die springspinnen een jaar oud, dus het verblijf daarboven heeft ‘m kennelijk niet goeds gedaan. Of het verblijf in het museum dat kan natuurlijk ook. Nefertiti was genoemd naar een Egyptische vrouwelijke farao van lang geleden en het experiment was bedacht in het kader van YouTube Space Lab door de 18-jarige Amr Mohamed uit Alexandrië in Egypte. Daar ver boven ons in de ruimte liet Nefertiti zien dat ‘ie ondanks de gewichtloosheid goed kon overleven en in staat was om z’n prooien te grijpen, zoals ook z’n aardse collega’s hier doen. En nu? Nou simpel, ze prikken een speld door ‘m en stellen ‘m opnieuw tentoon, maar dan eh… dood. Bron: Space.com.

Vega is oud genoeg om leven te herbergen

Vega is 12.000 jaar geleden de poolster geweest. In het jaar 13.727 zal dat opnieuw het geval zijn. Credit: Martin S. Mitchell

Vega is een heldere ster in het sterrenbeeld Lier. De ster staat op 25 lichtjaar afstand en is de op-vijf-na helderste ster aan de aardse sterrenhemel. In 1983 hebben astronomen stof ontdekt rond Vega, een aanwijzing dat de ster een planetenstelsel zou kunnen herbergen. Helaas werd Vega geacht slechts 200 miljoen jaar oud te zijn, vermoedelijk te jong om leven te kunnen voortbrengen op eventueel aanwezige rotsplaneten. Nieuwe schattingen hebben echter uitgewezen dat Vega veel ouder is dan gedacht.

Astronomen hebben namelijk ontdekt dat Vega nogal snel rond haar as draait: de ster heeft hier 17 uur voor nodig. Hierdoor wordt het inwendige van de ster opgeschud, waardoor de samenstelling van het oppervlak en van het inwendige gelijk wordt getrokken. Dat betekent dat het gehalte van zware elementen in Vega verkeerd is ingeschat. Als gevolg hiervan is ook de massa van de ster verkeerd ingeschat – massievere sterren evolueren sneller.

Volgens de nieuwste schatting weegt Vega 2,15 keer meer dan de zon. Dat vertaalt zich in een leeftijd van 850 miljoen jaar. Dat betekent dat geschikte planeten zich gevormd kunnen hebben, en dat er voldoende tijd is verstreken om het ontstaan van primitief leven mogelijk te maken. Maar goed, dat is allemaal hypothetisch: voorlopig moet de eerste planeet in een omloopbaan rond Vega nog ontdekt worden.

Vega is een ster uit de A-klasse. Deze worden wel “blauw reuzen” genoemd. Door de snelle rotatie heeft Vega een afgeplatte vorm. Credit: R.J. Hall/Wikipedia.

Bron: ScienceDaily

Voyager doorkruist nieuwe regio van het zonnestelsel

De Voyager 1 in de interstellaire ruimte. Credit: NASA/JPL

Wetenschappers zeggen dat de in 1977 gelanceerde Voyager 1-sonde momenteel een nieuwe regio van het zonnestelsel heeft bereikt. Het gebied dat ver voorbij buitenste planeetbanen ligt zou zich kenmerken door een stroom van geladen deeltjes die in rap tempo het zonnestelsel verlaten en binnenkomen.

De hamvraag is de afgelopen jaren of Voyager zich nog binnen of al buiten de zogenoemde heliosfeer bevindt. Dat is de regio waarin de zonnewind, de stroom van geladen deeltjes uit de zon, zijn invloed uitoefent. Naarmate je in het zonnestelsel steeds verder naar buiten reist neemt deze deeltjesstroom plots af, tot het punt waarop de deeltjes vanuit de interstellaire ruimte (het gebied tussen sterren) een grotere invloed krijgen.

Voyager nam de afgelopen jaren deeltjes waar die van alle kanten kwamen, terwijl ze momenteel in veel nettere, rechte banen lijken te bewegen. Op basis daarvan zouden de wetenschappers moeten concluderen dat de Voyager de heliosfeer heeft verlaten.

Maar dat strookt niet met de metingen van Voyagers instrument dat de richting van het magneetveld meet. Bij het verlaten van de heliosfeer zou deze ook moeten veranderen. Omdat dat is (nog) niet gebeurd concluderen de wetenschappers dat de sonde in een nieuw gebied is beland, dat nog in de heliosfeer ligt. De wetenschappers vermoeden overigens dat Voyager binnen nu en enkele jaren de heliosfeer definitief zal verlaten.

Voyager 1 en 2 werden in 1977 gelanceerd om de buitenste planeten van ons zonnestelsel te onderzoeken. Na hun bezoekjes aan Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bleven de sondes hun weg vervolgen. Ze zijn tot op de dag van vandaag nog operationeel. Voyager 1 is op een afstand van 18,5 miljard kilometer de ruimtesonde die het verst van de aarde verwijderd is.

Credit: NASA/JPL.

Bron: Astronomie.nl

Ultra-heldere infrarood-stelsels in kaart gebracht

Voorbeeld van hoe een ultra-helder infraroodstelsel eruit zou zien als je het stof zou verwijderen. Credit: ESA-C. Carreau

Een groep van astronomen heeft gebruik gemaakt van de Keck-telescoop op Hawaii om een groot aantal heldere, maar voorheen onzichtbare, sterrenstelels in kaart te brengen. De bevindingen kunnen astronomen helpen om de vorming en evolutie van sterrentelsels beter te begrijpen.

De sterrenstelsels in kwestie zijn vrijwel onzichtbaar in zichtbare golflengten, maar extreem helder in infrarood licht. Sterker nog: in infrarood kunnen deze stelsels wel 1000 keer helderder zijn dan onze Melkweg. Ze vormen in een razend tempo nieuwe sterren: wel 100 tot 500 zonnemassa’s per jaar – een dergelijke stervorming wordt door astronomen een “sterrenflits” genoemd.

Het is niet geheel duidelijk waarom deze stelsels zo gigantisch helder zijn, maar het zou het resultaat kunnen zijn van de botsing tussen twee spiraalstelsels. Het is ook mogelijk dat deze stelsels zich in een bijzonder gasrijke omgeving bevinden, waarbij de stervorming gevoed wordt door een constante stroom van “vers” gas en stof.

Credit: ESA-C. Carreau

Ondanks hun helderheid zijn dit soort stelsels vrijwel onzichtbaar op de golflengten die onze ogen en de meeste telescopen kunnen zien. Dat komt doordat de stelsels enorm stoffig zijn. Dit stof absorbeert al het sterlicht en stralen het in infrarood licht weer uit. Gelukkig draait momenteel een gevoelige infrarood-ruimtetelescoop rond de aarde: de Herschel Space Observatory. Hiermee kunnen dit soort stelsels gemakkelijk gedetecteerd worden.

Nadat de stelsels ontdekt waren, heeft men de optische Keck-telescoop gebruikt om de stelsels in zichtbaar licht waar te nemen. De stelsels zijn, zoals gezegd, zeer zwak in zichtbaar licht, maar toch heeft Keck genoeg licht kunnen verzamelen om de afstand te bepalen van bijna 800 van dit soort stelsels.

“Voor de eerste keer zijn we in staat gesteld om de afstand, stervorming en temperatuur te bepalen van 767 voorheen onbekende sterrenstelsels”, aldus het hoofd van het onderzoeksteam. “Het vorige onderzoek naar verre infrarood sterrenflits-stelsels leverde slechts resultaten op bij 73 stelsels. Dit is dus een enorme verbetering”.

“Hoewel sommige van deze stelsels relatief dichtbij staan, staan de meeste op grote afstand. Bij sommige stelsels heeft het licht er 12 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken. Nu we een goed beeld hebben van het belang van dit soort stelsels, is het aan ons de taak om te achterhalen hoe en waarom dit soort stelsels ontstaan zijn. Vandaar dat dit onderzoek zo belangrijk is”.

Aan de hand van de verkregen gegevens heeft men de evolutie van dit soort stelsels kunnen simuleren. Credit: ESA-C. Carreau

Bron: Physorg