15 september 2019

De allergrootste ster, deel 2

VML Cygni

Artistieke weergave van de rode hyperreus VML Cygni

Sterren komen in allerlei vormen en maten. Maar wat is nu de grootste ster? Om die vraag te beantwoorden, moet we eerst vaststellen dat er twee definities zijn van ‘grootste’: de omvang van een ster en de massa van de ster. Vandaag gaan we kijken naar de grootste ster qua omvang. De vorige keer stond de grootste ster qua massa op het programma.De allergrootste ster die we kennen gaat het door het leven als NML Cygni. Het is een rode hyperreus – dit soort sterren vormen het eindstadium van massieve sterren, die het overgrote deel van hun brandstof verbruikt hebben. De temperatuur in de kern is dusdanig dat niet alleen waterstof en helium gefuseerd worden, maar ook een hele dierentuin aan andere elementen (inclusief koolstof, zuurstof, neon, magnesium en silicium)* Als gevolg van deze stortvloed aan energie wordt een ster opgeblazen tot belachelijke proporties. Toch zijn de dagen van NML Cygni geteld: zodra een ster een hyperreus wordt, is zijn brandstof bijna op.De massa van NML Cygni is moeilijk te bepalen, maar wordt geschat op 40 tot 60 zonnemassa’s. De straal van de ster bedraagt 7,67 AU. Dat betekent dat als NML Cygni op de positie van de zon zou staan, het oppervlak van de ster ergens tussen de omloopbaan van Jupiter en Saturnus zou liggen. Net als alle sterren in een vergevorderd stadium van evolutie, verliest NML Cygni veel massa. Dit heeft twee oorzaken: een krachtige sterrewind en een lage zwaartekracht aan het oppervlak van de ster (vanwege diens enorme omvang). Als gevolg bevinden zich rond de ster twee uitgestrekte schillen van uitgestoten materiaal (inclusief een grote hoeveelheid waterdamp).

Hypergants

Twee hyperreuzen met elkaar vergeleken: VY Canis Majoris en NML Cygni. Doordat beide sterren een sterk pulserend karakter hebben, ligt hun grootte niet vast. De zon wordt ter vergelijking eveneens weergegeven, hoewel niet op schaal: in dat geval zou de zon kleiner zijn dan een pixel (!)

NML Cygni behoort tot de Cygnus OB2-groep, een losse sterrencluster die vele supermassieve sterren bevat. De afstand tot deze sterrengroep bedraagt zo’n 4700 lichtjaar. Hoewel de massa van Cygnus OB2 meer dan tien groter is dan dat van de beroemde Orionnevel, is de cluster toch relatief onbekend. Dat komt doordat zich tussen de aarde en Cygnus OB2 een dichte stofnevel bevindt, waardoor ons zicht op de massieve sterrencluster belemmerd wordt.Alle hyperreuzen zijn veranderlijke sterren, die flinke pulsaties kennen. Dat betekent dat deze sterren periodiek groter worden en weer iets krimpen, waarbij de helderheid ook varieert. Dat betekent dat VML Cygni niet altijd de grootste ster is: soms krijgt VY Canis Majoris deze eer. Het is de verwachting dat VML Cygni ‘ieder moment’ kan ontploffen als supernova. Dat kan morgen zijn, maar ook over 100.00 jaar. Helaas zorgt het tussenliggende stof ervoor dat de supernova niet bijzonder helder zal zijn aan de aardse hemel (althans, in zichtbaar licht).

A star cluster about 5,000 light years from Earth that contains many massive young stars.

Deze composietfoto van de sterrencluster Cygnus OB2 is samengesteld uit röntgengegevens van Chandra (blauw), infraroodgegevens van Spitzer (rood) en optische waarnemingen van de Isaac Newton Telescope (oranje).

  • In werkelijkheid ligt het wat ingewikkelder, maar een complete uitleg van de fusieprocessen in geëvolueerde massieve sterren valt het buiten het bereik van dit artikel.

 

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.