Hij was er eentje van de soort “Phidippus johnsoni” – een springspin – en in juli dit jaar was ‘ie meegereisd naar het internationale ruimtestation ISS, als onderdeel van een door een student bedacht experiment: de spin-o-naut Nefertiti. Na een verblijf van 100 dagen in de ruimte kwam ‘ie weer terug op aarde en op 29 november j.l. kwam ‘ie terecht op een insectententoonstelling in het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington. Maar helaas pindakaas, gisteren moest de directie van het Smithsonian meedelen dat Nefertiti niet meer is en dat ‘ie nou in de spinnenhemel is. Hij was acht maanden oud en stierf een natuurlijke dood. Normaal worden die springspinnen een jaar oud, dus het verblijf daarboven heeft ‘m kennelijk niet goeds gedaan. Of het verblijf in het museum dat kan natuurlijk ook. Nefertiti was genoemd naar een Egyptische vrouwelijke farao van lang geleden en het experiment was bedacht in het kader van YouTube Space Lab door de 18-jarige Amr Mohamed uit Alexandrië in Egypte. Daar ver boven ons in de ruimte liet Nefertiti zien dat ‘ie ondanks de gewichtloosheid goed kon overleven en in staat was om z’n prooien te grijpen, zoals ook z’n aardse collega’s hier doen. En nu? Nou simpel, ze prikken een speld door ‘m en stellen ‘m opnieuw tentoon, maar dan eh… dood. Bron: Space.com.
Maandelijks archief: december 2012
Vega is oud genoeg om leven te herbergen
Vega is 12.000 jaar geleden de poolster geweest. In het jaar 13.727 zal dat opnieuw het geval zijn. Credit: Martin S. Mitchell
Vega is een heldere ster in het sterrenbeeld Lier. De ster staat op 25 lichtjaar afstand en is de op-vijf-na helderste ster aan de aardse sterrenhemel. In 1983 hebben astronomen stof ontdekt rond Vega, een aanwijzing dat de ster een planetenstelsel zou kunnen herbergen. Helaas werd Vega geacht slechts 200 miljoen jaar oud te zijn, vermoedelijk te jong om leven te kunnen voortbrengen op eventueel aanwezige rotsplaneten. Nieuwe schattingen hebben echter uitgewezen dat Vega veel ouder is dan gedacht.
Astronomen hebben namelijk ontdekt dat Vega nogal snel rond haar as draait: de ster heeft hier 17 uur voor nodig. Hierdoor wordt het inwendige van de ster opgeschud, waardoor de samenstelling van het oppervlak en van het inwendige gelijk wordt getrokken. Dat betekent dat het gehalte van zware elementen in Vega verkeerd is ingeschat. Als gevolg hiervan is ook de massa van de ster verkeerd ingeschat – massievere sterren evolueren sneller.
Volgens de nieuwste schatting weegt Vega 2,15 keer meer dan de zon. Dat vertaalt zich in een leeftijd van 850 miljoen jaar. Dat betekent dat geschikte planeten zich gevormd kunnen hebben, en dat er voldoende tijd is verstreken om het ontstaan van primitief leven mogelijk te maken. Maar goed, dat is allemaal hypothetisch: voorlopig moet de eerste planeet in een omloopbaan rond Vega nog ontdekt worden.
Vega is een ster uit de A-klasse. Deze worden wel “blauw reuzen” genoemd. Door de snelle rotatie heeft Vega een afgeplatte vorm. Credit: R.J. Hall/Wikipedia.
Bron: ScienceDaily
Voyager doorkruist nieuwe regio van het zonnestelsel
Wetenschappers zeggen dat de in 1977 gelanceerde Voyager 1-sonde momenteel een nieuwe regio van het zonnestelsel heeft bereikt. Het gebied dat ver voorbij buitenste planeetbanen ligt zou zich kenmerken door een stroom van geladen deeltjes die in rap tempo het zonnestelsel verlaten en binnenkomen.
De hamvraag is de afgelopen jaren of Voyager zich nog binnen of al buiten de zogenoemde heliosfeer bevindt. Dat is de regio waarin de zonnewind, de stroom van geladen deeltjes uit de zon, zijn invloed uitoefent. Naarmate je in het zonnestelsel steeds verder naar buiten reist neemt deze deeltjesstroom plots af, tot het punt waarop de deeltjes vanuit de interstellaire ruimte (het gebied tussen sterren) een grotere invloed krijgen.
Voyager nam de afgelopen jaren deeltjes waar die van alle kanten kwamen, terwijl ze momenteel in veel nettere, rechte banen lijken te bewegen. Op basis daarvan zouden de wetenschappers moeten concluderen dat de Voyager de heliosfeer heeft verlaten.
Maar dat strookt niet met de metingen van Voyagers instrument dat de richting van het magneetveld meet. Bij het verlaten van de heliosfeer zou deze ook moeten veranderen. Omdat dat is (nog) niet gebeurd concluderen de wetenschappers dat de sonde in een nieuw gebied is beland, dat nog in de heliosfeer ligt. De wetenschappers vermoeden overigens dat Voyager binnen nu en enkele jaren de heliosfeer definitief zal verlaten.
Voyager 1 en 2 werden in 1977 gelanceerd om de buitenste planeten van ons zonnestelsel te onderzoeken. Na hun bezoekjes aan Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bleven de sondes hun weg vervolgen. Ze zijn tot op de dag van vandaag nog operationeel. Voyager 1 is op een afstand van 18,5 miljard kilometer de ruimtesonde die het verst van de aarde verwijderd is.
Bron: Astronomie.nl
Ultra-heldere infrarood-stelsels in kaart gebracht
Voorbeeld van hoe een ultra-helder infraroodstelsel eruit zou zien als je het stof zou verwijderen. Credit: ESA-C. Carreau
Een groep van astronomen heeft gebruik gemaakt van de Keck-telescoop op Hawaii om een groot aantal heldere, maar voorheen onzichtbare, sterrenstelels in kaart te brengen. De bevindingen kunnen astronomen helpen om de vorming en evolutie van sterrentelsels beter te begrijpen.
De sterrenstelsels in kwestie zijn vrijwel onzichtbaar in zichtbare golflengten, maar extreem helder in infrarood licht. Sterker nog: in infrarood kunnen deze stelsels wel 1000 keer helderder zijn dan onze Melkweg. Ze vormen in een razend tempo nieuwe sterren: wel 100 tot 500 zonnemassa’s per jaar – een dergelijke stervorming wordt door astronomen een “sterrenflits” genoemd.
Het is niet geheel duidelijk waarom deze stelsels zo gigantisch helder zijn, maar het zou het resultaat kunnen zijn van de botsing tussen twee spiraalstelsels. Het is ook mogelijk dat deze stelsels zich in een bijzonder gasrijke omgeving bevinden, waarbij de stervorming gevoed wordt door een constante stroom van “vers” gas en stof.
Ondanks hun helderheid zijn dit soort stelsels vrijwel onzichtbaar op de golflengten die onze ogen en de meeste telescopen kunnen zien. Dat komt doordat de stelsels enorm stoffig zijn. Dit stof absorbeert al het sterlicht en stralen het in infrarood licht weer uit. Gelukkig draait momenteel een gevoelige infrarood-ruimtetelescoop rond de aarde: de Herschel Space Observatory. Hiermee kunnen dit soort stelsels gemakkelijk gedetecteerd worden.
Nadat de stelsels ontdekt waren, heeft men de optische Keck-telescoop gebruikt om de stelsels in zichtbaar licht waar te nemen. De stelsels zijn, zoals gezegd, zeer zwak in zichtbaar licht, maar toch heeft Keck genoeg licht kunnen verzamelen om de afstand te bepalen van bijna 800 van dit soort stelsels.
“Voor de eerste keer zijn we in staat gesteld om de afstand, stervorming en temperatuur te bepalen van 767 voorheen onbekende sterrenstelsels”, aldus het hoofd van het onderzoeksteam. “Het vorige onderzoek naar verre infrarood sterrenflits-stelsels leverde slechts resultaten op bij 73 stelsels. Dit is dus een enorme verbetering”.
“Hoewel sommige van deze stelsels relatief dichtbij staan, staan de meeste op grote afstand. Bij sommige stelsels heeft het licht er 12 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken. Nu we een goed beeld hebben van het belang van dit soort stelsels, is het aan ons de taak om te achterhalen hoe en waarom dit soort stelsels ontstaan zijn. Vandaar dat dit onderzoek zo belangrijk is”.
Aan de hand van de verkregen gegevens heeft men de evolutie van dit soort stelsels kunnen simuleren. Credit: ESA-C. Carreau
Bron: Physorg
Stersporen, stersporen en nog eens stersporen
Als je met een gewone fotocamera op een statief ’s avonds een foto met heel lange belichtingstijd maakt zullen de sterren door hun dagelijkse beweging aan de hemel sporen trekken. Hoe langer de belichtingstijd des te langer de sporen. Fotograaf Gavin Heffernan dacht ‘wat met een foto kan dat kan ook met een timelapse video’. Zo’n video krijg je door om de paar seconden een foto te maken en die vervolgens achter elkaar ’te plakken’ tot een video. En zo kreeg hij onderstaande schitterende video.
SUNCHASER STAR TRAILS from Sunchaser Pictures on Vimeo.
Maar we zijn er nog niet, het gaat nog verder. Ze blijken namelijk op het noordelijk en zuidelijk halfrond te verschillen, die stersporen. Bij ons zie je de sterren tegen de klok in draaien om de poolster, Polaris (? Ursa Minoris), op het zuidelijk halfrond draaien ze daarentegen met de klok mee om de eh… zuidpool van de rotatieas van de aarde, een zuidelijke poolster ontbreekt. César Cantu heeft dat allebei in beeld gebracht, in Mexico en Afrika:
En als je vervolgens die stersporen van het noordelijk en zuidelijk halfrond combineert krijg je deze prachtige foto:
Bron: Universe Today.
Curiosity vindt complexe chemie op Mars, geen definitieve organische materialen
Vandaag heeft de NASA bekendgemaakt dat Curiosity op Mars in z’n geanalyseerde grondmonsters van het gebied genaamd ‘Rocknest’ water, zwavel en chloorbevattende substanties heeft aangetroffen. De monsters werden afgelopen weken geanalyseerd door diverse instrumenten die deel uitmaken van de Sample Analysis at Mars (SAM) ‘suite’ en van het Chemistry and Mineralogy (CheMin) instrument. Definitieve detectie van organische materialen in de Marsbodem kan op dit moment nog niet worden gegeven, aldus Paul Mahaffy (NASA’s Goddard Space Flight Center), hoofd van het wetenschappelijk team van SAM. Rocknest is een gebied vol met fijn stuifzand, dat door de wind is aangevoerd.
Het wetenschappelijke team van Curiosity kan niet uitsluiten dat het water, zwavel en chloor helemaal niet van Mars zijn, maar meegenomen aardse vervuiling. De monsters van Rocknest zijn de eerste stukjes Marsgrond die door de laboratoria aan boord van de Marsrover zijn geanalyseerd, iets wat komende twee jaar nog vaak zal gebeuren. Met deze allereerste analyses is aangetoond dat alles in SAM en CheMin werkt en dat we er nog veel van kunnen verwachten. Rocknest is niet de echte bestemming van Curiosity, maar een eerste tussenstop. Pas wanneer de helling van Mount Sharp bereikt is, de gesedimenteerde berg in het midden van de Gale krater, verwacht men grootse resultaten. Met de vandaag bekendgemaakte resultaten komt een einde aan het geruchtencircuit, dat afgelopen tijd op internet was losgebarsten, sinds NASA-wetenschapper John Grotzinger half november in een interview vertelde dat de vondst van Curiosity de geschiedenisboeken zou halen en dat ‘ie wereldschokkend zou zijn. Nou, ik geloof niet dat de huidige geschiedenisboeken uit de schappen hoeven te worden gehaald. Bron: NASA.
Bewijs gevonden voor actief vulkanisme op Venus?
De Europese planeetverkenner Venus Express draait al zes jaar rondjes rondom de planeet Venus. In die tijd heeft Venus Express grote veranderingen gemeten in het zwaveldioxide-gehalte van de atmosfeer. Dit zou mogelijk het gevolg kunnen zijn van vulkanische activiteit. De dikke atmosfeer van Venus bevat een miljoen keer meer zwaveldioxide dan de aardse atmosfeer. Op aarde wordt vrijwel alle zwaveldioxide geproduceerd door vulkanische activiteit. Een groot deel van het zwaveldioxide op Venus bevindt zich onder het wolkendek, aangezien het gas vernietigd wordt als het wordt blootgesteld aan zonlicht. Dat betekent dat het weinige zwaveldioxide dat boven het wolkendek wordt gedetecteerd, steeds moet worden aangevuld vanuit de diepere atmosfeer. Venus is bedekt met honderden vulkanen, maar het is niet bekend of deze nog actief zijn. Het vaststellen of Venus nog steeds vulkanisch actief is vormt een belangrijk missiedoel van Venus Express. De ruimtesonde heeft al vastgesteld dat Venus in het recente geologische verleden actief moet zijn geweest. Zo zijn er gestolde lavavelden gevonden, die duidelijk afsteken tegen hun omgeving. Nu vormt het sterk wissellende zwaveldioxide-gehalte een volgende aanwijzing. Toen Venus Express in 2006 gearriveerd was, werd een hoog gehalte van zwaveldioxide waargenomen. In de jaren daarna is dit gehalte sterk gedaald. Iets soortgelijks is eerder al waargenomen door Pioneer Venus, die tussen 1978 en 1992 actief is geweest. Eén of meer vulkaanuitbarstingen lijken de meest logische verklaring te vormen. De betrokken onderzoekers zijn echter voorzichtig: de Venus-atmosfeer is erg complex en wordt niet volledig begrepen. Een nog onbekende verandering in de luchtcirculatie zou ook verantwoordelijk kunnen zijn voor hogere concentraties van zwaveldioxide boven het wolkendek.
Credit: Data: E. Marcq et al. (Venus Express); L. Esposito et al. (earlier data); background image: ESA/AOES Medialab
Bron: European Space Agency
Hubble maakt foto van kosmische glitters
Het glitterstelsel ESO 318-13. Klik hier voor een grotere versie. Credit:ESA/Hubble & NASA
De Hubble-ruimtetelescoop heeft een prachtige foto gemaakt van het glitter-sterrenstelsel ESO 318-13. Ondanks het feit dat het stelsel op miljoenen lichtjaren afstand staat, lijken de sterren zo helder dat je ze zou kunnen tellen. Eén ster lijkt bijzonder helder, maar dat is gezichtsbedrog. Deze ster bevindt zich in onze Melkweg en staat toevallig in dezelfde richting als het achtergrondstelsel.Op de foto zijn meerdere kleine, gloeiende schijven zichtbaar. Dit zijn nog verder gelegen sterrenstelsels. In de rechterbovenhoek is een elliptisch sterrenstelsel goed zichtbaar: dit stelsel is veel groter dan ESO 318-13, maar staat ook veel verder weg. Rechts in het midden is een stelsel zichtbaar dat dwars door ESO 318-13 schijnt: dit is een vergelegen spiraalstelsel. Sterrenstelsels bestaan vooral uit lege ruimte: de sterren in een stelsel nemen samen slechts een klein volume in. Dat betekent dat een sterrenstelsel behoorlijk transparent is voor achtergrondlicht, mits het stelsel niet te veel stof bevat. Dat betekent dat elkaar overlappende sterrenstelsels vrij algemeen zijn. Een zeer opvallend voorbeeld van dit fenomeen is het zeer fotogenieke sterrenstelselpaar NGC 3314. Bron: Hubble Space Telescope.
Brian Schmidt komt er aan en wij gaan ‘m zien!
In mijn agenda staat woensdag 19 december a.s. vet aangekruist. Nee, niet omdat m’n kerstvakantie dan al vervroegd begint – was het maar waar – maar wel omdat de Australische sterrenkundige Brian Schmidt (45) die dag in Leiden een lezing geeft over supernovae en collega-blogger Jan en ik daar ook bij zijn. 😀 Ja duh, WTF is Brian Schmidt?? Ik hoor het jullie al zachtjes denken. Hé, beetje meer eerbied ja, Brian Schmidt is niemand minder dan degene die in 1998 samen met het door hem en Adam Riess geleide High-z Supernova Search Team aan de hand van waarnemingen aan type Ia supernovae ontdekte dat het heelal bezig is om versneld uit te dijen. Een prestatie van formaat, waar Schmidt en Riess in 2011 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor kregen, samen met Saul Perlmuter – die met het Supernova Cosmology Project hetzelfde had gedaan. Schmidt en Riess waren in 1994 met dat team gestart in de veronderstelling dat ze met waarnemingen aan ver verwijderde supernovae de deceleratieparameter qo zouden meten, de vertraging van de uitdijing van het heelal. De gedachte was toen dat door de gravitatie van de massa van de sterrenstelsels de expansie van het heelal wordt afgeremd en dat door goed naar de helderheid en afstand van type Ia supernovae te kijken – welke door hun uniforme maximale lichtkracht uitstekend kunnen dienen als betrouwbare indicatoren voor de afstand – die vertraging te meten zou zijn. Maar het pakte geheel anders uit, want beide teams konden onafhankelijk van elkaar in 1998 bekendmaken dat de expansie van het heelal juist versneld. Hier de wetenschappelijke artikelen van de twee teams uit 1998/99:
Direct na de constatering van de versnelde uitdijing werd gekeken naar de oorzaak daarvan. Wat kon in hemelsnaam de gravitationele werking van de honderden miljarden sterrenstelsels in het heelal, ieder weer bevolkt door miljarden sterren, tegengaan en de expansie van het heelal 13,7 miljard jaar na de start van het heelal en het begin van die expansie nog een zetje geven? Dat bleek de mysterieuze, onzichtbare en tot op heden nog onverklaarbare donkere energie te zijn, het spul dat zo’n 73% van de gehele massa-energie van het heelal schijnt te vormen. We hebben ook nog donkere materie, maar dat is toch echt wat anders en dat is goed voor zo’n 23% van het heelal, de resterende en schamele laatste 4% wordt bevolkt door gewone materie van protonen, neutronen en electronen, in de vorm van sterren, planeten, gas- en stofwolken en jij en ik. Afijn, 19 december a.s. gaan we de details van Brian Schmidt horen, Mr. Cosmology himself.
