Kosmische snaren: het zoeken naar defecten in de structuur van het heelal

Cosmic Strings

Simulatie van kosmische snaren en de resulterende energiedichtheid. Credit: David Daverio, Université de Genève, using simulation data obtained at the CSCS

Topologische defecten in de ruimte zouden een fractie van een seconde na de oerknal kunnen zijn ontstaan. Simulaties van deze wormachtige structuren en een vergelijking tussen de simulaties en de kosmische achtergrondstraling zouden het bestaan ervan kunnen bewijzen.

Topologische defecten zijn geen zeldzaamheid: vooral op het gebied van faseveranderingen van vaste stoffen vormen ze een algemeen fenomeen. Vooral in kristallen kunnen ze voorkomen: als een deel van een kristal een faseverandering (m.a.w. een reorganisatie van het kristalraster) niet voltooit, ontstaat er een topologisch defect. Kosmische topografische defecten vormen een soortgelijk fenomeen: ze worden geacht te ontstaan als er een faseverandering optreed in het vacuüm van de ruimte. Dit zou vlak na de oerknal gebeurd kunnen zijn.De faseverandering had tot gevolg dat er in meerdere delen van het heelal verschillende “basis-staten” van het vacuüm zijn ontstaan. Op de plaats waar twee van deze “staten” elkaar ontmoeten, zouden topologische defecten moeten zijn ontstaan. Een voorbeeld hiervan zijn kosmische snaren: een triljoen keer kleiner dan een waterstofatoom en quasi-ééndimensionaal (quasi omdat ze enorm lang kunnen worden), maar met een enorme massa: vijf kilometer kosmische snaar weegt evenveel als de aarde! Topologische defecten zijn vroeger toegepast om het ontstaan van fluctuaties in de kosmische achtergrondstraling te verklaren, waaruit grote structuren als sterrenstelsels en clusters van sterrenstelsels zijn ontstaan. Helaas hebben studies uitgewezen dat kosmische snaren deze effecten niet veroorzaakt kunnen hebben. Vandaar dat topologische defecten een tijd lang dood en begraven zijn geweest in de kosmologie. Met de opkomst van inflatiemodellen zijn ze echter weer tot leven gewekt. Kosmologen zijn zich namelijk gaan realiseren dat het integreren van inflatiemodellen in standaard deeltjesfysica onherroepelijk resulteert in het ontstaan van kosmische snaren.

Credit: David Daverio, Université de Genève, using simulation data obtained at the CSCS

Tijdens de inflatieperiode wordt het jonge universum geacht te zijn uitgedijt met een onvoorstelbare (en exponentieel groeiende) snelheid. In de meestgebruikte modellen is de inflatie geëindigd met een faseverandering, die ook heeft geleidt tot een zogenaamde ‘symmetry breaking’. Hierbij zijn de fundamentele natuurkrachten (sterke en zwakke kernkracht en elektromagnetisme) als afzonderlijke krachten ontstaan. Volgens de zogenaamde ‘Grand Unified Theory’ hebben deze drie krachten daarvoor als één enkele kracht gefunctioneerd.Nu is een team van wetenschappers, onder leiding van Martin Kunz van de Universiteit van Genéve, begonnen aan een omvangrijke simulatie van de eerste seconde na de oerknal, de tijd waarop kosmische snaren geacht worden te zijn ontstaan. De simulatie wordt uitgevoerd met de Monta Rosa supercomputer in het Nationale Centrum voor Supercomputers in Zwitserland. In de simulatie wordt vooral gekeken naar de het moment van symmetry-breaking, waarbij het energieniveau van het heelal een onvoorstelbare 1016 giga-elektronvolts heeft bedragen – een miljard keer hoger dan de Large Hadron Collider kan genereren. Om kosmische snaren te detecteren, worden de locatie en energiedichtheid van de gesimuleerde kosmische snaren vergeleken met fluctuaties in de kosmische achtergrondstraling, waarbij gebruikt wordt gemaakt van lineaire vergelijkingen. De onderzoekers hopen zo het bestaan van kosmische snaren te kunnen bevestigen. Hoewel de kosmische achtergrondstraling 380.000 jaar na de oerknal is ontstaan, herbergt het kleine fluctuaties die uit het zeer jonge universum stammen. Als topologische defecten inderdaad bestaan, dan moeten ze aanvullende fluctuaties geproduceerd hebben, die de “vingerafdruk” van de defecten bevatten. Hieruit kunnen dan conclusies getrokken over de aard en oorsprong ervan.

Gesimuleerde achtergrondstraling waarin de effecten van kosmische snaren zijn verwerkt. Door deze simulatie te vergelijken met de ‘echte’ kaart van de kosmische achtergrondstraling die door Planck wordt gemaakt, kan meer informatie verkregen worden over het al dan niet bestaan van deze topologische defecten. Credit: COBE/CTC.

De resultaten van de simulatie moeten in 2014 beschikbaar zijn, zodat ze vergeleken kunnen worden met de nieuwste gegevens van de Planck-satelliet. Als de theorie waarbij inflatie, kosmische snaren en Grand Unified Theorie aan elkaar gekoppeld zijn, inderdaad correct is, dan zou dit bewezen moeten worden aan de hand van de Planck-gegevens. Als dit bewijs niet wordt gevonden, dan moeten de natuurkundigen terug naar de tekentafel (of is het rekentafel?) om een nieuw model te ontwikkelen – een model dat op een andere manier kosmische snaren bevat, of een model dat het zonder topologische defecten moet doen. In dat geval kunnen de kosmische snaren voor altijd begraven worden. Bron: Phys.org.

Sterren in centrale balk van de Melkweg bewegen in patronen

Credit: David Nidever (University of Michigan / University of Virginia) and the SDSS-III Collaboration. Background image from the Two-Micron All Sky Survey Image Mosaic (Infrared Processing and Analysis Center/Caltech & University of Massachusetts).

Ons eigen Melkwegstelsel is geen spiraalstelsel met een bolvormige kern, zoals veel mensen denken. Nee, het is een variant ervan, een balkspiraalstelsel, met een langgerekte kern en daaruit ontspruitende spiraalarmen, zoals NGC 1300. Sterrenkundigen zijn er onlangs in geslaagd om van sterren in een deel van die centrale balk van onze Melkweg precieze metingen te verrichten aan hun snelheid en richting en daarmee patronen in de bewegingen van die sterren te herkennen. Alle sterren bleken zich van ons af te bewegen. Dat onderzoek gebeurde in het kader van het  nieuwe Apache Point Galactic Evolution Experiment (APOGEE), dat deel uitmaakt van het grotere onderzoeksprogramma genaamd de Sloan Digital Sky Survey III (SDSS-III). Op de afbeelding hierboven zie je een zijaanzicht van de Melkweg en allerlei cirkels, groot en klein. De cirkels met een kruis zijn plekken waar men met APOGEE sterren heeft onderzocht, aan de kant van de Melkweg waar de kern van ons afbeweegt. De cirkels met een stip liggen aan de andere kant van de balk – die naar ons toe komt – en die wil men trachten in een volgend project te observeren. Hieronder zie je een bovenaanzicht van de Melkweg, met de doorgetrokken rode pijlen als de richting van de onderzochte sterren. De gestreepte pijlen wil men zoals gezegd in een latere fase van APOGEE onderzoeken. De blauwe stip is de plek van de aarde en de zon.

Credit: Jordan Raddick (Johns Hopkins University) and Gail Zasowski (The Ohio State University / University of Virginia). Milky Way artist’s concept by NASA/JPL-Caltech/R. Hurt (SSC-Caltech).

Het probleem is dat de sterren in de centrale balk van de Melkweg moeilijk waar te nemen zijn, vanwege het slechte zicht op die balk, vanwege tussenliggende verhullende stofwolken. Maar daar heeft APOGEE geen last van, want dat is feitelijk een infrarood-spectrograaf, verbonden aan de 2,5-meter Sloan Foundation Telescope van de SDSS in New Mexico en daarmee kan men in één keer van 300 sterren hun spectrum meten en daarmee hun snelheid en afstand. Sinds de waarnemingen begonnen in juni 2011 zijn 48.000 sterren gemeten en 5000 daarvan bevonden zich in het centrale gedeelte van de Melkweg. Van 10% daarvan kon men een bewegingspatroon construeren, waarbij de sterren met een snelheid van meer dan 200 km per seconde zich van ons af bewegen. Meer daarover is in dit wetenschappelijke artikel te lezen, onlangs verschenen in het vakblad The Astrophysical Journal. Bron: Phys.Org.

Vooraankondiging: Morgenavond zal ik een blog schrijven over de lezing die Nobelprijswinnaar Brian Schmidt vanavond in Leiden hield over zijn ontdekking van de versnelde uitdijing van het heelal. En ik zeg alvast: die was spectaculair!

Lezing vrijdag: Waarnemen van veranderlijke sterren

Credit: Dana Berry/NASA

We gaan er van uit dat komende vrijdag de aarde niet zal vergaan en dat alle doemdenkers met schaamte zullen afdruipen. Komende vrijdag zal Eltjo Wubbena bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht een lezing geven over het waarnemen van veranderlijke sterren, ook wel variabele sterren genoemd. Na een korte inleiding geeft de lezing een overzicht van hoe veranderlijke sterren kunnen worden waargenomen en welke hulpmiddelen je er voor nodig hebt. De eenvoudige waarnemingstechniek zorgt ervoor dat je een schat aan algemene kennis over sterrenkunde onderwerpen opdoet. Het waarnemen van veranderlijke sterren is één van de weinige waarneemgebieden waarbij je NIET aan tijd gebonden bent. Best handig in ons vaak bewolkte landje. De verzamelde gegevens worden internationaal verzameld en ondersteunen professioneel sterrenkundig onderzoek. Eltjo Wubbena is gepensioneerd huisarts en sinds 1970 actief amateur-sterrenkundige. In de jaren 1974-1984 was hij landelijk voorzitter van, toen nog, de NVWS. Hij is geïnteresseerd telescoopbouwer en waarnemer waaronder veranderlijke sterren. Vorig jaar is zijn naam vereeuwigd als planetoïde 10976 – Wubbena. De zaal is om 20.00 uur geopend en de lezing begint om20.30 uur. Iedereen is van harte welkom, ook niet-leden. Meer info: Christiaan Huygens. Zo en nu snel naar Leiden, voor de lezing van Brian Schmidt over supernovae. 😀

Cassini maakt adembenemende foto van Saturnus

Zo vlak voor de feestdagen heeft de Cassini-ruimtesonde ons getracteerd op een ronduit spectaculaire foto van Saturnus. De foto is gemaakt terwijl Cassini zich in de schaduw van de ringplaneet bevindt, waardoor deze van achteren wordt verlicht. Dit is de beste positie voor het bestuderen van de ringen en de atmosfeer van Saturnus, aangezien zo details zichtbaar worden die vanuit andere posities onzichtbaar blijven.

De laatste keer dat Cassini zo’n bijzonder perspectief had was in 2006. Ook toen maakte Cassini een spectaculaire foto, waarbij een bijzondere rol was weggelegd voor de aarde: deze was zichtbaar tussen de ringen van Saturnus, waardoor deze foto nog altijd de populairste foto is die ooit door Cassini is gemaakt.

De nieuwe foto moet het zonder de aarde doen (deze staat, samen met de zon, achter Saturnus), maar laat wel meer details zien van het ringstelsel. De foto is een mozaiek dat is samengesteld uit 60 verschillende foto’s. Foto in hogere resoluties downloaden? Dat kan hierrrr.

Credit: NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute

Bron: NASA

“Speedboot-ster” produceert flinke boeggolven

De ‘speedboot’ Zeta Ophiuchi maakt boeggolven in de kosmische zee. Credit: NASA/JPL-Caltech/UCLA

De reuzenster Zeta Ophiuchi racet met hoge snelheid door de ruimte en veroorzaakt hierbij golven in het stof, ongeveer zoals bij een schip dat door stille wateren vaart. De Spitzer Space Telescope heeft nu een prachtig infraroodportret gemaakt van deze gloeiende golven, die ook wel kosmische boeggolven of boogschokken genoemd worden.

Astronomen vermoeden dat Zeta Ophiuchi oorspronkelijk deel uit maakte van een nauwe dubbelster, waarbij de tweede component nog groter en zwaarder is geweest. Deze begeleider is vervolgens ontploft als supernova, waarbij Zeta Ophiuchi een gigantische schop onder zijn stellaire kont heeft gekregen. Als gevolg is Zeta Ophiuchi, 20 keer zwaarder en 80.000 keer helderder dan de zon, met hoge snelheid weggeschoten. Op dit moment racet de ster met 24 kilometer per seconde door de Melkweg.

Op deze foto is infrarood licht (dat wij met onze ogen niet kunnen zien) omgezet naar zichtbare kleuren. Zeta Ophiuchi is de blauwe ster nabij het centrum van de foto. Naarmate de ster door het omringende stof ploegt (dat groen wordt weergegeven), ontstaan er golven als gevolg van de krachtige sterrewind. Waar deze golven het meest zijn samengedrukt, en dus het warmst zijn, worden ze als rood weergegeven. Deze boogschok is vergelijkbaar met de boeggolf die ontstaan als een schip door het water beweegt, of met de opbouw van lucht voor een supersonisch vliegtuig, wat resulteert in een een supersone knal.

Detailopname van de supersnelle ster Zeta Ophiuchi en diens omgeving. credit: NASA/JPL-Caltech

Download hier de bovenstaande foto in hoge resolutie. Download hier de bovenstaande foto in OMG WTF resolutie (44 Mb!)Bron: NASA.

Meer ultrazware zwarte gaten dan gedacht

Credit: Geralt/Pixabay.

Er zijn misschien wel meer zwarte gaten van de allerzwaarste categorie dan tot nu toe werd gedacht. Astronomen verbonden aan NASA, die op zoek gingen naar deze monsters met een gewicht van tussen de 10 en 40 miljard zonsmassa’s, vonden er tot hun verrassing 10 in de 18 clusters van sterrenstelsels die ze bekeken.De clusters werden onder de loep genomen met de Chandra-röntgensatelliet van NASA. En in de kern van meer dan de helft van deze clusters werd een bron van zeer sterke röntgenstraling gedetecteerd, ofwel dé aanwijzing voor de aanwezigheid van een zwart gat. Die straling is volgens de theorie afkomstig van materie die sterk wordt versneld en verhit op het moment dat ze het zwarte gat invalt.Ook stelt de theorie dat er een relatie is tussen de intensiteit van de röntgenstraling en de massa van het zwarte gat. Op basis van de gemeten intensiteiten concluderen de astronomen dat ze in 10 gevallen te maken hebben met ultrazware zwarte gaten. Tot nu toe waren er slechts enkele van deze exemplaren bekend.In eerder onderzoek werd de massa van dit soort zwarte gaten geschat aan de hand van hun interactie met hun directe omgeving. Dat leverde massa’s op die wel een tienvoud minder waren. Volgens de astronomen betekenen de nieuwe resultaten dan ook dat we de interactie tussen de ultrazware zwarte gaten en hun omgeving nog niet goed begrijpen. Hun claim wordt kracht bijgezet door een derde onderzoek. Daarin werd aan de hand van bewegingen van sterren rondom één van deze zwarte gaten bevestigd dat het inderdaad om een ultrazwaar exemplaar gaat.

Het door Chandra onderzochte elliptische stelsel PKS 0745-19, middenin de cluster van sterrenstelsels. (Credit: X-ray: NASA/CXC/Stanford/Hlavacek-Larrondo, J. et al; Optical: NASA/STScI)

Bron: Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie.

Versnelling van pulsars opnieuw een mysterie

Pulsars zijn snel roterende neutronensterren. Credit: via Wikipedia.

De theorie die verklaart waarom de extreem snelle draaiing van pulsars af en toe versnelt moet misschien aangepast worden. Dat stellen wetenschappers van de Universiteit van Southampton aan de hand van een computermodel.

Pulsars zijn zogenoemde neutronensterren die kunnen ontstaan nadat een zware ster is opgebrand en haar kern instort tot een extreem compacte en hete ster. Aan haar polen schijnen twee sterke bundels van elektromagnetische straling het heelal in. Sommige van deze draaiende neutronensterren nemen we op aarde waar als een pulserende radiobron, zoals een schip op zee een vuurtoren ziet.

Af en toe zien astronomen echter dat de tempo van pulsars kortstondig versnelt. Een 40 jaar oude theorie verklaart dat met snel roterende supervloeibare materie binnenin de pulsar. Die materie zou in staat zijn haar draaiingsenergie over te brengen aan de buitenkant van de pulsar.

De wetenschappers toonden echter met hun model aan dat de versnellingen te groot zijn om verklaard te worden door materie binnenin de ster. Er is simpelweg te weinig materie, aldus de wetenschappers. Astronomen moeten dus op zoek naar een alternatieve theorie om de oplevingen van pulsars te kunnen verklaren.

Impressie van een pulsar. Credit: NASA’s Goddard Space Flight Center

Bron: Astronomie.nl

Vijf planeten ontdekt bij nabije ster

Tau Ceti is de dichtstbijzijnde zonachtige ster, na de zon uiteraard. Credit: MIKKO TUOMI/UNIVERSITY OF HERTFORDSHIRE

Het is een drukke week op het gebied van potentieel leefbare exoplaneten die ontdekt zijn door middel van nieuwe methodes om gegevens te analyseren. Het gaat dit keer om een planeet in het Tau Ceti-stelsel.

Tau Ceti is een zonachtige ster op een afstand van 12 lichtjaar – hiermee is het de dichtstbijzijnde zonachtige ster (op de zon na dan). Rondom deze ster zijn vijf planeten ontdekt, die allemaal een massa hebben van twee tot zes keer die van de aarde. Een van deze planeten draait in de leefbare zone, een strook rondom een ster waarin vloeibaar water aan het oppervlak van een wereld kan voorkomen.

De planeten zijn ontdekt door middel van een nieuwe techniek om gegevens te analyseren. Hierdoor is het mogelijk om signalen te detecteren die slechts half zo sterk dan bij voorgaande technieken het geval was. Dankzij deze verbetering heeft men bewijs gevonden voor vijf relatief kleine planeten die in omloop zijn rond Tau Ceti. Aangezien de planeten op relatief korte afstand van de aarde staan, zou het in de nabije toekomst mogelijk moeten zijn om de atmosferen van de planeten te bestuderen.

De positie van Tau Ceti aan de hemel

Recente ontdekkingen hebben uitgewezen dat vrijwel alle sterren een planetenstelsel herbergen. Verder blijkt de natuur een voorkeur te hebben voor het maken van planeten die in minder dan 100 dagen rondom hun moederster draaien. Dat is een groot verschil met het zonnestelsel, waarin Mercurius de enige planeet is die binnen 100 dagen zijn omloopbaan voltooit. Schijnbaar is ons zonnestelsel een uitzondering, en niet de regel, op het gebied van planetenstelsels.

Overigens zijn de vijf planeten niet de enige objecten die rond Tau Ceti draaien. De ster is namelijk in het bezit van een uitgebreide puingordel, vergelijkbaar met ‘onze’ Kuipergordel maar dan tien keer zo massief. Dat betekent dat de planeten in het Tau Ceti-stelsel veel vaker door projectielen geraakt worden dan de planeten in het zonnestelsel.

De planeten van Tau Ceti. Credit: J. Pinfield / RoPACS Network / University of Hertfordshire

Bron: University of Hertfordshire

M57 De ringnevel, maar dan anders…

Eén van de beste voorbeelden van een planetaire nevel is de ringnevel die de gasrestanten vormt van een zonachtige ster die het einde van zijn leven heeft bereikt. De intense straling van het sterrestant ioniseert de eerder door de ster uitgestoten gassen. De binnenste schil vertoont groen/blauw licht dankzij de aanwezigheid van geïoniseerd zuurstof (OII en OIII) en stikstof, terwijl waterstof in de buitenste schil rood gloeit. De ster in het hart van de nevel is een magnitude 15 witte dwerg. Nu meer dan 55.000K in temperatuur produceert de ster geen hitte meer door kernfusie maar dankzij zijn gigantische dichtheid en energievoorraad.De fase als planetaire nevel van een ster van gemiddelde massa duurt zo’n 10000 to 30000 jaar. Uiteindelijk verdwijnt de nevel in de interstellaire ruimte en verrijkt zo de ruimte met lichte en zware elementen. De buitenste schil van M57 expandeert met ongeveer 1” per eeuw. Astronomen hebben deze expansiesnelheid gebruikt om de leeftijd van de nevel te bepalen die op zo’n 6000 tot 8000 jaar uitkomt. Hoewel de binnenste kern van de nevel zo’n 1,4′ groot is blijkt uit h-alpha opnamen dat de nevel wel zo’n 3,5′ groot is.Op deze opname die ik vorig jaar maakte met mijn C11 is een deel van die grotere halo duidelijk te zien:

Naar aanleiding van mijn processing van Hubble data afgelopen jaar ben ik in de hubble archieven verder gaan zoeken naar nieuwe data. Ik vond daar data van M57 uit 2011 die nog niet verwerkt was en besloot om met deze data aan de slag te gaan. Deze data was gemaakt met de WFC3 camera aan boord van de Hubble in tegenstelling tot de opname die in 1998 door Hubble gemaakt werd en wereldberoemd is geworden.De resolutie van de WFC3 is zo’n 2x hoger en dat leverde dan ook een spectaculaire foto van de ringnevel op:

Deze opname vertoont veel meer detail dan ooit eerder vertoond is van deze nevel. Duidelijk zijn de structuren te zien die zich in de nevel bevinden.Toen ik de opnamen vergeleek van 1998 en van 2011 viel me op dat een sterretje verplaatst leek te zijn op de opname. Daardoor ben ik gaan zoeken naar meer opnamen in de tussenliggende jaren en het bleek dat het sterretje inderdaad een eigenbeweging toonde van zo’n 0,1”/yr. Dit is duidelijk te zien in de onderstaande animatie:

Na het maken van de opname van de Hubble kwam ik data tegen van Robert Gendler die begin dit jaar een APOD was waarin hij data van de Subaru telescoop (8,2m) op Hawaii gebruikt had. Met zijn toestemming heb ik deze data kunnen blenden met de nieuwe Hubble data, wat een uniek plaatje te zien geeft van de ringnevel zoals hij nog nooit eerder gezien is met een ongekend detail:

Durf je ‘m te downloaden, deze foto van de Cygnus Loop, 1,68 gigabytes groot?

Credit: A. Rector (University of Alaska Anchorage), Richard Cool (University of Arizona) and WIYN/NOAO/AURA/NSF.

De Cygnus Loop is een groot supernovarestant in het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus), een emissienevel vol waterstof, zwavel en zuurstof 1500 lichtjaar van ons verwijderd, met een omvang van bijna 3° – let wel: de maan is 0,5° groot, de Cygnus Loop is zo groot als 45 Volle Manen. Een supernova die ongeveer 5000 tot 10.000 jaar geleden plaatsvond moet ‘m veroorzaakt hebben. Met het blote oog zie je er helemaal niets van, maar met een telescoop is een deel ervan te zien, vooral als je een OIII filter gebruikt: de Sluiernevel. Een geliefd object van menig amateur-sterrenkundige om te fotograferen, zoals collega-blogger Jan Brandt deze zomer nog liet zien. Maar nou komt het mensen, riemen vast! Met de wide-field Mosaic camera van de WIYN 0.9-meter telescoop van Kitt Peak, Arizona (VS) hebben ze die complete Cygnus Loop in een resolutie van maar liefst 600 miljoen pixels gefotografeerd en dat heeft geresulteerd in een mega- eh… nee wat zeg ik in een gigamega-grote foto van 1,68 gigabytes, yep 1686,5 MB in TIFF formaat. En die kolossale versie is hieronder te downloaden:

Waarschuwing, 1,68 Gb groot!  >>>>>  Cygnus Loop  <<<<< Waarschuwing, 1,68 Gb groot!

Afmetingen van dit astroplaatje: 24457 x 24576 px. Woehahaha… De armetierige versie hierboven telt 500 x 503 pixels, ahum… Mocht je twijfels hebben ‘m te downloaden dan vind je op deze pagina ook iets minder grote varianten. OK mensen, wie durft het aan? Wie gaat ‘m downloaden? 😀 Bron: Universe Today.