De vleugels van de Zeemeeuwnevel

Sharpless 2-296

De gloeiende gaswolk Sharpless 2-296, onderdeel van de Zeemeeuwnevel. Credit: ESO.

Deze nieuwe opname van het Europese Zuidelijke Observatorium (ESO) toont een deel van een wolk van stof en gloeiend gas die de Zeemeeuwnevel wordt genoemd. Deze sliertige rode wolken tussen de sterren, die op intrigerende wijze met donkere wolken zijn verweven, maken deel uit van de ‘vleugels’ van de hemelse vogel. De nieuwe opname is verkregen met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla, Chili. De Zeemeeuwnevel, die zich uitstrekt langs de grens van de zuidelijke sterrenbeelden Grote Hond en Eenhoorn, is een enorme wolk van voornamelijk waterstofgas. Het is, zoals astronomen het noemen, een HII-gebied. Binnen zulke wolken ontstaan hete nieuwe sterren die met hun intense ultraviolette straling het omringende gas aan het gloeien brengen. De rode gloed op deze foto is kenmerkend voor geïoniseerde waterstof (HII – atomair waterstof is HI en moleculair waterstof is H2).

De Zeemeeuwnevel, die officieel IC 2177 heet, is een gecompliceerd object met een vogelachtige vorm dat uit drie grote gaswolken bestaat. De ‘kop’ wordt gevormd door Sharpless 2-292, de grote ‘vleugels’ door Sharpless 2-296 (deels te zien op deze nieuwe opname). En dan is er nog Sharpless 2-297, een klein, knoestig verlengstuk van de ‘rechtervleugel’,Al deze objecten staan op de lijst van meer dan 300 gloeiende gaswolken die in de jaren vijftig van de afgelopen eeuw is samengesteld door de Amerikaanse astronoom Stewart Sharpless. Voordat hij zijn lijst publiceerde was Sharpless promovendus aan de Yerkes-sterrenwacht bij Chicago (VS), waar hij en zijn collega’s waarnemingen deden die hielpen aantonen dat de Melkweg een spiraalstelsel met immense gekromde armen is.Spiraalstelsels kunnen duizenden HII-gebieden bevatten, die bijna allemaal langs hun spiraalarmen liggen. (De Zeemeeuwnevel ligt in een van de spiraalarmen van de Melkweg.) Dat geldt overigens niet voor alle sterrenstelsels: bij onregelmatige sterrenstelsels liggen de HII-gebieden verspreid door het hele stelsel, en in elliptische stelsels lijken zulke gebieden zelfs geheel te ontbreken. De aanwezigheid van HII-gebieden wijst erop dat een stelsel nog steeds nieuwe sterren produceert.

De complete Zeemeeuwnevel en omgeving. Klik hier voor een grotere versie, klik hier voor een OMG WTF-versie (Pas op! 280 Mb!). Credit: ESO/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgement: Davide De Martin

Deze opname van Sharpless 2-296 toont slechts een klein gedeelte van de nevel: een grote wolk waarbinnen in hoog tempo hete sterren worden gevormd. Sharpless 2-296 wordt aangelicht door verschillende bijzonder heldere, jonge sterren – verspreid over het gebied komen we nog veel meer sterren tegen, waaronder een die zo helder is, dat hij op zich op foto’s van het volledige complex als het ‘oog’ van de meeuw voordoet.Video’s:– Inzoomen op de vleugels van de Zeemeeuwnevel– Zwenken langs een deel van de Zeemeeuwnevel

Bron: European Southern Observatory.

Leefbare planeten staan dichterbij dan gedacht

Een potentieel leefbare planeet staat op het punt om voor het oppervlak van zijn moederster langs te trekken (een planeetovergang). Op de achtergrond is een uv-uitbarsting zichtbaar, waar rode dwergen om bekend staan. Credit: David A. Aguilar (CfA)

Uit gegevens die zijn verzameld door de Kepler-ruimtetelescoop hebben wetenschappers afgeleid dat zes procent van de rode dwergsterren een leefbare planeet ter grootte van de aarde herbergt. Omdat rode dwergen het meest algemene soort sterren zijn, zou de meest nabije leefbare planeet op slechts 13 lichtjaar afstand van de aarde kunnen staan – dat is in astronomische termen onze achtertuin.Rode dwergen zijn kleiner, koeler en lichtzwakker dan de zon. Een gemiddelde rode dwerg heeft slechts een derde van de massa van de zon en is duizend keer lichtzwakker. Vanaf de aarde is dan ook geen enkele rode dwerg met het blote oog zichtbaar. Desondanks maken rode dwergen maar liefst driekwart van alle sterren in de Melkweg uit. Rode dwergen zijn ideale doelwitten voor Kepler. Kepler speurt namelijk naar planeten door te kijken naar te kijken naar periodieke helderheidsveranderingen van de moederster, die veroorzaakt worden door planeten die steeds weer voor het oppervlak van hun moederster langstrekken. Het signaal van deze planeten is sterker bij kleinere sterren, omdat dan een groter deel van het sterlicht geblokkeerd wordt.Wetenschappers hebben de gegevens van Kepler geanalyseerd, waaruit is gebleken dat 95 rode dwergen uit het zoekveld van Kepler het signaal van een planeetovergang laten zien. Dat betekent dat zestig procent van dit soort sterren een planeet kleiner dan Neptunus herbergt. De meeste van deze planeten zijn absoluut niet leefbaar, maar drie ervan staan op een geschikte afstand van hun moederster om leven theoretisch gezien mogelijk te maken. Dat komt statistisch gezien neer op zes procent van de rode dwergen.

Diagram van alle kandidaat-planeten die door Kepler bij rode dwergen zijn gevonden. Drie ervan draaien in de leefbare zone (groene kolom). Credit: C. Dressing (CfA)

De zon wordt omgeven door een zwerm rode dwergen. Driekwart van alle nabije sterren behoort tot deze categorie. Als zes procent hiervan een leefbare planeet herbergt, dan staat de meest nabije aarde-achtige wereld dus op slechts 13 lichtjaar afstand. Overigens staat de leefbare zone van een rode dwerg zó dicht bij de ster, dat de planeten in deze zone in een getijdenslot staan – hierbij wijzen ze altijd met dezelfde kant naar de moederster. Alleen warmtetransport door een dichte atmosfeer of een diepe oceaan kan dan voorkomen dat de ene helft van de planeet onleefbaar heet en de andere helft onleefbaar koud is. Een dikke atmosfeer is sowieso belangrijk, omdat rode dwergen regelmatig krachtige uitbarstingen van uv-straling kennen. Aan de andere kant leven rode dwergen veel langer dan alle andere sterren, waardoor een planeet veel langer de tijd heeft om een biosfeer te ontwikkelen.

Credit: David A. Aguilar (CfA)

Bron: Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics.

De enige echte Moonwalk

Ja ik weet het, ik stoot vast miljoenen Jacksonfans voor hun hoofd, maar toch moet je even naar deze fantastische video kijken, waarin ene Dean Potter een absurde stunt uithaalt, een echte Moonwalk. Niet alleen klimt de beste man zonder enig hulpmiddel naar de top van de Cathedral Peak, maar daarboven gaat ‘ie ook nog eens koorddansen met op de achtergrond… de rijzende maan. Schitterend!

Moonwalk from Reel Water Productions on Vimeo.

Bron: It’s OK to be Smart.

Curiosity heeft weer iets glimmends gefotografeerd op Mars

Credit: NASA/JPL/Caltech/Malin Space Science Systems

We zijn nog maar net bijgekomen van het nieuws van de eerste boorpoging van Marsrover Curiosity, of er is al weer ander nieuws te melden. Het blijkt dat Curiosity met z’n rechter Mastcam op 30 januari j.l. (op Mars: Sol 173) iets glimmends heeft gefotografeerd, op de foto hierboven aangegeven door de groene lijntjes – dubbelklikken voor de grote versie. Het was de NASA zelf niet eens opgevallen dat Curiosity dat glimmende, metaalachtige ding heeft gefotografeerd, maar wel de Italiaanse Elisabetta Bonora, die als hobby heeft om foto’s te bewerken. Hieronder een close-up van het ding, waarop je ziet dat het zelfs een schaduw werpt. De grootte van het ding is ongeveer 0,5 cm. Hier de ruwe versie van de foto van de NASA, mocht je soms denken dat miss Bonora het ding er zelf op heeft gephotoshopt. 🙂

Credit: NASA/JPL/Caltech/Malin Space Science Systems

Met Curiosity zijn vaker heldere, opvallende dingen gefotografeerd, zoals deze ‘bloem‘ en deze witte stukjes. Maar even afwachten wat de NASA er over te zeggen heeft. Curiosity bevindt zich momenteel in een gebied genaamd Yellowknife Bay, in de Gale krater op Mars, waar volgens de wetenschappers ooit stromend water moet hebben gevloeid. Bron: Universe Today.

Hubble én amateur-sterrenkundigen onthullen het geheim van spiraalstelsel M106

Credit: NASA, ESA, the Hubble Heritage Team (STScI/AURA), and R. Gendler (for the Hubble Heritage Team). Acknowledgment: J. GaBany

Het prachtige spiraalstelsel hierboven is M106, nummer 106 in de door Charles Messier in de 18e eeuw opgestelde lijst van objecten die op kometen lijken. Hij ligt iets meer dan 20 miljoen lichtjaar van ons vandaan – voor sterrenkundigen is dat praktisch in de achtertuin – en hij is gefotografeerd door de Hubble ruimtelescoop én twee amateur-sterrenkundigen, Robert Gendler en Jay GaBany. Ja je leest het goed, juweeltjes van astrofoto’s maken is tegenwoordig niet meer louter het domein van professionele instrumenten, in de foto zitten ook gegevens verwerkt die Gendler en GaBany vanaf aarde hebben vergaard van M106. En dat heeft inzicht opgeleverd in het geheim van dit spiraalstelsel, namelijk hoe het komt dat het niet twee, maar vier spiraalarmen heeft. De twee ‘gewone’ spiraalarmen zie je op de foto als de blauwe armen, die vol sterren zitten, hier en daar doorspekt met rozegekleurde gebieden, enorme gaswolken, waar sterren ontstaan. Maar je ziet vanuit de kern van M106 ook nogal vaagjes twee rode spiraalarmen ontspringen, in het engels ‘anomalous arms’ genoemd, welke bestaan uit heet gloeiend gas. In röntgen- en infraroodlicht zijn die twee armen veel prominenter te zien, op deze foto die een mix is van waarnemingen met Chandra en Spitzer:

credit: X-ray: NASA/CXC/Univ. of Maryland/A.S. Wilson et al.; Optical: Palomar Observatory. DSS; IR:NASA/JPL-Caltech; VLA: NRAO/AUI/NSF.

Het blijkt dat de motor van die twee bijzondere armen het superzware zwart gat in het centrum van M106 is. Dat zwarte gat is met een massa van 30 miljoen zonmassa’s een stuk zwaarder dan z’n collega in onze eigen Melkweg, die ruim 4 miljoen zonmassa op de weegschaal is, maar hij is ook veel actiever. De gewone spiraalarmen worden niet in stand gehouden door het zwarte gat, maar de rode armen wel. Men denkt dat het iets te maken heeft met de energierijke straalstromen, die vanuit de accretieschijf rondom het zwarte gat naar twee kanten worden uitgespuwd, die op hun beurt weer ontstaan als er materiaal richting het zwarte gat valt. In de video hieronder Hubblecast #62 over het spiraalstelsel met een geheim, M106.

Bron: Hubble + Bad Astronomy.

Super-Tiger ballon van de NASA breekt duurrecords boven Antartica

NASA’s Super-Tiger Ballon op Antartica. Credit: NASA

Met een grote ballon van de NASA, waarmee een instrument om kosmische straling te meten tot op 38 km hoogte in de atmosfeer werd gebracht, zijn onlangs twee records gebroken. De Super Trans-Iron Galactic Element Recorder (Super-TIGER) ballon werd op 8 december 2012 gevuld met helium opgelaten vanaf het McMurdo Station op Antartica en na 55 dagen, 1 uur en 34 minuten landde ‘ie weer. Dat leverde niet alleen het record op van de langste vlucht met een ballon van die omvang – welke 24 januari j.l. werd verbroken – maar ook dat van de langste vlucht van welke ballon dan ook met een wetenschappelijk instrument er onder. Het vorige record stond op naam van NASA’s Super Pressure Balloon, die in 2009 na een testvlucht van 54 dagen, 1 uur en 29 minuten weer met beide benen op de grond stond, eh… landde. Met de Super-Tiger ballon – omvang: maar liefst 11 miljoen m³, zeg zo’n 200 commerciële zeppelins – zijn in die 55 dagen maar liefst 50 miljoen kosmische deeltjes gedetecteerd, zeer energierijke deeltjes die vermoedelijk afkomstig zijn van extreme objecten zoals supernovae en de accretieschijven rondom superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. Bron: NASA.

Sterrenwind van reuzenster blijkt uit vele kleine stukjes te bestaan

credit: ESA–C. Carreau/Nazé et al.

Door met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton te kijken naar de reuzenster Zetta Puppis in het zuidelijke sterrenbeeld Achtersteven (Puppis) zijn sterrenkundigen er achter gekomen dat de door die ster uitgezonden sterrenwind geen continue bries is, maar dat het gefragmenteerd plaatsvindt en dat er wel honderden tot duizenden stukjes zijn. Zetta Pupis – afgekort ? Pup, hij wordt ook wel Naos genoemd, vroeger het binnenste van het heilige gedeelte van een tempel – is een blauwe superreus, die samen met de ster Suhail al Muhlif de meeste ionisatie in de nabije Gumnevel veroorzaakt. Die ionisatie komt door de felle UV-straling van de twee sterren. Met XMM-Newton is ? Pup meer dan tien jaar bestudeerd. Uit de variatie in de röntgenstraling van de ster kon men vervolgens afleiden dat er in de sterrenwind van de reuzenster ‘brokken’ moeten zitten, fragmenten die mogelijk een spiraalachtige structuur hebben. De sterrenwind van sterren als Ζ Pup is vergelijkbaar met de zonnewind van onze eigen zon, al is ‘ie over het algemeen wel honderd miljoen keer (!)  krachtiger. Meer info over de waarnemingen aan de sterrenwind van ? Pup vindt je in dit wetenschappelijke artikel. Bron: ESA.

Curiosity’s eerste poging om te boren op Mars is geslaagd

Credit: NASA/JPL-Caltech/MSSS/Ken Kremer/Marco Di Lorenzo

Het is Marsrover Curiosity gelukt om voor het eerst in een rots te boren. Op 31 januari (op Mars Sol 174) heeft ‘ie met z’n boormachine aan het einde van zijn 2,1 meter lange robotarm in een stuk rots genaamd John Klein een klein gaatje van een paar millimeter diep geboord. Hierboven zie je die rots, links voor het boren, rechts er na. De boorpoging verliep prima en leverde niet alleen witachtig gruis op, dat door de Curiosity gebruikt kan worden om in z’n boordlab te analyseren, maar ook kwamen er door de trillingen witte aderen bloot te liggen, die eerst verborgen waren. Men denkt dat in het ondiepe gebied Yellowknife Bay, waar de John Klein rots zich bevindt, ooit water stroomde en dat dat sporen moet hebben nagelaten. Hieronder een foto van de boor, net voor het moment dat het boren begon.

Credit: NASA/JPL-Caltech/MSSS/Ken Kremer/Marco Di Lorenzo

Het boortje is 16 mm dik en hij stond in de zogenaamde percussiestand. Eh… is dat kloppen of boren? 🙂 Men is van plan om meer gaten te boren en dat kan tot een diepte van maar liefst 5 cm. Wordt vervolgd! Bron: Universe Today.

De hemel

In de fotoserie The Big Picture zijn vandaag 23 foto’s te zien die gaan over ‘de hemel‘, allemaal juweeltjes van foto’s die iets met de hemel boven ons te maken hebben. Zoals het exemplaar hierboven, een foto van het Noorderlicht (aurora borealis), op 23 januari j.l. gemaakt in de buurt van Tromsoe, Noorwegen, door Rune Stoltz Bertinussen. Het heeft niets met sterrenkunde te maken, maar de foto hieronder vond ik ook heel bijzonder. Brett Martin nam ‘m op 9 januari j.l. ergens boven de Indische Oceaan. Nee, het is niet zo’n aanstormende monstergolf, dan zou die Martin het vermoedelijk niet hebben kunnen navertellen. Het is een storm die vol met rode stofdeeltjes zit, vermoedelijk afkomstig van westelijk Australië, uit welke richting de storm kwam. Prachtige foto, nietwaar?

Bron: The Big Picture.

Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad wil zelf als eerste Iraniër de ruimte in

Gaat Mahmoud Ahmadinejad de ruimte in? Credit: FARS

Het is nog maar net een week geleden dat Iran een aap de ruimte in stuurde – als dat nog niet bevestigde bericht inderdaad klopt, hetgeen de laatste dagen sterk wordt betwijfeld – of er dient zich al iemand aan die als eerste Iraniër de ruimte in wil: niemand minder dan de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad himself. Aldus de Iraanse nieuwszender Mehr News. Tijdens een herdenking van de martelaar Tehrani Moghadam zei hij; “Ik ben gereed om de eerste mens te zijn die door Iraanse wetenschappers de ruimte in wordt gestuurd.”  Bij die gelegenheid zei hij verder nog dat het tijd kost om de  Zohreh satelliet, die 36.000 km  hoog moet komen en Simorgh (Phoenix), die 700 km hoog moet komen, te testen en dat jonge Iraanse wetenschappers daar voor zorgen. Afijn, astronaut Ahmadinejad meldt zich. Kan die daar mooi blijven daarboven. 😀 Bron: Space.com.