Het power spectrum van de kosmische microgolf-achtergrondstraling

In de onlangs gepresenteerde resultaten van de Planck sonde aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling, het restant aan straling van de hete oerknal waarmee 13,82 miljard jaar het heelal ontstond, stond deze figuur centraal:

Dit is de welbekende kaart van de minimale temperatuursverschillen in de CMB – da’s de Engelse afkorting van die straling, staat voor de ‘cosmic microwave background‘. Maar eigenlijk had deze figuur centraal moeten staan:

Dit is het zogenaamde power spectrum van de CMB, een grafiek waarin de omvang van de temperatuursvariatie in de CMB een functie is van de multipole , waarbij een grote correspondeert met een kleine schaal aan de hemel. =100 komt overeen met ongeveer 1° aan de hemel, =10 is ongeveer 10° aan de hemel, enzovoorts. Om een indruk te krijgen van de grootte van die multipolen moet je de volgende animatie bekijken, waarin de multipole  =1 tot en met 24 wordt getoond:

Credit: Clem Pryke of University of Chicago.

De voorgangers van Planck  hebben ook zo’n power spectrum van de CMB gemaakt, maar die hadden een veel lagere resolutie dan Planck. COBE was begin jaren negentig de eerste sonde die de temperatuursverschillen in de CMB zag en die had een resolutie van maximaal 7°, dat is 14 keer zo groot als de diameter van de maan. Daarna kwam WMAP en die had een resolutie van 13′ (13 boogminuten). Het power spectrum van WMAP na negen jaar (!) onderzoek aan de CMB zag er zo uit:

Je ziet gelijk het verschil tussen WMAP en Planck [1]Voor de geïnteresseerden: hier is het power spectrum van de CMB gemaakt door COBE, waarbij het gaat om de balkjes links.. De eerste komt qua resolutie niet verder dan =1200, terwijl Planck met z’n veel hogere resolutie tot bijna =2500 komt. OK, leuk al die grafieken, maar wat betekent dat allemaal? Wat zijn al die pieken in dat spectrum?

De pieken in het power spectrum van de CMB

Zoals ik zei is dat power spectrum eigenlijk interessanter dan de bekende kaart met de temperatuursverschillen. Simpelweg omdat het spectrum de sterrenkundigen veel vertelt over de eigenschappen van het heelal, eigenlijk net zoals een spectrogram van een ster meer over die ster vertelt dan een foto van die ster. Wat achtereenvolgens COBE, WMAP en tenslotte Planck hebben gedaan is de grootte en de hoeveelheid van die temperatuursverschillen in de CMB meten. De CMB dateert van ongeveer 380.000 jaar na de oerknal, toen de temperatuur door het expanderende heelal zodanig was gedaald dat de elektronen konden combineren met de atoomkernen, zodat de fotonen van de CMB vervolgens vrij konden bewegen. Een belangrijk moment in het vroege heelal, dat de sterrenkundigen het oppervlak van de laatste verstrooiing noemen.

De temperatuursverschillen in de CMB – sommige plekken die warmer zijn dan gemiddeld, andere plekken die kouder zijn dan gemiddeld – zijn volgens de sterrenkundigen het gevolg van dichtheidsvariaties, d.w.z. dat gebieden met hogere dichtheid warmere gebieden in de CMB opleverden en gebieden met lagere dichtheid de koudere gebieden. Feitelijk kunnen de pieken de sterrenkundigen veel vertellen over de precieze eigenschappen van het heelal. Kan even naar deze grafiek:

Linksboven zie je het power spectrum van de CMB gemaakt met de WMAP sonde, zoals we die eerder zagen. Dat spectrum is vervolgens in drieën verdeeld, telkens een bepaalde piek weergevend. Iedere piek vertelt de sterrenkundigen belangrijke informatie over het heelal:

  1. De eerste piek geeft informatie over de totale hoeveelheid massa-energie in het heelal, d.w.z. van alles wat er in het heelal is, dus gewone materie, zoals protonen, neutronen en electronen, straling als fotonen en neutrino’s, maar ook van donkere materie en zelfs van donkere energie. Omdat de ‘kromming’ van het heelal bepaald wordt door de totale hoeveelheid massa-energie vertelt de eerste piek de sterrenkundigen dus of het heelal gekromd is en hoeveel. Op basis van de gegevens van WMAP en Planck weten we dat het heelal niet gekromd is, maar ‘vlak’. 
  2. De tweede piek wordt veroorzaakt door geluidsgolven of accoustische golven die optraden in het vroege heelal en het geeft de sterrenkundigen een indicatie van de hoeveelheid baryonen in het heelal, dat zijn protonen en neutronen. Aan de hand van de volgende animatie kan je zien hoe de hoogte van de tweede piek sterk afhangt van die baryonen-hoeveelheid, aangegeven met Ωb
  3. De derde piek vertelt de sterrenkundigen met name hoeveel donkere materie er is. In de animatie hieronder zie je dat weergegeven door Ωm

Dankzij de informatie die de drie pieken hebben opgeleverd weten we dat het heelal als volgt gevuld is en dan gaat het om de rechter afbeelding:

Tenslotte eindig ik met een video, waarin het power spectrum van de CMB nog eens getoond wordt, zoals dat is waargenomen met Planck. In de video zie je heel mooi hoe de verschillende pieken en dalen in het spectrum een weergave zijn van de gebieden met temperatuursvariaties met verschillende hoekgroottes.

Bron: Galileo Spendulum + Résonaances + Wayne Hu’s site.

References[+]

References
1 Voor de geïnteresseerden: hier is het power spectrum van de CMB gemaakt door COBE, waarbij het gaat om de balkjes links.

De zomertijd is weer ingegaan

Credit: JuliusH/Pixabay

Voor de 36e keer sinds de invoering in Nederland in 1977 is de zomertijd vannacht ingegaan. Om 2 uur Midden-Europese (winter)tijd (MET) is de klok een uur vooruit gezet en was het 3 uur zomertijd (MEZT). Deze zal duren tot zondag 27 oktober, als we weer een uur terug gaan en de wintertijd weer start. Er wordt in de sterrenkunde nogal eens gerekend met de tijdzone UTC, dat is de “Gecoördineerde Universele Tijd”, in de meeste landen de basis voor de wettelijke/burgerlijke tijd. Om het allemaal om te rekenen: MEZT = MET + 1 uur = UTC + 2 uur. Dat die afkorting UTC eigenlijk een ‘compromis-afkorting’ van TUC en CUT is heb ik een poos geleden al beschreven, lees die blog er nog maar eens op na. En over de vermeende energiebezuiniging door de Zomertijd heb ik ook al een keertje betoogd dat dit niet juist is, hetgeen onderzoek in de Verenigde Staten heeft aangetoond.

Credit: Lectrr

Oók zou de zomertijd niet echt bevorderlijk zijn voor ons bio-ritme. In 2007 hebben wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen aangetoond dat de zomertijd een langdurig en behoorlijk groot effect heeft op de biologische klok van de mens. De biologische klok heeft een vaste cyclus van ongeveer 24 uur en past zich in de zomerperiode niet aan. Daardoor slapen mensen in de zomermaanden minder en slechter. Het verstoorde slaap-waakritme verdwijnt pas weer na het beëindigen van de zomertijd. Er gaan ook stemmen op om het hele jaar door de zomertijd te hanteren, zoals sinds 2011 in Rusland gebeurt. Voordelen daarvan zijn dat er geen moeizame overschakelingen meer zijn, en dat toch de voordelen van de lange zomeravonden blijven. In de winter heeft ‘zomertijd’ het voordeel dat veel mensen vóór het duister thuiskomen, in plaats dat mensen in het donker van huis gaan en in het donker thuiskomen waardoor het gevoel ontstaat dat de zon zich de hele dag niet heeft laten zien. Het kleine beetje zonlicht bij thuiskomst zou al voldoende vitamine D kunnen leveren om een “Winterdip” te voorkomen. In februari en maart zijn de voordelen groter dan de nadelen omdat de zon in die maanden reeds 1 tot 2 uur eerder opkomt dan in december en januari. Een belangrijk nadeel is het feit dat het ’s ochtends dan zeer lang donker zou blijven (in Nederland zou het dan van medio december tot medio januari bijvoorbeeld tot – gemiddeld – 9:40 uur donker blijven in plaats van tot 8:40 uur). Deze nadelen hebben een klein effect, omdat in die periode de productiviteit al lager is ivm de feestdagen. Er zouden in de Nederlandse politiek al geruchten zijn geweest om in de volgende regeerperiode de zomer/wintertijd verschillen af te schaffen. Bron: Wikipedia (voor dat gedeelte over de tijd in Rusland).

Woensdag 3 april 17.00 uur: presentatie AMS-02 over jacht op donkere materie

Via Twitter kwam het volgende bericht tot ons:

Klinkt nogal abracadabra, maar het kondigt simpelweg de één uur durende presentatie aan die Samuel Ting ( Massachusetts Inst. of Technology) woensdag 3 april a.s. om 17.00 uur Nederlandse tijd (zomertijd) gaat geven bij CERN en die live zal worden uitgezonden via CERN Webcast. Ting is het hoofd van het wetenschappelijke team van de tweede Alpha Magnetic Spectrometer (AMS-02), het twee miljard dollar kostend apparaat, dat mei 2011 aan het internationale ruimtestation ISS werd vastgemaakt en dat daar vandaan continue de straling in de gaten houdt, die geproduceerd wordt door de Melkweg, met name de straling uit de kern van de Melkweg. Zoals ik hier anderhalve maand geleden schreef heeft Ting gezegd dat er interessante resultaten te melden zijn van de AMS-02. Velen denken dat men electronen en positronen heeft waargenomen met een specifieke energie, die afkomstig zouden kunnen zijn van deeltjes donkere materie, die elkaar in de extreme omstandigheden van het centrum van de Melkweg – waar zich een superzwaar zwart gat van meer dan 4 miljoen zonsmassa bevindt – annihileren. Als dit klopt is de AMS-02 de eerste detector die rechtstreeks deeltjes heeft waargenomen, die afkomstig zijn van WIMP’s, weakly interactive massive particles, de hypothetische deeltjes die donkere materie vormen.

Nou, we gaan het zien! Bron: The Reference Frame.

Een sterrenkundige kijk op Game of Thrones

Credit: HBO

De winter komt eraan in de HBO TV-serie Game of Thrones, maar niemand schijnt te kunnen voorspellen wanneer precies. De vorige zomer op de planeet duurde zeven jaar, terwijl de winter soms wel een generatie lang kan duren. Het begrijpen wanneer de seizoenen beginnen is één van de grote vraagstukken voor de personages in de fantasyreeks, gebaseerd op de boeken van George R. R. Martin. Hoewel wetenschap geen grote rol speelt in het fictieve universum (dat draken, magie en een komeet als voorteken bevat), zou de planetaire wetenschap een verklaring kunnen vormen voor de vreemde seizoenen op de drie continenten van Game of Thrones. Seizoenen worden vooral veroorzaakt door de manier waarop een planeet naar zijn zon wijst. De rotatie-as van de aarde loopt bijvoorbeeld niet recht door de planeet, maar staat een beetje scheef. Hierdoor wijst het noordelijk halfrond soms naar de zon (hetgeen zomer veroorzaakt) en soms van de zon af (hetgeen winter veroorzaakt).Andere planeten kennen vergelijkbare, en meer extreme, seizoenen. De planeet Uranus wijst bijvoorbeeld gedurende 42 jaar met z’n noordpool naar de zon, en vervolgens gedurende 42 jaar met z’n noordpool van de zon af. Dat betekent dat de zomer op Uranus 42 jaar duurt en de winter ook. Hoewel de seizoenen op Uranus extreem lang zijn, zijn ze wel voorspelbaar. Bij Game of Thrones weet niemand wanneer de zomer eindigt en de winter begint. Het is mogelijk dat een “slingerende” rotatie-as resulteert in variabele seizoenslengtes. Hier gaat in werkelijkheid echter duizenden tot miljoenen jaren overheen, terwijl in de show de seizoenen op een tijdschaal van tientallen jaren van lengte veranderen. Waar worden de seizoenen in Game of Thrones dan door veroorzaakt? De schrijver van de boeken benadrukt dat hier “bovennatuurlijke verklaringen” voor zijn, maar wij zouden AstroBlogs niet zijn als we dit vraagstuk niet op een wetenschappelijke manier zouden benaderen. Als de planeet van Game of Thrones deel uitmaakt van een zeer compact planetenstelsel, dan kunnen zwaartekrachtinteracties tussen de planeten resulteren in een variabele omloopbaan, en dus in variabele seizoenen.In zowel de boeken als de tv-serie wordt melding gemaakt van een tweede maan die uiteen is gevallen. Natuurlijk was deze maan (volgens het boek) gevuld met drakeneieren, dus het is misschien toch geen goed idee om echte wetenschap toe te passen op dit soort fictie.

Het nieuwe seizoen van Game of Thrones is vanaf maandag 1 april (geen geintje) te zien op HBO Nederland. Ik zit er al helemaal klaar voor 😉 Credit: HBO

Proton raket keert weer terug met succesvolle lancering Satmex 8 satelliet

Credit: Khrunichev State Research and Production Space Center.

Afgelopen dinsdag – 26 maart om 20.06 uur Nederlandse tijd – is vanaf lanceerbasis Bajkonour Cosmodrome in Kazachstan met de Proton-M raket de mexicaanse telecommunicatie-satelliet Satmex 8 succesvol in de ruimte gebracht. Met die lancering is de Proton raket weer terug op het lanceerpodium, met name om commerciële vrachten de ruimte in te krijgen. De geplande lanceringen met de Proton raket waren stil gelegd vanaf de lancering op 8 december vorig jaar, waarbij door een defect aan de Proton raket de Russische Yamal 402 telecommunicatiesatelliet in een te lage baan om de aarde terecht was gekomen. Dat was de derde keer in 16 maanden dat er iets mis ging met de Proton/Breeze M – de laatste is de bovenste trap van de raket. Uit onderzoek door de producent van de raket Khrunichev is afgelopen tijd naar voren gekomen dat de ‘hypergolische brandstof’ in de Breeze M te warm werd en de raketmotor daardoor eerder stopte. Dat probleem is nu verholpen. Op 15 april a.s. staat de volgende lancering van een Proton raket gepland, als de Anik G1 telecommunicatie-satelliet voor Telesat uit Ottawa (Canada) de ruimte in moet worden gebracht. Hieronder een video van de lancering afgelopen dinsdag.

Bron: Space.com.

NASA satelliet Swift heeft komeet ISON gespot

Komeet ISON op 30 januari, gefotografeerd met de UVOT van Swift. De komeet stond toen in het sterrenbeeld Tweelingen en was met +15,7m 5000 keer zwakker dan wat met het blote oog zichtbaar is. Credit: 
NASA/Swift/D. Bodewits, UMCP

Sterrenkundigen van de Universiteit van Maryland at College Park (UMCP) en het Lowell Observatorium in de VS hebben met behulp van de Swift satelliet van de NASA, die in ultraviolet en optisch licht waarneemt, de komeet ISON bekeken en bestudeerd. Door twee maanden foto’s te maken met Swift’s Ultraviolet/Optical Telescope (UVOT) heeft men een inschatting kunnen maken van de grootte van de kern van komeet ISON. Eind dit jaar zou de komeet wel eens zeer helder kunnen worden en tot de helderste kometen van de afgelopen vijftig jaar behoren. Speciaal voor onderzoek aan komeet ISON heeft de NASA in februari een zogenaamd Comet ISON Observing Campaign (CIOC) opgezet. Met UVOT kan men het licht van de komeetkern zien dat uitgezonden wordt door het molecuul hydroxiel (OH), welke ontstaat als het water in de kern onder invloed van het UV-licht van de zon uiteenvalt in waterstof (H) en hydroxiel.

Route van de komeet aan de hemel komende maanden. Credit: 
NASA’s Goddard Space Flight Center/Axel Mellinger

Op basis van de op 30 januari gemaakte waarnemingen aan komeet ISON kon men afleiden dat vanuit de kern per minuut 51.000 kg stof wordt uitgestoten. De hoeveelheid water was veel minder: 60 kg/m, pakweg vier keer zo veel als in een doodgewone sprinklerinstallatie wordt gesproeid. Toen Swift deze waarneming deed stond de komeet 604 miljoen km van ons vandaan en 740 miljoen km van de zon. Op basis van de hoeveelheid uitgestoten materiaal denken de sterrenkundigen dat de kern van komeet ISON ongeveer 5 km in diameter is. Op 28 november dit jaar zal die kern op slechts 1,2 miljoen km afstand z’n periheliumpassage langs de zon maken. Die passage is van groot belang voor het beantwoorden van de vraag ‘Will the comet sizzle or fizzle?’. Overleeft de kern dan kan de komeet uitgroeien tot een werkelijk heldere komeet, valt ‘ie echter uiteen dan zou het een drama á la de komeet Kohautek kunnen worden. Ter afsluiting hieronder nog een video, waarin je ziet hoe de uit de Oort wolk afkomstige komeet ISON richting het binnenste gedeelte van het zonnestelsel vliegt.

Bron: NASA.

Wat is er allemaal te zien aan de hemel in april 2013?


Hier weer de maandelijkse video, waarin je kan zien wat er allemaal voor interessants staat te gebeuren. Dit keer over de maand april 2013. Daarin o.a. aandacht voor het volgende:

  • De planeten die ’s avonds te zien zijn: Jupiter in het westen en Saturnus, die ’s avonds in het oosten opkomt. Op 28 april staat Saturnus in oppositie, d.w.z. dat ‘ie dan recht tegenover de zon en kunnen we ‘m de gehele nacht bekijken.
  • Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major), met bekende en bezienswaardige objecten daarin zoals de dubbelster Alcor en Mizar en de sterrenstelsels M81 en M82.
  • Het sterrenbeeld Leeuw (Leo), waarin zich talloze sterrenstelsels bevinden, zoals het ‘Leo Triplet’

Neutrino’s kunnen toveren

De futuristisch ogende neutrino-detector van Gran Sasso. Credit: Gran Sasso Collaboration

Natuurkundigen zijn met aanvullend bewijs gevonden voor deeltjes die van gedaante kunnen wisselen. Deze ontdekking kan gebruikt worden om een groot mysterie te verklaren: waarom arriveren veel minder neutrino’s op aarde dan volgens de theorie zou moeten? Maar wat is het ontdekte bewijs dan? Wel: een muon-neutrino dat is verzonden vanaf het CERN is 730 kilometer verderop gearriveerd als een tau-neutrino!

Het is slechts de derde keer dat zo’n neutrino-mutatie is waargenomen sinds het begin van het OPERA-experiment in 2001 – een experiment dat specifiek is bedoelt om deze bizarre verandering te detecteren. Deze observatie bevestigd iets waar wetenschappers al 40 jaar mee worstelen: het feit dat kosmische stralen die op de aardatmosfeer inbeuken veel minder neutrino’s veroorzaken dan zou moeten. In 1969 is daarom de hypothese opgesteld dat de subatomische deeltjes van gedaante kunnen wisselen.

Credit: Gran Sasso Collaboration

Er zijn drie typen, of “smaken”, neutrino’s – elektrisch neutrale deeltjes die zelden met normale materie interacteren. Deze drie soorten zijn het elektron-neutrino, het muon-neutrino en het tau-neutrino. Volgens het Standaard Model van de natuurkunde kunnen neutrino’s geen massa hebben, maar de uitkomst van het experiment suggereert dat ze dit wel hebben.

Voor het OPERA-experiment wordt een straal van neutrino’s geproduceerd bij het CERN, die vervolgens verzonden wordt richting de 4000-ton grote detector in het Gran Sasso ondergronds laboratorium. De detector scant alleen op tau-neutrino’s, in de wetenschap dat er vanuit het CERN alleen maar muon-neutrino’s zijn verzonden. Het aantreffen van een tau-neutrino bewijst dat er onderweg “oscillatie” of gedaanteverwisseling heeft plaatsgevonden. Dat is op zich al een belangrijk resultaat, maar niet de enige: oscillatie kan alleen maar plaatsvinden als neutrino’s wel degelijk massa hebben!

Credit: M.Strassler 2011.

Bron: Physorg

Zonder maan geen leven?

Credit: Ponciano/Pixabay.

Van het aanmoedigen van het leven om de oceanen te verlaten tot het stabiliseren van de omwentelings-as van de aarde: de maan wordt vaak gezien als een magisch ingrediënt – een voorwaarde voor leven.Natuurlijk is de oorsprong van het leven altijd een raadsel geweest. Niemand is met een compleet overtuigend verhaal gekomen – er zijn zelfs suggesties dat het leven helemaal niet op aarde is ontstaan, maar hier is “afgeleverd” door kometen en asteroïden. Deze theorie, panspermia, is aantrekkelijk – het verwijdert immers de noodzaak voor het leven om op aarde te ontstaan. Dit resulteert in een veel grotere verscheidenheid aan mogelijke oorsprongen, mechanismen en tijden. Het is een vaststaand feit dat bacteriën de reis van de ene naar de andere planeet kunnen overleven. Verschillende studies hebben uitgewezen dat bacteriën de schok van een inslag kunnen overleven. Daarnaast hebben experimenten laten zien dat sommige bacteriën blootstelling aan het vacuum kunnen overleven. Panspermia lijkt dus tot de mogelijkheden te behoren. Maar laten we ons vandaag beperken tot de theorieën die het ontstaan van het leven op aarde plaatsen, in plaats van elders. Bij veel van deze theorieën wordt de maan een belangrijke rol toegeschreven.

De jonge aarde was een compleet verschillende planeet dan degene waarop we vandaag de dag leven. Desondanks denken we dat de vroege oceanen een grote verscheidenheid aan organische moleculen van uiteenlopende complexiteit bevat hebben. Verschillende mechanismen zijn voorgesteld om het ontstaan van deze moleculen te verklaren: mogelijk zijn ze hier afgeleverd door kometen en asteroïden, mogelijk zijn ze het gevolg van allerlei chemische processen, en ze zouden zelfs geproduceerd kunnen zijn door radioactief verval! Hoe deze moleculen dan tot leven zijn gekomen, is een hele andere vraag. Ook in dit geval zijn verschillende theorieën bedacht, waarvan er één bijzonder relevant is voor dit verhaal. Deze theorie stelt namelijk dat de aanwezigheid van de maan geresulteerd heeft in enorme getijdengebieden, waarin complexe chemie kon plaatsvinden.We weten dat de maan vroeger veel dichterbij stond, waardoor de getijden veel groter zijn geweest dan vandaag de dag. Aangezien de aarde ook veel sneller rondom haar as draaide, zouden de getijden met grote regelmaat enorme stukken land overspoeld hebben. Sommige onderzoekers stellen dat deze getijdengebieden geholpen hebben om radioactieve materiaal te concentreren aan de grens van het hoogtij, waardoor het ontstaan van de bouwstenen van het leven versneld is. Hoewel het verre van zeker is, zou het zeker mogelijk kunnen zijn dat de maan een rol heeft gespeeld in de oorsprong van het leven. Maar is de maan ook sindsdien van invloed geweest op het leven?

Credit: NASA

De maan en de leefbaarheid van de aarde
In hun boek “Rare Earth – Why Complex Life is Uncommon in the Universe” (2000) stellen Peter Ward en Donald Brownlee dat planeten met complex leven enorm zeldzaam zijn in het universum. De maan speelt een centrale rol in hun “zeldzame aarde”-hypothese.Ward en Brownlee stelle dat de aanwezigheid van een overmaatse maan (zoals de onze) een belangrijke component is voor de leefbaarheid van een planeet. Een deel van hun argument is gebasseerd op het feit dat de getijden op een maanloze aarde veel kleiner zijn, waardoor de ontwikkeling van het leven gehinderd wordt.Verder stellen ze dat de aanwezigheid van de maan geresulteerd heeft in het stabiliseren van de rotatie-as van de aarde, wat de leefbaarheid van onze planeet enorm ten goede komt. Zonder de maan zou de “schuinte” van de rotatie-as enorm varieren, op tijdschalen van enkele miljoenen jaren – varierend van “nul” tot 23 graden (de hoek waaronder de rotatie-as vandaag de dag scheef staat) helemaal tot 90 graden (net als Uranus), waardoor alle plaatsen op onze planeet een half jaar in duisternis gehuld zijn, en een half jaar in zonlicht blaken.

Credit: Brandon Townley

Hoewel zo’n idee vergezocht lijkt, is het gebasseerd op waarnemingen van de planeet Mars. Vandaag de dag is de hoek in de rotatie-as van Mars vrijwel gelijk aan de onze: 25 graden tegenover “onze” 23,5. Maar hoewel de hoek van onze rotatie-as nooit meer dan een halve graad afwijkt, is die van Mars veel chaotischer. Sterker nog: sterrenkundigen vermoeden dat de rotatie-as van de Rode Planeet kan varieren van 0 tot 60 graden, in een tijdsbestek van een paar miljoen jaar. Hierdoor wordt de planeet enorm ongeschikt voor complex leven. Deze hypothese heeft de tand des tijds echter niet doorstaan. Nieuwe wetenschappelijke studies (bijvoorbeeld die van Dave Waltham) hebben iets veel interessanters opgeleverd: de rotatie-as van de aarde is in veel gevallen uitzonderlijk stabiel (zelfs als we geen maan zouden hebben). Sterker nog: als de maan iets groter zou zijn, zou dat onze rotatie-as juist destabiliseren! Andere wetenschappers zijn tot dezelfde conclusie gekomen: een grote maan is niet noodzakelijk voor een stabiele rotatie-as. Dus wellicht zijn “aardes” helemaal niet zo zeldzaam dan gedacht. Bron: Physorg.

Video: lancering en koppeling van de recordvlucht van Sojoez TMA-08M

Credit: Roscosmos

Het duurde slechts 5 uur en 45 minuten, de tijd tussen de lancering gisteravond om 21.43 uur Nederlandse tijd vanaf Bajkonoer Cosmodrome in Kazachstan van de Sojoez TMA-08M en de koppeling aan de Poisk module van het internationale ruimtestation ISS om 03.28 uur. Nooit eerder was een bemande capsule – aan boord zaten de astronauten Chris Cassidy, Alexander Misurkin en Pavel Vinogradov (Expeditie 35) – zo snel naar het ISS gevlogen, eerdere vluchten duurden altijd twee dagen – het was zelfs sneller dan men van tevoren had gedacht. Voor degenen die het allemaal gemist hebben en die ook niet hebben meegekeken met de live beelden op de Astroblogs zijn hier video’s van de lancering en van de koppeling.

Bron: Universe Today.