Met nieuw softwareprogramma kan iedereen planeten ontdekken

Impressie van een hete Jupiter, exoplaneet HD 149026b

Impressie van een hete Jupiter, exoplaneet HD 149026b. credit: NASA/JPL-Caltech

Heb je altijd al exoplaneten willen ontdekken? Dan is nu je kans! Een nieuw computerprogramma helpt amateur-astronomen bij het ontdekken van exoplaneten. Dit programma is ontwikkelt door de Nederlander Luuk Visser, die hierbij is geholpen door de NASA. Het programma heet Open Source Differential Photometry Code for Amateur Astronomy Research (OSCAAR).

Natuurlijk heb je meer nodig dan alleen OSCAAR om op planetenjacht te gaan. Een telescoop met een CCD-detector is een vereiste. Maar hoe werkt OSCAAR precies? Simpel, in samenwerking met de CCD-detector worden metingen verricht van de helderheid van sterren. Een deel van deze sterren zal vergezeld worden door planeten die vanaf de aarde gezien periodiek hun moederster bedekken. De regelmatige dipjes in helderheid zijn dan meetbaar.

Deze metingen kunnen dankzij OSCAAR door iedereen met de benodigde apparatuur verricht worden. Volgen de softwaremakers kunnen met het programma vooral Hete Jupiters opgespoord worden – Jupiterachtige gasreuzen in een nauwe omloopbaan. Het programma kan echter aangepast worden door mensen die verstand hebben van amateur-astronomie én programmeren. In theorie zou OSCAAR geschikt moeten zijn om allerlei objecten met regelmatige helderheidsveranderingen te detecteren.Het programma kan hier gedownload worden en is geschikt voor Windows, Linux en Mac OSx.

Jets blazen gas uit sterrenstelsel

Credit: HST/STSci/Tadhunter et al.; VLBI, Morganti et al.

De jets uit een superzwaar zwart gat in de kern van een melkwegstelsel blazen het gas uit het stelsel weg. Onderzoek heeft hiervoor het eerste duidelijke bewijs geleverd. Voor astronomen was het een raadsel waarom zoveel melkwegstelsels bijna door hun gasvoorraad heen zijn en nauwelijks meer nieuwe sterren vormen. De uitstroom van gas is in het verleden herhaaldelijk waargenomen, maar de oorzaak hiervan was onbekend.

Het vermoeden dat jets – de straalstromen van plasma die worden weggeschoten door het centrale superzware zwarte gat – het gas verdrijven is nu bevestigd met waarnemingen van een combinatie van radiotelescopen op diverse continenten, die samen een telescoop vormen ter grootte van de aarde.

Met dit zogeheten VLBI-netwerk is de kern van het melkwegstelsel 4C12.50 met ultrahoge resolutie waargenomen. Deze waarnemingen maakten het voor het eerst mogelijk om de gasuitstroom te lokaliseren, en om vast te stellen dat het gas op hoge snelheid de kern van het melkwegstelsel verlaat.

Volgens het hoofd van het onderzoeksteam: “Wij vermoedden al dat de jets belangrijk waren op grond van eerder onderzoek met bijvoorbeeld de Westerbork-radiotelescoop. Met deze extreem nauwkeurige waarnemingen konden wij eindelijk de verdeling van het gas in kaart brengen. De uitkomst had niet beter overeen kunnen komen met onze verwachtingen”.Het gas stroomt het melkwegstelsel uit met een snelheid van 1000 kilometer per seconde. Ondanks de enorme duw die het gas krijgt van de jet is zijn temperatuur laag. “Dit resultaat was nogal onverwacht”, zegt coauteur Tom Oosterloo. “Toch is dit precies de reden dat stervormingstheorieën en waarnemingen overeenkomen. Vooral koud gas vormt de bouwstenen van nieuwe sterren, maar het wordt weggedreven door de jet.” Door de hoge precisiewaarnemingen met VLBI (Very Long Baseline Inteferometry) kon het team inzoomen tot vlakbij de kern van melkwegstelsel 4C12.50, op 2 miljard lichtjaar afstand van de aarde. JIVE-astronoom Zsolt Paragi: ” Met behulp van deze techniek, waarbij radiotelescopen op honderden tot duizenden kilometers afstand van elkaar staan, hebben we gas kunnen traceren in de onmiddellijke nabijheid (slechts 300 lichtjaar!) van het superzware zwarte gat van 4C12.50.” Bron: Nederlands Instituut voor Radio-astronomie.

Pratende Japanse robot zet eerste stappen in de ruimte

Credit: NASA/JAXA.

Kiribo, de eerste pratende robot, heeft een stap in de ruimte gezet. Op 4 augustus lanceerde Japan de ‘sociale robot’ de ruimte in om zes dagen later het ISS te bereiken. Daar werd Kirobo op 21 augustus voor het eerst op verkenning gestuurd. Kirobo herkent stemmen en gezichten en praat Japans. De robot stuurt berichten naar scholen vanaf het ISS. Via een speciale app kunnen aardbewoners zien waar Kirobo zich op dat moment bevindt.

Het is de bedoeling dat de robot de mens leert op welke wijze intelligente elektronica behulpzaam kunnen zijn op ruimtereizen. De robot moet een sociale rol vervullen. ‘We willen dat mensen met Kirobo kunnen communiceren en zich met hem verbonden kunnen voelen. Daarom hebben we hem een schattige en menselijke verschijning gegeven’, zeggen zijn makers.

De robot is 34 centimeter lang en weegt ongeveer een kilo. Op termijn moeten de androïdes – op mensen gelijkende robots – een partner worden tijdens lange ruimtemissies. Kirobo dankt zijn naam aan een combinatie van twee Japanse woorden die ‘hoop’ en ‘robot’ betekenen.Over enkele maanden zal Kirobo vergezeld worden door een landgenoot. Koichi Wakata zal de eerste Japanse bevelvoerder van ISS worden en blijft een half jaar op het ISS. Wanneer Kirobo en Wakata elkaar de hand schudden, zullen zij geschiedenis schrijven door het allereerste gesprek tussen een mens en een robot in de ruimte te voeren. Verschillende bedrijven werkten mee aan de robot, waaronder Toyota. Er bestaat nog een tweede versie van Kirobo, die als reserve moet dienen. Deze draagt de naam Mirata. Bron: Belga (Belgische ANP).

Grens tussen sterren en planeten vervaagt door de koudste bruine dwergen

Credit: NASA/JPL-Caltech

Door de afstandsbepaling van 16 bruine dwergsterren hebben de sterrenkundigen Dupuy en Kraus (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) hun [1]die van de dwergsterren, niet van Dupuy en Kraus. 😉 oppervlaktetemperatuur en massa kunnen bepalen. De ‘mislukte sterren’ zijn door NASA’s WISE infrarood-satelliet ontdekt, maar dat leverde weinig concrete gegevens over hun temperatuur en massa op. Pas door de inzet van de Spitzer infrarood-satelliet – ook van de NASA – konden Dupuy en Kraus bepalen dat de temperatuur aan het oppervlak van de bruine dwergen tussen de 120 en 150 °C is en dat ze 5 tot 20 keer zo zwaar als de planeet Jupiter zijn. De afstand van de 16 dwergsterren ligt tussen 20 en 50 lichtjaar en dat konden ze bepalen door gebruik te maken van de parallax-methode, waarbij de sterren vanwege het draaien van Spitzer om de zon ten opzichte van de achtergrondsterren iets verschuiven aan de hemel. Eerdere schattingen van de oppervlaktetemperatuur van bruine dwergen wezen op nog lagere temperaturen – sommigen zelfs tot kamertemperatuur – maar nu blijken ze toch iets hoger te liggen. Hieronder een voorstelling van acht van de door WISE gevonden bruine dwergen, aangegeven met de paarse stippen. De denkbeeldige waarnemer kijkt naar de zon, waar alle strepen heen wijzen, honderd lichtjaar verderop in de richting van het sterrenbeeld Orion.

Credit: NASA/JPL-Caltech

Bruine dwergen ontstaan net als echte sterren vanuit een inkrimpende gas- en stofwolk en niet in een planetaire schijf als restmateriaal van een ster. Alleen zijn ze in tegenstelling tot sterren te licht om in hun kern over te gaan tot fusie van waterstof in helium. Het beetje infraroodlicht dat ze uitzenden komt door het gravitationeel samentrekken van de dwerg. Mochten ze deel uit maken van een dubbelstersysteem, dan kunnen ze vanaf aarde gemakkelijk voor zware exoplaneten worden aangezien. De bruine dwergen doen het onderscheid tussen sterren en planeten behoorlijk vervagen. Bron: CfA.

References[+]

References
1 die van de dwergsterren, niet van Dupuy en Kraus. 😉

De speurtocht naar donkere energie is begonnen!

Credit: Dark Energy Survey/Fermilab.

Op 31 augustus j.l. is het grootscheepse onderzoek naar donkere energie gestart, de Dark Energy Survey (DES). Dat is een vijfjarig onderzoek aan ver verwijderde supernovae, uitgevoerd met de 570 Megapixel Dark Energy camera (DECam), welke geïnstalleerd is op de vier meter Blanco telescoop in Chili. Die camera heeft een enorm beeldveld – 15 keer de diameter van de Volle Maan maar liefst – en daar hoopt men vele supernovae mee te ontdekken, volgens de schattingen van het DES-team wel 4000. DECam is een enorm krachtig instrument, met 62 CCD’s – de 62 vlakken in de afbeelding hierboven opleverend – dat in staat is met één kort belichte foto direct 100.000 sterrenstelsels te fotograferen, reikend tot een afstand van maar liefst 8 miljard lichtjaar.

Een foto van NGC 1398, gemaakt met DECam. Credit: Dark Energy Survey.

Men wil met DES 5000 vierkante graad van de hemel in de gaten houden, da’s 1/8e van de gehele hemel. De supernovae zijn van type Ia, exploderende witte dwergen, welke voor sterrenkundigen vanwege hun vaste absolute helderheid als standaard afstandsmeter kunnen worden gebruikt. Dankzij die supernovae ontdekte men in 1998 dat het heelal versnelt uitdijt, een versnelling die te danken is aan de mysterieuze donkere energie, wiens afstotende werking sterker is dan de gravitatiewerking van alle massa in het heelal. Met DES hoopt men op vier manieren meer te weten te komen over de precieze aard van donkere energie:

  • door het tellen van clusters van sterrenstelsels.
  • door de helderheid van supernovae te meten
  • door het afbuigen van licht door de clusters van sterrenstelsels te meten
  • door de invloed van geluidsgolven uit de tijd van de oerknal te bestuderen

Bron: NOAO.

Video: waarom de maan groter lijkt als ‘ie laag aan de horizon staat

Credit: Philpace/Pixabay.

Het wordt de maan-illusie genoemd: dat de maan groter lijkt naarmate deze zich dichter bij de horizon bevindt dan wanneer deze hoger aan de hemel staat. Andrew Vanden Heuvel – dat klinkt behoorlijk Nederlands – heeft uitgezocht hoe de illusie precies ontstaat en daar is via TED-Ed een alleraardigste animatie van gemaakt:

Bron: It’s OK to be Smart.

Lezing bij Huygens: hoe maak je timelapse-video’s van de sterrenhemel?

Komende vrijdag 6 september is er een thema/waarneemavond bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht en de avond zal gevuld worden met het thema: timelapse video’s van de sterrenhemel. Collega-Astroblogger Jan Heuser zal zijn ervaringen met ons delen over het maken van timelapse films / foto’s zoals het mooie exemplaar hieronder, gemaakt in Renesse afgelopen zomer.

Time-lapse-fotografie is een filmtechniek waarbij er minder beelden per tijdseenheid opgenomen worden dan de framerate bij het afspelen. Dit levert een versnelde film op, waardoor effecten zichtbaar gemaakt kunnen worden die normaal te traag zouden verlopen om zichtbaar te zijn. In dat opzicht is dat het tegenovergestelde van filmen met een hogesnelheidscamera. De avond begint om 20:30 uur in het Streeknatuurcentrum Alblasserwaard. Lokatie: natuur- en vogelwacht, Matenaweg 1 op de grens van Papendrecht en Wijngaarden. Om 20:00 uur is de zaal open. Iedereen is van harte welkom! Bron: Chr. Huygens.

Bill Nye doet mee met Dancing with the Stars

Credit: ABC

Nee wees gerust, je bent niet per ongeluk aanbeland bij de website van RTL Boulevard – je zit nog altijd op de Astroblogs. Het nieuws van de dag is dat Bill Nye mee doet met Dancing with the Stars – de Amerikaanse versie welteverstaan. Je zal wellicht denken eh…. Bill Nye, ken ik die ergens van? Yep, je kent ‘m vast, want hij is de CEO – zeg maar de baas – van de Planetary Society, de ooit door Carl Sagan opgerichte organisatie waartoe ook Emily Lakdawalla behoort, de planeetdeskundige die met regelmaat op de Astroblogs wordt genoemd. Lang geleden won de altijd met een vlinderdas getooide Nye een Steve Martin Look-Alike wedstrijd in Seattle, maar tegenwoordig geeft hij lezingen over het heelal en de bescherming van de aarde én vanaf 16 september a.s. gaat hij als bekende Amerikaan ook nog eens de dansarena in samen met de professional Tyne Stecklein. Bill, zet ‘m op! Bron: Planetary Society.

Deens experiment wijst op rol kosmische straling bij wolkenvorming

Uitkomsten van het Deense SKY2 experiment. Credit: DTU’s SKY2 experiment 

De Deense natuurkundige Henrik Svensmark (1958) roept het al jaren: dat niet kooldioxide (CO2) als voornaamste oorzaak van de recente opwarming van de atmosfeer moet worden gezien, maar fluctuaties in de kosmische straling. Volgens hem is het aannemelijk dat kosmische straling een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van lage bewolking, doordat de energierijke deeltjes van de kosmische straling ionisatie veroorzaken van deeltjes in de atmosfeer, hetgeen leidt tot het ontstaan van condensatiekernen, waaruit vervolgens de lage bewolking ontstaat, een theorie die de kosmoklimatologie wordt genoemd. Een door Svensmark geleid experiment met een grote reageerkamer van 8 m³ bij de Deense stad Lungby, genaamd SKY2, heeft nu aanwijzingen opgeleverd die zijn theorie ondersteunen. De kamer is met lucht en andere gassen gevuld en is in feite een kleine weergave van de atmosfeer. Als geïoniseerde straling door de kamer schiet – vergelijkbaar met de deeltjes van de kosmische straling, met name hoog-energetische protonen – dan kunnen kleine ‘moleculaire clusters’ ontstaan, die de condensatiekernen kunnen vormen voor wolken. Voor de geïnteresseerden: hier is het vakartikel van Svensmark en zijn collegae. Bron: DTU.

Superaarde GJ1214b heeft waterrijke dampkring

Artistieke impressie van de overgang van GJ 1214b in blauw licht. Credit: NAOJ

Een Japans team van onderzoekers heeft de atmosferische samenstelling bepaald van de superaarde Gliese 1214b, die op een afstand van 40 lichtjaar staat. Men heeft hiertoe gebruik gemaakt van twee optische camera’s aan boord van de Subaru-telescoop, waarmee de periodieke overgangen van de planeet voor z’n moederster zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van een blauwfilter, waarbij de mate van lichtverstrooiing in de atmosfeer van GJ 1214b bepaald kan worden.

Superaardes zijn planeten die qua grootte tussen rotsachtige planeten zoals de aarde, en ijsreuzen zoals Neptunus in zitten. Niemand weet echter de ware aard van dit soort planeten: zijn het werkelijk opgeschaalde versies van de aarde, of zijn het eigenlijk een soort mini-Neptunussen met een diepe waterstofrijke atmosfeer?

Volgens de huidige theorie ontstaan planeten vanuit een wervelende schijf van gas en stof rondom een pasgeboren ster. Waterstof vormt een belangrijk bestanddeel van deze schijf, evenals waterijs in de buitendelen (voorbij de zogenaamde sneeuwlijn). Aan de hand van de mogelijke geboorteplaatsen en migraties van super-aardes, is voorspeld dat dit soort planeten rijk zijn aan waterstof, óf rijk zijn aan waterdamp. In het eerste geval is de planeet een soort mini-Neptunus; in het tweede geval werkelijk een super-aarde.

Artistieke impressie van de verhouding tussen de samenstelling van de atmosfeer en de uitgezonden kleuren van licht. Boven: als de atmosfeer dik is en door waterstof gedomineerd wordt, zal een groot deel van het blauwe licht verstrooid worden, terwijl veel minder van het rode licht verstrooid wordt. Dat betekent dat de overgang in blauw licht veel dieper is dan in rood licht. Midden: als de atmosfeer minder dik is en door waterdamp gedomineerd wordt, dan zal minder blauw licht verstrooid worden en is de overgang hetzelfde in alle kleuren. Onder: als de atmosfeer dik is en door waterstof gedomineerd wordt, maar bedekt wordt door een dik wolkendek, dan zal een groot deel van het licht niet door de atmosfeer kunnen gaan, waardoor de overgang in alle kleuren hetzelfde is. Credit: NAOJ

Planetaire overgangen (waarbij een planeet vanaf de aarde gezien periodiek z’n moederster bedekt) stelt wetenschappers in staat veranderingen te meten in de golflengte van de helderheid van de ster. Aan de hand hiervan kan de atmosferische samenstelling van de planeet vastgesteld worden. Sterke Rayleigh-verstrooiing vormt een belangrijk bewijs voor een waterstofrijke atmosfeer.Het blijkt dat de atmosfeer van GJ 1214b geen sterke Rayleigh-verstrooiing vertoont. Dit betekent dat de planeet waarschijnlijk een waterrijke atmosfeer heeft. Er is echter een kleine kans dat het een waterstofrijke atmosfeer met uitgestrekt wolkendek betreft. Gecombineerd met eerdere waarnemingen zijn de onderzoekers ervan overtuigd dat GJ 1214b niet veel waterstof bevat en dat het inderdaad om een waterdamprijke atmosfeer gaat. Dat betekent dat deze super-aarde waarschijnlijk geen mini-Neptunus is, maar werkelijk een opgeschaalde rotsplaneet. Bron: National Astronomical Observatory of Japan .