26 oktober 2020

Ontstaan van het leven blijkt een nog groter mysterie te zijn dan gedacht

ancient earth

Recent onderzoek heeft het mysterie van het ontstaan van het leven nog eens versterkt. Het blijkt namelijk dat de huidige modellen van de leefbaarheid van de jonge aarde tekort schieten. Met andere woorden: de jonge aarde zou helemaal niet leefbaar geweest moeten zijn! Dat komt doordat de zon destijds een stuk zwakker was dan vandaag de dag.

Het leven is op aarde ontstaan tijdens het Archeïcum, een tijdvak tussen 3,8 en 2,4 miljard jaar geleden. Als gevolg van de zwakkere zon zou onze planeet echter te koud voor leven geweest moeten zijn. Toch weten we dat dit niet het geval is geweest – deze tegenstelling staat bekend als de “zwakke jonge zon paradox”. Tijdens het Archeïcum ontving de aarde zo’n 25 procent minder zonne-energie dan vandaag de dag. Als de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer gelijk zou zijn geweest aan het huidige gehalte, dan zou onze planeet in een permanente ijstijd verkeerd hebben. We hebben echter bewijs voor het ontbreken van uitgebreide ijsafzettingen!Nou, dat kan maar één ding betekenen: de hoeveelheid aan broeikasgassen zou veel hoger geweest moeten zijn dan vandaag de dag. Maar was dat ook zo? Wetenschappers hebben berekend dat de hoeveelheid CO2 zo’n 1000 hoger geweest moet zijn om onze planeet leefbaar te houden. Helaas blijkt uit gefossiliseerde grond dat het CO2 gehalte bij lange na niet zo hoog kan zijn geweest. Er waren ook andere broeikasgassen aanwezig, zoals ammoniak en methaan, maar deze stoffen worden gemakkelijk vernietigd door het felle UV-licht van de jonge zon. Een andere theorie stelt dat de hoeveelheid stikstof in de atmosfeer het broeikaseffect kan hebben versterkt. Vandaar dat wetenschappers geprobeerd hebben het stikstofgehalte in de jonge aardatmosfeer te bepalen. Hiertoe heeft men superkleine luchtmonsters bestudeerd die gevangen zitten in waterdruppels binnen kwartskristallen. Door de hoeveelheid en de isotopische verhouding te bepalen van het stikstof en argon, kan de samenstelling van de atmosfeer achterhaald worden. Het blijkt dat de hoeveelheid stikstof in de atmosfeer tijdens het Archeïcum niet veel verschilt heeft van het huidige gehalte. Dat zadelt wetenschappers met een probleem op: hoe heeft de jonge aarde zichzelf in vredesnaam warm kunnen houden? Bron: Phys.org.

Comments

  1. Misschien omdat de interne warmteproductie hoger was, vanwege de natuurlijke kernsplitsing. Er was waarschijnlijk veel meer radioactief radium en uranium dan nu?

  2. Wat mij bezig houd is dat men er vaak keihard van uit gaat dat het leven alleen maar op de aarde ontstaan kan zijn.
    Waarom niet buiten de aarde en door inslagen hier verder ontwikkeld??
    Dit scenario lijkt mij steeds aannemelijker worden.
    Maar ja, ik was er toen net even niet bij, dus zeker weten doe ik dat dus ook niet 🙂

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: