Verre planetoïde is mogelijk afkomstig uit de Kuipergordel

Artistic representation of the Trojan system showing the large 250 km dual shape Hektor and its 12 km moon. The interior of the asteroid made of a mixture of rock and ices is shown through a cutaway. This work suggests the asteroid is porous with a denser core of compacted ices.

Artistic representation of the Trojan system showing the large 250 km dual shape Hektor and its 12 km moon. The interior of the asteroid made of a mixture of rock and ices is shown through a cutaway. This work suggests the asteroid is porous with a denser core of compacted ices.

Na acht jaar van waarnemingen hebben wetenschappers van het SETI Institute vastgesteld dat het mini-maantje van de planeto

Ronddraaien houdt spiraalstelsels slank

M101, een mooi voorbeeld van een slank sterrenstelsel. Credit: Fabian Neyer, Stemwarte Antares

Waarom zijn sommige sterrenstelsels plat en slank, terwijl andere veel “dikker” zijn? Dat blijkt allemaal te maken te hebben met rotatie. Dat zijn ze als volgt te weten gekomen: ze hebben gebruik gemaakt van de gegevens van de THINGS-survey, dat eigenlijk bedoelt is om het koude gas in sterrenstelsels in kaart te brengen. Toevallig wordt hiermee ook de rotatiesnelheid van de stelsels in kwestie vastgelegd.

M81, een mooi voorbeeld van een vet sterrenstelsel. Credit: NASA/ESA/Hubble Heritage Team (STScI/AURA)

Wat blijkt nou? Stelsels die snel roteren hebben een platte schijf, terwijl stelsels die minder snel roteren een dikkere schijf hebben, met een grotere bolvormige component (zoals een centrale verdikking). Onze Melkweg draait behoorlijk snel en is dus ook behoorlijk plat, met een kleine centrale verdikking.

Die verdikking kun je trouwens ook zien, mits je op een uitzonderlijk donkere plaats staat (helaas, Nederland valt vrijwel helemaal af). Je ziet dan een dunne, lichtende band aan de hemel (de Melkweg). In het sterrenbeeld Boogschutter wordt deze band echter een stuk dikker en da’s de centrale verdikking. Hieronder wordt e.e.a. wat verduidelijkt.

De spiraalarmen van de Melkweg, met in het midden de centrale verdikking (“galactic bulge”). Credit: ICRAR.

Bron: International Centre for Radio Astronomy Research

Gisteren was overal in Nederland het noorderlicht zichtbaar

Poollicht gezien vanuit Oostkapelle, gemaakt door Klaas Jobse.

Op verschillende plaatsen in Nederland is gisterenavond (en -nacht) het noorderlicht waargenomen, ondermeer in Zeeland en op de Waddeneilanden. Niet lang daarna werd Twitter overspoeld met foto’s van het bijzondere natuurverschijnsel. Het noorderlicht mag verrassend genoemd worden: ondanks een uitbarsting op de zon was het niet de verwachting dat zich een geomagnetische storm zou ontwikkelen. Maar gelukkig (voor ons) was dat wel het geval, hetgeen resulteerde in het kleurrijke schouwspel.

Het poollicht was behoorlijk fel, voor Nederlandse begrippen dan. Vooral tussen 9 en 11 uur ’s avonds was het poollicht behoorlijk actief, hoewel bewolking en lichtvervuiling op vele plaatsen roet in het eten gegooid hebben. Volgens het KNMI is het noorderlicht gemiddeld zo’n zeven keer per jaar te zien in ons kikkerlandje. In 1989 was er zelfs sprake van een ware poollicht-explosie, waarbij het bijzondere natuurverschijnsel minstens 14 dagen zichtbaar is geweest.

Het noorderlicht ontstaat door geladen zonnedeeltjes die hoog in de atmosfeer in botsing komen met zuur- en stikstofmoleculen. Afhankelijk van de soort van die moleculen kleurt het poollicht rood, roze, paars, blauw, groen of zelfs geel.

Het poollicht gezien vanuit Franeker, gemaakt door Vincent van Leijen.

Krachtige zwart gat-microquasar in M83 ontdekt

Hubble opname van MQ1. Credit: W. P. Blair (JHU)/R. Soria (ICRAR-Curtin).

Sterrenkundigen hebben in het nabije spiraalsterrenstelsel M83 – het ‘zuidelijke Windmolenstelsel’ in het sterrenbeeld Waterslang (Hydra) – een stellair zwart gat ontdekt dat maar liefst 100 keer zo zwaar als de zon is en dat wel miljoenen keren zoveel straling uitzendt. Het gaat om het zwarte gat genaamd MQ1, dat onder andere met de Hubble ruimtetelescoop is bestudeerd (hierboven zie MQ1). Hoeveel straling een zwart gat via z’n omringende accretieschijf uit kan zenden hangt af van hoeveel materie er vanuit de omgeving naar het zwarte gat toestroomt. De straling komt vrij in de vorm van een soort wind en daarvan dachten sterrenkundigen altijd dat er een limiet was voor de maximale hoeveelheid straling, de Eddington Limiet. Maar wat blijkt: MQ1 straalt meer uit dan die limiet! Vanwege z’n enorme productie aan straling noemen ze MQ1 ook wel een micro-quasar. In onze eigen Melkweg hebben we daar ook een exemplaar van, SS433 geheten, maar MQ1 straalt wel tien keer zo veel uit als SS433. Kennelijk kunnen zwarte gaten de Eddington Limiet overtreffen en dat betekent dat ze in het beginstadium van de sterrenstelsels, toen ze vaker voorkwamen dan nu, een belangrijke rol moeten hebben gespeeld in de ontwikkeling van die stelsels. Die micro-quasars moeten soms wel duizend keer zo zwaar als de zon zijn geweest. Bron: Science Daily.

Hoe begon het heelal: met een hete oerknal of een trage dooi?

Credit: Planck/ESA

Het zijn niet alleen geïnteresseerde leken die met alternatieve theorieën komen over het ontstaan van het heelal – zoals recentelijk Astrobloglezers Henk Druiven en Edu Hoeven – maar ook professionele sterrenkundigen wagen zich er soms aan om met theorieën te komen die afwijken van de gangbare modellen. We hanteren sinds de jaren twintig van de vorige eeuw het model van de oerknal en de daaropvolgende expansie van het heelal, zoals oorspronkelijk geformuleerd door Lemaá®tre en Hubble. Maar de natuurkundige Christof Wetterich (Universiteit van Heidelberg) denkt er duidelijk anders over, want volgens hem is er geen sprake van een hete oerknal, waarmee 13,8 miljard jaar geleden het heelal begon, maar is het heelal véél ouder en was het in het begin zeer koud en statisch en is het na een periode van ‘trage dooi’ langzaam ontdooid en geëvolueerd tot het huidige heelal.

Christof Wetterich. Credit: Univ. Heidelberg.

In Wetterich’s model – hier, daar en ook daar beschreven – krijgen de deeltjes steeds meer massa en wordt de omvang van het heelal steeds kleiner. Binnen het gangbare oerknalmodel denken sterrenkundigen op indirecte wijze restanten te kunnen waarnemen, zoals primordiale zwaartekrachtsgolven, die dateren van een miljardste van een miljardste van een miljardste van een seconde ná¡ de oerknal. Wetterich is van mening dat die restanten ook in zijn model waarneembaar zijn, alleen dateren ze van héél lang geleden, meer dan vijftig biljoen jaar geleden, da’s 50.000.000.000.000 jaar, een poosje geleden. Donkere energie en materie verklaart Wetterich door aan te nemen dat er een scalar energieveld is dat het hele heelal vult en dat toeneemt met de tijd. Dat veld – vergelijkbaar met het Higgsveld dat het Higgs boson voedt – noemt Wetterich het cosmon veld. Duidelijk een alternatief model van het heelal, nietwaar? 😀 Bron: Science Daily.

Leidse sterrenkundigen zien lichtpuntje in zoektocht naar donkere materie

De Leidse astrofysicus Alexey Boyarsky en zijn medewerkers hebben mogelijk een spoor van donkere materie geïdentificeerd dat leidt naar een nieuw deeltje: het steriele neutrino. Een onderzoeksgroep in Harvard deed dezelfde ontdekking op nagenoeg hetzelfde moment. De twee groepen maakten deze week bekend dat ze een indirect signaal gevonden hebben van donkere materie in het spectrum van zeer verafgelegen sterrenstelsels. Ze deden de ontdekking onafhankelijk van elkaar, maar kwamen tot dezelfde conclusie: in het röntgenspectrum van de Andromedanevel (M31, hierboven te zien) is een heel klein piekje verborgen – de rode puntjes in de onderste grafiek hieronder – bij een frequentie die met geen enkele bekende atoomovergang verklaard kan worden. De onderzoekers schrijven het toe aan het uit elkaar vallen van een nieuw soort neutrino, dat ‘steriel’ genoemd wordt omdat het met de andere bekende neutrino’s geen interactie heeft. Het steriele neutrino heeft wel een massa, en zou dus verantwoordelijk kunnen zijn voor de ontbrekende donkere materie.

Credit: Alexey Boyarsky et al.

Geringe uitbreiding standaardmodel voor elementaire deeltjes

De eerste aanwijzingen voor het bestaan van donkere materie in het heelal zijn al meer dan tachtig jaar oud, maar nog steeds is het een raadsel waar deze onzichtbare materie uit bestaat. Steriele neutrino’s zijn een heel aantrekkelijke kandidaat voor het donkere materiedeeltje, omdat ze maar een geringe uitbreiding vragen van het bekende en uitvoerig geteste standaardmodel voor elementaire deeltjes. Boyarsky en collega’s hebben deze uitbreiding van het standaardmodel al een tijd klaar liggen. Het wachten was op een eerste waarneming van het mysterieuze deeltje. Metingen bij hogere resolutie zullen snel meer duidelijkheid brengen, en er is goede hoop dat de ontdekte spectraallijn het ontbrekende massa probleem eindelijk uit de wereld kan helpen. Hier het op de ArXiv gepubliceerde artikel van Boyarsky’s team. Bron: Universiteit van Leiden.

Bezoek de gerestaureerde Dwingeloo Radiotelescoop op zaterdag 8 maart

Opgeknapte Dwingeloo Telescoop 8 maart open voor publiek

De restauratie van de Dwingeloo Radiotelescoop is afgerond en daarom is de telescoop door de Stichting Open Monumentendag uitgeroepen tot Monument van de maand maart. De afronding van het restauratieproject wordt op 2 momenten gevierd: Op zaterdag 8 maart is de telescoop geopend en gratis toegankelijk voor het publiek. De offici

Super-aardes zijn nu weer ongeschikt voor leven

Credit: NASA / H. Lammer

De laatste jaren worden we werkelijk overspoeld met tegenstrijdige berichten over de leefbaarheid van super-aardes – planeten met een massa van ongeveer twee tot tien aardes. Volgens het laatste bericht kunnen we super-aardes schrappen van de lijst met potentieel leefbare exoplaneten. Dit keer niet vanwege te weinig water, geen magnetisch veld, of te weinig (of te veel) plaattektoniek. Nee, nu blijkt dat deze werelden een te dikke atmosfeer van waterstof bevatten. Geen super-aardes dus, maar mini-Neptunussen! Okee, maar waarom is dat dan? Wel, planeten ontstaan in een wervelende schijf van gas en stof rondom een pasgeboren ster. Als planeten minder dan een halve aarde wegen, dan zijn ze niet in staat om gas uit de omringende schijf aan te trekken. Als planeten ongeveer evenveel als de aarde wegen, dan trekken ze wél waterstof en helium aan, die vervolgens een soort oer-atmosfeer vormen. Als gevolg van het ultraviolette licht van de pasgeboren ster, “verdampt” deze atmosfeer echter weer. Vervolgens ontstaat door uitgassen en vulkanisme een nieuwe atmosfeer. Okee, maar hoe zit het dan met een planeet van, pakweg, 5 aardemassa’s? Wel, niet alleen trekken deze veel waterstof en helium aan vanuit de planeetvormende schijf, maar ze kunnen die atmosfeer ook vasthouden. Het gevolg is dus een rotsachtige kern met een uitgestrekte en dikke dampkring. Een soort van Neptunus dus. Leven zoals wij dat kennen, kunnen we hier vergeten. Maar het zou me niets verbazen als over een paar weken weer het tegenovergestelde beweerd wordt. Je kunt zeggen wat je wilt over de exo-planetologie, het is in ieder geval een dynamisch vakgebied 😉 Bron: Royal Astronomical Society.

Zwarte gaten hinderen stervorming in elliptische sterrenstelsels

Koel gas in NGC 5044. Credit: Digitised Sky Survey/NASA Chandra/Southern Observatory for Astrophysical Research/Very Large Array (Robert Dunn et al. 2010)

Met behulp van de Herschel-ruimtetelescoop hebben astronomen ontdekt dat sommige elliptische sterrenstelsels veel koud gas bevatten, ondanks het feit dat ze geen sterren meer produceren. Door de resultaten te vergelijken met andere gegevens, hebben de astronomen ontdekt waarom elliptische stelsels geen nieuwe sterren meer kunnen maken: het supermassieve zwarte gat in het centrum van deze stelsels doet het gas door elkaar schudden, waardoor het gas niet in sterren kan veranderen.

Elliptische sterrenstelsels zijn het meest mysterieuze type van sterrenstelsels. Ze zijn lang geleden gestopt met sterren maken en alleen de langst levende exemplaren zijn nog aanwezig. Dit zijn in de meeste gevallen koele en rode sterren. Vandaar dat wetenschappers dit soort stelsels vaak “rood en dood” noemen.

Maar welk proces is verantwoordelijk voor het gebrek aan stervorming? Lange tijd luidde de gangbare theorie dat het noodzakelijke gas hiervoor simpelweg ontbreekt. Dat blijkt nu niet te kloppen. Herschel heeft namelijk acht elliptische stelsels bestudeerd en zes ervan komen werkelijk om van het koude gas. Waarom maken ze dan geen sterren?

De jets van NGC 1399. Het zichtbare deel van het stelsel is de witte vlek in het midden. Je ziet goed hoe enorm die jets kunnen zijn. Credit: Digitised Sky Survey/NASA Chandra/Very Large Array (Robert Dunn et al. 2010)

Modellen hebben uitgewezen dat de krachtige jets van supermassieve zwarte gaten hiervoor verantwoordelijk zijn. Ze verstoren het gas, waardoor het niet tot rust kan komen. Maar hoe zit het dan met die twee stelsels zonder koud gas? In hun geval is het centrale zwarte gat extra actief, waardoor het gas niet alleen wordt verstoord, maar ook wordt verhit. En sterren kunnen never nooit ontstaan in heet gas.

Even een persoonlijke noot ter afsluiting: stel dat het zwarte gat in een gasrijk elliptisch sterrenstelsel tot rust komt, dan zou vervolgens plotseling stervorming op gang moeten komen. Dus misschien dat niet alle elliptische sterrenstelsels voor eeuwig veroordeeld zijn tot een rood en dood bestaan.

Bron: European Space Agency