Van Duits naar Engels vertalen schijnt nog steeds een probleem te zijn

Credit: ParentRap/Pixabay

Afgelopen week kwam ik talloze meldingen op websites tegen van een artikel in het vaktijdschrift The European Physical Journal H van het duo Cormac O’Raifeartaigh en Brendan McCann (Waterford Institute of Technology, Ierland). In dat artikel – getooid  met de titel ‘Einstein’s cosmic model of 1931 revisited: an analysis and translation of a forgotten model of the universe’ en via Springer Verlag hier voor € 35,95 te koop of via ArXiv hier voor nul komma niks – komen ze met een eerste vertaling en analyse van een artikel dat Albert Einstein in 1931 in de Sitzungsb.König. Preuss. Akad. 235-237 publiceerde.Dat artikel van Einstein was in het Duits, getooid met de titel ‘Zum Kosmologischen Problem der allgemeinen Relativitá¤tstheorie’ – hier voor nul komma niks te lezen – en waarin Einstein een model introduceerde, waarin het heelal eerst uitdijt en daarna inkrimpt. In het artikel neemt hij afstand van zijn statische heelalmodel uit 1917, waarin hij middels de introductie van de Kosmologische Constante Λ trachtte uitdijing of inkrimping van het heelal te voorkomen.Wat mij aan dit alles verbaast is dat een oorspronkelijk artikel van Einstein – toch niet een wetenschapper waarvan je zegt dat zijn werken niet algemeen bekend zijn – dat in 1931 in een Duits wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd werd, op een moment dat zijn faam al lang wereldwijd bekend was, pas nu voor het eerst in het Engels vertaald wordt en de betekenis ervan doordringt in de Angelsaksische wereld. Het staat letterlijk in de abstract van het artikel op de site van Springer: “A first English translation of Einstein’s paper is included as an Appendix”, de cursivering is mijnerzijds.Kennelijk zijn er dus nog steeds artikelen van Einstein, en wie weet ook van anderen als Max Planck en Herman Weyl,  die ruim tachtig jaar later niet in het Engels vertaald zijn. En wat dacht je van de artikelen van de Nederlandse sterrenkundigen, zoals Willem de Sitter en Jan Oort? Hier word ik niet echt vrolijk van. Bron: Science Daily.

Kappa Cassiopeiae baant zich een weg door de Melkweg

credit: NASA/JPL-Caltech

Het is een zogenaamde ‘runaway star’ – vertaald een wegloopster of hogesnelheidsster – en met een snelheid van maar liefst 1100 km per seconde ten opzichte van de sterren in de omgeving snelt ‘ie door de Melkweg heen: Kappa Cassiopeiae of HD 2905, een zware, hete superreus in het noordelijke sterrenbeeld Cassiopeia, de heldere ster in het midden van de foto. Wat natuurlijk meteen opvalt aan de foto hierboven – een infraroodopname gemaakt met NASA’s Spitzer ruimtetelescoop – is natuurlijk die rode boog, die om Kappa Cassiopeiae (kortweg ? Cas) heen te zien is. Dat is een soort van boeggolf die vóór de ster voortbeweegt en die wordt veroorzaakt doordat de magnetische velden en deeltjes van de sterrenwind van ? Cas in botsing komen met het alom aanwezige gas en stof in de Melkweg en dat gloeit daardoor rood op. Er zijn licht nog wat filamenten in de boeggolf te zien en wellicht dat die iets van de magnetische velden van ? Cas laten zien. De groene gebieden zijn gasnevels waar koolstofmoleculen voorkomen, de zogenaamde polycyclische aromatische koolwaterstoffen. De afstand tussen ? Cas en de boeggolf is zo’n 4 lichtjaar, net zoveel ongeveer als de afstand tussen de zon en de dichtstbijzijnde ster, Proxima Centauri. Bron: NASA/JPL.

Vijftig jaar geleden werd de kosmische microgolf-achtergrondstraling ontdekt

Wilson en Penzias bij de hoornantenne in Holmdel. Credit: NASA, restored by Bammesk.

Het is niet precies op één dag vast te pinnen, maar ergens in 1964 werd door de twee sterrenkundigen Robert Wilson en Arno Penzias (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) de kosmische microgolf-achtergrondstraling ontdekt, de straling die een restant is van de hete oerknal, waarmee 13,8 miljard jaar geleden het heelal ontstond. Eigenlijk was het toeval dat Wilson en Penzias die straling ontdekten, want wat ze eigenlijk wilden doen was het werkklaar maken van de nieuwe radio-ontvanger van Bell Labs in Holmdel, New Jersey, een hoornvormige antenne met een lengte van 20 meter, die gebouwd was om teruggekaatste radiogolven van de Echo waarballonnen te detecteren. Dat werkklaar maken ging niet zo gemakkelijk, want ze bleven telkens een irritante ruis houden, die ze maar niet konden verklaren. Penzias en Wilson dachten dat het aan de vogelpoep lag, die duiven hadden achtergelaten in de hoornantenne, maar ook na het schoonmaken van de antenne én het afschieten van de duiven bleek de ruis te blijven. Het ging om een radiosignaal, dat naar alle kanten van de hemel even sterk was en dat een golflengte van 7,35 cm en een temperatuur van 4K, dus vier graden boven het absolute nulpunt had.

De evolutie van het heelal. De kosmische microgolf-achtergrondstraling werd 380.000 jaar na de oerknal uitgezonden. Credit: NASA/WMAP Science Team.

Toen ze alle aardse bronnen hadden uitgesloten wisten Penzias en Wilson dat het signaal van buiten het zonnestelsel moest komen, al hadden ze geen idee wat de bron precies was. Op datzelfde moment waren 60 kilometer verderop At that same time, Robert H. Dicke, Jim Peebles en David Wilkinson, sterrenkundigen van de Princeton Universiteit naarstig op zoek naar signalen die achter zijn gelaten door de microgolfstraling, die achter zou zijn gelaten door de oerknal en die in 1946 al was voorspeld door George Gamow en door Dicke. Het was pas toen een vriend van Penzias, Bernard F. Burke (MIT), hem wees op een preprint-artikel van Peebles, dat Penzias en Wilson begrepen dat het radiosignaal dat zij hadden ontvangen de straling moest zijn, waar Dicke, Peebles en Wilkinson naar op zoek waren. De twee onderzoekers van Smithsonian zochten direct contact met het drietal van Princeton en na overleg werd besloten om een tweetal artikelen te wijden aan de ontdekking, te publiceren in The Astrophysical Journal Letters, eentje over de theorie van de straling en eentje over de waarneming ervan:

Penzias en Wilson ontvingen in 1978 de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor hun werk aan de achtergrondstraling. Vandaag wordt in het Harvard-Smithonian center for Astrophysics in aanwezigheid van Robert Wilson een bijeenkomst gehouden om de ontdekking van de kosmische microgolf-achtergrondstraling te vieren, iets wat over ruim vijf uren plaats vindt en dan hieronder live te zien is:

bron: Wikipedia.

Mocht je er aan twijfelen: het bestaan van de maan is bevestigd

De schaduw van de maan, bekeken met muon-neutrino’s door IceCube. Credit: IceCube Collaboration.

We kunnen ‘m iedere avond aan de hemel zien, er hebben al twaalf astronauten op rondgewandeld, talloze verkenners zijn er geland, vele sondes draaiden en draaien er rondjes om heen: onze trouwe wachter, de maan. Toch kan het geen kwaad denk ik om het bestaan er van nog eens bevestigd te zien en wel door de neutrino-detector IceCube, die zich in een blok ijs van 1 kubieke kilometer in het dikke ijs van Antartica bevindt. Neutrino’s zijn deeltjes die alleen via de zwakke wisselwerking met andere deeltjes reageren en die dankzij deze eigenschap in staat zijn om met de lichtsnelheid een blok lood van een lichtjaar dikte te doorkruisen. Ze komen in drie varianten voor, elektron- muon- en tau-neutrino’s. Om technische redenen kijken de natuurkundigen met IceCube vooral naar muon-neutrino’s en dan in het bijzonder naar de exemplaren die dwars door de aarde gereisd zijn en dan in dat blok ijs met een ander deeltje reageren. Nou komen muon-neutrino’s niet alleen van onderaf, maar van alle kanten op IceCube af, dus dat maakt het weer ingewikkeld. Gelukkig is er aan de hemel een object, dan een klein beetje van de muon-neutrino’s tegenhoudt en dat een soort van neutrino-schaduw werpt op IceCube: de maan! En inderdaad: IceCube ziet aan de hemel een plek waar iets minder muon-neutrino’s vandaan komen, het blauwe gebied op de afbeelding. En da’s de maan. Toch goed dat ook IceCube gezien heeft dat daarboven een maan is. 🙂 :bron: Bron: Preposterous Universe (tikkeltje oud nieuws, maar goed, beter laat dan nooit).

Oerknal ging gepaard met donder van Higgs bellen

Higgs bellen tijdens de oerknal (Credit: The University of Helenski).

Alle elementaire deeltjes met massa hebben hun massa verkregen door het Higgs mechanisme, waarbij Higgs bosonen in interactie met het Higgs veld massa geven aan de deeltjes, inclusief de massa die ze zelf hebben. Dit alles moet zich tijdens de oerknal hebben afgespeeld, waarmee 13,8 miljard jaar geleden het heelal ontstond. De gangbare gedachte daarbij was dat zo’n 100 picoseconde na het begin van de oerknal – een picoseconde is een biljoenste van een seconde, dus 10-¹² seconde – dat Higgs veld overal ineens ‘aan ging’ en dat vervolgens het Higgs mechanisme plaatsvond. Maar een team onder leiding van de natuurkundige David Weir (Universiteit van Helsinki in Finland) denkt dat het iets anders verliep, namelijk dat het Higgs veld activeerde op een manier die lijkt op kokend water: er ontstonden allerlei groeiende bellen, waarin het Higgs veld zich verspreidde. Toen de wanden van deze ‘Higgs bellen’ elkaar raakten en botsten zouden rimpels in de structuur van de ruimtetijd zijn ontstaan, die bekendstaan als de zogenaamde primordiale zwaartekrachts- of gravitatiegolven. Ook zou de energie van de Higgs bellen schokgolven veroorzaken, die zich als een soort van lage geluidsgolven door het heelal verspreiden, een soort van ‘Higgs donder’.  Een nieuwe generatie van sensoren zou volgens Weir in staat moeten zijn de zwaartekrachtsgolven of de Higgs donder te zien eh… horen. Hieronder een video met een simulatie van het ontstaan van de Higgs donder tijdens de oerknal.

Bron: New Scientist.

Geloof Amerikanen in astrologie berust op begripsverwarring

Credit: R. Landers

Vorige week werden de resultaten van een statistisch onderzoek bekend van de National Science Foundation (NSF), waaruit naar voren kwam dat steeds meer Amerikanen geloven dat astrologie een wetenschappelijke methode is. Vond in 2004 66% van de Amerikanen astrologie géén wetenschappelijke methode, in 2010 was dat percentage gedaald tot 72%. Maar nu blijkt uit recent onderzoek door de psycholoog Richard Landers (Old Dominion University) dat de onderzoeksresultaten vertekend zijn en gebaseerd zijn op begripsverwarring: uit een klein onderzoek dat hij deed onder 100 mensen met behulp van de Amazon Mechanical Turk (MTurk) – een soort van crowdsourcing internet marktplaats – kwam naar voren dat de mensen de begrippen astrologie en astronomie verwarren en dat ze daarom astrologie een wetenschappelijke waarde toekennen.

Credit: R. Landers

In eerste instantie stelde Landers dezelfde vraag als in het NSF-onderzoek – “Do you believe astrology to be scientific?” en daaruit kreeg hij ongeveer dezelfde resultaten. Maar door het toevoegen van de vraag “Please define astrology in 25 words or less” bleek dat mensen astrologie verwarren met astronomie en dáárom wetenschappelijke waarde toekennen aan astrologie. Met de juiste betekenis van astrologie voor ogen vond maar 13,5% dat deze ‘aardig wetenschappelijk was’ en maar 1% ‘héél wetenschappelijk’. Eigenlijk laat Landers geen nieuws zien, want zoals ik een week geleden al liet zien wordt die verwarring tussen de twee begrippen vaker gemaakt, niet met opzet. Ondertussen is er overigens ook weer kritiek gekomen op Landers’ onderzoek, want Jim Lindgren van The Washington Post deed óók een onderzoek naar de begripsverwarring en daaruit blijkt dat maar één op de 108 mensen de begrippen astrologie en astronomie door elkaar haalt. En ook dat onderzoek leverde veel héén en weer discussie op, dus kennelijk is hier het laatste woord nog niet over gezegd. Op basis van mijn eigen ervaring in deze – lees ook deze Astroblog daarover – ken ik het onderzoek van Landers wel waarde toe en denk ik dat de begripsverwarring zeker een rol zal spelen. Je kan je natuurlijk ook afvragen of mensen wel precies weten wat we verstaan onder het begrip ‘wetenschappelijk’, waarin termen als verificatie door onafhankelijke waarnemers en falsificatie een rol spelen. Mmmmmm, zal ik ook maar eens een onderzoekje gaan doen? Hoe luidt het gezegde ook al weer? Oh ja: Er zijn drie soorten leugens:leugens, grove leugens, en statistieken. 😀 Bron: Universe Today.

NuSTAR’s onderzoek aan Cas A laat zien hoe supernovae exploderen

Credit: NASA

Met behulp van onderzoek aan het supernovarestant genaamd Cassiopeia A (kortweg Cas A, hierboven te zien in een combinatie van drie afzonderlijke foto’s) met behulp van NASA’s röntgensatelliet Nuclear Spectroscopic Telescope Array (NuSTAR) hebben sterrenkundigen kunnen achterhalen hoe de explosie van een ster als supernova precies in z’n werk gaat. Met de in juni 2012 gelanceerde NuSTAR kon men allerlei zware elementen, waaronder het radioactieve element titanium-44, in Cas A – 11.000 lichtjaar van ons vandaan, gelegen in het sterrenbeeld Cassiopeia – precies in kaart brengen en daaruit kon men vervolgens afleiden hoe de explosie in z’n werk moet zijn gegaan. Hieronder kaarten van de elementen ijzer en titanium in CAS A, zoals waargenomen door NuSTAR.

Credit: NASA

Sterren zijn bolvormig en van zware sterren die als supernova afgaan is de gedachte dat die ook symmetrisch zullen exploderen. Maar de realiteit is anders: de kern van de ster is behoorlijk verstoord en in z’n laatste momenten zou ‘ie zelfs kunnen gaan ‘klotsen’. Computersimulaties leverden tot nu toe altijd problemen op met de schokgolf, die vanuit de kern naar buiten gaat en die de buitenlagen moet doen wegblazen: die schokgolf verliest altijd kracht en levert een sisser in plaats van een supernova op. Maar dankzij het klotsen van de compacte materie in de sterkern krijgt de schokgolf nieuwe energie en daardoor kan deze wel de buitenlagen uitstoten, resulterend in een type II supernova. Hieronder een afbeelding waarin getoond wordt hoe een massieve, gelaagde ster, met een kern geheel bestaande uit ijzer, uiteindelijk een supernova wordt.

Tenslotte hebben we hieronder nog een video, waarin een 3D-animatie wordt getoond van de klotsende kern van een massieve ster, die op het punt staat als supernova te exploderen.

Bron: NASA.

ESA keurt exoplanetenmissie PLATO goed

De Europese ruimtevaartorganisatie heeft vandaag bekendgemaakt dat de PLATO missie, die aardachtige exoplaneten bij andere sterren wil gaan bestuderen, is goedgekeurd. PLATO staat voor ‘Planetary Transits and Oscillations of stars‘ en de bedoeling is dat deze in 2024 zal worden gelanceerd. In de sonde komen maar liefst 34 kleine telescopen en camera’s, die bij pakweg een miljoen sterren verspreid over de halve hemelbol middels kleine dipjes in de lichtcurves op zoek zal gaan naar exoplaneten die de grootte van de aarde hebben, of die iets groter zijn – de zogenaamde superaardes – en die zich in de leefbare zone van hun ster bevinden, waar water in vloeibare toestand kan voorkomen. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de gegevens die de nu in gang zijnde Europese Gaia missie aan het doen is, waarbij een miljard sterren van de Melkweg in kaart worden gebracht. PLATO zal met een Sojoez raket gelanceerd worden vanaf