12 december 2019

Hoe zit dat nou met Niburu en IRAS?

Naar aanleiding van Olaf’s artikel over de waarnemingen met de WISE satelliet is er veel discussie losgebarsten over het wel of niet bestaan van Niburu, de ‘tiende planeet in ons zonnestelsel’. Omdat voorstanders van de Niburu-hypothese telkens verwijzen naar aanwijzingen die met de IRAS satelliet zijn gevonden voor het bestaan van die planeet leek het mij goed daar aandacht aan te besteden.

Het artikel uit 1983 over de waarneming aan planeet X.

Continue wordt door voorstanders van de Niburu-hypothese1 een artikel uit 1983 geciteerd, waarin beweerd wordt dat sterrenkundigen met behulp van de InfraRood Astronomische Satelliet (IRAS) Niburu daadwerkelijk hebben waargenomen. Dat artikel van Thomas O’Toole (Washington Post Staff Writer) verscheen op 30 december 1983 in de Washington Post, hierboven zie je ‘t staan, het gedeelte op de voorpagina, hier is ‘t geheel te lezen. In dat artikel wordt gewezen op waarnemingen met de IRAS satelliet, die in het sterrenbeeld Orion in het infrarode gedeelte van het spectrum iets mysterieus zou hebben gezien:

So mysterious is the object that astronomers do not know if it is a planet, a giant comet, a nearby “protostar” that never got hot enough to become a star, a distant galaxy so young that it is still in the process of forming its first stars or a galaxy so shrouded in dust that none of the light cast by its stars ever gets through.

Het object zou 540 Astronomische Eenheid van ons vandaan staan, dat is zo’n 80 miljard km. In het artikel worden ook Gerry Neugebauer en James Houck geciteerd,  beiden betrokken wetenschappers van het IRAS project. Het is niet echt schokkend wat ze daarin zeggen, onder andere “All I can tell you is that we don’t know what it is “, aldus Neugebauer en “If it is really that close, it would be a part of our solar system“, aldus Houck. Maar kennelijk is het idee dat NASA-wetenschappers geciteerd worden in een artikel in de Washington Post en dat in de kop van dat artikel gesproken wordt over de ontdekking van een “Mystery Heavenly Body” – subtitel: “Possibly as Large as Jupiter” al voldoende voor velen om dit als te bewijs te zien voor het bestaan van de tiende planeet in ons zonnestelsel, Niburu. Noot: toen rekenden we Pluto nog gewoon als planeet, de negende planeet van ons zonnestelsel, van dwergplaneten hadden we nog nooit gehoord. De grote vraag is natuurlijk: wat zag IRAS nou precies?

De waarnemingen met IRAS

De IRAS was een satelliet die het resultaat was van een samenwerkingsverband tussen de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk – jazeker, Nederland deed ook mee. IRAS werd op 26 januari 1983 gelanceerd en hij bleef bijna tien maanden actief, tot 23 november 1983. IRAS voerde de eerste ‘all sky survey’ uit in het infrarode deel van het spectrum.

Met de resultaten werd de eerste hemelatlas van infrarode stralingsbronnen samengesteld. De eerste resultaten werden onder de titel “Unidentified point sources in the IRAS minisurvey” op 1 maart 1984 gepubliceerd in het vakblad Astrophysical Journal Letters, 278:L63, 1984. Van de 8709 door IRAS waargenomen infraroodbronnen blijken er 9 te zijn, die aan geen enkele object uit bestaande catalogi gekoppeld kunnen worden.

Voorafgaande aan deze publicatie werd door het IRAS-team een persconferentie gegeven, dat was op 9 november 1983 in Washington DC. Daar vertelden Neugebauer en Houck over de negen niet-geïdentificeerde objecten en ze zeiden dat deze van alles konden zijn, van de tiende planeet in het zonnestelsel tot verre sterrenstelsels! Aha, de bron van O’Toole’s artikel in de Washington Post én daarmee van de Niburu-hypothese. En tot zover zou je kunnen zeggen dat de voorstanders van de hypothese gelijk hebben. Maar dan vergeten ze dat navolgende artikelen van het IRAS-team (Houck et al, 1985 en Soifer et al, 1987), waarin gemeld wordt dat acht van de negen bronnen geïdentificeerd waren als zogenaamde Ultra-luminous Infrared Galaxies (ULIRG’s), de negende was een filament-achtige structuur genaamd “infrared cirrus“, dat zich in de intergalactische ruimte bevindt, buiten de Melkweg. Geen van de negen objecten bevond zich in of vlakbij het zonnestelsel.

Een voorbeeld van ‘ultra-luminous infrared galaxies’.

De Niburisten hebben dus kennelijk aan cherry picking gedaan, ze hebben het deel van het verhaal gebruikt dat uitkomt, de rest hebben ze weggelaten. Belangrijk hierbij is om te melden dat in de decennia na de waarnemingen met IRAS talloze andere infraroodsatellieten zijn gelanceerd en in gebruik genomen, die véél gevoeliger waren voor infraroodstraling, zoals Spitzer, WISE en Herschel, Geen van deze satellieten heeft iets waargenomen dat duidt op de aanwezigheid van een nog onbekende planeet in ons zonnestelsel.  Kortgeleden heeft Olaf van Kooten over de speurtocht van WISE naar zo’n planeet geschreven, hetgeen niets heeft opgeleverd. Bron: Universe Today + Bad Astronomy + Tom Chester.

  1. luidende dat er buiten de baan van Pluto nog een grote planeet genaamd Niburu zou zijn, met een omlooptijd om de zon van 3600 jaar. Deze planeet, die ook wel planeet X, Nemesis of Tyche (geen Tycho) wordt genoemd, zou tijdens die omloop gevaarlijk in de buurt van de aarde komen. []

Comments

  1. Misschien toch wel goed om hier wat uitgebreider aandacht aan te besteden. Het is interessante materie om te lezen. Dit artikel lijkt me toch zeer duidelijk…..maar ik ben bang dat we nog niet af zijn van de Niburuaanse fanclub.

  2. Co van Driel zegt

    En dan is er eigenlijk nóg een geheimzinnige planeet in ons zonnestelsel. Dat is (of ik moet eigenlijk zeggen) dat wás Rahab. Ook wel “The Fifth Planet” en “Satan’s Planet” genoemd. Deze planeet wordt ook een aantal keren in de Bijbel genoemd, onder andere in Psalm 89:11. Deze planeet bevond zich tussen Mars en Jupiter, op de plaats waar zich nu de asteroïdengordel bevindt. De zonde tierde welig op Rahab, waarna God deze planeet verwoest heeft.

    Ook zou er in een heel ver verleden nog de planeet Theia bestaan hebben. De Aarde en Theia zijn ruim 4 miljard jaar geleden met elkaar in botsing gekomen, waarbij Theia deze botsing niet heeft overleefd. Onze Maan is ontstaan uit deze kosmische botsing.

  3. Olaf van Kooten Olaf van Kooten zegt

    Tsja ik vind ze beide een beetje uit de lucht gegrepen. Rahab, daar is geen enkel astronomisch bewijs voor, die kan bij mij (samen met Niburu) de prullenbak in. Theia vind ik ook vergezocht, maar is wel momenteel de beste verklaring voor het ontstaan van onze maan. Dat heeft dus wel een beetje een sterrenkundige theoretische grondslag, maar ik geloof (dat is mij eigen mening en zeker niet die van AstroBlogs) eveneens niet zo in Theia, eerlijk gezegd. Maar ach, we weten nog zo weinig over het jonge zonnestelsel, dat het allemaal best mogelijk is 😉

  4. Goed verhaal, maar ik vraag me af of er geen verband bestaat tussen Uranus, Venus en Maan. Deze objecten zijn vreemde eenden in de bijt. Het kan natuurlijk zo zijn dat een protoplaneet door ons zonnestelsel is getrokken en de aparte verschijnselen heeft veroorzaakt. en dat die ergens in de asteroide gordel uit elkaar gebarsten is. Wellicht een wilde theorie…

    • gert1904 gert1904 zegt

      Welk verband tussen Uranus, Venus en Maan had je in gedachten?

      In welk opzicht zijn deze hemellichamen vreemde eenden in de/jouw bijt?

      Waar je het hebt over een “wilde theorie” moet dit, in de gangbare terminologie, een “wilde hypothese” zijn.

  5. Laten we met Uranus beginnen, reeds hier vermeld, een extreme schuine as; de maan, hoe is deze ontstaan, tot op heden geen eenduidige verklaring, en Venus draait in tegengestelde richting tov andere planeten. Laten we nu eens aannemen dat er een verband tussen deze drie zaken bestaan veroorzaakt door een object dat door ons zonnestelsel heeft gekruist. Zo vreemd is het toch niet, we hebben het over Theia die de maan heeft gecreeerd, maar als zoiets heeft bestaan, kan het ook invloed hebben uitgeoefend op andere planeten.

  6. gert1904 gert1904 zegt

    Je schrijft:

    “… we hebben het over Theia die de maan heeft gecreeerd, …”.

    Daar hebben we het helemáál niet over.

  7. Fabricius zegt

    Back to topic.

    Even fact checken.

    “Continue wordt door voorstanders van de Niburu-hypothese1 een artikel uit 1983 geciteerd, waarin beweerd wordt dat sterrenkundigen met behulp van de InfraRood Astronomische Satelliet (IRAS) Niburu daadwerkelijk hebben waargenomen”.
    Dat is wel een heel vrije interpretatie van het artikel uit 1983. In werkelijkheid gaat het artikel over een object in het sterrenbeeld Orion dat in zes maanden tijd NIET van plaats veranderde. Alleen al dat gegeven maakt het extreem onwaarschijnlijk dat het om een planeet gaat. Het woord Niburu komt niet voor in dat artkel. Ook is er geen enkele indicatie van een baanberekening (die toch noodzakelijk is om te kunnen spreken over een planeet).

    “Het object zou 540 Astronomische Eenheid van ons vandaan staan, dat is zo’n 80 miljard km”.
    Nee, volgens James Houck (in hetzelfde artikel uit 1983) staat dat object op MINIMAAL 50 trillion miles en hoopt hij dat het een “distant galaxy” is. M.a.w. de afstand kan biljoenen malen groter zijn.

    “Geen van de negen objecten bevond zich in of vlakbij het zonnestelsel.”
    Maar ze bevinden zich ook geen van allen in het sterrenbeeld Orion.

    Laten we de journalist van The Washington Post het voordeel van de twijfel geven (hoewel zijn artikel rammelt) en aannemen dat de IRAS-satelliet in 1983 echt een object in Orion heeft waargenomen, dat zich een half jaar lang niet verplaatste en dat niet voorkwam in oudere catalogi.
    Met de huidige kennis (openbare databases op internet, sky surveys na 1983) moet het een fluitje van een cent zijn dit object te identificeren. Dan maken we meteen een eind aan alle fantasieverhalen.

    Kom maar op met de coördinaten van het object in Orion! Dan zoeken we het even op.

    • gert1904 gert1904 zegt

      Het artikel uit 1983 in Astrophysical Journal Letters heb ik niet kunnen vinden.

      Echter: Houck, Neugebauer et al. hebben in 1984 een artikel in The Astrophysical Journal geplaatst over hetzelfde onderwerp. Zie:

      http://articles.adsabs.harvard.edu//full/1984ApJ…278L..63H/L000063.000.html

      Inclusief de coordinaten van alle negen infrarood bronnen.

      • gert1904 gert1904 zegt

        Hm. De link komt niet goed over. ❓

        Dan maar als volgt. Zoek op:

        Neugebauer Houck “Astrophysical Journal”

        Onder de treffers is bovenstaand artikel van Arie, maar ook het volledige originele artikel.

  8. Dat artikel van Houck et al is ook niet in 1983 gepubliceerd, maar in 1984 en de link daar naar toe staat gewoon in de blog, net onder de afbeelding van IRAS. In dat artikel staat over de afstand:

    ScreenHunter_207 Mar. 15 09.51

    Het zou dus 570 AE kunnen zijn, dus 84.930.000.000 km.

    • gert1904 gert1904 zegt

      Ik zie dat de link er gewoon staat. En (nu) werkt.

      Vanmorgen vroeg kreeg ik op mijn iPad meermaals de melding van Google Chrome dat de betreffende link onveilig was. En kwam ik niet verder.

      Vandaar mijn zoektocht naar het artikel in The Astrophysical Journal.

  9. Fabricius zegt

    Inderdaad, de link naar het artikel van Houck et al (Astrophysical Journal Letters) staat gewoon in de blog.
    In DAT artikel worden 9 bronnen genoemd die door IRAS zijn waargenomen. De coördinaten staan erbij.
    Wie moeite neemt die 9 bronnen op te zoeken op een sterrenkaart, zal constateren dat geen van die bronnen in Orion stond ten tijde van de metingen.
    Dus waar haalde de journalist van de Washington Post zijn verhaal over een object in Orion vandaan?

    Als niemand de coördinaten kan noemen van een object dat in Orion is waargenomen en dat beweegt als een planeet, kunnen we wel stellen:
    myth busted.
    Het artikel uit de Washington Post kan niet als bewijs dienen dat Niburu is waargenomen.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: