Een 30 meter grote planetoïde stevende gisteren op de aarde af met een snelheid van 53.000 kilometer per uur. Hij kwam dichterbij de aarde dan de maan staat, maar NASA voorspelde van tevoren dat hij ons niet zou raken of schade zou toebrengen. De eind februari ontdekte planetoïde DX110 vloog het dichtst bij de aarde op het moment dat hij 350.000 kilometer van ons vandaan was. Ter vergelijking: de maan staat ongeveer 383.000 kilometer bij de aarde vandaan. Wetenschappers melden dat hij uitstekend te zien was door mensen die een telescoop hebben (zie filmpje). Het is niet ongebruikelijk dat planetoïden dicht langs de aarde vliegen, maar deze kwam opmerkelijk dichtbij. “Zoals ongeveer 20 keer per jaar gebeurd, gemeten op basis van de apparatuur waar we nu over beschikken, zal een planetoïde de aarde veilig passeren en dichterbij de aarde komen dan de maan staat”, legde NASA van tevoren uit op de website.
Ik zag vandaag deze commercial voor de Citroën C3 voorbij komen op televisie, waarbij een gigantische meteoriet, een stuk rots uit de ruimte, op iemands auto is geknald. Kijk eerst naar de commercial, eronder het ware verhaal van meteorieten.
Je ziet de rook uit dat stuk rots komen en hier en daar zie je ‘m binnenin rood opgloeien, ten teken dat ’t ding letterlijk roodgloeiend is. En dat is ook precies wat de meeste mensen denken van meteorieten die hun helse tocht door de aardse atmosfeer hebben overleefd. De vuurbol die te zien was en die met een snelheid van 15 km/sec door de atmosfeer schiet is toch een teken dat het ding gloeiend heet moet zijn? Lijkt inderdaad logisch en toch is dat niet het geval. Ten eerste is het vooral de lucht rondom de meteoor, die tijdens de tocht door de atmosfeer door een schokgolf wordt verhit, niet de meteoor zelf. De meteoor kan wel verhit worden, maar dat raakt alleen het buitenste gedeelte van de rots. De wrijving van de atmosfeer remt diens snelheid af en op een gegeven moment zakt de snelheid tot onder de geluidssnelheid. Dan verdwijnt de schokgolf en stopt ook de verhitting van de lucht. Het kan dan nog enkele minuten duren voordat de meteoor als meteoriet op de grond valt en dan is de hitte weer verdwenen. Hij kan warm aanvoelen, maar veel aannemelijker is dat ‘ie gewoon koud aanvoelt.
Credit: NASA/CXC/Univ of Michigan/R.C.Reis et al; Optical: NASA/STSc
Voor het eerst zijn sterrenkundigen er in geslaagd om van een zwart gat de rotatie te meten. Met behulp van waarnemingen verricht met de Chandra röntgensatelliet van de NASA kon men vaststellen dat het superzware zwarte gat genaamd RX J1131-1231 (kortweg RX J1131) met maar liefst de halve lichtsnelheid om z’n as draait. RX J1131 is een quasar die zes miljard lichtjaar ver weg staat, een sterrenstelsel dat vanwege de activiteit van z’n centrale zwarte gat volledig wordt overstraald en we alleen z’n kern zien. Normaal gesproken zou die zes miljard jaar afstand teveel zijn om goede waarnemingen te doen aan de quasar, maar gelukkig voor de sterrenkundigen staat precies tussen RX J1131 en de aarde nog een groot elliptisch sterrenstelsel en dat zorgt er door z’n massa voor dat de ruimte om haar heen wordt verbogen. Daardoor buigt het licht van de erachter liggende quasar af – de oplichtende ring op de foto hierboven – en werkt het elliptische ‘lensstelsel’ vergrotend, zodat RX J1131 voor ons beter zichtbaar wordt. Met Chandra kon het team sterrenkundigen, dat onder leiding stond van Rubens Reis (University of Michigan) zien dat de röntgenstraling afkomstig is van een accretieschijf, die zich om het zwarte gat heen bevindt.
Voorstelling van een accretieschijf rondom een zwart gat met twee uitgespuugde jets vanaf de rotatiepolen. Credit: ESO/M. Kornmesser
De binnenste ring van die schijf bij RX J1131 is slechts drie keer de straal van de waarnemingshorizon verwijderd, de uiterste grens van het zwarte gat, het point-of-no-return. Zo”n korte afstand tussen horizon en schijf betekent dat het zwarte gat zelf zeer snel moet roteren, een half keer de lichtsnelheid volgens de berekeningen. Bron: Universe Today.
Vandaag is de film Particle Fever van regisseur Mark Levinson in bioscopen in de Verenigde Staten in premiére gegaan. Ik heb geen idee wanneer Europa aan de beurt is, maar ik hoop dat het niet lang gaat duren. De film gaat over de experimenten bij de grootste deeltjesversneller ter wereld – de 27 km grote Large Hadron Collider (LHC) van CERN bij Genéve – om het Higgs deeltje te vinden, het in 1964 door onder andere Peter Higgs voorspelde deeltje dat andere elementaire deeltjes hun massa heeft gegeven. Er hebben meer dan 10.000 natuurkundigen uit ruim honderd landen meegewerkt aan de uiteindelijke ontdekking van het Higgs boson – op 4 juli 2012 wereldkundig gemaakt – en in Particle Fever worden zes van hen gevolgd. De zoektocht met de reusachtige ATLAS- en CMS-detectoren, verbonden aan de LHC, was niet alleen een zoektocht naar het fameuse God-deeltje, de bijnaam van het Higgs boson, maar ook naar de oorsprong van het heelal. Hieronder de trailer van de film.
Een nieuw innovatief instrument, MUSE (Multi Unit Spectroscopic Explorer) geheten, is met succes geïnstalleerd op de Very Large Telescope (VLT) van de ESO-sterrenwacht op Paranal, in het noorden van Chili. MUSE heeft tijdens zijn eerste geslaagde waarnemingsperiode gekeken naar verre sterrenstelsels, heldere sterren en andere testobjecten. Nadat MUSE in september 2013 na uitgebreide tests voorlopige goedkeuring werd verleend, werd hij vanuit Europa naar de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili verscheept. Hij werd weer in elkaar gezet in het basiskamp van de sterrenwacht, om vervolgens voorzichtig naar zijn nieuwe bestemming, Unit Telescope 4 van de VLT, te worden getransporteerd. MUSE is de jongste telg van de tweede generatie van instrumenten waarmee de VLT wordt uitgerust. (De eerste twee waren X-shooter en KMOS; de volgende, SPHERE, volgt binnenkort.)
Deze compositiefoto van het ongewone poolringstelsel NGC4650A is opgebouwd uit gegevens van het nieuwe instrument MUSE van ESO’s Very Large Telescope. Voor elk deel van het stelsel is het licht in zijn samenstellende kleuren ontleed. Dat toont niet alleen de bewegingen van verschillende delen van het stelsel, maar geeft ook een indicatie van zijn chemische samenstelling en andere eigenschappen. De afbeelding is gebaseerd op een mozaïek van drie MUSE-datasets die werden verkregen kort nadat het instrument begin 2014 zijn eerste licht opving. Voor het maken van de kleurenafbeelding zijn bepaalde delen van spectrum geselecteerd. Daarnaast zijn de gloeiende stervormingsgebieden in de merkwaardige schijf rond het sterrenstelsel ingekleurd om hun snelheden aan te geven – ten opzichte van het centrum van het stelsel komen blauwe gebieden door de rotatie van de schijf op ons af en bewegen rode gebieden van ons vandaan. Credit: ESO/MUSE consortium/R. Bacon
De leider van het team en principal investigator voor het instrument, Roland Bacon (Centre de Recherche Astrophysique de Lyon, Frankrijk), is opgelucht: ‘Het is voor tal van mensen een werk van jaren geweest, maar het is gelukt! Het lijkt vreemd dat deze zeven ton wegende constructie van optica, mechanica en elektronica nu een fantastische tijdmachine is voor het doorgronden van het vroege heelal. We zijn erg trots op deze prestatie – MUSE zal de komende jaren een uniek instrument blijven.‘MUSE zal zich onder meer gaan verdiepen in de prille begintijd van het heelal om de ontstaanswijze van sterrenstelsels te onderzoeken, in de bewegingen van materie in nabije sterrenstelsels en in hun chemische eigenschappen. Daarnaast zal hij planeten en manen in ons zonnestelsel gaan onderzoeken, stervormingsgebieden in de Melkweg en het verre heelal. Dit unieke en krachtige onderzoeksinstrument maakt gebruikt van 24 spectrografen om licht in zijn samenstellende kleuren te ontleden om zowel beelden als spectra van hemelgebieden vast te leggen. Het produceert driedimensionale afbeeldingen van het heelal met een spectrum voor elke pixel als de derde dimensie. Tijdens de daarop volgende analyse kan de astronoom de gegevens langslopen en verschillende weergaven van het object op verschillende golflengten bekijken, net zoals je een tv op een andere frequentie kunt afstemmen door van kanaal te veranderen.
Deze afbeelding laat zien hoe het nieuwe instrument MUSE van ESO’s Very Large Telescope een driedimensionaal beeld geeft van de Orionnevel. Voor elk deel van dit spectaculaire stervormingsgebied is het licht in zijn samenstellende kleuren ontleed, wat gedetailleerde informatie oplevert over de chemische en fysische eigenschappen van elk punt. Tijdens de daaropvolgende analyse kan de astronoom de gegevens langslopen en verschillende weergaven van het object op verschillende golflengten bekijken, net zoals je een tv op een andere frequentie kunt afstemmen door van kanaal te veranderen. De afbeelding is gebaseerd op een mozaïek van vele MUSE-datasets die werden verkregen kort nadat het instrument begin 2014 zijn eerste licht opving. Voor de ‘platgeslagen’ kleurenafbeelding links zijn drie verschillende spectraalgebieden geselecteerd – aangegeven als doorsneden van de datakubus. Hoewel het resultaat indrukwekkend is, toont het slechts een klein deel van de informatie van de volledige driedimensionale MUSE-dataset. Credit: ESO/MUSE consortium/R. Bacon/L. Calá§ada
MUSE verenigt het ontdekkingspotentieel van een beeldvormend instrument met de meetcapaciteit van een spectrograaf, met gebruikmaking van de sterk verbeterde beeldscherpte van adaptieve optiek. Het instrument is gemonteerd op Unit Telescoop 4 van de VLT, die momenteel wordt omgebouwd tot een volledig adaptieve telescoop. Sinds begin 2014 hebben BACON en de overige leden van het MUSE-team op Paranal hun belevenissen vastgelegd in een reeks blog-posts die hier te volgen zijn. Het team zal de eerste resultaten van MUSE presenteren tijdens de komende 3D2014 workshop bij ESO in Garching bei München, Duitsland.
Deze spectaculaire nachtfoto toont het MUSE-instrument in de behuizing van de VLT Unit Telescope 4. Bovenaan is de buis van de telescoop te zien en op de voorgrond schittert MUSE. Door de opening van de behuizing schijnt de Melkweg naar binnen. Credit: ESO/Ghaouti Hansali/Fernando Selman.
Van het Moonbounce-project van de Italiaanse kunstenares en Astroblogger Daniela de Paulis is nu een officieel T-shirt verschenen, een zwart T-shirt met daarop een speciaal ontworpen logo, waarop een smalle maansikkel te zien is, die als een soort van radiotelescoop de woorden ‘moon’ en ‘bounce’ naar een vaalblauwe stip stuurt en ontvangt. Die stip stelt de aarde voor – de beroemde pale blue dot van Carl Sagan. De montering van de radiotelescoop wordt gevormd door de URL van de website van Daniela, www.opticks.info/blog en door haar naam eronder. Het mooie van dit alles is niet alleen dat je door het kopen van zo’n uniek T-shirt je het Moonbounce-project financieel ondersteunt, zodat binnenkort (13 april, tijdens Global Astronomy Month 2014) een live voorstelling van het moonbouncen kan worden gegeven, maar ook dat dit T-shirt is ontworpen door niemand minder dan… Jan Brandt, u allen welbekend als een andere auteur op de Astroblogs. De maansikkel op het T-shirt is enkele weken geleden door Jan gefotografeerd en vervolgens heeft hij gephotoshopt tot hij zo blauw als de stip hierboven zag en dat resulteerde in dit fantastische logo. Kortom: gauw zo’n Moonbounce T-shirt bestellen!
Dankzij zogenaamde wingsuits kun je op aarde door de lucht zweven, maar zou je ermee op Titan kunnen vliegen als een vogel? Het antwoord blijkt “ja” te zijn, mits je vleugels groot genoeg zijn en mits je voldoende startsnelheid kan bereiken. Dit blijkt uit een recent onderzoek, dat is uitgevoerd door de Universiteit van Leicester.
Bij dit onderzoek is ondermeer gekeken naar de atmosfeer en zwaartekracht op Titan en aan de hand hiervan heeft men bepaald wat er allemaal bij komt kijken. Ten eerste zou je behoorlijke grote vleugels moeten hebben: met een normaal wingsuit is een startsnelheid van 11 meter per seconde noodzakelijk. Da’s een stuk sneller dan de meeste van ons kunnen rennen.
De gemiddelde snelheid waarmee een mens kan rennen is zo’n 6 meter per seconde. Als je daarmee wilt vliegen op Titan, heb je vleugels van 4,7 vierkante meter nodig. Maar dan heb je wel wat: je kan vliegen als een vogel op Titan! Praktisch? Nee, dat niet 😉
Je zou het bijna buitenaards kunnen noemen, het sprookjesachtige tafereel hierboven. De wolkenkrabbers in de stad Dubai, die boven een van onderen verlichte mist uitstijgen, in het midden de 828 meter hoge Burj Khalifa, een soort van superwolkenkrabber als je ‘m met die anderen vergelijkt, en daarboven – hoe majestueus – de sterrenhemel, met van links naar rechts die door donkere stofwolken en oplichtende gaswolken doorspekte band van sterren, onze Melkweg. OK het mag duidelijk zijn dat z
Het spiraalsterrenstelsel hierboven heet officieel ESO-137-001, deel uitmakend van het cluster van sterrenstelsels Abell 3627, ook wel de Norma Cluster genoemd, in het sterrenbeeld Zuiderdriehoek (Triangulum Australe) 200 miljoen lichtjaar van ons vandaan. Maar als je ‘m zo ziet met al die tentakels of slierten naar rechtsonder toe dan zou je ‘m met recht het Kwallenstelsel kunnen noemen. De langgerekte blauwgekleurde tentakels stralen röntgenlicht uit en ze zijn waargenomen met de Chandra röntgensatelliet van de NASA. Vlakbij ESO 137-001 zijn ook enkele lichtblauwe tentakels te zien, die ook optisch licht uitzenden. Op de foto hieronder, gemaakt met Hubble, zie je ze veel beter.
credit: NASA, ESA
De grote vraag is natuurlijk hoe die slierten precies ontstaan en waarom ze die kant uit wijzen. Feit is dat ESO 137-001 precies de andere kant uitgaat in de Norma cluster, op de foto naar linksboven dus. De Norma Cluster vormt zo’n beetje het hart van wat sterrenkundigen de Grote Aantrekker noemen, gebied in het heelal met een extreem sterke zwaartekracht, veroorzaakt door de massa van pakweg een half miljoen (!) sterrenstelsels. Als ESO 137-001 onder invloed van de zwaartekracht van al die sterrenstelsels door de cluster beweegt komt het heet gas tegen, dat als een soort van stuwdruk werkt en er voor zorgt dat er gas uit het stelsel wordt geduwd. Daarin ontstaan weer nieuwe, zware sterren, want die blauwe tentakels zitten tsjokvol met sterren, die we vanwege de grote afstand niet afzonderlijk kunnen zien. Hieronder een video over dit Kwallenstelsel.
Artistieke impressie van een planetoïde die langs de Aarde vliegt. Foto: ESA / P.Carril.
Op woensdag 5 maart 2014 zal een dertig meter grote planetoïde langs de Aarde vliegen. De ruimterots luistert naar de naam ‘2014 DX110’ en zal omstreeks 22u07 Nederlandse tijd op een afstand van ongeveer 350 000 kilometer langs onze planeet vliegen. Dat is iets dichter dan de afstand van de Aarde tot de Maan.Deze planetoïde werd in 2014 ontdekt en zijn scheervlucht langs de Aarde zal LIVE te volgen zijn via de website van The Virtual Telescope Project. Ondanks het feit dat deze planetoïde in kosmische termen ‘vlakbij’ de Aarde vliegt, vormt dit zogeheten ‘Near Earth Object’ op geen enkel moment een gevaar voor onze planeet.
De baan van planetoïde 2014 DX110 – Foto: The Virtual Telescope Project.