Russische minster: VS moet astronauten maar per trampoline naar het ISS brengen

De armen van de TMA-11M Sojoez worden weg gezwaaid om ISS-Expeditie 38 te lanceren. Credit: NASA/Bill Ingalls

Dat het niet zo botert tussen de Verenigde Staten en Rusland zal niemand verbazen, de spanning tussen beide grootmachten is tot een Koude Oorlogsniveau gezonken sinds de toestanden op de Krim en in de Oekraïne. Begin april maakte de NASA al bekend de samenwerking met de Russen op een zeer laag pitje te zetten – alleen de zaken betreffende het ISS, zoals de reizen van de astronauten met de Sojoez raket/capsule konden doorgaan. Maar gisteren gooide de Russische gedeputeerde Minster President Dmitry Rogozin olie op het vuur door het volgende te twitteren:

https://twitter.com/Rogozin/statuses/461137034292527104

Tsja, wat moet je daar nou van vinden. Eh…. oh wacht, wel handig om het eerst even te vertalen: “Na analyse van de sancties tegen onze ruimtevaartindustrie, stel ik de Verenigde Staten voor om hun astronauten met een trampoline naar het internationale ruimtestation te brengen.” Rogozin legt precies de vinger op de zere plek: op dit moment zijn de Amerikanen voor 100% afhankelijk van de Russen om hun astronauten naar het ISS te brengen, sinds de pensionering van de vloot Space Shuttles. De baas van SpaceX Elon Musk reageerde direct op de tweet van Rogozin en hij probeerde er gelijk een slaatje uit te halen:

Bron: Universe Today.

Daglengte van exoplaneet voor het eerst gemeten

Artist’s impression van de planeet Bèta Pictoris b. Credit: ESO L. Calçada/N. Risinger (skysurvey.org)

Waarnemingen met ESO’s Very Large Telescope (VLT) hebben, voor het eerst, de rotatiesnelheid van een exoplaneet opgeleverd. Gebleken is dat een dag op Béta Pictoris b slechts acht uur duurt – veel korter dan de dagen op de planeten van ons zonnestelsel. De evenaar van de planeet beweegt met een snelheid van 100.000 kilometer per uur. Met dit nieuwe resultaat wordt het verband tussen massa en rotatie die in het zonnestelsel wordt gezien uitgebreid tot de exoplaneten. Soortgelijke technieken zullen astronomen straks in staat stellen om exoplaneten met behulp van de European Extremely Large Telescope (E-ELT) gedetailleerd in kaart te brengen.Exoplaneet Béta Pictoris b [1]Béta Pictoris heeft nog vele andere namen, zoals HD 39060, SAO 234134 en HIP 27321. Béta Pictoris is een van de best bekende voorbeelden van een ster die omgeven is door een stofrijke puinschijf. … Continue reading draait om de met het blote oog zichtbare ster Béta Pictoris [1], [2], die op 63 lichtjaar van de aarde in het zuidelijke sterrenbeeld Pictor (Schilder) staat. Deze planeet werd bijna zes jaar geleden ontdekt en is als een van de eerste exoplaneten rechtstreeks in beeld gebracht. Hij draait op achtmaal de afstand aarde-zon om zijn moederster (eso1024) – geen enkele andere exoplaneet is op zo’n kleine afstand van zijn moederster gefotografeerd.

Deze grafiek toont de rotatiesnelheden van enkele planeten van ons zonnestelsel en de recent gemeten draaisnelheid van de planeet Béta Pictoris b. Credit:ESO/I. Snellen (Leiden University)

Met behulp van het CRIRES-instrument van de VLT heeft een team van Nederlandse astronomen van de Universiteit Leiden en het Nederlands Instituut voor Ruimteonderzoek SRON nu ontdekt dat de equatoriale rotatiesnelheid van exoplaneet Béta Pictoris b bijna 100.000 kilometer per uur bedraagt. Ter vergelijking: de evenaar van Jupiter heeft een snelheid van bijna 47.000 km/uur, en die van de aarde beweegt met nog geen 1700 km/uur. Béta Pictoris b is meer dan zestien keer zo groot en heeft drieduizend keer zo veel massa als de aarde. Desondanks duurt een dag op deze planeet maar acht uur.’Het is onbekend waarom de ene planeet sneller roteert dan de andere,’ zegt mede-auteur Remco de Kok, ‘maar deze eerste meting van de rotatie van een exoplaneet is in overeenstemming met de trend die we in ons zonnestelsel zien: de zwaardere planeten roteren sneller. Dit moet een universeel gevolg zijn van de manier waarop planeten ontstaan.’ Met een leeftijd van ongeveer 20 miljoen jaar is Béta Pictoris b een heel jonge planeet (vergeleken met de 4,5 miljard jaar van de aarde). Naar verwachting zal de exoplaneet mettertijd afkoelen en krimpen, waardoor hij nog sneller gaat roteren. Anderzijds bestaan er ook andere processen die de draaiing van de planeet kunnen beïnvloeden. Zo neemt de rotatiesnelheid van de aarde mettertijd af door de getijdeninteractie met onze maan.

Op deze kaart van het sterrenbeeld Schilder (Pictor) is de ster Béta Pictoris rood omcirkeld. Zoals zijn naam al aangeeft, is dit de op één na helderste ster van dit sterrenbeeld. Net als de andere sterren op deze kaart is hij bij donkere hemel waarneembaar met het blote oog. Credit:ESO, IAU and Sky & Telescope

De astronomen hebben gebruik gemaakt van hogedispersie-spectroscopie, een nauwkeurige techniek om het licht in zijn samenstellende kleuren (de verschillende golflengten in het spectrum) te ontleden. Veranderingen in golflengte ten gevolge van het zogeheten dopplereffect (ook wel dopplerverschuiving genoemd) stelde hen in staat om te detecteren dat de verschillende delen van de planeet met verschillende snelheden en in tegengestelde richtingen bewegen ten opzichte van de waarnemer. Door heel nauwkeurig voor de effecten van de veel helderdere moederster te corrigeren, is het hen gelukt om het rotatiesignaal van de planeet af te zonderen. ‘We hebben de golflengten van de straling die de planeet uitzendt tot op een duizendste procent nauwkeurig gemeten, wat de metingen gevoelig maakt voor de dopplereffecten die de snelheid van licht-uitzendende objecten kunnen openbaren,’ zegt hoofdauteur Ignas Snellen. ‘Met behulp van deze techniek hebben we ontdekt dat de verschillende delen van het planeetoppervlak met verschillende snelheden naar ons toe of van ons af bewegen, wat alleen maar kan betekenen dat de planeet om zijn as draait.’

Béta Pictoris, die met zijn leeftijd van 12 miljoen jaar meer dan drieduizend keer zo jong is als de zon, is 75% zwaarder dan onze moederster. Hij staat op een afstand van ongeveer zestig lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Schilder (Pictor) en is een van de bekendste voorbeelden van een ster met een omringende schijf van puin en stof. Credit:ESO/Digitized Sky Survey 2

Deze techniek is nauw verwant aan de dopplerbeeldtechniek die al tientallen jaren wordt gebruikt om de oppervlakken van sterren in kaart te brengen, en onlangs ook het oppervlak van een bruine dwerg  – Luhman 16B (eso1404). De snelle rotatie van Béta Pictoris b betekent dat het in de toekomst mogelijk zal zijn om een kaart van de planeet te maken, die mogelijke wolkenpatronen en grote stormgebieden laat zien. ‘Met de uitstekende resolutie van de E-ELT en een beeldvormende hogedispersie-spectrograaf kan deze techniek worden toegepast op een veel groter aantal exoplaneten. Met de geplande Mid-infrared E-ELT Imager and Spectrograph (METIS) zullen we in staat zijn om zulke kaarten te maken van planeten die veel kleiner zijn dan Béta Pictoris,’ zegt Bernhard Brandl, mede-auteur van het nieuwe artikel en principal investigator van METIS. Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op Beta Pictoris b.

Bron: ESO.

References[+]

References
1 Béta Pictoris heeft nog vele andere namen, zoals HD 39060, SAO 234134 en HIP 27321. Béta Pictoris is een van de best bekende voorbeelden van een ster die omgeven is door een stofrijke puinschijf. Deze schijf strekt zich uit tot een afstand van ongeveer duizend keer de afstand zon-aarde. Eerdere waarnemingen van de planeet van Béta Pictoris zijn beschreven in eso0842eso1024 en eso1408.

Symposium 7 mei in Leuven: George Lemaître’s Big Bang

Op woensdag 7 mei a.s. wordt in Leuven (België) gedurende de gehele dag het symposium “George Lemaître’s Big Bang in Modern Cosmology” gehouden. Er is een open inschrijving, dus iedereen kan (kosteloos) inschrijven. Hieronder het programma, dat om 9.30 uur begint en dat eindigt met een receptie die om 18.00 uur begint – dubbelklikken voor een grote versie. Onder het programma meer over de priester Lemaître, de man die als eerste de theorie van de oerknal bedacht – de man tussen God en de sterren.

Het begin van het heelal bevond zich in 1931 in het Heilige Geestcollege, Naamsestraat 40, Leuven. Daar woonde professor Georges Lemaître, in wiens beautiful mind één van de meest diepgaande concepten uit het menselijk denken rijpte. We kennen het nu als de big bang. Lemaîtres ideeën hebben niet alleen de wetenschap maar ook ons hedendaagse wereldbeeld ingrijpend veranderd. Hoog tijd dat we dat iets beter gaan beseffen. Toen Georges Lemaître zich in 1911 inschreef aan de Leuvense universiteit, was dat als student mijningenieur. Helaas – of net niet – onderbrak de Eerste Wereldoorlog zijn studies. Als vrijwilliger bij de artillerie maakte hij het oorlogsgeweld aan de IJzer mee, maar vond hij ook de tijd om twee domeinen te verkennen die zijn hele leven zouden vullen: religie en wetenschap.

De wet van Lemaître

Albert Einstein en Georges Lemaître in Caltech, Pasadena, in januari 1933. Na Lemaître uiteenzetting over het ‘atome primitif’ gaf Einstein als commentaar: “This is the most beautiful and satisfactory explanation of creation to which I have ever listened.

Na de oorlog hervatte Lemaître zijn studies, maar hij legde zich nu toe op de wiskunde, waarin hij met de grootste onderscheiding promoveerde. In 1923 werd hij priester. Intussen was zijn natuurwetenschappelijke belangstelling niet geminderd. Zijn superieuren hadden zijn wetenschappelijke kwaliteiten opgemerkt, en met een beurs van de Commission for Relief in Belgium kon hij zijn studies aan buitenlandse topuniversiteiten verderzetten. Eerst ging hij naar Cambridge, waar hij samenwerkte met Arthur Eddington, die een sleutelrol gespeeld had in de eerste bevestiging van de relativiteitstheorie via observaties. In 1924 trok Lemaître naar de VS. Hij liep stage aan het Harvard College Observatory en werkte aan het MIT, waar hij in 1927 ook zijn PhD behaalde. En, nog belangrijker: hij leerde de baanbrekende waarnemingen van Edwin Hubble kennen. Met de beste telescoop van dat moment, op Mount Wilson, had Hubble vastgesteld dat het heelal veel groter was dan tot dan toe gedacht, én hij leverde het observatiemateriaal waarop het concept van de uitdijing van het heelal gebouwd kon worden. In 1927 werd Lemaître hoogleraar aan de Leuvense universiteit. In datzelfde jaar schreef hij zijn revolutionaire artikel Un univers homogéne de masse constante et de rayon croissant, rendant compte de la vitesse radiale des nébuleuses extragalactiques. Daarin koppelde hij de wiskunde van Einstein aan de waarnemingen van Hubble. Kort en bondig: het heelal dijt uit, en Lemaître was de eerste die dat theoretisch én praktisch aangetoond had. Hij publiceerde zijn inzichten in de niet meteen veelgelezen Annales de la Société scientifique de Bruxelles, het katholieke genootschap waarvan hij sinds 1922 lid was. Daardoor drongen zijn ideeën nauwelijks door in de wetenschappelijke wereld. Albert Einstein was een van de weinigen die Lemaîtres artikel wél las. Nog in 1927 ontmoetten de twee elkaar een eerste keer in Brussel, in de marge van de vijfde Solvay-conferentie, waar je zonder Nobelprijs meer opviel dan mét. Einsteins commentaar: Lemaîtres wiskunde was prima, maar zijn fysische conclusies waren abominable. Einstein was nog te zeer verankerd in het statische karakter van het heelal om uitdijing zomaar te aanvaarden als fysische realiteit. Maar dat oordeel stond hun vriendschap niet in de weg. Ze ontmoetten elkaar nog een aantal keren.

Kaas, insecten en het heelal

George Lemaître, vader van de moderne kosmologie

Lemaîtres internationale doorbraak kwam pas in 1931, toen Eddington de lof zong van de inzichten van Lemaá®tre en aandrong op een Engelse vertaling van het artikel uit 1927. Wat uitdijt, moet ooit kleiner geweest zijn. Terugrekenend kan je van de huidige toestand de weg naar het begin van het heelal reconstrueren. Volgens Lemaître was dat te beschouwen als een atome primitif, dat via extreem snelle expansie het heelal zou worden. Lemaître opperde deze idee in 1931, in een bijzonder kort artikeltje in Nature, meer bespiegelend dan klassiek-natuurkundig. Zijn tekst – de blauwdruk van de bingbangtheorie – staat er wat verloren: op dezelfde bladzijde vinden we begeesterende informatie over de rol van stikstof bij het rijpen van kaas en over insectenrestanten in de ingewanden van de cobra. Hoe mooi ook, het bleef een theorie, en de wereld van de kosmologie was er kennelijk nog niet ontvankelijk voor.Toch begon de ster van Lemaître nu snel te rijzen, mede door Eddingtons toedoen en de waardering van Einstein. In 1934 ontving hij de Francqui-prijs, de hoogste wetenschappelijke bekroning van ons land. Buitenlandse onderscheidingen volgden. In 1936 werd hij lid van de Pauselijke Academie voor Wetenschappen. Lemaître was één van de grootste boegbeelden van onze universiteit geworden. Zijn leeropdracht werd uitgebreider, hij publiceerde heel wat wiskundige bijdragen, en ook zijn werk als priester nam de nodige tijd in beslag. Hij bleef de kosmologie verder nog wel volgen, maar richtte zijn aandacht ook op andere domeinen. Zo zag hij veel mogelijkheden in de rol van de computer voor het onderzoek. In 1958 kocht hij de eerste echte computer voor de universiteit en legde zo de basis voor wat het Rekencentrum zou worden. In 1960 werd hij voorzitter van Pauselijke Academie, een functie met groot aanzien. En hij werd voorzitter van ACAPSUL, de vereniging van Franstalig academisch personeel, die sterk gekant was tegen de splitsing van de Leuvense universiteit. Nochtans was Lemaître zeker geen wallingant. De mogelijke splitsing van een grote universiteit in twee kleinere stond hem intellectueel echter tegen. Georges Lemaître overleed op 20 juni 1966 in het Sint-Pietersziekenhuis en werd begraven in de familiebegraafplaats in Marcinelle. Op zijn rouwprentje prijkt een zin die zijn dubbele roeping mooi samenvat: ‘La Science est belle, elle mérite d’áªtre aimée pour elle-máªme, puisqu’ elle est un reflet de la pensée créatrice de Dieu.’ Bron: KU Leuven.

Zullen kwantum telescopen grote telescopen overbodig maken?

Zijn over een paar jaar grote telescopen zoals die van de Gran Telescopio Canarias op de Canarische Eilanden overbodig? Gran Telescopio Canarias at sunset. Credit: CC BY-SA Pachango.

Verspreid over de hele wereld staat een hele rij grote telescopen, zoals de Gran Telescopio Canarias (GTC) op de Canarische Eilanden en de Very Large Telescopes (VLT) in Chili en er komen nog grotere telescopen aan, zoals de Europese Extreme Large Telescope (ELT). Maar als het aan Aglaé Kellerer (Durham University) ligt zijn die grote telescopen in de toekomst helemaal niet meer nodig. Kleine kwantum telescopen zouden namelijk tot betere resultaten in staat zijn dan die joekels van telescopen. Dat telescopenbouwers steeds grotere telescopen bouwen heeft te maken met de resolutie: hoe groter de spiegel, des te groter de hoeveelheid ingevangen fotonen – de elementaire deeltjes waaruit licht bestaat, die zich als golven door de ruimte voortplanten. Alle telescopen hebben een zogenaamde diffractielimiet, de maximale resolutie als gevolg van diffractie. De limiet houdt verband met de onzekerheid van fotonen, zoals omschreven door de Onzekerheidsrelatie van Heisenberg: van het op een spiegel invallende foton weten we heel nauwkeurig de plaats óf de impuls, niet van beiden tegelijkertijd.Kellerer denkt nu de diffractielimiet te kunnen omzeilen door een kwantum telescoop te gebruiken. Daarbij zou van iedere invallende foton een kwantum ” non-demolition” meting moeten plaatsvinden, waarna het foton door de-excitatie van atomen in meerdere fotonen wordt gekloond. Klinkt ingewikkeld en het is ingewikkeld, simpelweg omdat het allemaal nog theorie is. In dit artikel beschrijft Kellerer haar kwantum telescoop. Nou nog eentje bouwen. Bron: Physics World.

NASA zoekt ideeën voor missie naar Jupiter’s ijzige maan Europa

© NASA/JPL-Caltech

Het besluit dat de NASA een missie naar de maan Europa van de planeet Jupiter wil sturen om daar in de kilometers dikke oceaan onder de ijskorst op zoek te gaan naar leven werd begin vorige maand al genomen. Maar gisteren werd bekend dat de NASA een formeel verzoek heeft gedaan op de wetenschappelijke gemeenschap om ideeën aan te dragen voor die missie. De NASA kwam gisteren met deze Request for Information (RFI), waarbij voor minder dan 1 miljard dollar een sonde moet worden gemaakt dat de missie uit kan voeren, exclusief de kosten van de lancering. Wetenschappers hebben tot 30 mei a.s. de tijd om ideeën in te zenden. Die wetenschappers zullen ingenieus moeten zijn, want de sonde moet niet alleen veilig kunnen landen op de oppervlakte van de 3100 km grote maan, maar er zal ook op de een of andere manier dwars door de dikke ijskorst een weg moeten worden geboord of gebaand om uiteindelijk de vloeibare oceaan onder de korst te bereiken. Europa is de beste kandidaat in het zonnestelsel om buitenaards leven te herbergen, daar in de oceaan, die wellicht 170 km dik is. Hieronder een infografiek over Europa.


Source SPACE.com: All about our solar system, outer space and exploration.

Bron: Space.com.

Curiosity stuurt ons een selfie vanaf Mars

Een selfie van Curiosity vanaf Mars (credit: NASA/JPL-Caltech/MSSS/Jason Major)

Met z’n Mars Hand Lens Imager (MAHLI) instrument heeft Marrover Curiosity op 27 en 28 april 2014 (Sol 613) ruim een dozijn foto’s gemaakt van zichzelf en de 5,5 km hoge berg Mount Sharp (Aeolis Mons). Jason Major heeft daar vervolgens een moza

De NASA zet de spinoff van ruimtevaart even op een rijtje

Credit: NASA

Met een vandaag gepubliceerd document van ruim 200 pagina’s – genaamd spinoff 2013 – en een video heeft de NASA alles op een rijtje gezet wat de ruimtevaart in 2013 allemaal voor nuttigs voor de mens heeft opgeleverd. Flessen voor waterzuivering, comfortabele autostoelen, medische monitoring op afstand, luchtzuivering voor mijnwerkers, zonne-energie voor koeling van vaccins, het is maar een kleine greep in een lange rij van commerciële producten die een spinoff zijn van de ruimtevaart. Hieronder de video over de spinoff, gepresenteerd door de Technology Transfer Program Executive – woehaha dat klinkt stoer – van de NASA, Daniel Lockney.

Bron: NASA.’

Deeltjes donkere materie detecteren met nano-explosieven?

Zo zouden de cellen gevuld met metalen nano-deeltjes er uit moeten zien, waarmee donkere materie gedetecteerd kan worden. Credit: MIT

Al jaren wordt door verschillende teams van natuurkundigen – zoals met de LUX detector – geprobeerd om op directe wijze de deeltjes te detecteren waaruit donkere materie zou bestaan, maar tot nu toe zonder succes. Op indirecte wijze is via waarnemingen aan bijvoorbeeld clusters van sterrenstelsels het bestaan van donkere materie aangetoond en is ontdekt dat er in het heelal vijf keer zo veel donkere materie als gewone materie moet zijn. Maar directe detectie is uitgebleven, al zijn wel allerlei bovengrenzen aan de massa van de deeltjes donkere materie gevonden. Onlangs kwamen vijf natuurkundigen onder leiding van Alejandro Lopez-Suarez (Universiteit van Michigan in Ann Arbor) met een nieuw voorstel om de deeltjes te ontdekken via zogenaamde nano-explosieven. Hun idee is om een detector te bouwen vol met cellen, die bestaan uit zeer kleine nanodeeltjes van metaal, zoals aluminium of ytterbium. Alle cellen zouden geïsoleerd van elkaar zijn en de metalen nanodeeltjes zouden ingebed zijn in een oxiderende gel. De complete detector zou uit zo’n 10^14 cellen moeten bestaan en als een WIMP – da’s een weakly interactive massive particle, het vermeende deeltje waaruit donkere materie bestaat – tegen één zo’n nanodeeltje in een cel komt zou het deeltje exploderen en middels een soort van kettingreactie ook andere cellen doen exploderen. De reactie van reagerende WIMP’s zou anders zijn dan van andere deeltjes, zoals kosmische straling, dus de waarnemers zouden onderscheid moeten kunnen maken tussen WIMP’s en ‘ruis’, vervuiling door andere deeltjes. Om de hoeveelheid ruis te verminderen zou de detector diep onder de grond moeten staan.   Bron: Technology Review.

NASA ontdekt mysterieuze teleconnectie klimaat Noord- en Zuidpool

Door onderzoek aan lichtende nachtwolken is een teleconnectie ontdekt tussen het weer op de noord- en de zuidpool.

Door waarnemingen aan de lichtende nachtwolken met de in 2007 gelanceerde Aeronomy of Ice in the Mesosphere (AIM) satelliet van de NASA hebben wetenschappers ontdekt dat er een soort van Teleconnectie is tussen het weer en klimaat van de Noord- en de Zuidpool. Die lange afstandsconnectie zorgt er voor dat veranderingen in het ene gebied direct worden doorgegeven aan het andere gebied. Klinkt allemaal erg mysterieus en voorlopig is het dat ook. Die blauwe opgloeiende lichtende nachtwolken zijn een soort wolken van ijswaterkristallen, die voorkomen op ongeveer 75 tot 85 kilometer hoogte, in een laag die de mesosfeer wordt genoemd. Ze komen veel hoger dan gewone wolken, die hooguit zo’n 20 kilometer hoogte bereiken. Het ontstaan van deze nachtwolken houdt verband met talrijke uiterst kleine deeltjes in de bovenste lagen van de atmosfeer. Dat kan bijvoorbeeld stof zijn afkomstig van meteorieten. De onderzoekers zagen dat winden op het noordelijk halfrond in de stratosfeer – da’s een andere laag van de atmosfeer, gelegen onder de mesosfeer – doorwerkten in de mesosfeer op het zuidelijk halfrond. Zo zorgde de vertraging in de polar vortex, die afgelopen januari grote delen van Noord-Amerika met een koudegolf teisterde, er voor dat de mesosfeer op het zuidelijk halfrond warmer en droger werd en er minder lichtende nachtwolken te zien waren. De onderzoekers vonden statistische verbanden tussen het weer in de Amerikaanse staat Indiana en de afname van lichtende nachtwolken op de Zuidpool twee weken later. Verder onderzoek moet duidelijk maken hoe de teleconnectie precies werkt. Hieronder een video over de teleconnectie.

Bron: Space.com.’

BitSats en PongSats in Space – ruimtevaart democratiseert!

Credit: John Powell / from YouTube.

Vroeger was alles simpel en overzichtelijk. Satellieten waren duur en ingewikkeld, alleen de allergrootste naties – de Verenigde Staten en Rusland voorop – waren in staat die dingen te ontwikkelen en met raketten de ruimte in te brengen. Maar met de komst van projecten zoals Google Lunar X Prize – wie zet als eerste een rijdend karretje op de maan? – en mini- en micro-satellieten zoals de Cubesats en Sprites is er een soort van democratisering van de ruimtevaart gaande: iedereen mag en kan meedoen, voor weinig geld en met weinig technische kennis kan je iets in de ruimte krijgen, het is niet meer een zaak van uitsluitend grote mogendheden. Van de week kwam ik er twee nieuwe voorbeelden van tegen: satellieten die met Bitcoins worden gefinancierd en die BitSats worden genoemd en pingpongballen die gevuld met bijvoorbeeld een zender en thermometer per ballon omhoog gaan en in de bovenste atmosfeer worden ‘gelanceerd’, de PongSats. Details van al die satellieten zal ik hier niet geven, maar het feit alleen al dat dit soort dingen worden ontwikkeld en dat financiering ervan vaak via een Kickstarter-campagnes verloopt, zoals deze van de Pongsats, laat zien dat ruimtevaart steeds toegankelijker wordt. Een goede ontwikkeling als je het mij vraagt. Hieronder een video over de PongSats.