Opgeknapte radiotelescoop Dwingeloo heropend door Joe Taylor

Joe Taylor opent met een druk op de knop de radiotelescoop van Dwingeloo.

De radiotelescoop van Dwingeloo is vanmiddag na een restauratie van zo’n anderhalf jaar heropend door prof. Joseph Taylor, ontvanger in 1993 van de Nobelprijs na de indirecte ontdekking van zwaartekrachtsgolven, die met een druk op de knop de 25 meter grote schotel van de telescoop liet draaien. In het brandpunt van de telescoop hing een grote zak met 100 op de aarde gelijkende exoplaneten, die met enige getouwtrek – letterlijk en figuurlijk – in de schotel terechtkwamen. Doordat de schotel naar de horizon werd gedraaid rolden alle ballen op een gegeven moment de schotel uit en werden ze opgevangen door honderd kinderen, waarvan het grootste gedeelte van de scouting was. De kinderen mochten allemaal zo’n exoplaneet meenemen. Eerder op de middag was van alle vrijwilligers die met de restauratie mee hadden geholpen een groepsfoto gemaakt, hieronder mijn eenvoudige versie:

De openingsverrichting met de exoplaneten werd voorafgegaan door een uitgebreid programma in de naast de radiotelescoop gelegen tent, waarbij Peter Bennema van het organiserende ASTRON, de projectleider van de restauratie, alles aan elkaar praatte. Zo waren er de nodige toespraken, zoals van André van Es, voorzitter van CAMRAS, de stichting van vrijwilligers die de radiotelescoop beheert, en Michael Garrett, directeur van ASTRON. Er werd een film getoond, die ons onder andere terugvoerde naar de bouw van de telescoop en de opening ervan in 1956 door Koningin Juliana, die op verzoek van sterrenkundige Jan Oort – “Majesteit, wilt u op de knop drukken” – de radiotelescoop in gebruik stelde. Bij de heropening vanmiddag had prof. dr. Hugo van Woerden, emeritus hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Groningen, destijds in 1956 ook aanwezig, de rol van Oort overgenomen en diens woorden iets aangepast: “Nobelity, would you push the button?”  🙂 Je ziet Van Woerden hieronder, met de oranje pullover.

Er was ook kunst in het programma, dat op twee manieren te zien was. Eerst was er een optreden van de bekende zangeres Fay Lovski – yep, die van Christmas was a friend of mine – die vanuit de controlekamer van de radiotelescoop een performance deed, waarin effecten van moonbounce verweven waren.

Fay Lovski tijdens haar performance.

Nou ja, beter is: waarin effecten van moonbounce verweven hadden moeten worden. Maar dit kwam door allerlei redenen niet helemaal uit de verf, dus wellicht dat we hier later nog wel iets in een verbeterde versie van terug zien. Het moonbouncen kwam even later opnieuw aan bod, dit keer door degene die het Visual Moonbouce bedacht heeft, de Italiaanse kunstenares en Astroblogger Daniela de Paulis. Zij had een foto van de Blue Marble, de beroemde foto van de aarde, die op 7 december 1972 was gemaakt door de bemanning van de Apollo 17 bemanning, een foto die vaak gebruikt wordt om het zogenaamde Overview-effect te verbeelden. Daniela had de foto maar liefst tien keer naar de maan gestuurd en weer ontvangen, telkens een portie kosmische ruis opleverend. Tijdens haar toespraak werd die steeds waziger wordende foto op het scherm geprojecteerd, waarbij op de laatste foto de maan nauwelijks nog herkenbaar was.

Na Daniela was collega-Moonbouncer Jan van Muijlwijk nog even aan het woord, die aan de hand van het huwelijk van André van Es en Marit Gant – ’s werelds eerste Moonbounce-huwelijk, eerder in februari dit jaar – uitlegde wat dat moonbouncen precies is. En met dezelfde techniek toverde hij daarmee de volgende afbeelding tevoorschijn, ‘Joe Taylor was here‘.

Nou ja, Joe Taylor was er nog steeds, maar dat mocht de pret niet drukken. Afijn, het was een geweldige middag, met naast de officiële blabla, de officiële openingshandelingen, de groepsfoto’s, vele andere leuke dingen, zoals ontmoetingen met oude bekenden, ontmoetingen met nieuwe bekenden, ontmoetingen met onbekenden, enzovoorts. Ik zou er nog een halve blog over vol kunnen schrijven, maar daar heb ik nu na dit drukke weekend geen fut meer voor. Ik sluit af met dit item op RTV Drenthe over de opening.

Astronomen publiceren studie over buitenaardse zombies

Credit: Call of Duty: Black Ops/SETZ Institute.

Sommige wetenschappers besteden hun hele carriére aan de zoektocht naar buitenaards leven. Twee sterrenkundigen hebben de mensheid echter een grote dienst bewezen, door te berekenen hoeveel planeten bevolkt worden door de ondoden. Slaat semi-nergens op natuurlijk, maar een stukje frivoliteit op z’n tijd kan geen kwaad, nietwaar?De studie, verricht door Stephen Kane en Franck Zelziz, maakt gebruik van een aangepaste Drake-formule. Aan de hand daarvan schatten de astronomen dat zo’n 2500 zombieplaneten kunnen bestaan binnen 300 lichtjaar van de aarde. Ik vraag me ernstig af hoe zij aan dat aantal zijn gekomen, maar goed 😉 De laatste tijd worden steeds meer rotsachtige planeten ontdekt in de leefbare zone van sterren. Dat lijkt te suggereren dat het leven relatief algemeen zou kunnen zijn in dit universum. Het leven op aarde is deels een symbiose tussen dieren en een groot aantal bacteriën en virussen. Het resultaat is een lange geschiedenis van dodelijke ziektes, inclusief cholera, builenpest, waterpokken en natuurlijk……Spontaneous Necro-Animation Psychosis (SNAP), beter bekend als “zombie-isme”. Wellicht dat dit een vaker voorkomend probleem is in het universum (?).De implicaties zijn enorm:

De geschatte algemeenheid van SNAP-planeten zou een verklaring kunnen vormen voor een belangrijk vraagstuk: de Fermi-paradox. Deze stelt dat de noodzakelijke tijd om een heel sterrenstelsel te bevolken relatief kort is op kosmische tijdschaal. We zouden onze buren dus allang gezien moeten hebben. Maar als zo’n beschaving een gevalletje SNAP tegenkomt, dan zal die hele beschaving ineen kunnen storten.

Geen aliens dus, maar zombies? Ik ga alvast een schuilkelder graven en een Walking Dead-marathon houden ter voorbereiding 😉 Bron: io9.

Nog twee dwergplaneten ontdekt

Credit: NASA

Het wordt steeds drukker in de buitenste regionen van het zonnestelsel. Vorige week meldde AstroBlogs de ontdekking van een dwergplaneet in de binnenste Oortwolk (namelijk 2012 VP113), een ijsdwerg die mogelijk door een grote planeet in z’n huidige (merkwaardige) omloopbaan terecht is gekomen. Daar kunnen nog eens twee exemplaren aan toegevoegd worden, waarvan de grootste wel 1500 kilometer in doorsnee zou kunnen zijn!

De dwergplaneten gaan door het leven als 2013 FY27 en 2013 FZ27. De grootste en helderste van de twee, FY27, is nu het op acht-na-helderste object voorbij Neptunus (na Eris, Pluto, Makemake, Haumea, Sedna, 2007 OR10, Orcus en Quaoar – in die volgorde). FY27 is tussen de 760 en 1500 kilometer in doorsnede en staat op ongeveer 80 AU van de zon – ongeveer even ver als VP113. (1 AU is de afstand tussen de zon en de aarde). Toch verschillen de twee enorm. Emily Lakdawalla van de Planetaire Society legt het voor jullie uit:

Bedenk wel dat het merkwaardige van VP113 niet z’n huidige afstand tot de zon is, maar z’n uitgestrekte omloopbaan! Dat betekent dat de dwergplaneet nooit dichter dan 80 AU van de zon komt. Dit veroorzaakt enige verwarring, waardoor sommige mensen beweren dat VP113 het verstgelegen object van het zonnestelsel is. Dat is helemaal niet zo: zowel Eris als Sedna staan verder weg, evenals de beide Voyagers en bijna alle langperiodieke kometen. Het is wel zo dat VP113 tijdens z’n omloopbaan tot wel 500 AU van de zon kan komen. FY27 daarentegen, staat ook ongeveer op 80 AU van de zon, maar heeft bijna z’n apihelium bereikt en zal niet veel verder komen.

Credit; NASA / JPL Small-body Database Browser.

Okee, maar hoe zit het dan met die andere nieuwe dwergplaneet, FZ27? Deze staat op ongeveer 50 AU in de zon, aan de buitengrens van de Kuipergordel. De diameter van het object is ongeveer 700 kilometer, dus iets kleiner dan FY27.

Bron: io9

Mercurius is veel langer explosief geweest dan gedacht

Vulkanische vlakten op Mercurius.

Het was lange tijd de standaard mening dat de planeet Mercurius nauwelijks vluchtige stoffen bevat en dus geen explosief vulkanisme kan hebben gehad. Dat beeld kan echter de prullenmand in: op recente foto’s van de MESSENGER-ruimtesonde zijn duidelijk pyroclastische afzettingen te zien – het duidelijke signaal van vulkanische explosies. Maar dat is nog niet alles: deze uitbarstingen hebben plaatsgehad over een uitgestrekte periode. Dit alles betekent een revolutie in onze kennis van Mercurius!

Op aarde zijn vulkanische explosies, zoals die van Mount St. Helens in 1980, mogelijk doordat het aardse inwendige rijk is aan vluchtige stoffen zoals water en kooldioxide. Als magma vanuit het inwendige naar het oppervlak stijgt, dan veranderen deze vluchtige stoffen van vloeistof naar gas, waarbij ze flink uitzetten. De druk van die expansie kan de korst dan explosief wegblazen, ongeveer zoals een te hard opgeblazen ballon

Two pyroclastic vents on the floor of Mercury

Een infografiek over de oceaan van Saturnus’ maan Enceladus

De maan Enceladus van Saturnus blijkt een oceaan te bevatten, diep verborgen onder een dikke ijslaag – vergelijkbaar met een andere maan van Saturnus, Titan, en met Europa, een maan van Jupiter. Hier een mooie infografiek daarover:

  <a href="http://www.space.com/25350-enceladus-icy-saturn-moon-explained-infographic.html"><img alt="The geography and interior of Enceladus." src="https://i.space.com/images/i/000/038/209/i02/enceladus-moon-of-saturn-140403c-02.jpg?1396549654" /></a>
  <br /> Source <a href="http://www.space.com">SPACE.com: All about our solar system, outer space and exploration</a>.

Bron: Space.com.

Een geslaagde mini-symposium radiosterrenkunde vanmiddag in Dwingeloo

Voorzitter André van Es van CAMRAS opent het mini-symposium.

Ter gelegenheid van het bezoek van prof. Joseph Taylor aan ASTRON en CAMRAS organiseerde ASTRON vanmiddag een mini-symposium waar ASTRON-astronomen de ontwikkeling van de radioastronomie sinds de opening van de Dwingeloo Radiotelescoop in 1956 bespraken. Collega-Astrobloggers Daniela de Paulis, Jan Brandt en ik waren vanmorgen naar Dwingeloo gereisd, omdat we allen een uitnodiging voor de bijeenkomst hadden gehad. En dat leverde een zeer leerzame en vermakelijke middag op, die vol met hoogwaardige radiosterrenkunde zat. Hier even in een notedop het programma:

  • de inleiding werd gedaan door André van Es, voorzitter van CAMRAS, die iedereen welkom heette, in het bijzonder Joseph Taylor.
  • Prof. dr. Michael Garrett (ASTRON)  gaf een introductie over ASTRON, waarbij hij duidelijk maakte dat de 200 medewerkers betrokken zijn bij vele wereldwijde projecten, zoals LOFAR, SKA en EVN, het European VLBI Network.
  • Prof. dr. Ger de Bruyn (ASTRON, RUG) vertelde over het HI-(neutraal waterstof)-onderzoek vanaf de Dwingeloo radiotelescoop tot en met LOFAR (tijdperk van de re-ionisatie). Leuk om te horen hoe de kern van LOFAR omschreven wordt: een ‘superterp’. 😀
  • Dr. Jason Hessels (ASTRON) vertelde over huidige pulsar onderzoek, onder andere over dit unieke zwaartekrachtslab in de natuur.

Jason Hessels vertelt over pulsaronderzoek.

  • Toen was het tussendoor even pauze met koffie en thee en kon iedereen een beetje bijkletsen.
  • Daarna kwam een bijdrage van JIVE-baas Prof. dr. Huib Jan van Langevelde en hij had een verhaal over het onderzoek aan OH-masers. 
  • Paul Boven (CAMRAS) vertelde over het huidige astronomisch onderzoek met de Dwingeloo Radiotelescoop, waarbij hij resultaten toonde over bijvoorbeeld de waterstofwolken in het vlak van de Melkweg, de rotatiecurve van M31 en enkele pulsars. 
  • Tenslotte was daar drs. Jan de Boer (KNVWS) die enkele mogelijkheden voor toekomstig onderzoek met de Dwingeloo Radiotelescoop schetste, waarbij een grote rol voor amateurs was weggelegd. In de navolgende discussie bleek dat er grote belangstelling is om met actieve SETI aan de slag te gaan.

Na afloop was het borrelen en opnieuw bijkletsen. En vooral vooruitblikken naar morgen natuurlijk, want dan is de grote openingsdag, als de 25 meter radiotelescoop van Dwingeloo na de restauratie officieel door Joseph Taylor zal worden geopend.

Schitterende video van noorderlicht

Op 25 februari braakte onze moederster een enorme X4,9 zonnevlam uit. Dit was de helderste uitbarsting van het jaar en veroorzaakte een enorm spectaculaire noorderlichtshow. Hoewel eerder al foto’s zijn vrijgegeven van deze geomagnetische storm, heeft Henry Jun Wah Lee nu een filmpje gepubliceerd waar mijn mond letterlijk van open viel. Wel even doorspoelen naar 3:10 😉

Maansonde blijft metingen doen tot zijn laatste snik

Credit: NASA

Uiterlijk op 21 april a.s. stort de ruimtesonde LADEE neer op de maan. Niet per ongeluk, maar expres: de missie van de kleine NASA-sonde, die het afgelopen half jaar de uiterst ijle maanatmosfeer heeft onderzocht, is gewoon ten einde. Ter afsluiting brengt de vluchtleiding LADEE in een zeer lage omloopbaan, zodat hij ook nog metingen kan doen op slechts enkele kilometers boven het maanoppervlak.

Het neerstorten van LADEE zal niet waarneembaar zijn vanaf de aarde: hij zal terechtkomen op de achterkant van de maan. Maar of dat ook echt op 21 april gebeurt, is enigszins onzeker. Het is op die geringe hoogte namelijk lastig manoeuvreren in het onregelmatige zwaartekrachtsveld van de maan.

Daarbij komt nog dat op 15 april de schaduw van de aarde over de maan strijkt. Deze zonsverduistering stelt de maansonde gedurende ongeveer vier uur bloot aan omstandigheden waar hij eigenlijk maar nét voor ontworpen is. Het is niet ondenkbaar dat zijn raketaandrijving hierdoor voortijdig uitvalt.Op uitnodiging van NASA kan iedereen een gokje wagen over het precieze moment waarop LADEE neerploft. Inzendingen moeten uiterlijk 11 april binnen zijn, en de eventuele winnaar(s) word(en) beloond met een herdenkingscertificaat. Bron: Astronomie.nl.

“Moddervette” cluster blijkt nog dikker te zijn

CREDITS: NASA, ESA, J. Jee (University of California, Davis), J. Hughes (Rutgers University), F. Menanteau (Rutgers University and University of Illinois, Urbana-Champaign), C. Sifon (Leiden Observatory), R. Mandelbum (Carnegie Mellon University), L. Barrientos (Universidad Catolica de Chile), and K. Ng (University of California, Davis)

Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop heeft men een enorme cluster van sterrenstelsels nogmaals aan de weegschaal gehangen. Dit heeft men gedaan door te kijken naar de mate waarop de zwaartekracht van de cluster het licht van achtergelegen stelsels verstoord. Het blijkt dat de cluster, die El Gordo (“De Dikke”) wordt genoemd, een totale massa heeft van 3 miljoen miljard (oftewel 3000 biljoen) zonnemassa! Dat is maar liefst 43 procent meer dan uit voorgaande schattingen is gebleken.

Een klein deel van deze massa is gevat in sterren en planeten, terwijl een groter deel bestaat uit heet intergalactisch gas. Het overgrote deel bestaat echter uit donkere materie, de mysterieuze substantie die als “lijm” voor sterrenstelsels en clusters fungeert.

Het blijft trouwens vreemd dat de cluster, die eigenlijk door het leven gaat als ACT-CL J0102-4915, wel erg groot is voor een cluster van die (relatief jonge) leeftijd. Ondanks de afstand van 7 miljard lichtjaar, past El Gordo niet eens binnen het beeldveld van Hubble! Vermoedelijk is de cluster het resultaat van een titanische botsing tussen twee grote clusters van sterrenstelsels.

Bron: Hubble

Aardobservatiesatelliet Sentinel-1A succesvol gelanceerd

Credit: ESA/CNES/Arianespace

Gisteravond om 23.02 uur Nederlandse tijd is de Europese aardobservatiesatelliet Sentinel-1A vanaf Spaceport in Kourou, Frans-Guyana, met een Russische Sojoez STA (VS07) draagraket gelanceerd en succesvol in de ruimte gebracht. 23 minuten en 24 seconden na de lancering werd de 2,3 ton wegende satelliet vanuit de laadruimte van de bovenste Fregattrap van de Sojoez losgelaten en in een zon-synchrone baan gebracht op een hoogte van 693 km boven de aarde. Vandaar uit zal Sentinel-1A uitvoering gaan geven aan het Europese Copernicus-programma, dat niet alleen voorziet in ‘klassieke aardobservatie’ maar dat ook allerlei extra diensten en producten gaat leveren. Bij crisissituaties zal Sentinel 1A gebruikt worden om snel te kunnen reageren bij rampen als overstromingen en aardbevingen. De radar zal op regelmatige basis drukke scheepvaartroutes waarnemen, het zee-ijs in kaart brengen, informatie verzamelen over windsnelheden en golven voor de scheepvaart, veranderingen in landgebruik opsporen en bewegingen van het aardoppervlak in de gaten houden. Volgend jaar gaat de Sentinel-1B de ruimte in. Hieronder beelden van de lancering.

Bron: ESA.