20 oktober 2018

Nog even verder mijmeren over BICEP2 – deel 4

De laatste episode uit het lange BICEP2-verhaal dateert al weer van 8 juni j.l., drie weken geleden, dus het is tijd om de boel weer even op te frissen en de laatste stand van zaken te geven. Eh…. voor de mensen die sinds 17 maart 2014 onder een steen hebben gelegen: op die datum maakte het team natuurkundigen verbonden aan de BICEP2-detector op de Zuidpool bekend dat ze in de kosmische microgolf-achtergrondstraling zogenaamde B-mode polarisatie afkomstig van zwaartekrachtsgolven vanuit de inflatieperiode van de oerknal hebben ontdekt.

  • De publicatie die op 17 maart 2014 door BICEP2 werd gepubliceerd was alom bekritiseerd omdat ‘ie niet ‘peer-reviewed’ was, zoals de standaard procedure voor wetenschappelijke publicaties luidt. Maar op 19 juni kwam de versie uit die wel peer-reviewed was, gepubliceerd in Physical Review Letters en besproken in deze Astroblog.

    Het BICEP2 team blijft bij haar standpunt dat ze B-mode polarisatie van primordiale zwaartekrachtsgolven hebben ontdekt, maar geeft toe dat er ook invloed op het signaal kan zijn van lokaal stof, stof dat afkomstig is van de Melkweg.

  • Gisteren stond er in de wetenschapskatern van NRC-Handelsblad een goed artikel van Margriet van der Heijden over ‘het opgeblazen bewijs voor inflatie heelal’. Daarin wordt onder andere Erik Verlinde geciteerd, die vorige week aanwezig was bij het donkere materiesymposium in Amsterdam en die eerder de presentatie bijwoonde van Raphael Flauger in Princeton, die met zijn collegae als eerste de invloed van lokaal stof op de BICEP2-gegevens aan de orde stelde. Verlinde denkt dat als uiteindelijk het stof is neergedaald en de definitieve Planck-gegevens van het stof in de Melkweg bekend zijn geworden – misschien over zes weken al, wordt gefluisterd – er toch een signaal van zwaartekrachtsgolven van de oerknal zal overblijven, alleen veel kleiner dan wat nu gevonden is.
  • Het juli-nummer van het maandblad Zenit bevat ook een artikel van Claude Doom over de BICEP2-trammelant. Geschetst wordt daarin met welk probleem het BICEP2 team zich gesteld zag om een indruk te krijgen van het stof in de Melkweg. Ze baseerden zich daarbij op de Planck-gegevens, maar die hadden zo hun beperkingen: de gegevens die in 2013 waren gepubliceerd hadden een lage resolutie, de gegevens die dit jaar waren gepubliceerd waren weliswaar beter, maar daarin ontbrak het door BICEP2 bestudeerde gedeelte aan de zuidelijke sterrenhemel (zie afbeelding hieronder).

    Daar komt nog eens bij dat Planck in een ander frequentiegebied heeft gemeten dan BICEP2 had gedaan.

  • De BICEP2-gegevens worden nu ook al door wetenschappers gebruikt om geheel andere onderwerpen mee te bespreken. Van de week zagen we bijvoorbeeld dat sterrenkundigen op basis van de BICEP2 gegevens tot de slotsom zijn gekomen dat je onmogelijk inflatie tijdens de oerknal én het bestaan van Higgs bosonen kunt hebben. Ik vermoed zelf dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als ‘ie wordt opgediend en dat door fine-tuning van diverse parameters, zowel van de kant van de BICEP2-gegevens van de inflatie (met name de tensor-to-scalar-ratio r) als van het Higgs boson, beiden in stand kunnen blijven.
  • Tenslotte had ik precies een week geleden een interview met de sterrenkundigen Jim Peebles en Michael Turner, dat onder andere ging over de BICEP2 resultaten. Daaruit bleek hoe diep verdeeld de sterrenkundige wereld is over de resultaten: Peebles vond dat BICEP2 onvoldoende rekening had gehouden met het stof van de Melkweg, Turner daarentegen vond het wel overtuigend, al moest definitieve bevestiging door onafhankelijke onderzoekers nog wel volgen. Michael Turner was overigens op 18 april leider van een discussie over de BICEP2 resultaten, waarover ik hier heb geblogd. Interessant om dat ook even terug te zien.

Hier de eerdere Mijmer-versies van deze continuing story over BICEP2:

Bron: NRC-Handelsblad, 28 juni 2014 + Zenit juli-augustus 2014.

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.