Een reconstructie door wetenschappers van het Max Planck Instituut laat zien dat de komeet die eind vorig jaar – onder grote belangstelling – langs de zon scheerde al uren vóór het moment supráªme stopte met de uitstoot van stof. Dat blijkt uit gegevens die met een instrument van de ruimtesonde SOHO zijn verzameld.Op 28 november 2013 scheerde komeet ISON op een afstand van slechts 1,8 miljoen kilometer langs de zon. Even leek het erop dat hij de helse tocht had overleefd. Maar het vage overblijfsel van de komeet dat nog dagen na scheervlucht te zien was, loste uiteindelijk geheel op. Achteraf gezien lijkt het al in een vroeg stadium mis te zijn gegaan met de komeet. De SOHO-gegevens laten zien dat de komeet ongeveer 8,5 uur voordat de kleinste afstand tot de zon werd bereikt een forse hoeveelheid stof uitstootte. Daarna viel de stofproductie binnen enkele uren volkomen stil.Wat er precies is gebeurd en of de komeetkern op dat moment al volledig gedesintegreerd was, laat zich niet met zekerheid vaststellen. Maar berekeningen laten zien dat er in korte tijd ongeveer 11.500 ton stof aan de komeet ontsnapte. Dat betekent dat er op het moment van de scheervlucht al niet veel meer over kan zijn geweest van ‘ISON’. Bron: Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung
Maandelijks archief: juli 2014
Hubble ziet zeer ver uitgestrekte halo van elliptisch sterrenstelsel Centaurus A
Gebruikmakend van de Advanced Camera for Surveys (ACS) en Wide Field Camera 3 (WFC3) van de Hubble ruimtetelescoop zijn sterrenkundigen er in geslaagd om de halo van sterren rondom het elliptische sterrenstelsel Centaurus A (NGC 5128) tot zeer ver te volgen, veel verder dan gedacht. We kennen het sterrenstelsel vooral van z’n karakteristieke gegolfde stofband door het centrum. De halo is zeer lichtzwak en dat maakt ‘m zo moeilijk zichtbaar, maar Hubble kon de sterren ervan zien tot een afstand in de lengte van maar liefst 450.000 lichtjaar – 25 keer de straal van Centaurus A – en in de breedte tot wel 290.000 lichtjaar – 16 keer de dikte van het stelsel. Hierboven zie je Centaurus A, zoals gefotografeerd door Hubble, hieronder de gelabelde versie, waarin je sterren aangegeven ziet die ook bij het stelsel behoren.
Het onderzoek aan Centaurus A, dat geleid werd door Marina Rejkuba (European Southern Observatory, ESO, in Garching, Duitsland) en dat in dit vakartikel beschreven wordt, laat ook zien dat de halo van het ellipsstelsel scheef staat. In één richting zag men meer verspreid staande sterren, behorende bij Centaurus A, dan in de andere richting. Ook blijkt dat de sterren in de halo veel metalen bevatten, elementen die zwaarder zijn dan waterstof en helium. De sterren in de buitenste omgeving van een sterrenstelsel en hun chemische samenstelling vertellen volgens sterrenkundigen veel over het ontstaan ervan. Daarom zijn ze zo geïnteresseerd in Centaurus A, dat met een afstand tot de Melkweg van 12 miljoen lichtjaar relatief dichtbij staat. Hieronder een video over de waarnemingen aan Centaurus A met Hubble.
Bron: Hubble.
“Kwantumstuiters” kunnen zwarte gaten veranderen in…witte gaten!
Sommige kosmologen speculeren dat zwarte gaten hun leven eindigen door te veranderen in het tegenovergestelde – zogenaamde witte gaten, die al het opgeslokte materiaal weer terug de ruimte in schieten. Een nieuwe theorie die gebaseerd is op kwantumzwaartekracht, zou kunnen verklaren hoe dit mogelijk is.
Zwarte gaten ontstaan als zware sterren onder hun eigen gewicht ineenstorten. Het resultaat is dan een sfeervormig oppervlak, de zogenaamde gebeurtenishorizon, die het object in het midden aan ons oog onttrekt. Dat komt doordat niets voorbij deze horizon aan de zwaartekracht kan ontsnappen. Sommige natuurkundigen vermoeden dat tijdens dit proces, de wetten van kwantumzwaartekracht de boel overnemen. Hierbij wordt het ineenstorten een halt toe geroepen en worden ‘oneindigheden’ voorkomen. Roc Cowen van Nature News legt uit hoe zwarte gaten wit kunnen worden.
De theorie suggereert dat de verandering van een zwart gat in een wit gat eigenlijk direct plaatsvindt na het ontstaan van het zwarte gat. Maar doordat zwaartekracht de tijd doet vertragen, kunnen waarnemers aan de ‘buitenkant’ vele miljarden jaren lang geen verandering zien. Als de auteurs correct zijn, dan zullen alle zwarte gaten uiteindelijk alles wat ze hebben opgeslokt weer uitspugen – ooit. Het is zelfs mogelijk dat sommige merkwaardige supernovae die we hebben waargenomen, feitelijk het gevolg zijn van de geboorte van een wit gat (eigenlijk een zwart gat die van kleur veranderd is).
Dit alles werkt trouwens alleen als de ruimtetijd is opgebouwd uit ‘bouwstenen’ – een zogenaamde ‘gekwantificeerde ruimtetijd’. Hierbij is de ruimtetijd opgebouwd uit superkleine, lusvormige ‘brokken’ die niet verder samengeperst kunnen worden. Hierbij wordt de ineenstorting van het zwarte gat een halt toe geroepen. Cowen zegt hierover het volgende:
De instortende ster zal een stadium bereiken waarin het niet verder kan inkrimpen, omdat de kwantumlussen niet samengeperst kunnen worden tot iets kleiners. In plaats daarvan zullen ze een uitwaartse druk veroorzaken, een zogenaamde ‘kwantumstuiter’. Hierbij zal het zwarte gat transformeren in z’n directe tegenhanger. In plaats van een echte, eeuwige gebeurtenishorizon zal de singulariteit (die dus helemaal niet zo singulair is) omringd zijn door een tijdelijke “schijnbare horizon”. Hierbij wordt de puzzel van de informatieparadox radicaal door elkaar gehusseld.
Lees hier het volledige artikel in Nature en hier het wetenschappelijke artikel op de preprintserver arXiv.
Bron: io9
Hoe normaal is ons zonnestelsel?
Is ons zonnestelsel normaal, of is ze vreemd? Hoe verhoud ons planetenstelsel zich tot de vreemde zonnestelsels die we overal in de Melkweg ontdekt hebben? Het idee dat sterren gewoon zonnen zijn, met eigen planeten, gaat terug tot de klassieke Oudheid. Toch is het pas 20 jaar geleden dat we deze vreemde werelden ook werkelijk zijn gaan vinden. Inmiddels staat de teller op 1800 exoplaneten – voldoende vergelijkingsmateriaal dus.
Maar is ons zonnestelsel nu normaal, of niet? Planeten in planetenstelsels hebben de neiging om in grofweg cirkelvormige omloopbanen te bewegen, net als in ons zonnestelsel. Planeten kunnen gasvormig zijn, rotsachtig of ijzig – net als in ons zonnestelsel. De meeste planetenstelsels draaien rondom G-type sterren – net als het onze. We beginnen nu zelfs aardeachtige planeten in de leefbare zone te vinden. NET ALS DE ONZE!
Niet zo snel…andere planetenstelsel hebben niet de ‘nette’ verdeling van ons zonnestelsel, waarbij kleine rotsplaneten dicht bij de ster staan, en grote gasplaneten verder weg. Sterker nog, er zijn veel Jupiterachtige gasreuzen gevonden in superkleine omloopbanen, dus dat maakt ons zonnestelsel een beetje afwijkend.
Computersimulaties hebben uitgewezen dat grote planeten vaak naar binnen migreren, als gevolg van interacties met het materiaal in de protoplanetaire schijf. Dat betekent dat gasplaneten vaak dicht bij de moederster staan, waarbij de eerder aanwezige rotsplaneten alle kanten zijn opgeslingerd (hoewel na de migratie van de gasreus opnieuw rotsplaneten in z’n “boeggolf” kunnen ontstaan). In ons zonnestelsel is dat niet gebeurd, als gevolg van een zwaartekrachtdans tussen Jupiter en Saturnus in hun babyjaren.Hoewel ons zonnestelsel dus een beetje vreemd is, zijn andere planetenstelsels ronduit bizar. Er bestaan planetenstelsels waarbij de omloopbanen gekanteld zijn in radicaal verschillende hoeken (zoals Kepler-56) en natuurlijk de sci-fi favorieten: planeten die rond twee sterren draaien, zoals bij Kepler-16 en Kepler-34. Er bestaat zelfs een planeet die zo dicht bij z’n moederster staat, dat een jaar er slechts 18 uur duurt (55 Cancri e).Ons zonnestelsel is dus niet ‘normaal’, maar ook niet overdreven bizar. Bron: Universe Today.
De zon is muisstil geworden
Wat is er met onze moederster aan de hand? Een paar weken geleden stikte het nog van de zonnevlekken, zoals je mag verwachten tijdens een zonnemaximum (de periode in de elfjarige cyclus waarin de zon het meest actief is). Maar nu zijn ze allemaal verdwenen. Een klein zonnevlekje is zich aan het ontwikkelen, maar afgelopen donderdag was de zon geheel vlekkeloos – letterlijk. Is dat niet vreemd? Nou, het antwoord luidt: “ja, maar niet overdreven vreemd”. Het huidige zonnemaximum is sowieso opvallend rustig te noemen – de rustigste in zeker 100 jaar. Er is echter geen reden tot paniek: honderd jaar is helemaal niets in vergelijking met de leeftijd van de zon, die op 4,5 miljard jaar wordt geschat. De rustige zon betekent wél dat we onze moederster nog lang niet helemaal begrijpen. Om een bekende zonnewetenschapper te quoten: “de zon is en blijft onvoorspelbaar”. En zo is het! Trouwens, misschien is dit wel de ‘stilte voor de storm’, zoals in dit liedje.
Bron: Phys.org.
Met hun achtste maannacht zijn de Chinese Chang’e 3 lander en rover nog OK
Het is een poos stil geweest rondom het Chinese duo op de maan, de Chang’e 3 lander en rover, maar ze schijnen het nog steeds te doen. De radio-zendamateurs van UHF Satcom slagen er nog steeds in signalen van de twee op te vangen, de laatste keer nog op 19 juli. OK, de Yutu rover staat al zes maanden stil, dus een rover kunnen we het niet meer noemen, maar de instrumenten werken in ieder geval nog wel. In een deze week verschenen artikel in een Chinees staatsblad staat een nieuwe verklaring waarom de rover niet meer beweegt en die niets te maken heeft met het niet inklappen van het zonnepaneel: het zou komen vanwege de vele rotsen in de omgeving. De rover zou daar door beschadigd zijn geraakt. Zowel de lander als de rover zijn nu weer in een soort van slaaptoestand gebracht, want de ‘maannacht’ is aangebroken, de achtste die ze meemaken. Zo’n nacht op de maan duurt 14,77 dagen en het kan er dan wel -180
Van #Apollo45 via #Path2Mars naar #NextGiantLeap
De NASA is nog vol op bezig om te vieren dat precies 45 jaar geleden de historische maanreis van de Apollo 11 plaatsvond, juli 1969, maar tegelijk wordt vooruitgeblikt naar de #NextGiantLeap, de bemande Marsreis. Vandaag werd daar door de NASA flink over getwitterd, zowel met de hashtags #Path2Mars en #NextGiantLeap. In mei dit jaar werd bekend gemaakt hoe de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie de lange weg naar de bemande Marsreis denkt in te gaan vullen, hetgeen ergens in de jaren dertig moet worden uitgevoerd. Uiteraard moet het Amerikaanse Congres wel de benodigde pegels op tafel leggen voor zo’n reis en dat is
Exoplaneet ontdekt met langst bekende jaar: 704 dagen
Sterrenkundigen hebben met de transitiemethode een exoplaneet ontdekt die het langst bekende jaar blijkt te hebben. Het is de planeet Kepler-421b, die er maar liefst 704 dagen over doet om één keer om z’n ster heen te draaien, een oranje ster van spectraaltype K, die koeler en lichtzwakker is dan onze zon. In het zonnestelsel zou die 704 dagen niet eens extreem lang zijn, Mars bijvoorbeeld doet 780 dagen over één omloop en de planeten verder weg doen er nog langer over. Maar de meeste van de meer dan 1800 bekende exoplaneten staan dichter bij hun ster en hebben kortere omloopperiodes en daarmee kortere jaren. De afstand tussen Kepler-421b en de ster Kepler-421 is zo’n 175 miljoen km en de temperatuur op de planeet, die zo groot als Uranus is, die is ongeveer -93 °C. Ster en planeet staan 1000 lichtjaar van ons vandaan in de richting van het sterrenbeeld Lier. De baan van Kepler-421b ligt voorbij de zogenaamde sneeuwgrens, de grens waar water condenseert tot ijs en waar gasplaneten voorkomen in plaats van vaste planeten. Bron: Eurekalert.
Astrofoto: bliksem ontmoet de Melkweg
Ik kwam bovenstaande afbeelding op het internet tegen en mijn mond viel zowat open bij het zien van zoveel schoonheid. De foto is gemaakt door Justin Ng uit Singapore, waarvan we bij AstroBlogs wel vaker foto’s gepubliceerd hebben. Op deze foto zie je de Melkweg oprijzen vanuit de horizon, maar een heftige onweersbui besloot de boel te photobomben. Het resultaat mag spectaculair genoemd worden! De foto is het resultaat van het stacken van 12 foto’s.
Bezoek vooral de website van Justin Ng 😉
Harde schokken maken heldere planetoïden donker
Fragmenten van een meteoriet die bij Tsjeljabinsk is gevonden. Credit: Didier Descouens/Wikipedia. –
Tot voor kort gingen veel wetenschappers ervan uit dat de planetoïde die 65 miljoen jaar geleden insloeg op aarde, en het uitsterven van onder meer de dinosauriërs veroorzaakte, donker en koolstofrijk was. Dat zou betekenen dat het inslaande object tot een vrij zeldzame klasse van planetoïden behoorde. Nieuw onderzoek laat echter zien dat dit niet zo hoeft te zijn. Uit onderzoek van een meteoriet die vorig jaar bij de Russische stad Tsjeljabinsk werd gevonden blijkt namelijk dat de schok die optreedt bij het uiteenspatten van een planetoïde tot verkleuring van helder siliciumhoudend materiaal kan leiden. De Tseljabinsk-meteoriet bevat zowel helder, ‘ongeschokt’ materiaal als donker, ‘geschokt’ materiaal. En de spectrale eigenschappen van dat donkere materiaal lijken sprekend op die van vermeend koolstofrijke planetoïden.Kortom: de schok van een explosie of inslag maakt heldere planetoïden donker. En dat betekent dat niet niet alle donkere planetoïden rijk zijn aan koolstof, zoals werd aangenomen. Deze ontdekking kan gevolgen hebben voor de risico’s van eventuele planetoïden die de aarde gevaarlijk dicht naderen en voor de selectie van planetoïden voor de winning van grondstoffen. Een object dat op grond van zijn kleur rijk lijkt te zijn aan koolstof en organische verbindingen kan in werkelijkheid een heel andere samenstelling hebben. Bron: Astronomie.nl.

