De maan en Saturnus vlakbij elkaar gekiekt

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Als je de maan en Saturnus heel dicht bij elkaar wil zien moet je NU naar buiten gaan en laag naar de zuidwestelijke hemel kijken, want daar staan ze nu. Onder de deels verlichte maanschijf, er vlak boven Saturnus. Om 21.43 uur is hun afstand slechts 16′, da’s ongeveer een halve maandiameter. Ik ben net naar buiten gegaan om het tweetal te kieken met mijn Olympus E500 spiegelreflexcamera. Linksonder moet ook nog ergens Mars te zien zijn, dus ik ga zo vanuit mijn slaapkamerraam proberen die ook te spotten en erbij te krijgen. Als ’t lukt zal ik een update van deze blog maken. Eh… ik ben overigens vanavond terug gekomen van de Astrovacan

Onregelmatigheden bij Galileo-lancering: update 2

Credit: ESA-P. Carril

De operaties met de Galileo-satellieten nummer 5 en 6 verlopen vlot. De twee satellieten hebben nu hun zonnepanelen volledig opengevouwen en worden van energie voorzien. De satellieten zijn veilig onder controle, hoewel ze op 22 augustus bij hun lancering in een lagere en ellipsvormige baan terechtkwamen, in plaats van in de geplande cirkelvormige baan. De grondteams in ESA’s controlecentrum ESOC in Darmstadt in Duitsland bevestigen, samen met satellietbouwer OHB, dat de twee kunstmanen zich in een goede gezondheidstoestand bevinden, op correcte wijze naar de zon zijn gericht en van energie worden voorzien. Ze worden volledig gecontroleerd door het geïntegreerde team van ESA en het Franse ruimtevaartagentschap CNES. De vluchtleiders zijn nu klaar voor de volgende fase. Tegelijkertijd onderzoeken ESA-teams de mogelijkheden om de satellieten zo goed mogelijk te kunnen gebruiken, hoewel ze niet in de nominale baan rond de aarde draaien en binnen de beperkte manoeuvreermogelijkheden. Daarna zullen ze het nodige beslissen voor een reddingsoperatie. Bron: ESA.

Fossiele meteorieten, wat hebben ze ons te vertellen?

Ik blijf even bij de fossielen. Eerst mijn blog eerder op de dag over de fossielen die ik hier in de buurt had gevonden, nou een blog over fossiele meteorieten. Huh, fossiele meteorieten, bestaat dat? Ja, de vraag stellen is de vraag beantwoorden, ja fossiele meteorieten bestaan inderdaad. En de volgende interessante video vertelt ons er alles over.

Bron: It’s Okay to be Smart.

Zeer nabije exoplaneet ontdekt

Impressie van Gliese 15 Ab bij z’n dwergster. Credit: NASA, ESA, and D. Aguilar (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics)

Astronomen hebben een zeer nabije exoplaneet gevonden, die Gliese 15Ab wordt genoemd. De planeet weegt zo’n vijf aardes en is daarmee een zogenaamde Super-Aarde. We hebben geen idee hoe de planeet eruit ziet, maar het is vermoedelijk geen gasplaneet, aangezien de planeet te weinig massa lijkt te hebben om een dikke waterstofenvelop aan te trekken.

Gliese 15 is een dubbelster op een afstand van slechts 11 lichtjaar – daarmee behoort het tot de meest nabije sterren. Beide componenten van de dubbelster zijn lichtzwakke rode dwergen – deze worden Gliese 15A en Gliese 15B genoemd. De onderlinge afstand tussen de twee sterren bedraagt ongeveer vijf keer de afstand tussen de zon en Neptunus – da’s dus best ver van elkaar. Hoewel de sterren dichtbij de aarde staan, zijn ze dusdanig lichtzwak, dat je een telescoop nodig hebt om ze zien.

De planeet in kwestie draait rondom de primaire component “A” op een afstand van slechts 11 miljoen kilometer! De betekent dat de temperatuur op de planeet, die dus Gliese 15Ab wordt genoemd, zo’n 100 graden Celsius zal bedragen, ondanks het feit dat de moederster lichtzwak en koel is. Geen leven dus zoals wij dat kennen, maar dat maakt de planeet niet minder interessant.

Bron: Bad Astronomy

Twijfels over afstand tot Plejaden eindelijk uit de wereld

Credit: NASA, ESA, AURA/Caltech, Palomar Observatory

Wat is de afstand tot de Plejaden (ook wel geschreven als Pleiaden)? Dat lijkt een nogal random vraag, maar het is er wel eentje met verstrekkende gevolgen voor onze modellen van stellaire evolutie. De Plejaden zijn de beroemde Zeven Zusters in het sterrenbeeld Stier – een verzameling van sterren met een mythische status in zo’n beetje alle wereldculturen. In werkelijkheid is het een open sterrencluster met een leeftijd van zo’n 100 miljoen jaar.Omdat de Plejaden dichtbij staan, worden ze gebruikt als “natuurlijk laboratorium” om de evolutie van sterren en sterrenclusters te begrijpen. Daarnaast worden de gemeten eigenschappen van de sterren van de Plejaden gebruikt om de afstand tot andere, verdere, clusters te schatten.Tot de jaren ’90 was de geaccepteerde afstand tot de Plejaden zo’n 430 lichtjaar. De Europese Hipparcos-satelliet, speciaal gelanceerd om de afstand van meer dan 118.000 sterren te meten, kwam met een hele andere waarde: 390 lichtjaar. Dat lijkt misschien niet veel verschil, maar: aangezien de afgeleide eigenschappen van de Plejaden afhankelijk zijn van de precieze afstand, en aangezien de Plejaden gebruikt worden als ijkpunt om de afstand tot andere clusters in te schatten, werd de sterrenkunde dus wél met een probleem opgezadeld.Na bijna 20 jaar van discussie, waren een aantal sterrenkundigen het zat. Ze gingen voor eens en altijd een einde maken aan de onzekerheid! Hiertoe hebben ze de Very Long Baseline Array (een systeem van 10 radiotelescopen die over de hele wereld zijn verspreid) op de Plejaden gericht, en dat zo’n anderhalf jaar lang. Hierbij heeft men gekeken naar de schijnbare verschuiving van de sterren als gevolg van omloopbaan van de aarde rond de zon. Deze techniek is al erg oud en wordt parallax genoemd.Hieruit blijkt dat de afstand tot de Plejaden zo’n 443 lichtjaar zou moeten bedragen, met een onzekerheid van 1 procent. Dat betekent dat Hipparcos het fout had! Blijft natuurlijk wel de vraag waarom Hipparcos ernaast zat. Dat trekt namelijk alle metingen van de satelliet in twijfel!Maar niet getreurd: Europa heeft al een opvolger gelanceerd, Gaia genoemd, en die zal de afstand tot miljoenen sterren gaan meten. Als Gaia ook met een afstand van ongeveer 430 lichtjaar komt, weten we zeker dat het met deze satelliet wel snor zit. Bron: National Radio Astronomy Observatory.

Chandra kiekt de monsterster Eta Carinae en omgeving

De relatief nabije ster Eta Carinae heeft in de 19de eeuw ook een schijn-supernova geproduceerd. Bij deze uitbarsting is enkele zonnemassa’s aan materiaal opgehoest door deze superhete ster. Dit materiaal heeft de Homonculus-nevel gevormd. Als Eta Carinae ooit éecht supernova gaat, zal de omringende gaswolk ervoor zorgen dat we deze zullen waarnemen als zijnde van het type IIn. Credit: HubbleNASAESA;

De Homunculusnevel is opgebouwd uit materiaal dat bij een uitbarsting in de 19de eeuw is uitgestoten door Eta Carinae. De ster is zelf bevindt zich in het midden, maar is niet goed zichtbaar door al het materiaal dat “in de weg” zit.[/caption]Vaste lezers van AstroBlogs zullen wel eens van de ster Eta Carinae (? Carinae) gehoord hebben. Deze ster (feitelijk een dubbelster) is een object van superlatieven. Het is bijvoorbeeld één van de helderste en zwaarste dubbelsterren in de Melkweg, met een gezamenlijke massa van minimaal 120 zonnen. Daarnaast is de ster bijzonder onstabiel en zal deze minimaal één supernova veroorzaken, misschien zelfs een hypernova!In de 19de eeuw was Eta Carinae bijzonder labiel – als gevolg van een gigantische uitbarsting werd de ster zo’n 20 jaar lang de helderste aan de hemel (en dat op een afstand van 7500 lichtjaar!). Deze gebeurtenis staat bekend als de Grote Eruptie – hierbij verloor de ster zo’n 10 zonnemassa’s aan materiaal! Het is een wonder dat de ster dit alles overleefd heeft, zodat ook het woordje “gehard” toegevoegd kan worden aan de lijst.Vandaag de dag weten we dat Eta Carinae eigenlijk uit twee sterren bestaat, waarvan de zwaarste van de twee snel veel massa verliest als gevolg van een krachtige sterrenwind (met een snelheid van anderhalf miljoen kilometer per uur). Hoewel dit massaverlies veel minder extreem is dan de Grote Eruptie, kan met de huidige snelheid wel een zonnemassa per millennium de ruimte ingeblazen worden. De kleinere partnerster is veel kleiner, maar nog altijd een kolos van 30 zonnemassa’s. Het massaverlies van Eta Carinae B is ook honderd keer kleiner dan dat van zo’n grote broer, maar nog altijd monsterlijk in vergelijking met andere sterren.

Eta Carinae, gezien door Chandra. Credit: NASA/CXC/GSFC/K.Hamaguchi, et al.

Als deze twee sterrenwinden met elkaar in botsing komen, ontstaat er een boeggolf (vergelijkbaar met de schokgolf van een supersonisch vliegtuig) waardoor het gas wordt verhit tot een temperatuur van tien miljoen graden – heet genoeg om röntgenstraling te produceren. Deze straling kan dan weer opgepikt worden door de Chandra-ruimtetelescoop.Op bovenstaande Chandra-opname van Eta Carinae wordt laagenergetische röntgenstraling als rood weergegeven, middelmatige röntgenstraling als groen, en hoogenergetische röntgenstraling als blauw. De blauwe puntbron vormt de locatie van de botsende winden, terwijl de diffuse blauwe emissie veroorzaakt wordt door reflecterend materiaal dat is uitgestoten bij de Grote Eruptie. De laagenergetische (rode) straling markeert de plaats waarop de sterrenwinden in botsing komen met omringend materiaal. Dit omringende materiaal is al voor de Grote Eruptie uitgestoten door Eta Carinae.

De kleurrijke Carinanevel (klik voor een groter versie). Eta Carinae en de Homunculusnevel zijn zichtbaar als heldere witte vlek, verticaal in het midden en horizontaal zo’n 1/5de breedte vanaf links. Credit: Maicon Germiniani/NASA/ESA.

Het Eta Carinae-stelsel wordt omsloten door de zogenaamde Homunculusnevel, die zelf weer onderdeel uitmaakt van de veel grotere Carinanevel. Als het massaverlies van Eta Carinae blijft doorgaan (en er is geen reden om aan te nemen van niet), dan zal de ster eerst een zogenaamde Wolf-Rayetster worden alvorens supernova te gaan. Als het massaverlies zal afremmen en Eta Carinae voldoende massa zal vasthouden, dan zal de ster hypernova gaan, waarbij een gammaflits en een zwart gat gevormd worden. Dit alles zal in de komende miljoen jaar gaan plaatsvinden – een oogwenk op de kosmische tijdschaal.

Bron: Chandrablog.

Grand Champs: spiraalstelsel Messier 33 waargenomen

Afgelopen nacht hadden we over het algemeen helder weer – soms wat wolkenvelden tussendoor – en de seeing was goed. Met mijn 11 cm Newton spiegeltelescoop heb ik onder andere het spiraalstelsel M33 (NGC 598) waargenomen, gelegen op zo’n 2,5 miljoen lichtjaar afstand