11 juli 2020

Jonge universum bevat “onmogelijk” aantal supergrote sterrenstelsels

Toen een aantal kosmologen gingen vissen naar stelsels in het jonge universum, vonden ze veel meer grote vissen dan ze verwacht hadden! credit: NASA/JPL-Caltech.

Uit waarnemingen die zijn verricht door de Spitzer-ruimtetelescoop is gebleken dat heel snel na de oerknal al supergrote sterrenstelsels ontstaan zijn, wel 100 keer groter dan onze Melkweg. Dat zou, met de huidige modellen, helemaal niet mogelijk moeten zijn. Is er werk aan de winkel voor de heren kosmologen? De waarnemingen zijn verricht in het kader van het Spitzer Large Area Survey with Hyper-Suprime-Cam, oftewel SPLASH (laat het verzinnen van kromme acroniemen maar over aan NASA 😉 ). Deze survey maakt deel uit van de warme missie van Spitzer, aangezien de infraroodtelescoop al 5 jaar lang zonder koelvloeistof zit. Toch kunnen twee van z’n infraroodkanalen ook bij hogere temperaturen functioneren, zodat Spitzer nog altijd waardevol wetenschappelijk onderzoek kan verrichten.Hoe dan ook, Spitzer vond honderden supermassieve sterrenstelsels op een dusdanig grote afstand, dat het licht dat we nu waarnemen zo’n 1 miljard jaar na de oerknal is uitgestoten. Volgens de standaardtheorie groeien grote sterrenstelsels door het voortdurend opslokken van kleinere exemplaren. Maar dan kun je 1 miljard jaar na de oerknal nooit zoveel megastelsels hebben! Volgens de betrokken onderzoekers zijn óf de modellen fout, óf is de vorming van sterrenstelsels veel eerder op gang gekomen dan gedacht. In beide gevallen is er inderdaad werk aan de winkel voor de kosmologie! Bron: NASA

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.