Afstanden meten in het heelal

Credit: NASA/JPL-Caltech

Naar aanleiding van mijn Astroblog over de pas ontdekte supercluster van sterrenstelsels Laniakea is er een discussie losgebarsten over afstanden tussen sterrenstelsels – zelfs hier en daar leidend tot de nodige irritatie. Als je in 2014 een afstand meet tot willekeurig één van de 100.000 sterrenstelsels in Laniakea en je meet een afstand van bijvoorbeeld 100 miljoen lichtjaar, dan weet je dat het licht er 100 miljoen jaar over heeft gedaan om hier te komen. Maar je weet ook dat het sterrenstelsel waarvan je de afstand hebt bepaald niet stil staat en dat het NU inmiddels een andere plek in het heelal heeft gekregen. Alsof je na weken een ansicht krijgt van iemand uit Madrid, maar je weet dat die persoon inmiddels op een heel andere plaats zit. Vanwege deze discussie dacht ik dat het goed is om een paar dingen te verduidelijken.

Om te beginnen is het goed te beseffen dat sterrenkundigen weten dat sterrenstelsels niet stil in het heelal staan, maar dat ze continue bewegen. Daarbij zijn twee bewegingen van belang: de beweging die het gevolg is van de expansie van het heelal, dat wordt ook wel de ‘Hubble Flow’ genoemd, en de beweging die komt door lokale gravitationele invloeden, bewegingen van sterrenstelsels in clusters en superclusters doordat ze elkaar gravitationeel beïnvloeden. Sterrenkundigen houden met die bewegingen rekening en dat doen ze door twee verschillende afstanden te onderscheiden – let op: ik heb het hier niet over methodes om afstanden te bepalen, zoals parallax, Cepheïden en type Ia supernovae:

  • De afstand die rekening houdt met de expansie van het heelal is de zogenaamde ‘comoving distance’ – is meebewegende afstand de juiste vertaling? Bij deze afstand hanteert men een schaalfactor, zodat de afstand tussen twee sterrenstelsels gelijk blijft. Is de afstand tussen twee stelsels 100 miljoen lichtjaar, dan is dat over een miljard jaar nog steeds zo, dankzij de schaalfactor, ondanks de expansie van het heelal.
  • De andere afstand is de ‘proper distance’ – zeg de eigen afstand – die zegt wat de afstand tussen twee sterrenstelsels op een bepaald moment is. Staan twee stelsels 100 miljoen lichtjaar van elkaar vandaan, dan zou dat over een miljard jaar dankzij de expansie best wel eens verdubbeld kunnen zijn. Feitelijk zijn er drie eigen afstanden:
    • de eigen afstand op het moment dat het licht van het ene stelsel naar het andere stelsel werd uitgezonden.
    • de eigen afstand op het moment dat het licht van het ene stelsel bij het andere stelsel aankomt.
    • de eigen afstand die het licht zelf aflegt.

Onderstaande afbeelding maakt dit duidelijk, waarbij opgemerkt moet worden dat de eigen afstand op het moment dat het licht van het ene stelsel aankomt bij het andere stelsel gelijk is aan de meebewegende afstand, hetgeen per definitie is, op moment t=1 (nu) is de schaalfactor ook 1 – net zoiets als dat water op zeeniveau per definitie bij 100 graden kookt.

Voor afstanden tussen sterrenstelsels op relatief nabije afstanden speelt de schaalfactor door de expansie van het heelal geen rol en zijn alle genoemde afstanden ongeveer hetzelfde. Binnen de Lokale Groep van sterrenstelsels, waar de Melkweg toe behoort, is de expansie van het heelal niet merkbaar en meetbaar. Daarbuiten wel, dus bij de metingen aan Laniakea moet rekening worden gehouden met lokale gravitationele invloeden, welke stromingen van stelsels naar een bepaalde richting veroorzaken, én met de expansie van het heelal. Bron: Wikipedia + Wikipedia.

Universitaire NOVA-delegatie bezoekt ESO-sterrenwachten in Chili

De NOVA delegatie op Cerro Paranal, met Cerro Armazones (de locatie van de nieuwe grote ESO telescoop, de E-ELT) op de achtergrond. Van links naar rechts: Ralph Wijers (wetenschappelijk directeur sterrenkunde instituut (WD) UvA), Ana Achucarro (hoogleraar kosmologie UL), Paul Groot (WD RU, vz NOVA bestuur), Koen Kuijken (ESO Council lid), Tim de Zeeuw (ESO directeur generaal), Elmer Sterken (rector RuG), Ewine van Dishoeck (wetenschappelijk directeur NOVA), Karen Maex (decaan UvA/VU), Reynier Peletier (WD RuG), Carel Stolker (rector en vz CvB UL), Stan Gielen (decaan RU, vz NOVA Raad van Toezicht), Geert de Snoo (decaan UL), Jasper Knoester (decaan RuG), Huub Röttgering (WD UL).” width=”500″ height=”333″ /> De NOVA delegatie op Cerro Paranal, met Cerro Armazones (de locatie van de nieuwe grote ESO telescoop, de E-ELT) op de achtergrond. Van links naar rechts: Ralph Wijers (wetenschappelijk directeur sterrenkunde instituut (WD) UvA), Ana Achucarro (hoogleraar kosmologie UL), Paul Groot (WD RU, vz NOVA bestuur), Koen Kuijken (ESO Council lid), Tim de Zeeuw (ESO directeur generaal), Elmer Sterken (rector RuG), Ewine van Dishoeck (wetenschappelijk directeur NOVA), Karen Maex (decaan UvA/VU), Reynier Peletier (WD RuG), Carel Stolker (rector en vz CvB UL), Stan Gielen (decaan RU, vz NOVA Raad van Toezicht), Geert de Snoo (decaan UL), Jasper Knoester (decaan RuG), Huub Röttgering (WD UL). Credit: NOVA.

Op uitnodiging van ESO-directeur-generaal prof. Tim de Zeeuw hebben bestuurders van Nederlandse universiteiten eind augustus in informele sfeer een werkbezoek gebracht aan de grote ESO-telescopen in Chili. De delegatie bestond uit rectoren en decanen van de vier universiteiten met een sterrenkundig instituut: de universiteiten van Amsterdam, Groningen en Leiden, en de Radboud Universiteit in Nijmegen.Het bezoek werd begeleid door de directie en het bestuur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA), de alliantie die het universitair astronomisch onderzoek bundelt en die de nationale thuisbasis vormt voor de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO).Doel van het bezoek was om de delegatie meer inzicht te verschaffen in de nauwe band tussen excellent astronomisch onderzoek en ‘cutting-edge’ technologie en instrumentatie. Ook was er veel aandacht voor de praktijk en logistiek van het opzetten en runnen van grote internationale projecten en organisaties. Na een bezoek aan het ESO-hoofdkwartier in Santiago reisde de delegatie door naar de ESO-sterrenwacht op Cerro Paranal in Noord-Chili. Het gezelschap kreeg rondleidingen bij de Very Large Telescope (VLT), de VLT-interferometer en de surveytelescopen VST en VISTA. Na uitleg over de instrumenten die mede door NOVA zijn ontwikkeld, bezochten zij de onderhoudsfaciliteit waar de VLT-spiegels iedere twee jaar van een nieuwe laag aluminium worden voorzien om de extreme precisie van de telescopen te kunnen waarborgen.Ze vervolgden de reis per auto door de Atacama-woestijn naar San Pedro de Atacama, waar het basiskamp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) is gehuisvest. Ook werd het gebouw voor de operaties van de Atacama Pathfinder EXperiment (APEX) aangedaan. Het letterlijke hoogtepunt vormde het bezoek aan het 5000 meter hoge Chajnantor-plateau, waar 63 van de 66 ALMA-antennes in een wijde configuratie konden worden bekeken. Daar kreeg de delegatie verdere uitleg over de ALMA-correlator (de supercomputer die de signalen van de telescopen met elkaar verbindt) en de ontvangers, in het bijzonder de door NOVA gebouwde hoge-frequentie Band 9. Voorzitter van de Raad van Toezicht van NOVA Stan Gielen is zeer tevreden over het bezoek: “Tijdens dit bezoek is ons op indrukwekkende wijze duidelijk geworden hoe ESO diverse wetenschappelijke disciplines en zeer geavanceerde technologie bij elkaar weet te brengen om haar doelstellingen te bereiken. Cruciaal daarin zijn een ambitieuze en helder geformuleerde visie en een strak gecoördineerde langetermijnplanning met diverse partners om deze visie te realiseren. De Nederlandse astronomen spelen hierin een zeer belangrijke rol. Dit alles heeft geleid tot een aantal observatoria van absoluut wereldniveau. Nederland is al 60 jaar innig betrokken bij ESO en ik ga ervan uit dat dit via NOVA als thuisbasis nog minimaal 60 jaar zal voortduren.”ESO-topman Tim de Zeeuw voegt daaraan toe: “De nauwe samenwerking tussen ESO en astronomische en technische instituten in de 14 lidstaten maakt het mogelijk excellent astronomisch onderzoek te doen met de beste faciliteiten ter wereld. Het NOVA-model van nationale samenwerking is uniek binnen de lidstaten, versterkt het ESO programma en geeft Nederland een leidende rol in het wetenschappelijk gebruik van de VLT en ALMA, die zal worden voortgezet met de E-ELT.

Bron: Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie‘.

Passagiers verkeersvliegtuig zien privaat ruimteschip passeren

Credit: Virgin Galactic

De passagiers van een verkeersvliegtuig waren getuige van een nogal unieke gebeurtenis: de passage van de White Knight, een vliegtuig dat onderdeel vormt van het lanceringsmechanisme van de SpaceShipTwo. Dit private ruimteschip van Virgin Galactic is ontwikkelt voor het ruimtetoerisme. Tegen betaling van een fikse vergoeding (250.000 dollar) brengt de SpaceShipTwo je tot een hoogte van zo’n 100 kilometer – de grens van de ruimte. Hoe dan ook, een passagier heeft vanuit het vliegtuig de passage van het ruimteschip vastgelegd, begeleid door uitleg van de piloot (waar de passagier helaas constant doorheen zit te ouwehoeren). Het resultaat mag er wezen 😉

Oh, nu we toch bezig zijn, vond ik op de site van Virgin Galactic nog een mooi filmpje:

Bron: Virgin Galactic

Curiosity fotografeert wolken op Mars

Credit: NASA

De Curiosity-rover heeft foto’s gemaakt van wolken op Mars. Deze wolken bestaan vermoedelijk uit ijsdeeltjes en supergekoelde waterdruppels. Maar waarom heeft de Marsrover eigenlijk foto’s gemaakt van de lucht? Het missiedoel van Curiosity is immers het vaststellen of de Rode Planeet vroeger levensvatbaar is geweest. Hierbij worden vooral gesteentes bestudeerd – toch kunnen ook wolken astrobiologen veel vertellen.

De wolken zijn immers onderdeel van het klimaatsysteem op de planeet en hun gedrag kan de wetenschap meer vertellen over winden en temperatuursverschillen. Het bestuderen van het Marsweer kan ons niet alleen meer vertellen over het huidige klimaat, maar ook over klimatologische processen in het verleden. Hierdoor kunnen astrobiologen de geologische geschiedenis van de Rode Planeet beter interpreteren.

Oh, als je wilt weten wat Curiosity de komende week allemaal zal uitspoken, bekijk dan deze update:

Bron: NASA.

Jupiterachtige planeet-in-wording ontdekt bij relatief nabije ster

Credit: P. Marenfeld & NOAO/AURA/NSF

Wetenschappers hebben een zich vormende planeet ontdekt op een afstand van 355 lichtjaar. Het bestaan van de planeet is vastgesteld door gebruik te maken van emissies van koolmonoxide (CO). De planeet draait z’n rondjes rondom de relatief grote en hete ster HD100546.

De ster in kwestie is ongeveer 2,5 keer groter dan onze zon, en dertig keer zo helder. De ster bevindt zich in het sterrenbeeld Musca (Vlieg), dat alleen zichtbaar is vanuit het zuidelijke halfrond. De betrokken wetenschappers hebben gebruik gemaakt van een speciale techniek, spectro-astrometrie genoemd. Hiertoe is gebruik gemaakt van telescopen van het Gemini-observatorium in de VS en het Europese Zuidelijke Observatorium in Chili.

Wetenschappers maken graag gebruik van koolmonoxide-emissies, omdat deze relatief gemakkelijk zichtbaar zijn op grote afstand. Het blijkt dat er een gebiedje bestaat met een overschot aan CO-emissies en dat deze in een omloopbaan lijkt te zijn rondom de ster HD100546. Volgens de onderzoekers is de meest waarschijnlijke bron van deze emissies een zogenaamde circumplanetaire schijf – een wervelende schijf van materiaal rondom een jonge gasplaneet. Uit deze schijf zal zich vermoedelijk een maanstelsel ontwikkelen.

De afstand tussen de circumplanetaire schijf en de ster is vergelijkbaar met de afstand tussen Saturnus en de zon. In het centrum van de schijf bevindt zich een gaswolk van drie Jupitermassa’s, die zal samentrekken tot een grote gasplaneet. Eerder is al bewijs gevonden voor nog een planeet-in-wording rondom de ster, namelijk een koude gasreus van een Jupitermassa, op een vergelijkbare positie in z’n planetenstelsel als Pluto in het onze.

Bron: Clemson University

Zondag vliegt de kleine planetoïde 2014 RC langs de aarde

credit: NASA/JPL-Caltech

Komende zondag, 7 september om 20.18 uur Nederlandse tijd, zal de kleine planetoïde 2014 RC op een afstand van minstens 40.000 km, da’s ongeveer één-tiende van de afstand aarde-maan, langs de aarde vliegen. 2014 RC is ongeveer 20 meter in diameter en hij werd op 31 augustus ontdekt door twee onafhankelijke hemelspeurders: door de Catalina Sky Survey vlakbij Tucson in Arizona (VS) en door de Pan-STARRS 1 telescoop, op de top van de berg Haleakal op het eiland Maui bij Hawaï. Op het moment dat de uit de kluiten gewassen kosmische kiezel langs de aarde vliegt is ‘ie van schijnbare helderheid +11,5, gemakkelijk te fotograferen door amateurs. Maar op dat moment vliegt ‘ie ergens boven Nieuw-Zeeland, dus wij kunnen daar in Nederland helaas niet van genieten. Mocht je op dat moment wel in Nieuw-Zeeland zitten (je weet maar nooit), dan moet je een snelle volgcamera hebben: tijdens de dichtste nadering vliegt ‘ie met 3300 boogseconden per minuut langs de hemel. 😯 Hieronder een foto van 2014 RC, gemaakt door het Remanzacco Observatorium.

Credit: Remanzacco

Op de afbeelding helemaal bovenaan zie je de baan van planetoïde 2014 RC. Je ziet dat ‘ie net langs de baan scheert van de geosynchrone satellieten, die op 36.000 km boven de aarde rondcirkelen. Dreigende botsingen tussen een planetoïde en zo’n satelliet – zou op zich best uniek zijn – zijn niet aan de orde. Bron: NASA/JPL + Remanzacco.

Dinsdag 9 september komt er weer een Supermaan aan

Credit: Imp13/Pixabay.

Op dinsdag 9 september is het weer zo ver: voor de derde achtereenvolgende keer beleven we Volle Maan (om 03.38 uur om precies te zijn) én perigeum, een combinatie die al een poosje ‘supermaan‘ wordt genoemd. De eerste in het rijtje was op 12 juli, daarna was er eentje op 10 augustus te zien en nu dus de volgende op 9 september. Perigeum betekent dat de maan in zijn baan het dichtste bij de aarde staat en dat is zo’n 50.000 km dichterbij dan bij apogeum, het punt het verste van de aarde. De Volle Maan staat op dat moment op circa 359.181 km van de Aarde – de gemiddelde afstand bedraagt 384.450 km – en hierdoor lijkt deze zo’n 7% groter en circa 13% helderder dan gemiddeld. Vandaar dat vele mensen ‘m gaan fotograferen, met name als ‘ie laag aan de horizon staat en er gebouwen of natuurobjecten zoals bomen of bergen in de buurt staan. Ik ben zelf ook van plan om ‘m digitaal te vereeuwigen en wel met de Samsung Galaxy K Zoom, een combinatie van smartphone en camera met zoommogelijkheden. Volgende week hoor je daar meer over. Hieronder een video over de drie opeenvolgende supermanen.

Bron: Sterrengids 2014 + Hemel.waarnemen.

Rosetta’s komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko begint gas en stof uit te spuwen

Credit: ESA/Rosetta/ Navcam/Bob King.

Voor het eerst heeft de Europese sonde Rosetta bij de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko gezien dat er gas en stof de ruimte in wordt geblazen. Op 2 september j.l. nam Rosetta vier foto’s van komeet 67P, zoals we ’s kortweg noemen, en daarop zijn twee ‘jets’ of straalstromen te zien, die vanuit de vier kilometer grote komeetkern de ruimte in worden geblazen. De komeet komt steeds dichter bij de zon en dat betekent dat onder invloed van het ultraviolette licht van de zon delen van de komeet gaan verdampen en de ruimte in vliegen, hetgeen de karakteristieke staart van de komeet oplevert. Een maand eerder had Rosetta ook al van dergelijke straalstromen gezien, maar dat was op een foto die zeer overbelicht was, zoals je hieronder kunt zien.

Credit: ESA / Rosetta / MPS for OSIRIS Team MPS / UPD / LAM / IAA / SSO / INTA / UPM / DASP / IDA.

Het perihelium van de komeet – da’s het punt in zijn baan dat ‘ie het dichtste bij de zon staat – wordt pas in augustus volgend jaar bereikt, dus het uitstralen van gas en stof moet eigenlijk nog op gang komen, maar het eerste begin is er. Op 24 september a.s. zal Rosetta langs de nachtkant van 67P vliegen en dan zullen de straalstromen van achteren verlicht worden door de zon, dus dat zal vast mooie plaatjes van een stralende komeet gaan opleveren. Komeet 67P is overigens ook al in ultraviolet licht door Rosetta bestudeerd en wel met NASA’s Alice ultraviolet (UV) spectrograaf. Die metingen laten zien dat het oppervlak van de komeet in dat golflengtegebied uitzonderlijk zwart is – zwarter dan houtskool. Ook zijn – vreemdgenoeg – geen grote gebieden van bevroren water op het oppervlak te zien. Bron: Universe Today + Eurekalert.