Baan van de vuurbol van 19 oktober door het zonnestelsel is berekend

Credit: Werkgroep Meteoren

Medewerkers van de landelijke Werkgroep Meteoren hebben de baan van de meteoroïde door het zonnestelsel, welke zondag 19 oktober j.l.  als vuurbol was te zien, berekend. Het meldpunt vuurbollen van de werkgroep ontving bijna 100 meldingen, een absoluut record! Er zijn (veel) meer meldingen gedaan dan naar aanleiding van de knaller uit oktober 2009. Dit kan overigens ook te maken hebben met de vindbaarheid van het meldpunt. De diverse meteorenliefhebbers in het land zijn ook al actief met het verwerken van data en het berekenen van banen. Marco Langbroek maakte, onder voorbehoud, bovenstaand plaatje van het mogelijk atmosferisch traject van de meteoor boven Nederland. De beginhoogte bedraagt volgens Marco ongeveer 98 kilometer boven de Aarde, de vuurbol doofde uit op een hoogte van ongeveer 75 kilometer. Ook de eerste baanberekeningen van de meteoroïde door ons zonnestelsel zijn al uitgevoerd. De berekeningen zijn door Carl Johannink uitgevoerd op basis van data verzameld door CAMS. Felix Bettonvil baseerde zijn baanberekeningen op data van all-sky cameras. Hieronder een afbeelding van de baan van de meteoroïde door ons zonnestelsel. Let op: resultaten baanelementen onder voorbehoud.

Credit: Werkgroep Meteoren

Bron: Werkgroep Meteoren.

Komeet Siding Spring bij Mars ook gespot door Hubble en MAVEN

Credit: NASA, ESA, PSI, JHU/APL, STScI/AURA

De komeet Siding Spring, die zondagavond vlak langs Mars vloog, is ook gefotografeerd door Hubble en MAVEN, de eerste deed dat vanuit z’n baan rondom de aarde, de tweede vanuit z’n baan rondom Mars. Hubble stond op het moment van de dichtste nadering zo’n 240 miljoen km van Mars en Siding Spring vandaan, hierboven het stel vereeuwigd door Hubble. De foto is eigenlijk een mix, want zoals je ‘m hierboven ziet kan helemaal niet in het echt. Mars was gezien vanaf de aarde 10.000 keer helderder dan de komeet, dus om de komeet te zien zou Mars volledig overbelicht moeten zijn. Hubble heeft Mars en komeet Siding Spring wel gefotografeerd – met z’n Wide Field Camera 3 – maar beiden met verschillende belichtingstijden. De sterachtergrond is geleverd door de Palomar Digital Sky Survey. De onderlinge afstand tussen Mars en komeet op de foto klopt, 1/5e boogminuut om precies te zijn, da’s ééntwintigste van de diameter van de volle maan. Hieronder de foto die MAVEN van de coma van komeet Siding Spring nam en wel op 17 oktober, twee dagen voor de dichtste nadering.

Credit: Laboratory for Atmospheric and Space Physics, University of Colorado; NASA

De Mars Atmosphere and Volatile Evolution (MAVEN) sonde heeft ‘m in ultraviolet gemaakt, met z’n Imaging Ultraviolet Spectrograph (IUVS) instrument. De afstand tussen sonde en komeet was toen 8,5 miljoen km. Wat je op de foto ziet is de coma van waterstof, dat ontstaat als het water (H2O) dat vanuit de komeet wordt weggeblazen onder invloed van de ultraviolette straling van de zon uiteenvalt in waterstof en zuurstof. MAVEN kon de waterstof in de coma rondom de komeetkern tot 150.000 km volgen, meer nog dan de kortste afstand tussen de komeet en Mars, dus Mars zal door de coma van komeet Siding Spring zijn gegaan. Bron: NASA + NASA

De zon is prachtig als ze boos is

Credit: Solar Dynamics Observatory/NASA.

De zon is prachtig als ze boos is. In onderstaande video zie je de enorme coronale lussen, die zo’n vijftien keer ‘langer’ kunnen worden als de aarde en de magnetische veldlijnen van onze moederster volgen. Coronale lussen vormen zich vooral nadat het magnetische veld verstoord is geraakt door bijvoorbeeld een zonnevlam. Het filmpje is geschoten door de Solar Dynamics Observatory en laat de zon zien in ultraviolet licht.

Bron: NASA

Het superzware zwarte gat in de Melkweg verorbert planetoïden

Afbeelding van het superzware zwarte gat in het centrum van onze Melkweg. De heldere flitsen die dit zwarte gat dagelijks vertoont worden veroorzaakt door planetoïden die worden opgeslokt. (NASA/CXC/M.Weiss)


Het superzware zwarte gat Sgr A* in ons Melkwegcentrum vertoont dagelijks een flits. Astronomen suggereerden eerder dat deze flitsen worden veroorzaakt doordat het zwarte gat planetoïden opslokt. De Leidse astronoom Simon Portegies Zwart en zijn promovendus Adrian Hamers hebben dit vermoeden nu bevestigd door de baanevolutie van de planetoïden nabij Sgr A* nauwkeurig te berekenen. Uit het onderzoek volgt ook dat de planetoïden zijn ontstaan rond sterren in het hart van de Melkweg, op dezelfde manier als planetoïden in ons zonnestelsel zijn ontstaan. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.De astronomen hebben in hun berekeningen twee scenario’s vergeleken: in het ene geval zijn de planetoïden – rotsblokken van enkele tientallen kilometers in doorsnede – afkomstig uit een wolk rond het centrale superzware zwarte gat, en in het andere zijn ze ontstaan rond sterren in het hart van de Melkweg. In beide scenario’s komen ze uiteindelijk te dicht bij het zwarte gat en worden verpulverd, wat een flits veroorzaakt. Uit het onderzoek blijkt dat het tweede scenario de beste verklaring is.Volgens dat laatste scenario worden de planetoïden uit hun oorspronkelijke planeetstelsel geslingerd door interacties met andere sterren. Ze komen vervolgens terecht in een baan rond Sgr A* terecht. Door verdere zwaartekrachtswisselingen met sterren worden hun banen zo langgerekt dat ze binnen een afstand van 150 miljoen kilometer van het zwarte gat komen, worden vernietigd en een waarneembare flits veroorzaken. Als de planetoïde op kleine afstand van het zwarte gat wordt verpulverd is een röntgenflits te zien, en op grote afstand een infraroodflits.”De eerdere suggestie dat planetoïden rond het centrale superzware zwarte gat draaien en de oorzaak van de flitsen zijn, was verrassend, maar lijkt de beste verklaring”, zegt Portegies Zwart. “Onze nauwkeurige berekeningen, waarbij we de baanevolutie van planetoïden hebben meegenomen, bevestigen dit wilde idee. Daarbij hebben we nu een veel beter idee van het aantal planetoïden in de omgeving van het zwarte gat, hun verdeling en hun oorsprong. Het besef dat planetoïden ook rond sterren in het hart van onze Melkweg ontstaan is heel interessant”, zegt Hamers. “Dit betekent dat de vorming van planetoïden in de extreme en exotische omgeving van een superzwaar zwart gat niet veel anders is dan in de omgeving van de zon, en impliceert dat er mogelijk ook talloze planeten om het zwarte gat draaien.” Bron: Universiteit Leiden.

Grote telling van exokometen rond Beta Pictoris

Artist’s impression van exokometen rond Bèta Pictoris. Credit:ESO/L. Calçada

Het HARPS-instrument van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili is ingezet voor de grootste telling van kometen rond een andere ster die ooit is ondernomen. Een Frans team van astronomen heeft bijna 500 afzonderlijke kometen onderzocht die om de ster Bèta Pictoris draaien. Daarbij is ontdekt dat de exokometen tot twee verschillende families behoren: oude exokometen die meerdere keren in de buurt van de ster zijn geweest, en jongere exokometen die waarschijnlijk afkomstig zijn van één of meer grotere objecten die recent uiteen zijn gevallen. De nieuwe resultaten verschijnen op 23 oktober 2014 in het tijdschrift Nature.

Bèta Pictoris is een jonge ster op ongeveer 63 lichtjaar van de zon. Hij is pas ongeveer 20 miljoen jaar oud en is omgeven door een enorme schijf van materiaal – een heel actief jong planetenstelsel waarin verdampende kometen en botsende planetoïden gas en stof produceren. Flavien Kiefer (IAP/CNRS/UPMC), hoofdauteur van het nieuwe onderzoek, is enthousiast: ‘Bèta Pictoris is een heel spannend object! De gedetailleerde waarnemingen van zijn exokometen bieden ons aanknopingspunten die inzicht geven in de processen die in dit soort jonge planetenstelsels optreden.’

Deze compositiefoto toont de naaste omgeving van Bèta Pictoris, zoals gezien in het infrarood. Credit:ESO/A.-M. Lagrange et al.

Al sinds bijna dertig jaar zien astronomen subtiele veranderingen in het licht van Bèta Pictoris die worden toegeschreven aan kometen die vanaf de aarde gezien vóór de ster langs trekken. Kometen zijn ijsachtige hemelobjecten met afmetingen van een paar kilometer die bij nadering van hun ster verdampen. Daarbij ontstaan reusachtige staarten van gas en stof die een deel van het sterlicht dat door hen heen gaat absorberen. Het zwakke licht van de exokometen zelf verbleekt bij het licht van de heldere ster, waardoor zij niet rechtstreeks waarneembaar zijn vanaf de aarde.

Exoplaneet op heterdaad betrapt. Credit:ESO/A.-M. Lagrange

Om de exokometen van Bèta Pictoris te onderzoeken heeft het team meer dan duizend waarnemingen geanalyseerd die tussen 2003 en 2011 zijn verkregen met het HARPS-instrument van de 3,6-meter ESO-telescoop van de sterrenwacht op La Silla in Chili. De onderzoekers vonden aanwijzingen voor 493 verschillende exokometen, waarvan sommige meerdere keren en gedurende enkele uren werden waargenomen. Nauwkeurige analyses leverden metingen op van de snelheid en de grootte van de gaswolken. Ook konden enkele baaneigenschappen van deze exokometen, zoals de vorm en de stand van de baan en de afstand tot de ster, worden afgeleid.

Voor het eerst hebben astronomen een exoplaneet kunnen volgen terwijl deze van de ene kant van zijn ster naar de andere kant bewoog. De planeet heeft de kleinste baan van alle tot nu toe rechtstreeks in beeld gebrachte exoplaneten: de afstand tot zijn moederster is vergelijkbaar met de afstand zon-Saturnus.

Bèta Pictoris en omgeving. Credit:ESO/Digitized Sky Survey 2

Deze analyse van honderden exokometen binnen één exoplanetenstelsel is uniek. Ze heeft aan het licht gebracht dat er sprake is van twee afzonderlijke families van exokometen: een familie van oude kometen waarvan de banen worden beteugeld door een zware planeet, en een familie die waarschijnlijk is voortgekomen uit het recent uiteenvallen van één of enkele grotere objecten. Ook in ons eigen zonnestelsel bestaan verschillende families van kometen.

De exokometen van de eerste familie vertonen een verscheidenheid aan banen, maar produceren niet veel gas en stof. Dit wijst erop dat hun ijsvoorraad door achtereenvolgende naderingen van Bèta Pictoris uitgeput is geraakt. De exokometen van de tweede familie zijn veel actiever en volgen ook vrijwel identieke banen. Dit wijst erop dat de leden van deze familie een gezamenlijke oorsprong hebben: waarschijnlijk een groter, uiteengevallen object waarvan de brokstukken een baan volgen die rakelings langs de ster gaat. Flavien Kiefer concludeert: ‘Voor het eerst zijn middels statistisch onderzoek de fysische eigenschappen en banen van een groot aantal exokometen bepaald. Dit onderzoek biedt een opmerkelijke kijk op de processen die 4,5 miljard jaar geleden optraden in het pas gevormde zonnestelsel.’ Hieronder een link naar een video over de kometen rondom Beta Pictoris:

Bron: ESO.

Enorme zonnevlek AR 2192 braakt grote zonnevlam uit – sterkte X1,6

Credit: NASA/SDO

De enorme zonnevlek AR 2192, die afgelopen zondag al een X1,1 zonnevlam uitbraakte, heeft vandaag om 16.28 uur Nederlandse tijd – een klein uurtje geleden – een nóg grotere zonnevlam uitgespuugd, eentje met een sterkte van maar liefst X1,6 – da’s de sterkste klasse van zonnevlammen. Hieronder zie je de monster-zonnevlek, met ter vergelijking de aarde erbij. Maandag kon Paul Bakker ‘m al gemakkelijk spotten, nu begrijp je waarom. 🙂

Credit: NASA/SDO

De uitbarsting – hier alle details – vond vandaag plaats en ik heb bovenstaande informatie allemaal via Twitter verzameld [1]hier een rijtje tweets: https://twitter.com/ObservingSpace/status/524934815246585856/photo/1 en https://twitter.com/ObservingSpace/status/524931039202799616 en … Continue reading. Als ik meer info heb, zal ik deze hier in updates plaatsen. De zonnevlam van zonnevlek AR 2192 bracht afgelopen zondag ook een uitstoot van heet plasma in de ruimte met zich mee, een zogeheten coronale massa ejectie (CME), maar omdat de zonnevlek toen aan de rand van de zon stond en niet op de aarde gericht was gaf die uitbarsting geen noorderlicht te zien. De zonnevlek is inmiddels behoorlijk opgeschoven rá­chting de aarde, dus kans dat we nu wel noorderlicht te zien krijgen. De vlam van vanmiddag veroorzaakt reeds een ‘R3 blackout’ in het HF radioverkeer. Hier beelden van de X1,67 vlam die AR 2192 produceerde:

Ik hou jullie van verder nieuws op de hoogte!

Radiogolven van zwarte gaten blokkeren vorming van nieuwe sterren

Het elliptische sterrenstelsel NGC 1132. De paarsige kleur is afkomstig van de röntgengloed van gas dat te heet is om nieuwe sterren te vormen. Credit: NASA, ESA, M. West (ESO, Chile), and CXC/Penn State University/G. Garmire, et al.

Astronomen hebben ontdekt waarom reusachtige elliptische sterrenstelsels nauwelijks nieuwe sterren produceren. Het blijkt dat radiogolven hiervoor verantwoordelijk zijn, of meer precies: radiogolven die worden uitgestoten door deeltjes die tot bijna de lichtsnelheid versneld worden door het centrale supermassieve zwarte gat.In de ruimte kan superheet gas afkoelen en in sterrenstelsels “vallen”, waarna het kan condenseren tot nieuwe sterren. Een deel van dit gas valt echter nog verder naar binnen en komt in het supermassieve zwarte gat terecht, die hierdoor ook gaat groeien. Op die manier groeien zowel het sterrenstelsel als het zwarte gat hand in hand. Er komt echter een moment waarop deze cyclus verstoord raakt. Zodra een sterrenstelsel namelijk een bepaalde grootte bereikt heeft, zorgt iets ervoor dat geen sterren meer kunnen ontstaan. Maar wat is dat “iets” dan?Astronomen vermoeden al langer dat het centrale zwarte gat van de grootste sterrenstelsels hiervoor verantwoordelijk zou moeten zijn. Hier is nu direct bewijs voor gevonden, waartoe gebruik is gemaakt van het zogenaamde Sunyaev-Zel’dovich-effect, dat nooit eerder voor dit doeleinde is toegepast. Het blijkt dat de straalstromen die afkomstig zijn vanuit het centrale zwarte gat radiogolven produceren die een soort terugkoppelingsmechanisme vormen. Hoe dit mechanisme precies in zijn werk gaat is nog niet bekend, maar het zorgt ervoor dat het stervormende gas niet kan afkoelen. Als het gas niet kan afkoelen, kan het ook niet gaan instorten tot nieuwe sterren. Vandaar dat in elliptische reuzenstelsels de stervorming tot een is gekomen – er is gas genoeg, maar radiogolven van het centrale zwarte gat maken dit gas geheel ongeschikt voor de productie van nieuwe sterren. Bron: John Hopkins University.

Kosmische straling bemoeilijkt toekomstige bemande Marsreizen

NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter Credit: Illustration by Chris Meaney/NASA

Een bemande reis naar Mars in de toekomst wordt steeds moeilijker, vanwege het gevaar dat dreigt door de invloed van kosmische straling. Aldus een recente serie artikelen, welke geschreven zijn door wetenschappers van de Universiteit van New Hampshire, onder leiding van Nathan Schwadron. Met behulp van de Cosmic Ray Telescope for the Effects of Radiation (CRaTER) aan boord van NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO, zie afbeelding) hebben zij onderzoek gedaan aan straling in de ruimte en de conclusie is dat door de afname van de activiteit van de zon er meer schadelijke kosmische straling van buiten het zonnestelsel is, afkomstig van extreme gebeurtenissen zoals supernovae en actieve zwarte gaten in ons eigen Melkwegstelsel en daarbuiten. De straling van de zon zelf werkt als een soort van beschermende paraplu tegen de kosmische straling, maar de afgelopen tien jaar heeft de zon een flinke afname in z’n activiteit laten zien, welke verloopt in een elfjarige cyclus. Daardoor kan meer kosmische straling de binnenste delen van het zonnestelsel binnendringen. Astronauten die langdurige reizen naar de maan, een planetoïde en naar Mars zullen maken zullen daardoor meer risico lopen op stralingsziekte, huidkanker en beschadiging van organen zoals het hart en de hersenen. Bron: Science Daily.

Zwart gat P13 consumeert meer gas dan voor mogelijk werd gehouden

Credit: ICRAR

Sterrenkundigen hebben aan de rand van het sterrenstelsel NGC 7793 een zwart gat ontdekt dat veel meer gas van een nabijgelegen ster afsnoept dan voor mogelijk werd gehouden. Het zwart gat wordt P13 genoemd en het ligt 12 miljoen lichtjaar van ons vandaan. Je ziet ‘m hierboven, de heldere blauwwitte vlek onderaan – er naast is een animatie te zien van het P13-systeem. Vlakbij P13 staat een zware ster, die zo’n 20 keer de massa van de zon telt en onderzoek door Roberto Soria (International Centre for Radio Astronomy Research, ICRAR) en zijn team laat zien dat P13 zelf 15 keer de massa van de zon telt. De twee objecten draaien in 64 dagen om een gemeenschappelijk zwaartepunt en op basis van deze gegevens kon men berekenen dat P13 tien keer meer gas aantrekt van de ster dan men voor mogelijk hield. P13 is dus kennelijk een veelvraat, die in dit tempo de ster in minder dan een miljoen jaar helemaal kan hebben opgevreten, zeer kort in astronomische termen. NGC 7793, gelegen in de richting van het zuidelijke sterrenbeeld Beeldhouwer, is trouwens een bijzonder stelsel, want er bevindt zich ook een bellen blazende microquasar, S26. :bron: Bron: Science Daily.

Sneeuwt het verbindingen van zware metalen op Venus?

De donkere vlekken die zichtbaar zijn op deze radaropname van Venus zouden kunnen zijn opgebouwd uit “rijp” van zware metalen.

Een nieuwe analyse van twintig jaar oude meetgegevens heeft geen oplossing opgeleverd voor de raadselachtige radarreflectie-eigenschappen van de planeet Venus. Het Venusoppervlak gaat schuil onder een permanent gesloten wolkendek, en kan alleen met behulp van radar in kaart worden gebracht.

De Amerikaanse planeetverkenner Magellan ontdekte in de jaren negentig al dat radarsignalen sterker door het Venusoppervlak worden gereflecteerd naarmate het betreffende terrein hoger ligt. Bovendien werden op grote hoogte enkele merkwaardige donkere vlekken ontdekt – gebieden die juist vrijwel g