23 oktober 2018

Gedoe in de donkere sector: wordt donkere materie opgegeten door donkere energie?

Galaxy Cluster Abell 1689

Over donkere materie en -energie zouden we dagelijks enkele blogs kunnen schrijven en vandaag is zo’n dag dat we dat ook echt doen, na ons eerdere bericht vanochtend over de SIMP’s, een kandidaat voor donkere materie. Dit keer gaat het over het resultaat dat onderzoekers van de universiteiten van Portsmouth en Rome hebben gevonden na het bestuderen van gegevens van talloze survey’s, onder andere de bekende Sloan Digital Sky Survey (SDSS). Uit die studie blijkt er iets aan de hand te zijn in de ‘donkere sector’ van het heelal, de combinatie van donkere materie en donkere energie, die samen zo’n 95% van de totale massa-energie van het heelal vormen. Volgens de onderzoekers wordt de donkere energie steeds sterker en dat gaat ten koste van de donkere materie, die als het ware wordt ‘opgegeten’ door de donkere energie. Omdat de donkere energie door haar afstotende werking zorgt voor een steeds sneller gaande expansie en de donkere materie verantwoordelijk is voor het ontstaan van grootschalige structuren in de vorm van clusters en superclusters van sterrenstelsels (zie afbeelding hieronder) levert de groei van de donkere energie ten koste van de donkere materie een heelal op dat steeds leger wordt.

LSS1

Uit de SDSS gegevens is dit al zichtbaar: er is minder grootschalige structuur in het heelal dan het gangbare ΛCMD model voorspelt, het model dat uitgaat van donkere energie in de vorm van de Kosmologische Constante (Λ) en koude donkere materie (CDM, cold dark matter). Als donkere energie echt groeit dan moet worden afgestapt van dit ΛCMD model en moet gekeken worden naar modellen met variabele donkere energie, zoals de modellen met kwintessens en fantoomenergie – die laatste levert ons heelal een einde op in de vorm van een Big Rip. Dit alles sluit goed aan bij een ander recent onderzoek aan 112 type Ia supernovae met Pan-STARRS (the Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System), waaruit blijkt dat zogeheten toestandsvergelijking ω van het heelal, een vergelijking die de verhouding tussen de druk p en de energiedichtheid ρ aangeeft. Volgens ΛCMD is ω -1, maar als je de Pan-STARRS-gegevens aan de supernovae combineert met de Planck gegevens aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling én de SDSS-gegevens aan de Baryonische Accoustische Oscillaties (BAO’s)1, dan komt er ω=-1,166 ± 0,07 uit en die waarde sluit beter aan bij de modellen met een variabele donkere energie. Kortom, er is gedoe in de donkere sector van het heelal. Bron: Science Daily + Koberlein.

Noten
  1. Dat zijn subtiele rimpels in de verspreiding van sterrenstelsels in de kosmos. Deze rimpels zijn de indrukken van drukgolven die door het vroege universum gereisd zijn. Het universum was toen dusdanig heet en dicht, dat lichtdeeltjes met dezelfde snelheid bewogen hebben als de neutronen en protonen (samen baryonen genoemd). []

Reacties

  1. Vleddert zegt:

    In een astroblog op 4 januari 2013 ” Bose-Einstein atomen gekoeld tot onder het absolute nulpunt”
    stond een bericht over materie kouder dan het absolute nulpunt. Deze materie werkte afstotend. Is het niet mogelijk dat donkere marie die te koud wordt donkere energie wordt? Met de uitdijing en dus het kost worden van het heelal, komt er daardoor steeds met donkere energie, wat de versnelde uitdijing zou verklaren en ook zou verlaten waardoor er ooit meer donkere materie was.

  2. Zoals ik het begrijp leeft ons planeet samen met sterreen andere planeten in het heelal. Maar misschien is er nog wel een andere heelal in de ruimte .

    • Gralgrathor zegt:

      • Stoerecurry zegt:

        Ik zou zeggen, laten we eerst ons heelal in kaart brengen en dan pas gaan kijken of er nog een heelal bevind. Zolang we nog niet intergalactisch kunnen reizen lijkt me dit ook geen haalbare kaart. (ik zet mn geld nog steeds op de Alcubierre’s “Warp Drive”)

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.