Schaduwkanten van maankraters bevatten meer waterstof

hayn-crater

Metingen van de Amerikaanse maanorbiter LRO wijzen erop dat de noordwanden van kraters op het zuidelijke halfrond van de maan iets meer waterstof bevatten dan de zuidwanden. Het waterstof is waarschijnlijk afkomstig van vluchtige stoffen in de maanbodem, waaronder uiterst kleine hoeveelheden water. Het verschil wordt toegeschreven aan de inval van zonlicht: de noordwanden van de zuidelijke kraters liggen vaker in de schaduw dan de zuidwanden. Een vergelijkbaar effect zien we op aarde op plaatsen waar sneeuw is gevallen: op het noordelijk halfrond blijven hellingen die op het noorden zijn gericht het langst wit.

Vermoed wordt dat kraters op het noordelijk halfrond van de maan een vergelijkbaar verschil vertonen, maar de betreffende meetgegevens zijn nog niet verwerkt. Het waterstof op de maan kan van verschillende bronnen afkomstig zijn. Een deel ervan is aangeleverd door inslaande planeto

De zoektocht naar zwaartekrachtsgolven uit de oerknal gaat door

Credit: BICEP3 Collaboration

De gezamenlijke analyse van de BICEP2, Keck en Planck gegevens van de waarnemingen aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling laat zien dat het overgrote deel van de gemeten B-mode polarisatie veroorzaakt wordt door stof uit de Melkweg – op donderdag 5 februari om 15.00 uur ’s middags (noteer ’t in je agenda!) worden die gegevens openbaar via de Planck Legacy Archive, de wetenschappelijke artikelen zijn vanaf dat moment hier te vinden. De BICEP2 waarnemingen hebben géén zwaartekrachtsgolven uit de inflatieperiode van de oerknal gevonden, maar de gevonden waarde voor de parameter r, de verhouding tussen de tensor van de zwaartekrachtsgolven en de scalar van de dichtheidsgolven, van < 0,12 biedt nog steeds de mogelijkheid dat die door Einstein voorspelde golven in de ruimtetijd wel bestaan, maar dat ze gewoon te zwak zijn om met de huidige instrumenten te detecteren. Vandaar dat talloze wetenschappelijke teams doorgaan met de zoektocht naar de ‘primordiale zwaartekrachtsgolven’ en dat daarbij lessen worden getrokken uit de ervaringen van afgelopen jaar.

Rechts de zwaartekrachtsgolven, links de dichtheidsgolven. De verhouding tussen die twee wordt weergegeven door de parameter r.

Belangrijkste les: kijk niet slechts in één frequentie óf gebruik een frequentie waar stof niet stoort! BICEP2 keek maar in één frequentie naar de kosmische straling, bij 150 GHz, precies een frequentie waarin stof van de Melkweg ook straalt. Kijk daarom in meerdere frequenties, zodat voorgrondsignalen eruit kunnen worden gefilterd en eventueel aanwezige echte B-mode polarisatie van de primordiale zwaartekrachtsgolven boven de statistische ruis uitstijgen – of kijk in dá­e frequenties waar lokaal stof niet stoort. Op de Zuidpool zijn ze bij het Scott Amundsen station druk bezig met de bouw van de opvolger van BICEP2, heel verrassend BICEP3 genoemd (zie afbeelding bovenaan). Die moet gaan kijken bij een frequentie van 95 GHz, hetgeen volgens de onderzoekers een ‘sweet spot’ is, een stofvrij kanaal. Een ander instrument is de Keck Array, reeds aanwezig op datzelfde station aan de Zuidpool. Die gaat kijken bij drie frequenties, 95, 150 en 220 GHz. Naast deze twee gaan er talloze andere instrumenten kijken naar de kosmische straling, zowel op de grond als vanuit balonnen. Zie het overzicht hieronder, inclusief de waar te nemen frequenties.


Men denkt dat de gevoeligheid van dit bataljon aan instrumenten r < 0,01 en uiteindelijk zelfs r < 0,001 kan worden. Maar ja, dan blijft de vraag natuurlijk of zelfs met deze gevoeligheid zwaartekrachtsgolven zullen worden gedetecteerd. Als de energieschaal van de inflatie tijdens de oerknal 13,8 miljard jaar geleden minder dan 10^16 GeV bedroeg lijkt het uitgesloten dat de zwaartekrachtsgolven zullen worden gedetecteerd. We wachten het rustig af. Oh ja, nog even doorgaand op de Planck waarnemingen aan dat lokale stof in de Melkweg. Ik kwam deze week deze prachtige afbeelding tegen, waarin die stofkaart gemixt is met Vincent van Gogh’s beroemde Starry Night:

Credits: Vincent Van Gogh, ESA

😀 Bron: Résonaances + Francis Naukas + Nature News + Universe Today (voor die mix).

Vista kijkt dwars door de Melkweg heen

Deze kleine uitsnede van de VISTA VVV-survey van de centrale delen van de Melkweg toont de beroemde Trifidnevel (rechts van het midden). In vergelijking met de bekende opnamen in zichtbaar licht lijkt hij spookachtig zwak. Deze doorzichtigheid heeft zo zijn voordelen: nu zijn ook de verborgen objecten achter de nevel duidelijk te zien. Daartussen bevinden zich twee cepheïden – de eerste die tot nu toe dicht bij het centrale vlak, maar aan de verre kant van de Melkweg zijn ontdekt. Credit: ESO/VVV consortium/D. Minniti.

Een nieuwe opname, gemaakt met ESO’s surveytelescoop VISTA, plaatst de beroemde Trifidnevel in een nieuw, spookachtig licht. Door waarnemingen te doen in het infrarood kunnen astronomen dwars door de stofrijke centrale delen van de Melkweg heen kijken en objecten ontdekken die eerder onopgemerkt bleven. Alleen al in dit kleine stukje van een van de VISTA-surveys hebben astronomen twee onbekende en zeer verre veranderlijke sterren van het cepheïdentype ontdekt, die vrijwel recht achter de Trifidnevel staan. Het is voor het eerst dat cepheïden in het centrale vlak van de Melkweg, voorbij zijn centrale verdikking zijn opgespoord.

In het kader van een van zijn grote surveys van de zuidelijke hemel brengt de VISTA-telescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal, in het noorden van Chili, de centrale delen van de Melkweg in kaart. Dat gebeurt in het infrarood, om nieuwe, verborgen objecten te kunnen ontdekken. Bij deze VVV-survey (de afkorting staat voor VISTA Variables in the Via Lactea) worden dezelfde hemelgebieden steeds opnieuw waargenomen, om objecten te kunnen opsporen die in de loop van de tijd van helderheid veranderen.

Deze kleine uitsnede van de VISTA VVV-survey van de centrale delen van de Melkweg toont de beroemde Trifidnevel (rechts van het midden). In vergelijking met de bekende opnamen in zichtbaar licht lijkt hij spookachtig zwak. Deze doorzichtigheid heeft zo zijn voordelen: nu zijn ook de verborgen objecten achter de nevel duidelijk te zien. Daartussen bevinden zich twee cepheïden – de eerste die tot nu toe dicht bij het centrale vlak, maar aan de verre kant van de Melkweg zijn ontdekt.
De posities van de zwakke cepheïden zijn op deze foto omcirkeld.
Credit:
ESO/VVV consortium/D. Minniti

Een piepklein deel van de enorme VVV-gegevens is gebruikt om deze opvallende nieuwe afbeelding van een beroemd object te maken. Het gaat om het stervormingsgebied Messier 20, dat vanwege de spookachtige donkere banden die het (door een telescoop gezien) in drieën deelt, beter bekend is als de Trifidnevel.

De bekende foto’s van de Trifidnevel tonen deze in zichtbaar licht. Hij vertoont dan een combinatie van de heldere gloed van geïoniseerd waterstofgas en de blauwe waas van verstrooid licht dat van hete, jonge sterren afkomstig is. Ook zijn opvallende wolken van licht-absorberend stof te zien. Maar deze infraroodopname van VISTA geeft een heel ander beeld: de nevel is nog maar een schim van zijn gedaante in zichtbaar licht. De stofwolken zijn veel minder opvallend, en de heldere gloed van de waterstofwolken is nog maar nauwelijks te zien. De driedeling valt vrijwel niet meer op.

Deze kaart toont de sterren van het sterrenbeeld Boogschutter (Sagittarius) die waarneembaar zijn met het blote oog. De locatie van de beroemde Trifidnevel (Messier 20) is aangegeven. Dit gloeiende stervormingsgebied is gemakkelijk waarneembaar met een kleine telescoop. Grotere telescopen laten ook de drie donkere stofbanden zien waaraan het object zijn (bij)naam te danken heeft.
Credit:
ESO, IAU & Sky and Telescope.

In plaats daarvan toont de nieuwe opname een spectaculair nieuw panorama. De dikke stofwolken in de schijf van ons Melkwegstelsel, die zichtbaar licht absorberen, laten bijna al het infrarode licht dat VISTA kan waarnemen door. Hierdoor kan VISTA zien wat zich achter de Trifidnevel bevindt, en objecten aan de andere kant van Melkweg detecteren die nog nooit eerder zijn waargenomen.

Deze foto vergelijkt een nieuwe infraroodopname van de Trifidnevel van de VVV Vista-survey (boven) met een opname in zichtbaar licht, die met een kleine telescoop is gemaakt (onder). De gloeiende wolken van gas en stof zijn op de infraroodfoto veel minder duidelijk te zien. In plaats daarvan zijn de vele sterren achter de nevel zichtbaar, waaronder de twee recent ontdekte cepheïden.
Credit:
ESO/VVV consortium/D. Minniti/Gábor Tóth.

Bij toeval toont deze foto een goed voorbeeld van de verrassingen die je in het infrarood kunt tegenkomen. Schijnbaar vlakbij de Trifidnevel, maar in werkelijkheid zeven keer zo ver weg [1]De Trifidnevel is ongeveer 5200 lichtjaar van de aarde verwijderd. Het centrum van de Melkweg staat ruwweg in dezelfde richting, op een afstand van ongeveer 27.000 lichtjaar. De afstand van de recent … Continue reading, zijn in de VISTA-gegevens twee veranderlijke sterren ontdekt. Het gaat om cepheïden, een helder stertype dat instabiel is en afwisselend helderder en zwakker wordt. De twee sterren – vermoedelijk de helderste leden van een sterrenhoop – zijn de enige cepheïden die tot nu toe dicht bij het centrale vlak, maar aan de verre kant van de Melkweg zijn ontdekt. Hun helderheid gaat op en neer met een periode van elf dagen. Tenslotte hieronder nog een video waarin wordt ingezoomd op de Trifidnevel.

Bron: ESO.

References[+]

References
1 De Trifidnevel is ongeveer 5200 lichtjaar van de aarde verwijderd. Het centrum van de Melkweg staat ruwweg in dezelfde richting, op een afstand van ongeveer 27.000 lichtjaar. De afstand van de recent ontdekte cepheïden bedraagt ongeveer 37.000 lichtjaar.

Windmolenstelsel geeft verborgen geheimen prijs


Astronomen hebben een zeer diepe opname gemaakt van het Draaikolkstelsel (Messier 51) – dit stelsel was in de loop van de 19de eeuw de eerste ‘nevel’ waarin een spiraalpatroon herkend werd. In werkelijkheid is het een 60.000 lichtjaar groot sterrenstelsel op een afstand van 31 miljoen lichtjaar, in de richting van het sterrenbeeld Jachthonden.

De opname is in totaal maar liefst 20 uur belicht- vandaar dat structuren zichtbaar zijn die 170 jaar lang verborgen zijn gebleven. Er zijn namelijk meerdere pluimen van sterren gevonden, die vanaf M51 de ruimte in ‘schieten’. De noordwestelijke pluim is al in de jaren ’70 waargenomen, maar nu pas

Midzomernacht in het ISS

Credit: NASA

Boven de Poolcirkels kan je meemaken dat de zon de gehele dag zichtbaar is, dat de zon om 24.00 uur laag aan de horizon staat en vervolgens weer hoger aan de hemel klimt – de welbekende Midzomernacht. Het omgekeerde komt daar ook voor: een half jaar later blijft het de hele dag donker, omdat de zon niet boven de horizon komt. Phil Plait komt met een door Terry Virts gemaakt filmpje, waarin je de zon vanuit het internationale ruimtestation ISS ziet. Virts is astronaut in het ISS en hij heeft meer dan 24 uur gefilmd en dat vervolgens versneld weergegeven. Wat je ziet is dat vanuit het ISS de zon niet onder de horizon verdwijnt. Eh… het ISS draait in bijna 93 minuten – zeg anderhalf uur – één keer om de aarde, dus dan zou je toch verwachten dat je vanuit het ISS in één aardse dag 16 keer de zon ziet opkomen en ondergaan? Dat klopt, onder de video vind je de verklaring voor de door Virts gefilmde midzomernacht vanuit het ISS.

De verklaring voor deze baan van de zon in de video is gelegen in de baan van het ISS om de aarde. Die baan heeft een inclinatie ten opzichte van de evenaar van 51,65°. Meestal is de baan van het ISS en de stand van de aarde ten opzichte van de zon zodanig dat enkele keren per dag de aarde tussen het ISS en de zon in staat. Maar twee keer per jaar staat de baan van het ISS bijna loodrecht op de ecliptica, het vlak van de aardbaan om de zon en is vanuit het ISS de zon de gehele dag te zien, zoals je in de afbeelding hieronder kunt zien. De astronauten in het ISS spreken dan van een High Beta Angle,

Credit: NASA

Bij een Low Beta Angle is er juist sprake van dat het ISS zich veel in de schaduw van de aarde bevindt, zoals in de afbeelding hieronder te zien is.

Credit: NASA

Bron: Bad Astronomy.

Witte Huis geeft NASA toestemming voor missie naar de maan Europa

Het Witte Huis heeft voor 2016 de begroting van de NASA goedgekeurd – in totaal het lieve sommetje van $ 18,5 miljard, ruim 16 miljard euro, een half miljard dollar meer dan wat ze dit jaar te besteden hebben. In die begroting – voor de liefhebbers van cijfers is ‘ie hier te lezen – zit ook $ 30 miljoen (

Supernovarest lijkt op een gatenkaas

Credit: D. Milisavljevic (CfA) & R. Fesen (Dartmouth).

Amerikaanse astronomen hebben een driedimensionaal model gemaakt van het inwendige van de supernovarest Cassiopeia A (Cas A). Daarbij hebben ze ontdekt dat dit overblijfsel van een zware ster, die ongeveer 340 jaar geleden is ontploft, bestaat uit een verzameling van een stuk of zes holtes of ‘bellen’.De ontplofte ster in het sterrenbeeld Cassiopeia heeft zichzelf helemaal aan flarden geblazen. Daarbij is extreem hete en radioactieve materie uit de kern vrijgekomen, die zich vermengde met de materie van meer naar buiten gelegen delen van de ster. Het is heel moeilijk om het verloop van zo’n explosie in een model te vervatten, zelfs met de geavanceerde supercomputers van nu. Door heel nauwkeurig te kijken naar relatief jonge supernovaresten als Cas A hopen astronomen meer inzicht te krijgen in de diverse processen die bij deze kolossale stellaire explosies betrokken zijn.Bij het maken van het 3D-model van Cas A hebben de astronomen gebruik gemaakt van nabij-infraroodopnamen van het object. Met behulp van spectroscopie zijn de snelheden gemeten waarmee het materiaal van de supernovarest zich van het epicentrum van de explosie verwijderd. Die gegevens leverden de cruciale derde dimensie van het model op. Uit het ruimtelijke model blijkt dat Cas A wel wat weg heeft van een gatenkaas. De bij de explosie weggeblazen materie heeft zich verdeeld in een aantal ‘bellen’ met afmetingen van enkele lichtjaren. Deze structuren zijn waarschijnlijk ontstaan door pluimen van radioactief nikkel die door de kern van de ontploffende ster zijn uitgestoten. Bron: Astronomie.nl.

Laatste adem van ‘stervende’ sterrenstelsels waargenomen

Credit: The International Centre for Radio Astronomy Research

Sterrenstelsels kunnen soms erg snel ‘sterven’ doordat ze hun stervormende gas in een rap tempo uitstoten, zo blijkt uit een recente studie. De meeste sterrenstelsels kunnen vele miljarden jaren lang nieuwe sterren maken voordat de voorraad stervormend gas is uitgeput. Sommige sterrenstelsels halen dat niet: die zijn razendsnel ‘rood en dood’. Men heeft nu gekeken naar sterrenstelsels die momenteel hun stervorming aan het afsluiten zijn – stelsels die precies tussen ‘rood en dood’ en ‘blauwe en levend’ inzitten. Het blijkt dat in de omgeving van deze stelsels inderdaad heel veel gas te vinden is, dat is uitgestoten door het sterrenstelsel in kwestie. Voorheen dachten astronomen dat interacties met andere sterrenstelsels hierbij een rol zou spelen, maar alle stelsels uit het onderzoek zijn geïsoleerde exemplaren. Dat betekent dat de invloed van het centrale zwarte gat de belangrijkste boosdoener zou moeten zijn. Bron: International Center for Radio Astronomy Research (ICAR) Noot van AstroBlogs: Ik vraag me wel het volgende af: als het centrale zwarte gat van zo’n stelsel weer tot rust komt, zou dat weggestoten gas dan niet weer langzaam terug moeten vallen?

Woorden schieten altijd te kort…..de Grote Orionnevel

De grote mooie prachtige Orionnevel!!

Oeps….hoe heb ik die nu kunnen vergeten?? Ziet U…..toen ik na die langdurige astrofotografische rodeo van de vorige keer dan toch eindelijk “dat wilde Orionpaard”..(IC 434/Barnard 33/de Paardenkopnevel)….had gevangen…en ik er eigenlijk  even helemaal  schoongenoeg van had….tja, die lonkende Orionnevel,  hé…..enne….jemig de pemig, kan die Orionnevel lonken, zeg….daar kunnen echt geen schone dames in de meest kinky en gruzigmakende spacesuits danwel spannende poezenpakjes tegenop….hihi!!!en dus…..hoewel er al een vette hagelbui dreigend laag aan de westelijke horizon aan  het dreigen was en ik zowat omviel van de slaap en de kou,  heb ik toch  nog effe rap twee plaatjes van 4 minuten weten te schieten van deze immer indrukwekkende winterschoonheid, want..eh…een winter is naar mijn bescheiden mening geen geslaagde astronomische winter zonder minimaal één blik op dit prachtige object geworpen te hebben!  Enne……nu mijn canon 1000D is “gemodificeerd” (lees: door het (laten) verwijderen van het filter dat een flink deel van het rode licht van de waterstoflijn op 656,3 nanometer tegenhoud) komt deze roodharige waterstof-schoonheid nog mooier tot uiting.Met de kantekening dat dit fraaie rode spectakel echter alleen maar gezien kan worden door niet menselijke optische detectoren (CCD chips, film)  daar het menselijk oog niet echt roodgevoelig is,  maar wel des te  heftiger reageert op groen licht…en dus kleurt de grote rode Orionnevel met blote oog gezien door een (dikke) telescoop “betoverend spookachtig groen”!!!Ofwel….het maakt eigenlijk niet uit hoe je de grote Orionnevel observeert,  want zij is in al haar verschillende verschijningen “een feest voor  de zintuigen”… Enjoy!!!