Site pictogram Astroblogs

Versnelling van uitdijende heelal gaat mogelijk niet zo snel als gedacht

Een type Ia supernovae (linksonder). Dit was SN 1994D in NGC 4526. Credit: High-Z Supernova Search Team/HST/NASA

Credit: NASA/Swift/P. Brown, TAMU

In 1998 werd door twee teams sterrenkundigen onafhankelijk van elkaar aan de hand van ver weg staande type Ia supernovae waargenomen dat de uitdijing van het heelal versnelt. Nu blijkt uit nieuwe waarnemingen van een team van Amerikaanse sterrenkundigen, dat onder leiding staat van Peter Milne (University of Arizona) dat er mogelijk twee varianten zijn van deze supernovae, een type dat al decennia als een kosmisch baken wordt gebruikt voor afstandsbepaling. Ze ontstaan doordat een witte dwerg door toevoer van massa van een begeleider een kritische massagrens overschrijft en vervolgens in een thermonucleaire reactie explodeert. Omdat hun maximale lichtkracht direct gelinkt is aan die kritische massa was gedacht dat hun schijnbare helderheid een indicatie is voor de afstand. Nu blijkt uit studie van vele type Ia supernovae in ultraviolet en visueel licht dat er feitelijk twee varianten zijn, ieder met een afwijkende absolute lichtkracht. De gegevens ervoor kwamen van de Hubble en de Swift ruimtetelescopen. In onze nabijheid blijkt een andere soort in de meerderheid te zijn dan op grote afstanden. Een voorbeeld voor zo’n nabije variant is de supernova SN 2014J, die vorig jaar verscheen in M82, het sterrenstelsel in Grote Beer (zie afbeelding hierboven).

Credit: NASA/Swift

Met name uit de Swift gegevens blijkt dat nabije supernova’s van type Ia iets roder zijn dan verre. Dit heeft tot gevolg dat de waargenomen versnelling van de uitdijing van het heelal voor een deel kan worden toegeschreven aan het kleurverschil tussen de beide soorten supernova’s (zie afbeelding hierboven), hetgeen doet vermoeden dat de uitdijing van het heelal minder hard versnelt en dat er minder donkere energie is, dan tot nog toe werd aangenomen. Donkere energie is de term die de sterrenkundigen hanteren voor de mysterieuze energie die met z’n afstotende werking verantwoordelijk is voor de versnelling en die zo’n driekwart van alle massaenergie van het heelal uitmaakt. Hoeveel minder de versnelling is kunnen de sterrenkundigen op dit moment nog niet zeggen. Hier het vakartikel van Milne’s groep, onlangs gepubliceerd in The Astrophysical Journal, 2015; 803. Bron: Science Daily.

Mobiele versie afsluiten