Messier 91, een Superbe “S”-spiraal

Messier 91, een fraaie balkspiraal in Coma berenices

Er bestaat in onzer schonen Nederlandsche taal het spreekwoord “Jantje huilt, Jantje lacht”….enne……ik

er schonen Nederlandsche taal het spreekwoord “Jantje huilt, Jantje lacht”….enne……ik  moet bekennen dat dat spreekwoord de astronomische lading,  als het gaat om het “praktische buitengebeuren”,  behoorlijk lijkt te dekken de laatste paar weekjes. Want zo hopeloos gierig als “Moedertje Meteo” was tot zeg maar vorige week, zo uitzinnig royaal lijkt  Zij nu opeens uit te willen pakken. Op dit moment lijken de kraakheldere nachten bijkans niet aan te slepen…..enne….dat geeft dan weer aanleiding tot een wel heel maf probleempje en wel in de vorm van “Astro-meteorologische schuldgevoelens”. Ziet U, dat heerlijke “buitengebeuren” heeft namelijk één specifiek nadeeltje en wel in de vorm van langzaam maar zeker insluipende complete fysieke uitputting als je bijvoorbeeld vijf nachten achtereen tot in het holst van de nacht op pad gaat naar de sterren, omdat je je hoegenaamd schuldig zou kunnen gaan voelen als je eens “een keertje overslaat”, daar een normaal nachtje pitten “ook zo z’n voordelen” schijnt te hebben ten opzichte van al die “hazenslaap-nachtjes”.

Zie hier best wel een groot “probleem”, het is in deze streken namelijk over het algemeen niet “royaal gezaaid” als het gaat om heldere nachten en als het dan eens een keer helder is dan is het vaak een aanééngesloten reeks van heldere nachten, waarbij je je dus eigenlijk haast “verplicht” zou gaan voelen om toch maar ELKE nacht te gaan….want ja…”het kan zo weer voorbij zijn” en dan is het weer gewoon ouderwets “astronomisch wachten en chagerijnig tandhakken onder Meteo-moeder’s paraplu”!!!

Afijn…..het ging heel lekker in Zuid Frankrijk…maarre…ook 1200 kilometer noorderlijker in “les pays bas” mag er op dit moment bepaaldelijk niet geklaagd worden als het gaat om het genieten van het “astronomische buitengebeuren”. Afgelopen vrijdag ben ik, ge-inspireerd door dat verdraaid kekke foto’tje van M46 met die twee schattige planetaire neveltjes geschoten door waarde collega paul, ook maar weer eens op pad geweest naar de sterren.

OK…..M46 bleek bij aankomst op de waarneemplek een beetje te hoog….nou ja…in dit specifieke geval….te laag gegrepen. De open sterrenhoop M46 is te vinden in het sterrenbeeld Puppis en dat sterrenbeeld komt op “Hollandse breedten” niet echt hoog boven de horizon, gelegen een beetje links van Sirius, de hoofdster van de Grote Hond. Aangezien de Grote Hond vanuit deze streken in April bij het donker worden al dicht boven de westelijke horizon te vinden is, was dit object dus uitgesloten….en dus..over naar “plan B” en wel in de vorm van Messier 91, een allerschattigst “s-vormig balkspiraal melkwegstelsel” flink wat hoger aan de hemel te vinden in het sterrenbeeld Coma Berenices, ook leuk!!

Planetenstelsel HR8799 is wellicht een opgeschaalde versie van het zonnestelsel

Credit: A.-L. Maire / LBTO

Astronomen zijn meer te weten gekomen over de architectuur van HR8799, een “opgeschaalde” versie van ons zonnestelsel. De waarnemingen zijn gedaan in het kader van de LEECH-survey, waarbij gekeken wordt naar jonge exoplaneten die gloeien met een golflengte van 3,8 micrometers, de zogenaamde infrarode L-band. Deze survey wordt verricht vanuit de Large Binocular Telescope in Arizona.

Het planetenstelsel HR8799 staat op een afstand van 130 lichtjaar en bestaat uit een jonge ster van slechts 30 miljoen jaar oud en minstens vier planeten, die opmerkelijk genoeg allemaal direct zijn gefotografeerd. In het kader van LEECH heeft men het planetenstelsel bestudeerd, in de hoop meer te weten te komen over de baanparameters en onderlinge resonanties tussen de vier planeten, die overigens allemaal Jupiterachtige gasreuzen zijn.

Uit het onderzoek is gebleken dat de buitenste drie van de vier planeten inderdaad onderlinge baanresonanties vertonen, waarbij iedere planeet twee keer langer over een omloop doet dan z’n buurman dichterbij de moederster. Verder is het bestaan van aanvullende gasreuzen, op kortere afstand tot de moederster, vrijwel uitgesloten. Het is wel goed mogelijk dat zich op deze locatie kleinere, rotsachtige planeten bevinden.In dat geval zou de architectuur van HR8799 inderdaad veel weghebben van dat van het zonnestelsel: vier gasreuzen op grote afstand tot de moederster, en meerdere rotsplaneten op kortere afstand. Het grote verschil zit ‘m in de schaal van het geheel: in het HR8799-stelsel zijn de afstanden tussen de planeten en de moederster én tussen de planeten onderling veel groter dan bij ons. Bron: Large Binocular Telescope Observatory.

‘Nabije’ superholte verklaart mysterieuze koude plek in achtergrondstraling

Kaart van de kosmische achtergrondstraling, waargenomen door de ruimtetelescoop Planck. De linker inzet toont de superholte die nu is gevonden. Credit: ESA Planck Collaboration

Sterrenkundigen hebben een verklaring gevonden voor de mysterieuze ‘koude plek’ die in 2004 werd ontdekt in de kosmische achtergrondstraling – het afgekoelde overblijfsel van de energierijke straling waarmee het heelal kort na de oerknal was gevuld. De achtergrondstraling, die gedetailleerd in kaart is gebracht door de Europese ruimtetelescoop Planck, bevat kleine gebiedjes met een net iets hogere of net iets lagere temperatuur dan gemiddeld. Die temperatuurvariaties worden veroorzaakt door kleine dichtheidsvariaties in het hete gas waarmee het heelal een paar honderdduizend jaar na de oerknal was gevuld. Uit die dichtheidsvariaties ontstond later de groteschaalstructuur van het heelal, met sterrenstelsels die gegroepeerd zijn in clusters en superclusters.

In de richting van het sterrenbeeld Eridanus werd echter een groot gebied ontdekt met een lagere temperatuur dan gemiddeld, en het bestaan van zo’n grote ‘cold spot’ bleek moeilijk te verklaren. Waarnemingen met de PanSTARRS-1 telescoop op Hawaii en de Amerikaanse WISE-satelliet hebben nu het bestaan aan het licht gebracht van een gigantische superholte in de verdeling van sterrenstelsels, met een middellijn van ca. 1,8 miljard lichtjaar, en op een afstand van ‘slechts’ zo’n 3 miljard lichtjaar.

Fotonen van de kosmische achtergrondstraling die deze superholte binnendringen, verliezen een klein beetje energie. Die zouden ze normaalgesproken weer terugwinnen wanneer ze de holte na verloop van tijd weer verlaten, maar in de tussentijd is het heelal uitgedijd, waardoor de fotonen uiteindelijk met een lagere energie verder reizen dan waarmee ze van start gingen. De grote koude plek in de achtergrondstraling kan volgens de onderzoekers goed verklaard worden door dit ISW-effect (Integrated Sachs-Wolfe effect, genoemd naar de ontdekkers).

Bron: Astronomie.nl

De Saturnusmaan Enceladus is zijn oceaan aan het kwijtraken

Credits: NASA/JPL-Caltech/SSI

Enceladus, het ijsmaantje van Saturnus, wordt langzaam verzwolgen door de ringen van de gasreus, zo blijkt uit een reeks foto’s die door NASA zijn vrijgegeven. Op de foto’s zijn spookachtige “twijgen” zichtbaar, die vanuit de cryovulkanen van het maantje de ruimte in schieten. Enceladus heeft op het eerste gezicht weinig om het lijf: het is een piepklein maantje met een diameter van slechts 500 kilometer. Toch heeft Enceladus bepaald geen gebrek aan aandacht: het maantje bevat een netwerk van cryovulkanen die constant waterpluimen en geisers de ruimte in schieten, inclusief simpele organische moleculen. Wetenschappers vermoeden dat dit water wordt opgedregd vanuit een diepere oceaan, waardoor Enceladus een interessant doelwit is geworden voor de zoektocht naar buitenaards leven. Deze oceanen zullen helaas geen lang leven beschoren zijn, aangezien het materiaal dat door de cryovulkanen wordt uitgestoten niet naar beneden zal vallen, als gevolg van de geringe zwaartekracht op Enceladus. Op de NASA-afbeeldingen zijn duidelijk langgerekte draden van ijsstof zichtbaar, die uiteindelijk de enorme E-ring van Saturnus bereiken. Astronomen vermoeden dat het grootste deel van het materiaal in de E-ring afkomstig moet zijn van Enceladus en dat dit maantje dus flink wat massa moet zijn kwijtgeraakt – vermoedelijk als gevolg van de cryovulkanen. Bron: NASA.

VLBI-waarnemingen aan radiobronnen bevestigen Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie

De VLBI techniek met drie radiotelescopen

De Algemene Relativiteitstheorie (ART) van Albert Einstein is dit jaar honderd jaar oud. Hij is al door vele testen bevestigd – de eerste was Eddington’s waarneming aan de zonsverduistering van 1919 – en het mooiste is natuurlijk als ‘ie ook nog eens in het jubileumjaar wordt bevestigd. Dat doen de onderzoekers O.A.Titov en A.A.Girdiuk, die aan de hand van VLBI-waarnemingen gedurende tien jaar aan diverse radiobronnen de voorspelling bevestigen van de ART dat de zon licht van die bronnen afbuigt. Eddington keek in 1919 naar sterren die tijdens het maximum van de eclips vlakbij de zon te zien waren en wiens positie door de kromming van de zon van de haar omringende ruimte iets waren verschoven – zie de afbeelding hieronder.

Met de Very Long Baseline Interferometry (VLBI) wordt door talloze radiotelescopen verspreid over de wereld samengewerkt om gelijktijdig naar radiobronnen aan de hemel te kijken. Titov en Girdiuk konden in de gegevens van radiobronnen op een afstand tussen 1,5 en 3° van de zonsrand zien dat de schijnbare positie van de radiobronnen iets was verschoven ten opzichte van de positie waar ‘ie zou staan zonder de gravitationele invloed van de zon.

Credit: Figure 2 from arXiv:1502.07395

Hierboven zie je de gegevens aan de radiopulsar 1606+106, gedurende één jaar verzameld. De echte positie van de pulsar is in het midden van de cirkel, maar de VLBI ziet ‘m telkens ergens op de cirkel gedurende het jaar. Bron: Backreaction.

Grand Champ: M46 met planetaire nevel

Hier in Grand Champ hebben we nu twee bewolkte nachten gehad. En hoewel we na 4 heldere nachten achtereen behoorlijk verzadigd waren, hopen we vanmiddag en vanavond/vannacht nog op wat heldere uurtjes.Elk nadeel heeft zijn voordeel: het mindere weer heeft me de energie en tijd gegeven om te beginnen met nabewerken van de opnamen.Ik ben met een soort fotografische Messier-marathon begonnen. Mijn doel is om van alle objecten op de lijst van ‘niet-met-komeet-te-verwarren-nevels’ van Charles Messier een plaatje te schieten. Deze week stonden vooral veel melkwegstelsels uit de Coma-cluster op het programma. Maar als eerste had ik een paar open sterrenhopen in het vizier. De eerste daarvan is M46 in het sterrenbeeld Achtersteven. Dat is gelijk één van de leukste open sterrenhopen aan de hemel, omdat er een kleine planetaire nevel in zit.

Open sterrenhoop M46. In de inzet is het deel met de planetaire nevel uitvergroot.

M46 is door Messier zelf ontdekt in het jaar 1771. De sterrenhoop heeft zo’n 150 vrij heldere sterren, maar het totale aantal is meer dan 500. De cluster is met een totale magnitude van 6.0 op de grens van zichtbaarheid met het blote oog in zeer donkere streken.  De afstand is zo’n 5400 lichtjaar en M46 is ongeveer 300 miljoen jaar jong.De planetaire nevel (NGC2438) die de sterrenhoop zo leuk maakt hoort zeer waarschijnlijk niet bij M46.  De twee objecten staan toevallig vanaf de Aarde gezien in dezelfde richting aan de hemel. Met een geschatte afstand van 2900 lichtjaar is de planetaire nevel een voorgrondobject.Technische gegevens van de foto voor de astronerds: Telescoop: Televue Genesis SDF F/5.6 op Gemini41 montering Camera: Gemodificeerde Canon 1000D op 400 ISO Belichtingstijd: een (tegenwoordig luttele) 6×5 minuten. Gevolgd met PHD en volgkijker voorzien van DMK21AU04 Astrocamera M.b.v. Pix-Insight: gekalibreerd met dark-frames en flatfields. Gestacked, kleurcorrectie, gestretched en ruisonderdrukking. Finishing touch en inzetje gemaakt met Photoshop.

OGLE-2014-BLG-0124L, de verst waargenomen exoplaneet in onze Melkweg

Credit: NASA/JPL-Caltech/R. Hurt (IPAC)


Z’n naam moet maar snel veranderen, maar voorlopig gaat ‘ie door het leven als de exoplaneet die van alle bekende exoplaneten het verst weg staat in het Melkwegstelsel: OGLE-2014-BLG-0124L. Hij staat op een afstand van maar liefst 13.000 lichtjaar, in de richting van de kern van de Melkweg. Die kern staat pakweg 27.000 lichtjaar ver weg, dus OGLE-2014-BLG-0124L staat zo ongeveer halverwege. De exoplaneet is ontdekt met behulp van de techniek van ‘microlensing’, waarbij gezien vanaf de aarde één ster voor een andere andere schuift en de voorste ster door z’n zwaartekracht als een zwaartekrachtslens werkt en het licht van de achterste ster versterkt. Als op dat moment een exoplaneet voor de voorste ster langs schuift veroorzaakt die weer een klein dipje in de versterking van het licht. Omdat de sterdichtheid richting Melkwegcentrum het grootst is, is de kans het grootste om daar zo’n microlens-effect te zien en daarom wordt al een poosje naar die richting gekeken door de Amerikaanse infrarood-satelliet Spitzer en het Poolse Optical Gravitational Lensing Experiment (OGLE).  Op de infografiek hieronder zie je dat weergegeven.

Credit: NASA/JPL-Caltech/Warsaw University University

Doordat Spitzer op een andere plek in het zonnestelsel staat dan de aarde kon men met behulp van de parallax-methode de afstand tot  OGLE-2014-BLG-0124L nauwkeurig bepalen en dat leverde de verst verwijderde exoplaneet op, die tot nu toe bekend is. De meeste exoplaneten die waargenomen en bevestigd zijn staan niet in de richting van het centrum van de Melkweg, maar een een richting haaks erop, richting de sterrenbeelden Lier en Zwaan – op de bovenste afbeelding met oranje aangegeven. De Kepler ruimtetelescoop, waarmee meer dan 1000 exoplaneten zijn ontdekt, keek met een andere waarneemtechniek – de transitiemethode geheten – die kant uit. Bron: Spitzer.