Astronomen ontdekken dichtbij planetenstelsel

Credit: NASA/JPL-Caltech

Veel mensen op het noordelijke halfrond zullen vertrouwd zijn met het sterrenbeeld Cassiopeia, die door de opvallende W-vorm één van de makkelijkst te herkennen sterrenbeelden is. Vlak naast één van de “benen” van de W bevindt zich een onopvallend sterretje van de vijfde magnitude. Uit onderzoek blijkt deze ster, die door het leven gaat als HD 219134, een geheim te herbergen! Astronomen hebben namelijk een planeet ontdekt bij de ster, die iedere 3 dagen het oppervlak van z’n moederster bedekt. Hierbij zal een gedeelte van het sterlicht geblokkeerd worden, zodat er een periodieke “dip” ontstaat in de helderheid van de ster. Aan de hand daarvan hebben astronomen dus het bestaan van de planeet bevestigd. De planeet en diens moederster staan op een afstand van 21 lichtjaar vanaf de aarde. Dat betekent dat de planeet ruimschoots de dichtstbijzijnde is die via de transitmethode is gevonden. Vanwege die relatief korte afstand is de planeet een prima kandidaat voor allerlei vervolgonderzoeken.

Credit: NASA/JPL-Caltech

Nu hebben andere astronomen het bestaan van de planeet ook op een andere manier bevestigd, namelijk via de radial velocity methode, waarbij gekeken worden naar de kleine zwaartekrachtinvloed die de planeet uitoefent op z’n moederster. Nu zijn astronomen altijd bijzonder blij als een planeet zowel via de transitmethode als de radial velocity methode gevonden is. Dat komt doordat de transitmethode je vertelt hoe groot de planeet is, terwijl de radial velocity methode je vertelt hoe zwaar de planeet is – zijn massa dus. Als je zowel de omvang als de massa van een planeet weet, kun je z’n dichtheid uitrekenen. Die blijkt bij HD 219134b zo’n 6 gram per kubieke centimeter te bedragen. Dat betekent dat de planeet zonder twijfel een rotsplaneet zal zijn. Maar dat is nog niet alles! Wetenschappers hebben nog eens drie planeten ontdekt die rondom dezelfde ster draaien: een planeet van 2,7 aardmassa’s die iedere 6,8 dagen rondom de ster cirkelt; een Neptunus-achtige planeet van 9 aardmassa’s in een omloopbaan van 47 dagen; en een gasreus van 62 aardmassa’s met een “jaar” van 1190 dagen, hetgeen resulteert in een afstand van 2,1 AU tot de moederster (1 AU is de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon). De moederster is een oranje K-dwerg – iets koeler, kleiner en minder massief dan onze zon. Bron: Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics.

Astronomen ontdekken koude planeet via microlens-methode

Credit: NASA, ESA, and A. Feild (STScI).

Astronomen hebben een planeet ontdekt via een bijzondere techniek – de zogenaamde microlens. Hierbij zal een voorgrondster het licht versterken van een achtergrondster, als de twee sterren, gezien vanaf de aarde, precies op één lijn staan. Als de voorgrondster planeten heeft, zullen ook die het lichtsignaal van de achtergrondster versterken, maar dan veel minder uitgesproken. Aan de hand van de precieze timing en helderheid van deze lichtversterking  kunnen astronomen meer te weten komen over de voorgrondster én diens planeten. Het toepassen van de microlenstechniek is belangrijk, omdat hiermee planeten in ruime omloopbanen gevonden kunnen worden. Bij andere, meer gangbare, technieken zoals de overgangsmethode (transit) en de wiebelmethode (radial velocity) is dat veel lastiger – die technieken zijn vooral gevoelig voor planeten in kleine omloopbanen. Hoe dan ook, de gevonden planeet is een Uranus-achtige ijsreus van 15 aardmassa’s. De afstand tot de moederster, die zo’n 70 procent massiever is dan de zon, bedraagt zo’n 600 miljoen kilometer en dat is vergelijkbaar met de afstand tussen Jupiter en de zon. Bron: HubbleSite.

Zomerblog: welke namen geven we aan exoplaneten?

Ze ontdekken bij de vleet exoplaneten. In twintig jaar tijd (sinds exoplaneet #1, 51 Pegasi b in 1995) hebben we al bijna tweeduizend exoplaneten ontdekt, die ook bevestigd zijn met andere telescopen. Ze hebben meestal bizar ingewikkelde namen, dus daar moet snel iets aan gebeuren. XKCD heeft daarop een voorschotje genomen – dubbelklikken om te verxkcdeëriseren. Goed idee trouwens om Kepler-452b … Pluto te noemen. 😀

Credit: XKCD

Bron: XKCD.

Gebroken steunbalk oorzaak ontploffing raket SpaceX

Credit: NASA TV.

De ontploffing van de onbemande Falcon 9-raket van het ruimtevaartbedrijf SpaceX werd een kleine maand geleden veroorzaakt door een gebroken stalen steunbalk. Dat heeft Elon Musk, CEO van SpaceX, maandag meegedeeld.

‘Daar zou normaal niets mee mogen mislopen. Het lijkt om een fabricagefout te gaan’, zo verklaarde Musk tijdens een persconferentie. De 60 cm lange en 3 cm brede balk ondersteunde een heliumtank, die loskwam en vervolgens explodeerde, zo blijkt uit de eerste onderzoeken. Musk benadrukte dat SpaceX voortaan elke afzonderlijke steunbalk aan tests zal onderwerpen.

De onbemande draagraket Falcon 9 van het ruimtevaartbedrijf SpaceX ontplofte op 28 juni twee minuten na zijn lancering op de basis Cape Canaveral in Florida. De raket had als doel een Dragon-capsule met 2.000 kilogram aan bevoorrading en wetenschappelijke uitrusting naar het Internationaal Ruimtestation ISS te brengen. Het was de derde keer in acht maanden tijd dat een levering mislukte, maar de eerste keer dat een lancering van een Falcon 9-raket verkeerd afliep. De vorige achttien vluchten verliepen succesvol.

Als gevolg van het ongeval zal de volgende lancering van een Dragon-capsule naar het ISS wellicht pas ‘ten vroegste in september’ kunnen plaatsvinden, aldus Musk.

Bron: ANP

Wat was de procedure om een nucleaire raket te lanceren?

De Titan II was in staat om vanuit z’n ondergrondse silo in 58 seconden gelanceerd te worden. In minder dan dertig minuten over een afstand van meer dan 10.000 km kon hij zijn doel bereiken met een nucleaire kernkop van negen megaton.

Meer dan twee decennia lang stonden 54 Titan II raketunits verspreid over de Verenigde Staten, 24 uur per dag, 7 dagen per week op “alert”.

In het filmpje wordt de procedure uitgelegd en waarom nooit iets per ongeluk fout kon gaan.

Titan Missile Museum

Astronomen ontdekken krachtig soort noorderlicht buiten het zonnestelsel

Credit: Chuck Carter and Gregg Hallinan, Caltech.

Astronomen hebben voor het eerst aurora’s waargenomen bij een object buiten het zonnestelsel. De aurora, vergelijkbaar met het noorderlicht op aarde, is zo’n 10.000 keer krachtiger dan hetgeen we kennen in het zonnestelsel. De aurora is bovendien niet waargenomen bij een planeet, maar bij een bruine dwerg – een mislukte ster met onvoldoende massa voor waterstoffusie in de kern.

Bruine dwergen hebben een merkwaardige combinatie van eigenschappen – sommige eigenschappen doen denken aan sterren, terwijl ze qua andere eigenschappen juist bijzonder planeetachtig zijn. Het feit dat de bruine dwerg in kwestie aurora’s heeft, betekent dat de magnetische processen in bruine dwergen meer doen denken aan planeten dan aan sterren.

De bruine dwerg in kwestie gaat door het leven als LSR J1835+3259 en is waargenomen met de VLA-radiotelescoop, in combinatie met twee optische telescopen: de 5 meter Hale Telescope en de 10 meter Keck Telescope. De bruine dwerg staat op een afstand van 18 lichtjaar vanaf de aarde en heeft een massa van ongeveer 70 Jupiters – daarmee is de bruine dwerg bijna massief genoeg om waterstoffusie in de kern te starten.

De waarnemingen die zijn verricht bij LSR J1835+3259 lijken te suggereren dat aurora’s bij bruine dwergen worden aangedreven door magnetische dynamoprocessen, net als bij de gasreuzen in ons zonnestelsel (en vermoedelijk ook bij gasreuzen buiten het zonnestelsel). Dat in tegenstelling tot echte sterren, waarbij de atmofeer gedomineerd wordt door coronale effecten.

Overigens is het dynamo-effect dat verantwoordelijk is voor de aurora’s bij planeten zoals Jupiter en Saturnus iets heel anders dan de interactie tussen het magnetische veld en de zonnewind dat de aurora’s op rotsplaneten veroorzaakt, maar dat terzijde. Als LSR J1835+3259 representatief is voor bruine dwergen, dan zijn de magnetische processen in bruine dwergen vergelijkbaar met die in Jupiter – maar dan 10.000 keer krachtiger.

Bron: National Radio Astronomy Observatory