Klik voor een korte animatie van de rotatie van Pluto.
Mars heeft er een concurrent bij gekregen. Ook Pluto zou gemakkelijk het predikaat “rode planeet” kunnen krijgen, nou ja…..”rode dwergplaneet” dan 😛
Op Mars wordt de rode kleur veroorzaakt door ijzeroxide, oftewel roest. Dat geldt niet voor de ex-planeet in de Kuipergordel: de rode kleur van Pluto wordt vermoedelijk veroorzaakt door tholinen – koolwaterstoffen die gevormd worden als kosmische straling en UV-licht van de zon gaan reageren met het methaan in de dampkring en het oppervlak van Pluto.
Een bepaalde golfengte van UV-licht dat Lyman-alpha wordt genoemd is bijzonder goed in het starten van de noodzakelijke chemische reacties voor de vorming van koolwaterstoffen. Recente waarnemingen met het Alice-instrument aan boord van New Horizons hebben inderdaad de diffuse gloed van Lyman-alpha-licht waargenomen rondom de dwergplaneet. Dit licht kwam uit alle richtingen en niet alleen uit de richting van de zon.
De Hubble-telescoop heeft een opname gemaakt van het sterrenstelsel SBS 1415+437, een onregelmatig dwergstelsel op een afstand van 45 miljoen lichtjaar. Dit sterrenstelsel is een zogenaamd Wolf-Rayet-sterrenstelsel – dat zijn starburst-stelsels met een ongewoon hoog aantal Wolf-Rayetsterren (een zeldzame categorie van hete en massieve sterren).Dit soort sterren bevatten tientallen zonnemassa’s en een superkrachtige sterrewind – net zoiets als de zonnewind, maar dan van orkaankracht. Als gevolg hiervan verliest zo’n ster bijzonder snel massa – in 100.000 jaar tijd kan een complete zonnemassa aan materiaal weggeblazen worden! Wolf-Rayetsterren zijn ook heet (tot wel 40 keer heter dan de zon) en belachelijk helder – een enkel exemplaar kan evenveel licht afgeven als miljoenen zonnen. Aangezien dit soort sterren zo intens zijn, zijn ze een kort leven beschoren. Live fast and die young, zeg maar. Na minder dan een miljoen jaar na geboorte zeggen dit soort sterren kaboem en vandaar dat ze zeldzaam zijn. In een gemiddeld sterrenstelsel zoals de Melkweg zijn er op ieder moment slechts enkele tientallen actief – maar dat geldt niet voor Wolf-Rayets-sterrenstelsels, waarin het stikt van die dingen.Hoe dan ook, een mooi plaatje, nietwaar? Kijk vooral ook naar de talloze prachtige achtergrondstelsels 😉 Bron: NASA.
Enkele van de 36 radioschotels van de Australian Square Kilometre Array Pathfinder (ASKAP) in Murchison, West-Australië. Credit: CSIRO.
Op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Llandudno (Wales) worden vandaag de eerste wetenschappelijke resultaten gepresenteerd van de ASKAP-telescoop (Australian Square Kilometre Array Pathfinder) – een netwerk van 36 radioschotels in Murchison, West-Australië.ASKAP is er zonder al te veel problemen in geslaagd om de extreem zwakke laagfrequente radiostraling te detecteren van het verre sterrenstelsel PKS B1740-517, dat zich op ca. 5 miljard lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Ara (Altaar) bevindt. De radiostraling is afkomstig van neutraal waterstofgas in het stelsel. Dat het zwakke signaal zo gemakkelijk ‘zichtbaar’ was, komt voor een belangrijk deel door de unieke locatie van ASKAP in een van de dunst bevolkte gebieden ter wereld, waar nauwelijks sprake is van radio-interferentie door kunstmatige radiobronnen.De eerste ASKAP-resulten wijzen uit dat de intereferometer – een voorloper van de toekomstige Square Kilometre Array – een belangrijke rol kan gaan spelen bij het gedetailleerde onderzoek aan de verste sterrenstelsels in het heelal. ASKAP is bovendien gevoelig voor een breed frequentiegebied (van 700 tot 1800 MHz), wat betekent dat er sterrenstelsels mee waargenomen kunnen worden op sterk verschillende afstanden van de aarde, die dus ook uiteenlopende leeftijden hebben, van 5 tot 8 miljard jaar. Bron: Astronomie.nl.
Zeta Ophiuchi raast met een snelheid van 24 kilometer per seconde door het heelal en dat is razendsnel! Zo snel zelfs, dat voor de ster uit een boeggolf van 12 lichtjaar breed gevormd wordt! Deze boeggolf bestaat uit samengedrukt gas en stof en is nu door de Spitzer-ruimtetelescoop prachtig op de gevoelige plaat vastgelegd.
Zeta Ophiuchi is een jonge, blauwe ster van 19 zonnemassa’s en bevindt zich op een afstand van 366 lichtjaar vanaf de aarde. Maar hoe komt die ster aan z’n enorme snelheid? Astronomen vermoeden dat Zeta Ophiuchi ooit deel heeft uitgemaakt van een dubbelster. Z’n partnerster is vervolgens ontploft als supernova, waarbij de begeleider een enorme rotschop heeft gekregen. Deze kosmische echtscheiding mag met recht een vechtscheiding genoemd worden! 😛
Net zoals alle sterren, stoot ook Zeta Ophiuchi een constante stroom van geladen deeltjes uit. Een zonnewind dus, of in dit geval een “Zeta Ophiuchi wind” 😉 – hierbij wordt het interstellaire gas v
Kaart van de sterdichtheid van de Melkweg, gemaakt op basis van waarnemingsgegevens van de Europese ruimtetelescoop Gaia. Credit: ESA/Gaia.
Op basis van waarnemingen van de Europese ruimtetelescoop Gaia is een kaart samengesteld die de sterdichtheid van de Melkweg weergeeft. Gebiedjes met veel sterren per vierkante boogminuut zijn helder; gebiedjes met een lagere sterdichtheid zijn donker. De afbeelding is geen echte foto van de Melkweg, al vertoont hij daar veel overeenkomsten mee. De sterdichtheid is vastgesteld op basis van Gaia’s ‘housekeeping data’ – de continue stroom meetgegevens van posities en radiale snelheden van sterren aan de hemel (snelheden naar ons toe of van ons af, dus langs de gezichtslijn). Uit die meetgegevens kan eenvoudig worden afgeleid wat de sterdichtheid in een bepaald gebiedje aan de hemel is. De donkere gebieden in de Melkweg zijn stofwolken die het zicht op verder weg gelegen sterren belemmeren. Rechtsonder het Melkwegcentrum zijn de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk te zien – twee relatief kleine buurstelsels van het Melkwegstelsel. Bron: Astronomie.nl.
De Russische Progress 60 nadert het ISS. Credit: NASA TV.
Vanochtend om 09.11 uur Nederlandse tijd is het Russische ruimtevrachtschip Progress M-60, met aan boord 2.770 kg aan goederen, zoals voedsel, water, brandstof en reserveonderdelen, gearriveerd bij het internationale ruimtestation ISS en vervolgens vastgekoppeld aan de Pirs module. Dit gebeurde terwijl het ISS 401 km boven de Stille Oceaan vloog, ten zuidoosten van Nieuw-Zeeland. De Progress M-60 was vrijdagochtend gelanceerd vanaf Cosmodrome Bakjonoer in Kazachstan, de eerste succesvolle lancering na de twee mislukte lanceringen eind april van de Progress M-59 en vorige week van de Falcon 9 en Dragon. Daardoor hadden de leden van ISS-expeditie 44 (Scott Kelly, Mikhail Kornienko en Gennady Padalka) nog maar voor drie maanden voedsel aan boord. Dankzij de nieuwe bevoorrading kunnen ze er weer een tijdje tegen. Op 22 juli a.s. krijgen ze gezelschap van drie nieuwe bemanningsleden (Sergey Volkov, Kjell Lindgren en Kimiya Yuien) en op 16 augustus wordt het onbemande Japanse H-2 Transfer Vehicle met nieuwe voorraden voor het ISS gelanceerd. De Progress M-60 zal vier maanden vastgekoppeld blijven aan de Pirs module. Hieronder beelden van de aankomst van de Progress M-60 bij het ISS.
Gisteren op 4 juli (Independence Day in de VS) is de Amerikaanse ruimteverkenner New Horizons in een toestand van ‘safe mode’ geraakt, een kleine tien dagen voor de grote dag, de flyby op 14 juli langs Pluto en z’n manen. Volgens de berichten zal deze toestand nog enkele dagen duren en gedurende die tijd is geen wetenschappelijk onderzoek – inclusief het maken van foto’s – mogelijk. New Horizons blijft wel op koers richting Pluto en men is hoopvol dat de safe mode kan worden opgeheven. Het is met name vanwege de afstand (4,76 miljard km) en de lange duur die radiosignalen nodig hebben tussen aarde en New Horizons te reizen (8,82 uur ‘round trip light time’) dat het allemaal zo lang duurt. Hieronder het bericht dat de NASA over de toestand naar buiten bracht.
New Horizons Team Responds to Spacecraft Anomaly
The New Horizons spacecraft experienced an anomaly the afternoon of July 4 that led to a loss of communication with Earth. Communication has since been reestablished and the spacecraft is healthy.
The mission operations center at the Johns Hopkins University Applied Physics Laboratory, Laurel, Maryland, lost contact with the unmanned spacecraft — now 10 days from arrival at Pluto — at 1:54 p.m. EDT, and regained communications with New Horizons at 3:15 p.m. EDT, through NASA’s Deep Space Network. During that time the autonomous autopilot on board the spacecraft recognized a problem and – as it’s programmed to do in such a situation – switched from the main to the backup computer. The autopilot placed the spacecraft in “safe mode” and commanded the backup computer to reinitiate communication with Earth. New Horizons then began to transmit telemetry to help engineers diagnose the problem.A New Horizons Anomaly Review Board (ARB) was convened at 4 p.m. EDT to gather information on the problem and initiate a recovery plan. The team is now working to return New Horizons to its original flight plan. Due to the 9-hour, round trip communication delay that results from operating a spacecraft almost 3 billion miles (4.9 billion kilometers) from Earth, full recovery is expected to take from one to several days; New Horizons will be temporarily unable to collect science data during that time.
Op 4 juli was men niet van plan foto’s te maken, wel op 5 juli enkele foto’s en op 6 juli eentje. Laten we hopen dat de vluchtleiders in staat zijn de oorzaak van de anomalie vast te stellen en te verhelpen, zodat de New Horizons weer verder kan met z’n ‘original flight plan’, dat is het wetenschappelijk plan zoals dat afgelopen tijd gold voor de verkenner. Bron: NASA + Planetary Society.
Op dinsdag 14 juli a.s. zal de Amerikaanse ruimteverkenner New Horizons dicht langs de dwergplaneet Pluto en z’n manen vliegen – een gebeurtenis waar je vast en zeker van gehoord hebt, tenzij je sinds de lancering van de verkenner op 19 januari 2006 onder een steen hebt gelegen. Na een vlucht van bijna tien jaar komt de New Horizons dus aan bij deze voormalige planeet (sinds 24 augustus 2006 is ‘ie een dwergplaneet) en op die dag zal alles aan boord gericht zijn op het fotograferen en meten van deze buitenpost van ons zonnestelsel. Hier een kort overzicht van wat we allemaal kunnen verwachten, waarbij we eindigen met een video over de verwachtingen.
De dichtste nadering vindt plaats op 14 juli om 13.49 uur en 57 seconden Nederlandse tijd, als Pluto op 12.500 km afstand wordt gepasseerd. In de afbeelding hierboven zie je hoe ‘ie precies door het systeem van Pluto en z’n manen zal scheren (tijden zijn in UTC, tel er twee uur bij voor Nederlandse tijd).
Er zijn twee camera’s aan boord die alles tijdens de flyby zullen vastleggen:
De Long-Range Reconnaissance Imager (LORRI), die met een veldgrootte van 0,29
Het ‘overschot’ aan gammastraling afkomstig van het centrum van de Melkweg. Credit: NASA / A. Mellinger / Central Michigan Univ. / T. Linden / Univ. of Chicago
Al sinds 2009 bestudeert de gammasatelliet Fermi van de NASA bronnen van hoogenergetische gammastraling aan de hemel en één van die bronnen is het centrum van ons eigen Melkwegstelsel. Al een poosje denkt men dat men in de straling afkomstig van dat centrum een signaal heeft gevonden dat afkomstig is van deeltjes donkere materie, die daar in de extreme omstandigheden van dat centrum – dicht bij het superzware zwart gat Sgr A* – met elkaar annihileren en daarbij opgaan in gammafotonen. Maar nu blijkt uit berekeningen van twee onafhankelijke teams van wetenschappers dat het gevonden signaal vermoedelijk voor het grootste deel afkomstig is van duizenden pulsars, die zich in het centrum van de Melkweg moeten bevinden. Pulsars zijn zeer compacte neutronensterren – zeg maar ruim een zonsmassa in een bolletje van 15 km doorsnede – die snel roteren en als kosmische vuurtorens naar twee richtingen straling uitzenden. Die pulsars zijn nu nog niet ontdekt, maar studies met grotere telescopen zouden die moeten kunnen aantonen.
Het Fermisignaal, afgebeeld op een foto van het centrum van de Melkweg Credit: NASA/DOE/International LAT Team
De crux zit ‘m uiteraard in de details, want de woorden ‘vermoedelijk voor het grootste deel…’ laat ruimte over voor de mogelijkheid dat een klein gedeelte toch afkomstig is van donkere materie. In die zin lijkt dit op de discussie rondom de vorig jaar ontdekte B-mode polarisatie in de kosmische microgolf-achtergrondstraling, waarvan men nu zegt dat die voor het grootste deel ontstaat door lokaal stof in de Melkweg en niet door primordiale zwaartekrachtsgolven uit de inflatietijd van de oerknal. Er schijnt binnenkort een nieuwe publicatie te komen van Fermi en wellicht dat we dan meer te weten komen over dit boeiende onderwerp, waarover de discussie al in 2008 begon met de PAMELA-waarnemingen aan het centrum van de Melkweg. Hier en hier zijn de vakartikelen van de twee teams over de analyse van de Fermi-gegevens. Bron: New Scientist.
De winnaars van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2015. Van links naar rechts: Mariska Rood (Stedelijk Dalton College Alkmaar, 3e prijs), Geert Schulpen (Gymnasium Beekvliet, Sint-Michielsgestel, 1e prijs), Anne Nijsten (Theresialyceum, Tilburg, 2e prijs).
Geert Schulpen van het Gymnasium Beekvliet te Sint-Michielsgestel heeft de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade gewonnen. Hij mag na de zomervakantie naar La Palma om daar door de telescopen te gaan kijken waarmee professionele astronomen waarnemingen doen. Anne Nijsten (Theresialyceum, Tilburg) en Mariska Rood (Stedelijk Dalton College Alkmaar) completeerden het erepodium.
Eind juni kwamen vijftien havo- en vwo-scholieren naar de Radboud Universiteit Nijmegen voor de finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade. Ze hadden zich gekwalificeerd via de voorrondes eerder in het jaar. In Nijmegen volgden de scholieren vier colleges over verschillende sterrenkundige onderwerpen. Daarna maakten ze een examen. Geert Schulpen kwam uiteindelijk als beste uit de bus.
Schulpen (na de zomer in 6 vwo) is een ware prijzenjager. Hij sleepte onlangs de derde plaats binnen op de scheikundeolympiade en in 2013 werd hij tweede bij de junior science olympiade.