Site pictogram Astroblogs

Paneldiscussie op congres Mars Society trekt haalbaarheid Mars One missie sterk in twijfel

Simulatie van kolonisten op Mars in het Mars Desert Research Station (MDRS). (Credit: Mars Society)

Afgelopen donderdag 13 augustus is in Washington het jaarlijkse congres van de Mars Society gestart, dat dit jaar voor de 18e keer wordt gehouden en dat duurt tot en met zondag a.s. ’s Avonds werd er een paneldiscussie gehouden over de ‘haalbaarheid van Mars One’, waar naast Mars One-oprichter Bas Lansdorp onder andere ook de MIT wetenschappers Sydney Do en Andrew Owens aan meededen. De centrale vraag van de discussie was of de ambitie van Mars One, om vanaf 2027 vier astronauten enkele reis naar Mars te sturen, vervolgens iedere 26 maanden een nieuwe missie met een verse bemanning van astronauten, technisch haalbaar is? In de discussie speelde het vorig jaar verschenen MIT-rapport een grote rol, dat de keiharde conclusie heeft dat de astronauten het verblijf op Mars niet zullen overleven (d.w.z. dat de eerste astronaut al 68 dagen na aankomst zal sterven), dat de verblijven vlam zullen vatten, dat ze een gebrek aan onderdelen zullen hebben of een combinatie hiervan.

Is de technologie in het ISS ook bruikbaar op Mars? Credit: ESA/NASA

Do en Owens zijn de grote criticasters van Mars One en in de discussie voerden ze de conclusies van het MIT-rapport aan om te betogen dat de technologie op dit moment niet ver genoeg is om een missie als Mars One uit te voeren. Lansdorp was het daar – uiteraard – niet mee eens en in vergelijkingen met de historische Apollo 11 missie relativeerde hij de kritiek en betoogde hij dat de technologie wel degelijk al bestaat. Hij verwees daarbij onder andere naar het internationale ruimtestation ISS, waar astronauten ook langdurig kunnen verblijven. Owen wees erop dat die vergelijking mank gaat, omdat het ISS slechts 350 km boven ons hoofd vliegt en reserve-onderdelen gemakkelijk kunnen worden overgevlogen, hetgeen bij een Marsmissie een stuk moeilijker zal zijn. Uit zijn berekeningen blijkt dat er met ieder paar astronauten dat naar Mars gaat drie capsules van SpaceX mee moeten vliegen vol met reserve-onderdelen om de overlevingskans van de astronauten op Mars met 50% ter vergroten. Deze extra vluchten zullen het prijskaartje van de Mars One missie een stuk hoger maken.

Op Mars zelf zullen de astronauten naast meegenomen goederen ook gebruik moeten maken van hetgeen Mars zelf te bieden heeft, de zogeheten in situ resource utilization (ISRU) technologie. Ook hierover stelt Lansdorp dat de technologie er al is, al gaf hij wel toe dat de technologie om ter plekke reserveonderdelen te maken nog niet genoeg ontwikkeld is (de NASA is bezig met 3D-printers om reserveonderdelen te printen).

De organisatie van Mars One hoopt financiers aan te trekken om alles te kunnen bekostigen, maar dat schijnt nou juist de achilleshiel van het project te zijn: dat ze hopen dat het geld er komt en dat dan de missie technisch uitvoerbaar kan worden gemaakt. De MIT-mensen waren daar duidelijk in: zorg er eerst voor dat de technologie zo ver is om zo’n missie uit te voeren – en op dit moment is dat NIET het geval – en maak dan pas een helder plan met een duidelijk omschreven doel. Hieronder een korte video van de donderdag gevoerde discussie. Ik probeer een integrale versie ervan te krijgen, maar die ben ik tot nu toe nog niet tegengekomen. Ik baseer mij voor bovenstaande dan ook op de bron en niet op eigen waarneming van de discussie.

Bron: Gizmodo.

Mobiele versie afsluiten