Zonneactiviteit vertoont toch geen stijgende trend

A drawing of the Sun made by Galileo Galilei on 23 June 1613 showing the positions and sizes of a number of sunspots. Galileo was one of the first to observe and document sunspots.

A drawing of the Sun made by Galileo Galilei on 23 June 1613 showing the positions and sizes of a number of sunspots. Galileo was one of the first to observe and document sunspots.

Astronomen hebben twee historische meetreeksen die inzicht geven in de activiteit van de zon beter met elkaar in overeenstemming gebracht. De

Restant van één van de laatste meren op Mars gevonden

Credit: LASP / Brian Hynek.

Mars is lang geleden bevroren en opgedroogd, maar onderzoekers van de Universiteit van Colorado hebben bewijs gevonden voor een oeroud meer van zo’n 3.6 miljard jaar oud – vermoedelijk was dit het laatste oppervlaktewater op de Rode Planeet.

Bij de studie heeft men zoutvlakte van 18 vierkante kilometer onderzocht, die zich bevindt in het Meridiani-gebied op Mars – vlakbij de locatie van de Opportunity-rover. Op aarde worden uitgestrekte zoutafzettingen beschouwd als bewijs voor, inmiddels verdampt, oppervlaktewater.

Door het terrein digitaal in kaart te brengen, gecombineerd met een mineralogische analyse van de eigenschappen rondom de meerbodem, zijn de wetenschappers tot de conclusie gekomen dat het meer niet ouder kan zijn dan 3,6 miljard jaar – dat is lang nadat Mars het grootste deel van z’n water is verloren.

Aan de hand van de verspreiding en de dikte van het zout, schatten de onderzoekers dat het zoutgehalte in het water slechts 8 procent dat van zeewater heeft bedragen. Dat betekent dat het meer vroeger bewoonbaar is geweest voor huidige aardse organismen. Overigens zijn andere factoren, zoals het zuurgehalte van het water, niet meegenomen bij die conclusie.

Bron: University of Colorado

Gunstige Perseïden-sterrenregen in de nachten van 12/13 en 13/14 augustus

De radiant van de Perseïden in 2015. Credit: hemel.waarnemen.com.

Op donderdag 13 augustus vindt het maximum plaats van de jaarlijkse meteorenzwerm de Perseïden. Doordat dit overdag gebeurt en de maan niet stoort zijn er volgens Marc van der Sluys van hemel.waarnemen.com zowel in de nacht van woensdag op donderdag als in de nacht van donderdag op vrijdag met het blote oog tot 65-70 ‘vallende sterren’ per uur te zien. Als de piek ’s nachts had plaatsgevonden zouden dat er 85 zijn. De Perseïden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Perseus, waar de vallende sterren vandaan lijken te komen. Dit sterrenbeeld staat bij ons ’s nachts hoog boven de noordoostelijke horizon. De meteorenzwerm bestaat uit achtergelaten puin van de komeet Swift-Tuttle. Doordat de aarde in haar baan om de zon door de puinwolk beweegt, zien wij deze meteorenzwerm ieder jaar rond dezelfde datum.Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben echter niets met sterren te maken. Ze worden veroorzaakt door ruimtepuin, vaak niet groter dan een zandkorrel, dat circa 100 kilometer boven ons hoofd in de aardatmosfeer terecht komt. Door de hoge snelheden worden de luchtmoleculen vóór zo’n gruisdeeltje gecomprimeerd, verhit en aan het gloeien gebracht, wat wij zien als een flitsje. De snelheden van de Perseïden zijn meestal meer dan 200.000 km/uur. De Perseïden kenmerken zich door hun helderheid en snelheid, en incidenteel nalichtende sporen.De meteoren vallen dit jaar gunstig omdat de piek rond nieuwe maan plaatsvindt. De beste tijd om waar te nemen is tussen 3 en 4 uur ‘s nachts, maar ook voor middernacht zijn er al tot circa 50 meteoren per uur te zien. Een nacht eerder en later zijn ook vallende sterren zichtbaar, maar dit zijn er maximaal ongeveer 40 per uur. Om de meteoren waar te nemen is geen speciale  apparatuur nodig; het blote oog, een donkere waarneemplaats en een heldere hemel volstaan.Bron: hemel.waarnemen.com .

Astronomen ontdekken mechanisme waarmee nieuwe sterren kunnen ontstaan in normaal gesproken “dode” sterrenstelsels

Dubbelklikken voor de animatie-versie. Credit: Yale University

Astronomen hebben een uniek proces ontdekt dat ervoor zorgt dat elliptische reuzenstelsels, de grootste sterrenstelsels in het universum, nog steeds sterren kunnen maken – lang nadat hun hoogtijdagen van stervorming voorbij zijn. Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop hebben astronomen namelijk heldere “knotten” van jonge, blauwe sterren aangetroffen langs de krachtige straalstromen die worden uitgezonden door het centrale zwarte gat.

Dit kwam op zich als een verrassing – astronomen dachten vroeger dat elliptische sterrenstelsels “dood” zouden zijn, dus helemaal zonder stervorming. Dat blijkt niet het geval te zijn en de waarnemingen van Hubble hebben zelfs het achterliggende mechanisme blootgelegd. Dat heeft weer tot allerlei andere inzichten geleid.

Het blijkt namelijk dat het zwarte gat, de straalstromen (“jets”) en de pasgeboren sterren allemaal deel uitmaken van een zelfregulerend mechanisme. Hoogenergetische straalstromen verhitten namelijk de halo van gas rondom het sterrenstelsel. Je kunt deze halo vergelijken met een atmosfeer – in iedere atmosfeer kan het aanwezige materiaal namelijk in allerlei staten voorkomen, bijvoorbeeld gas, “wolken” en “regen”.

Wat we zien bij elliptische sterrenstelsels is vergelijkbaar met een onweersbui: de straalstromen duwen het hete gas weg van het centrum en “naar boven” – een deel van dit gas koelt vervolgens af, condenseert en valt weer “naar beneden”. Je kunt het vergelijken met regendruppels. Deze druppels zijn uiteindelijk voldoende afgekoeld om koude, stervormende gaswolken te vormen. Op die manier ontstaan wervelende “poelen” van stervorming rondom het centrale zwarte gat. Maar wat een moessonregen van gas zou moeten zijn, wordt door het zwarte gat gereduceerd tot slechts wat gemiezer. Hoewel een deel van het uitgestoten materiaal zal afkoelen, zal het zwarte gat de rest van het gas verhitten, zodat de hele gasvormige envelop niet goed kan afkoelen.

De hele cyclus is een zelfregulerend mechanisme, ongeveer zoals een thermostaat. Als het gas teveel afkoelt, dan worden de straalstromen krachtiger. Als die straalstromen teveel hitte produceren, dan verzwakken ze hun brandstofvoorraad en worden ze minder krachtig. Dat zit als volgt: het centrale zwarte gat gebruikt omringende gaswolken als brandstof. Als er veel koel gas aanwezig is, zal het zwarte gat veel energie produceren. Hierbij wordt het omringende gas verhit en weggeblazen, zodat de activiteit van het zwarte gat op een lager pitje komt te staan. Hierdoor kan meer gas afkoelen, zodat het zwarte gat meer brandstof tot z’n beschikking krijgt. Vervolgens zal de cyclus zich weer herhalen.

Deze ontdekking levert bovendien een verklaring voor een kosmisch mysterie: waarom is er weinig stervorming in elliptische sterrenstelsels? Volgens modellen zouden die moeten stralen van de stervorming maar dat gebeurd dus niet. Het blijkt de cyclus van verhitten en afkoelen te zijn dat zorgdraagt voor het in bedwang houden van de stervorming.

Bron: Yale University

Zwaartekrachtconstante is inderdaad overal constant

Credit: B. Saxton (NRAO/AUI/NSF)

Zwaartekracht, één van de vier fundamentele natuurkrachten, blijkt (gelukkig) in het waarneembare universum constant te zijn, zo blijkt uit een jarenlange studie naar het gedrag van een verre pulsar. Het onderzoek helpt een belangrijk vraagstuk in de kosmologie te beantwoorden: is de zwaartekracht overal en altijd hetzelfde? Het antwoord op de vraag lijkt, voorlopig, “ja” te zijn.Astronomen hebben gebruik gemaakt van de Green Bank Telescope in West Virginia en de Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico om de regelmatige pulsen op te vangen van de pulsar PSR J1713+0747. Men heeft het vaste “tik-tik-tik” patroon van de pulsar maar liefst 21 jaar lang gevolgd en het resultaat mag er wezen. Het onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat de zwaartekrachtconstante ook buiten het zonnestelsel dezelfde waarde heeft als hier. Pulsars zijn de snel roterende, superdichte restanten van zware sterren die als supernova ontploft zijn. Ze kunnen op aarde gedetecteerd worden doordat ze krachtige pulsen van radiostraling uitzenden vanaf hun magnetische polen. Als zo’n pool op aarde gericht staat, dan zien we die radiopulsen voorbij zwiepen naarmate de pulsar ronddraait. Dit resulteert in een kenmerkend patroon van radiotikken en dat patroon is heel constant.

De Robert-C.-Byrd-Green-Bank-Telescope. Credit: Geremia/Wikipedia.

De pulsar in kwestie staat op een afstand van 3750 lichtjaar en draait rondom een witte dwergster – het minder dichte (maar nog altijd onvoorstelbaar dichte!) restant van een lichtere, zon-achtige ster. De twee sterrelijken draaien iedere 68 dagen rondom elkaar heen en dat is een bijzonder grote omloopbaan voor dergelijke systemen. Die grote onderlinge afstand is een vereiste voor het onderzoek, omdat bij een kleinere afstand zwaartekrachtstraling kan worden uitgezonden. Hierdoor zal de onderlinge afstand tussen de twee objecten langzaam gaan afnemen en dat zou het onderzoek verpesten. Je moet dus een compacte dubbelster hebben waarbij de twee componenten op grote afstand rond elkaar heen draaien, zodat de effecten van zwaartekrachtstraling te negeren zijn. Goed, uit het onderzoek is gebleken dat de onderlinge afstand tussen PSR J1713+0747 en z’n begeleider op een dusdanige manier gelijk is gebleven, dat slechts één conclusie mogelijk is: de zwaartekrachtconstante G blijft inderdaad overal in de ruimte constant. Dat is goed nieuws voor de relativiteitstheorie van Einstein, maar slecht nieuws voor vele alternatieve theorieën. Bron: National Radio Astronomy Observatory

De schim van een stervende ster

Deze opvallende bubbel, gloeiend als de schim van een ster in de spookachtige duisternis van de ruimte, ziet er bovennatuurlijk en geheimzinnig uit. Maar het is een bekend astronomisch object: een planetaire nevel – het restant van een stervende ster. Deze opname van het niet erg bekende object ESO 378-1 – de beste tot nu toe – is gemaakt met ESO’s Very Large Telescope in het noorden van Chili. Credit: ESO

Deze opvallende bubbel, gloeiend als de schim van een ster in de spookachtige duisternis van de ruimte, ziet er bovennatuurlijk en geheimzinnig uit. Maar het is een bekend astronomisch object: een planetaire nevel – het restant van een stervende ster. Deze opname van het niet erg bekende object ESO 378-1 – de beste tot nu toe – is gemaakt met ESO’s Very Large Telescope in het noorden van Chili.[/caption]Deze opvallende bubbel, gloeiend als de schim van een ster in de spookachtige duisternis van de ruimte, ziet er bovennatuurlijk en geheimzinnig uit. Maar het is een bekend astronomisch object: een planetaire nevel – het restant van een stervende ster. Deze opname van het niet erg bekende object ESO 378-1 – de beste tot nu toe – is gemaakt met ESO’s Very Large Telescope in het noorden van Chili.

Deze opvallende bubbel, gloeiend als de schim van een ster in de spookachtige duisternis van de ruimte, ziet er bovennatuurlijk en geheimzinnig uit. Maar het is een bekend astronomisch object: een planetaire nevel – het restant van een stervende ster. Deze opname van het niet erg bekende object ESO 378-1 – de beste tot nu toe – is gemaakt met ESO’s Very Large Telescope in het noorden van Chili.

Deze planetaire nevel, die de bijnaam Zuidelijke Uilnevel heeft gekregen, heeft een middellijn van bijna vier lichtjaar. De bijnaam verwijst naar zijn evenbeeld aan de noordelijke hemel, de Uilnevel. ESO 378-1, die ook te boek staat als PN K 1-22 en PN G283.6+25.3, staat in het sterrenbeeld Hydra (Waterslang).

Net als alle planetaire nevels is ESO 378-1 een relatief kortstondig verschijnsel, dat hooguit enkele tienduizenden jaren zal standhouden. Ter vergelijking: het leven van een ster duurt gemiddeld enkele miljarden jaren.

Een planetaire nevel ontstaat als een stervende ster zijn buitenste gaslagen afstoot. Hoewel de nevel aanvankelijk een opvallende heldere verschijning is, vervaagt zo’n gasbubbel al snel.  Dat komt niet alleen doordat hij steeds verder opzwelt, maar ook doordat de centrale ster geleidelijk minder fel gaat stralen.

Deze kaart toont het sterrenbeeld Waterslang (Hydra). Alle sterren die op een donkere avond te zien zijn met het blote oog zijn ingetekend. De positie van de planetaire nevel ESO 378-1, die al met een niet al te grote telescoop waarneembaar is als een klein, gloeiend schijfje, is rood omcirkeld. Credit:ESO/IAU and Sky & Telescope

Alleen sterren die minder dan acht keer zo veel massa hebben als onze zon kunnen een planetaire nevel vormen. Zwaardere sterren sluiten hun leven af met een spectaculaire supernova-explosie.

Naarmate deze niet al zware sterren ouder worden, produceren ze een steeds intensere sterrenwind, wat ertoe leidt dat ze hun buitenste gaslagen kwijtraken. Nadat het weggeblazen gas zich over de omgeving heeft verspreid, begint de overgebleven hete kern van de ster ultraviolette straling uit te zenden, die het omringende gas vervolgens ioniseert. In reactie op deze ionisatie begint de uitdijende gasschil in allerlei heldere tinten te gloeien.

Nadat de planetaire nevel vervaagd is, blijft het restant van de ster nog een miljard jaar stralen. Dan is zijn brandstof op en verandert hij in een kleine, maar hete en compacte, witte dwergster die in de loop van de miljarden jaren geleidelijk afkoelt. Over enkele miljarden jaren zal ook onze zon een planetaire nevel produceren en in een witte dwerg veranderen.

Planetaire nevels spelen een cruciale rol bij de chemische verrijking en evolutie van het heelal. Elementen zoals koolstof en stikstof, en andere zwaardere elementen die in deze sterren zijn  gevormd, worden teruggegeven aan het interstellaire medium. Uit dat materiaal kunnen nieuwe sterren, planeten en eventueel ook leven ontstaan. Vandaar de beroemde uitspraak van astronoom Carl Sagan: ‘We bestaan uit sterrenstof.’

Deze foto komt uit het ESO Cosmic Gems-programma, een initiatief waarbij interessante, intrigerende of visueel aantrekkelijke objecten voor educatieve of publicitaire doeleinden met ESO-telescopen worden gefotografeerd. Het programma maakt gebruik van ’telescooptijd’ die niet geschikt is voor wetenschappelijke waarnemingen. Alle verzamelde gegevens, die ook bruikbaar kunnen zijn voor wetenschappelijke doeleinden, staan via ESO’s wetenschappelijk archief ter beschikking van astronomen.

Bron: European Southern Observatory

.

Astronomen verpulveren record verste sterrenstelsel

Credit: I. Labbé (Leiden University), NASA/ESA/JPL-Caltech.


Een internationaal team van astronomen waaronder Leidse wetenschappers heeft het verste sterrenstelsel tot nu toe opgespoord. Het sterrenstelsel, EGS8p7, bevindt zich op 13,23 miljard lichtjaar van de aarde en ontstond toen het heelal nog maar 550 miljoen jaar oud was.Nieuwe wereldranglijst sterrenstelselsHet nieuwe record verpulvert het oude record (650 miljoen jaar) dat ook al mede op naam van de Leidenaren stond. ‘Dat we nu zo’n grote sprong maken, komt doordat we een innovatieve techniek hebben ontwikkeld’, zegt tweede auteur Ivo Labbé van de Universiteit Leiden. ‘We vonden de stelsels door de kleuren in afbeeldingen van de Hubble-ruimtelescoop te vergelijken met infraroodwaarnemingen van de Spitzer-ruimtetelescoop. De nieuwe techniek is voor ons wat de klapschaats was voor schaatsers. De drie kandidaten die we zo het afgelopen jaar hebben geselecteerd, komen bij nader onderzoek op plek 1, 2 en 4 van de wereldranglijst.’In de buurt van de Grote Beer De officiële naam voor het sterrenstelsel is EGSY8p7. Het bevindt zich op 13,23 miljard lichtjaar van de aarde. Het sterrenstelsel is niet met het blote oog te zien, maar staat in de buurt van de Grote Beer in een veel bestudeerd strookje hemel met de naam Extended Groth Strip. Mede-auteur Rychard Bouwens van de Universiteit Leiden: ‘De recordbreker staat bijna precies in dezelfde richting als de vorige recordhouder, waar wij in mei bij betrokken waren. Dat is wel heel toevallig, omdat we verwacht hadden dat ze meer gelijkmatig over de hemel waren verdeeld.’

Keck I telescoop
De astronomen gebruikten de krachtige MOSFIRE infraroodspectrograaf van de Keck I telescoop op Hawaï. Met behulp van dat instrument speurden de sterrenkundigen twee nachten naar de karakteristieke straling van waterstofgas. Bellen van heet waterstofgas ontstaan door intense UV-straling van pasgeboren sterren.Na 400 miljoen jaar belangrijke veranderingen Astronomen hadden niet verwacht dat ze op zulke afstanden nog sterrenstelsels met behulp van waterstofstraling konden vinden. In het vroege heelal is de ruimte tussen de sterrenstelsels namelijk gevuld met donkere wolken van waterstof die deze straling zouden moeten absorberen. Computersimulaties lieten al zien dat het heelal rond de 400 miljoen jaar na het ontstaan een belangrijke verandering ondergaat. De wolken van neutraal waterstof veranderen in een heet doorzichtig plasma, onder invloed van het sterlicht van jonge sterren in de vroegste sterrenstelsels.Meer verre sterrenstelsels Ivo Labbé: ‘Bevestigingen van sterrenstelsels zoals EGSY8p7 vertellen ons stukje bij beetje het verhaal van het ontstaan van de eerste sterrenstelsels en hun rol bij de veranderingen in het vroege heelal.’ Het succes van dit onderzoeksresultaat geeft hoop dat astronomen in de nabije toekomst nog veel meer verre stelsels gaan vinden. Bron: Universiteit Leiden.

M13 gezien door de ogen van een “Elfje”

M13 gekiekt met de 11,5cm F8 Newton

Ja…ja….tatatarataaaaa…..en hier is ie dan……veertig jaar lang zeer nieuwsgierig op moeten wachten en heimelijk naar zitten smachten……mijn allereerste serieuze deep sky plaatje, M13 de grote bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Hercules,

Zomerblog: NASA’s bureau voor Ruimtetoerisme beveelt een bezoek aan PSO J318.5-22 aan

Credit
NASA-JPL/Caltech


Hij werd in 2013 ontdekt en zwerft als een eenzame exoplaneet door ons Melkwegstelsel: PSO J318.5-22. NASA’s Exo planet Travel Bureau – ja hij bestaat echt! – raadt een reisje naar deze bijzondere planeet aan. Hierboven de retro-poster die ze ervan hebben gemaakt. Bron: JPL Planet Quest.