Rampen in aantocht eind september [Update]

Volgens een vandaag verschenen bericht in de Telegraaf komt er volgens doemdenkers weer een hele zwik rampen aan, die de aarde ergens tussen 22 en 28 september a.s. zal teisteren. Daar zit onder andere de ramp bij die ik al eerder aankondigde, namelijk dat de aarde op 24 september getroffen zal worden door een grote planetoïde of komeet, maar in het Telegraaf-artikelen worden ook andere Dagen des Oordeels genoemd, zoals de Wachters van de Nacht, die in die periode een tsunami verwachten. De sekte River of Glory noemt 23 september als datum. Er zijn ook sektes die zich baseren op de zogenoemde tetrade: een periode van vier maansverduisteringen binnen twee jaar, in de Bijbel ‘bloedmanen’ genoemd: dat is de aankondiging van de Dag des Heeren. De bloedmanen waar het hier om gaat zijn op 15 april 2014, 8 oktober 2014, 4 april 2015 en de laatste op 28 september 2015. Die data kloppen wel [1]De volgende tetrade zal zijn in 2032 en 2033., er zijn dan maansverduisteringen (zie afbeelding hierboven), zoals op 28 september a.s. als we vanaf 03.07 uur ’s nachts de maan in de kernschaduw zullen zien treden. Maar dat is dan ook het enige wat klopt, de doemverhalen zelf zijn 100% verzonnen, er komen geen planetoïde, meteoriet of komeet aan! Eh.. nog even over die tetraden, da’s best een interessant onderwerp en ook het voordeel van dit soort rampberichten. Het aantal tetraden dat in een eeuw plaatsvindt hangt samen met het aantal maansverduisteringen, waarbij de maan in de kernschaduw (umbra) of bijschaduw (penumbra) van de aarde terecht komt, zoals uit deze grafiek blijkt:

Credit: SockPuppetForTomruen – Jean Meeus

Bron: Telegraaf + Wikipedia.[Update 20 augustus 08.00 uuur]  De NASA heeft inmiddels ook gereageerd op de geruchten. Ze zeggen dat in recente blogs gesproken wordt over de inslag van een planetoïde ergens tussen 15 en 28 september 2015 in de buurt van Puerto Rico. Paul Chodas, manager van NASA’s Near-Earth Object bureau van het Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, Californië, laat weten dat er geen enkele aanwijzing is dat er een planetoïde onze kant op komt. Dat de NASA hiermee komt zal in de ogen van sommige mensen betekenen dat er juist iets aankomt – we weten de argwaan waarmee naar de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie wordt gekeken – dus in die zin zijn de doemverhalen een mooie test. Als er geen inslag komt heeft de NASA gelijk en hebben de sceptici van de NASA ongelijk, als er wel een inslag komt hebben de doemdenkers en de sceptici wel gelijk. The proof is in eating the pudding. Bron: NASA.

References[+]

References
1 De volgende tetrade zal zijn in 2032 en 2033.

Twee maal Mars: stuur je naam er heen met de Insight missie én trailer II van de Martian is er!

Credit: NASA

Even een duobericht over Mars, twee nieuwtjes die over de Rode Planeet gaan. De eerste is dat iedereen zijn of haar naam op kan sturen naar de NASA, die de namen met de Insight missie mee zal zenden, de onbemande Marslander die volgend jaar maart wordt gelanceerd en die op 28 september 2016 – zet ’t in je agenda! – op Mars zal landen. De namen worden opgeslagen op een microchip die door InSight wordt meegenomen naar Mars en je kunt hier je naam opgeven en daarmee je boarding pass voor Insight krijgen. Dat kan tot 8 september a.s. Ik heb ’t zojuist gedaan, ik mag mee!

En dan het tweede nieuws: de tweede officiële trailer van The Martian is verschenen! De SF-film met Matt Damon van regisseur Ridley Scott, die op 2 oktober a.s. – zet ’t in je agenda! – in premiére gaat.

Bron: NASA + Universe Today.

Sterrenkijken vanaf de stoep tijdens Sail Amsterdam

Sail 2015 (credit foto: Jesper2CV)

Sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam staan tijdens SAIL Amsterdam 2015 met telescopen langs de waterkant bij het EYE filmmuseum om met bezoekers naar de sterren te kijken. Hiermee krijgen bezoekers een unieke blik op de sterrenhemel en de zeevaart die al eeuwen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Bezoekers van het SAIL Amsterdam evenement kunnen van woensdag

IC 4651, een familie van sterren

De rijke sterrenhoop IC 4651. Credit: ESO

Open sterrenhopen, zoals de hier afgebeelde, doen het niet alleen goed op foto’s. De meeste sterren ontstaan binnen sterrenhopen, en astronomen kunnen deze sterrenhopen gebruiken om leven en dood van sterren te onderzoeken. De sterrenhoop op deze foto is vastgelegd met de Wide Field Imager (WFI) van de ESO-sterrenwacht op La Silla in Chili. Hij staat bekend als IC 4651 en bestaat uit sterren die zeer uiteenlopende kenmerken vertonen.

De losse verzameling sterren op de nieuwe ESO-opname is de open sterrenhoop IC 4651, die op een afstand van ongeveer 3000 lichtjaar in het sterrenbeeld Altaar staat. De sterrenhoop, die deel uitmaakt van de Melkweg, is ongeveer 1,7 miljard jaar oud en daarmee van ‘middelbare leeftijd’. IC 4651 is ontdekt door Solon Bailey, die pionierswerk deed voor de vestiging van sterrenwachten in de hoge, droge Andes. Hij werd in 1896 gecatalogiseerd door de Deens-Ierse astronoom John Louis Emil Dreyer.

De sterrenhoop IC 4651 in het sterrenbeeld Altaar. Credit:ESO/IAU and Sky & Telescope

De Melkweg telt meer dan duizend van deze open sterrenhopen, waarvan vele uitgebreid onderzocht zijn. Waarnemingen van deze sterrenhopen hebben veel kennis opgeleverd over het ontstaan en de levensloop van de Melkweg en de afzonderlijke sterren waaruit deze bestaat. Ze stellen astronomen in de gelegenheid om hun modellen voor de evolutie van sterren te toetsen.De sterren van IC 4651 zijn allemaal ongeveer tegelijkertijd uit een en dezelfde gaswolk ontstaan [1]Hoewel veel van de sterren op deze foto deel uitmaken van IC 4651, staan de allerhelderste ergens tussen ons en de sterrenhoop in. De meeste zwakkere staan juist verder weg.. De afzonderlijke sterren worden losjes bijeengehouden door de aantrekkingskracht die zij op elkaar uitoefenen en door het gas dat zich tussen hen in bevindt. De structuur van zo’n sterrenhoop verandert voortdurend – door interacties met andere sterrenhopen en gaswolken in de omgeving, maar ook doordat het gas tussen de sterren wordt gebruikt voor de vorming van nieuwe sterren of juist uit de sterrenhoop wordt weggeblazen. Uiteindelijk blijft er zo weinig massa in de sterrenhoop achter, dat zelfs de sterren kunnen ontsnappen. Recente waarnemingen van IC 4651 hebben laten zien dat de sterrenhoop 630 keer zoveel massa bevat als onze zon [2]Dat is veel meer dan uit eerdere onderzoeken, die een kleiner gebied bestreken en daardoor veel sterren aan de rand van de sterrenhoop hebben gemist, leek te volgen.. Maar vermoed wordt dat hij oorspronkelijk minstens 8300 sterren telde en een massa van 5300 zonsmassa’s had.

Overzichtsfoto van de hemel rond de heldere sterrenhoop IC 4651. Credit:ESO/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgement: Davide De Martin

Omdat deze sterrenhoop relatief oud is, kan een deel van het massaverlies worden toegeschreven aan het feit dat de zwaarste sterren al het einde van hun leven hebben bereikt, en als supernovae zijn ontploft. Maar de meeste sterren die verdwenen zijn, zijn simpelweg naar elders verhuisd. Ze zijn door de passage van een kolossale gaswolk of door een ontmoeting met een naburige sterrenhoop aan de sterrenhoop ontrukt, of geleidelijk afgedreven.Sommige van deze ontsnapte sterren zijn mogelijk nog steeds door de zwaartekracht aan de sterrenhoop gebonden, en omringen deze op grote afstand. De overige zijn overgelopen naar andere sterrenhopen of hebben zich elders in de dichtbevolkte Melkweg gevestigd. Ook onze zon heeft waarschijnlijk ooit deel uitgemaakt van een sterrenhoop als IC 4651, totdat zij en haar zusjes geleidelijk uit elkaar gingen en zich over de Melkweg verspreidden.

De foto is gemaakt met de Wide Field Imager. Deze camera is permanent gekoppeld aan de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla. Hij bestaat uit een aantal ccd-detectors met in totaal 67 miljoen pixels (beeldpunten) en kan een stuk hemel vastleggen dat zo groot is als de volle maan. Het instrument is uitgerust met veertig filters, die een breed golflengtegebied – van zichtbaar licht tot nabij-infrarood – bestrijken. Voor deze foto zijn maar drie van deze filters gebruikt. Bron: ESO

References[+]

References
1 Hoewel veel van de sterren op deze foto deel uitmaken van IC 4651, staan de allerhelderste ergens tussen ons en de sterrenhoop in. De meeste zwakkere staan juist verder weg.
2 Dat is veel meer dan uit eerdere onderzoeken, die een kleiner gebied bestreken en daardoor veel sterren aan de rand van de sterrenhoop hebben gemist, leek te volgen.

Gezocht: oude jaargangen Hemel en Dampkring

In het kader van het bewaren van het ‘astronomisch erfgoed’ is een enthousiast clubje amateur-astronomen in samenwerking met Volkssterrenwacht Urania bezig om vele jaargangen en edities van tijdschriften en sterrengidsen te scannen en digitaliseren. Zenit (vanaf 1974) en De Meteoor (1943-1968) zijn inmiddels compleet, het overige archief van de (K)NVWS en De Koepel is helemaal gedigitaliseerd. Hierin zitten bijvoorbeeld vergaderstukken, aankondigingen van lezingen, verslagen van eclipsexpedities, enzovoorts. Het volgende wordt nog gezocht en lezers van de Astroblogs worden opgeroepen als zij het gezochte materiaal bezitten dit ter beschikking te stellen.

Gezochte exemplaren van de Sterrengids:
1938
1939

Gezochte jaargangen van Hemel en Dampkring:

HD 1 – 1903-1904
HD 2 – 1904-1905
HD 3 – 1905-1906
HD 4 – 1906-1907
HD 5 – 1907-1908
HD 6 – 1908-1909
HD 7 – 1909-1910
HD 8 – 1910-1911
HD 9 – 1911-1912
HD 10 – 1912-1913
HD 11 – 1913-1914
HD 12 – 1914-1915
HD 13 – 1915-1916
HD 15 – 1917-1918
HD 18 – 1920-1921
HD 19 – 1921-1922

Het liefst heeft men een paar exemplaren, want er willen nog weleens bladen ontbreken of erg beschadigd zijn. Wie al wat digitaal heeft, kan dat uiteraard direct aanbieden. Let op: er wordt destructief gescand. De tijdschriften, gidsen worden versneden tot losse vellen. Indien je de astronomisch archivarissen kunt helpen laat het dan s.v.p. weten. Bedankt alvast voor je medewerking!

Acht kandidaat dwergsterrenstelsels rondom de Melkweg ontdekt met de Dark Energy Survey

Credit: Dark Energy Survey Collaboration

Sterrenkundigen hebben met de Dark Energy Camera (DEC) – een 570 megapixel camera verbonden aan de 4 meter Blancotelescoop van de Cerro Tololo-sterrenwacht in het Chileense hooggebergte – rondom de Melkweg acht dwergsterrenstelsels ontdekt, voorlopig nog kandidaat-stelsels, omdat gewacht wordt op bevestiging door een andere telescoop. Afgelopen half jaar werd 1/8e van de hemel (het rode gebied op de foto hierboven) met de DEC geobserveerd, waarbij eerder ook al negen andere dwergstelsels werden ontdekt. De in totaal 17 gevonden dwergstelsels (14 ervan aangegeven als de rode cirkels) zijn klein in vergelijking met de Melkweg, sommigen bevatten nog geen duizend sterren. Relatief bevatten de kleine stelsels meer donkere materie dan gewone sterrenstelsels zoals de Melkweg en omdat ze meer informatie kunnen opleveren over het ontstaan en de groei van sterrenstelsels worden ze uitvoerig bestudeerd. Met DEC wordt de Dark Energy Survey uitgevoerd, die niet draait om donkere materie, maar om donkere energie, de geheimzinnige substantie die bijna 70% van de massa-energie van het heelal uitmaakt. Door studie aan (dwerg-)stelsels hoopt men meer te weten over donkere energie, die er door z’n afstotende werking voor zorgt dat het heelal versnelt uitdijt. Voor de ontdekking van de 17 dwergstelsels waren zo’n 24 andere dwergstelsels rondom de Melkweg bekend. Bron: Fermilab.

De evolutie van sterrenlicht – een overzicht van een sterrenleven

Aristoteles dacht dat de sterren van een andere substantie gemaakt waren dan de vier aardse elementen – lucht, water, vuur en aarde. Deze substantie werd kwintessens genoemd en men geloofde dat de menselijke ziel van hetzelfde materiaal gemaakt was. Daarom werd de menselijke ziel door de oude Grieken gelijkgesteld aan de sterren. Dit standpunt is wellicht niet erg wetenschappelijk, maar ik houd van het idee dat in ieder mens een beetje sterlicht zit. – Lisa Kleypas

Prima, maar wat als je wél de wetenschappelijke kijk op sterrenlicht wilt weten? Het is immers dankzij de sterren dat we vele geheimen van het universum ontrafeld hebben.

credit: Nick Risinger.

Hoewel de sterren aan de nachthemel allemaal wit lijken te zijn (en erg op elkaar lijken), kennen sterren in werkelijkheid een grote verscheidenheid aan kleuren en intrinsieke helderheid. Dit wordt mooi weergegeven in onderstaande foto van de Hubble-ruimtetelescoop.

credit: NASA, ESA, and the Hubble SM4 ERO Team

Geloof het of niet, maar iedere ster in het universum heeft een lotsbestemming die bij de geboorte al is vastgesteld. Laten we eens kijken hoe dit werkt, van begin tot einde.

Credit: Josh Walawender of Twilight Landscapes.

Als een moleculaire wolk – een koude en waterstofrijke gaswolk tussen de sterren – onder z’n eigen gewicht zal instorten, zal een flink gedeelte van die wolk omgevormd worden tot sterren. Sommige van die sterren zijn kleine dwergen, terwijl andere grote reuzen zijn. Toch zijn alle sterren min of meer gelijkmatig (qua massa!) verdeeld over de zeven typen van hoofdreekssterren.

credit: Wikipedia user Kieff.

Dat betekent natuurlijk dat qua absolute aantallen slechts 0,12 procent van de sterren heftige O- en B-sterren zullen zijn, terwijl ruim 75 procent uit M-sterren bestaan. De O-sterren zijn, weinig verrassend, de helderste van allemaal. Omdat ze ook de meest massieve zijn, zullen ze het snelste hun brandstof opstoken – vandaar hun enorme helderheid. Als je kijkt naar jonge sterrenclusters, dan blijken ze gedomineerd te worden door deze superheldere blauwe sterren – ondanks het feit dat zwakke, rode sterren veel talrijker zijn.

credit: Langkawi National Observatory @ ANGKASA

Als we een grafiek maken, met daarin de intrinsieke helderheid van iedere ster op de y-as, en de kleur op de x-as (de blauwste links, de roodste rechts), dan krijgen we een naar boven slingerend “pad”. Zo’n diagram wordt het Hertzsprung-Russell-diagram genoemd en het slingerende pad is de zogenaamde hoofdreeks. Alle sterren op de hoofdreeks fuseren waterstof tot helium in hun kern – inclusief de zon.

credit: Atlas of the Universe / Richard Powell.

Na verloop van tijd zullen alle sterren hun waterstof in de kern verbruikt hebben. De blauwste, meest massieve sterren “verbranden” hun waterstof het snelst en zijn dus de eerste die de hoofdreeks zullen verlaten. Een piepjonge, pasgeboren sterrencluster bevat alleen maar hoofdreekssterren, terwijl een oude sterrencluster een veel ingewikkelder HR-diagram zal hebben. Neem bijvoorbeeld de bolvormige sterrenhoop M55 – deze is nogal oud en diens HR-diagram ziet er zó uit:

credit: B.J. Mochejska, J. Kaluzny (CAMK), 1m Swope Telescope.

De sterren van hoge massa hebben allemaal al lang hun waterstofvoorraad verbruikt – in het geval van M55 zijn dat alle sterren die zwaarder zijn dan de zon. (De enkele blauwe hoofdreekssterren links van de “knik” zijn blauwe treuzelaars die ontstaan als twee hoofdreekssterren van lagere massa samensmelten). Als de waterstof verbruikt is, zal de kern gaan krimpen. Dankzij onze goede vriend thermodynamica zal een krimpende ster-kern steeds heter worden, totdat waterstoffusie weer kan verdergaan in een schil rondom de kern. Hierbij zal de ster gaan opzwellen – dit zal uiteindelijk gebeuren bij alle stertypes, behalve de M-sterren, die te weinig massa hebben om ooit een andere fase van fusie te starten.Als gevolg hiervan zal onze hoofdreeksster gaan evolueren tot een subreus – een ster met een iets grotere helderheid en een iets koelere temperatuur dan tijdens de hoofdreeksfase. Het feit dat ze koeler zijn zal je wellicht verbazen, maar bedenkt wel dat alleen de buitenlagen koeler zijn – en dat komt puur vanwege het opzwellen. Binnen de ster is de kern heter dan ooit en het is dankzij die extra energie dat de ster in helderheid en omvang zal toenemen. Het is de expansie die ervoor zorgt dat de oppervlakte-temperatuur zal dalen. Vandaar dat als een ster in omvang blijft toenemen, hij steeds roder zal worden.

credit: Procyon photo by Arun Venkatram, inset by David Darling

Dat is wat er momenteel gebeurd bij Procyon, één van de helderste en dichtstbijzijnde sterren aan de nachthemel, die zich op een afstand van 11,5 lichtjaar bevindt. Gedurende een periode van tientallen miljoenen jaren zullen subreuzen blijven uitdijen en afkoelen (in de buitenlagen), terwijl de kern zal blijven krimpen en opwarmen. Uiteindelijk zal de temperatuur in de kern hoog genoeg zijn voor de fusie van helium!Op dat moment zal de ster gigantisch gaan opzwellen en een echte rode reus worden. Deze fase kan honderden miljoenen jaren duren en het is tijdens die fase dat de ster z’n maximale helderheid zal bereiken. Dus hoewel de buitenlagen afkoelen, zal de totale helderheid flink toenemen en lange tijd constant blijven. Als de grote rode reus zal beginnen met heliumfusie – eerst tot koolstof en later tot zuurstof en zwaardere elementen – zal de ster weer kleiner en blauwer (lees: oranje-geel) worden, maar wel in helderheid constant blijven. Die fase wordt de horizontale tak genoemd en hieronder zie je een vergelijking tussen de zon en Arcturus (een reus op de horizontale tak) en Antares (een echte rode reus). Veel sterren zullen weer helemaal terug naar de hoofdreeks migreren!

credit: Wikipedia user Sakurambo

De evolutie van zo’n beetje alle F-, G-, en K-sterren is dus als volgt: van hoofdreeks (kern-waterstoffusie) naar subreus (schil-waterstoffusie) naar rode reus (kern-heliumfusie) naar horizontale tak (verdere kern-heliumfusie).

credit: James Schombert of http://abyss.uoregon.edu/~js/ast122/lectures/lec16.html.

Sommige sterren zijn massief genoeg om ook helium te fuseren in een schil rondom de kern. Die sterren zal opnieuw naar rechts bewegen, naar de rode kant van het spectrum, en opnieuw een rode reus worden – maar dan eentje die nog helderder is dan voorheen. Eigenlijk is dit een afzonderlijke evolutionaire stap en de naam van die fase is afhankelijk van de massa van de ster, zoals op onderstaand diagram wordt weergegeven:

credit: Wikipedia user Rursus.

Deze cyclus kan zich verschillende keren herhalen – de brandstof in de kern is opgebruikt, de kern zal gaan instorten, fusie zal weer hervat worden in een schil rondom de kern en – indien mogelijk – zal de kern voldoende opwarmen om de assen van de vorige fusie-fase te fuseren tot iets zwaarders: neon, magnesium, silicium, zwavel en uiteindelijk helemaal tot aan ijzer, nikkel en kobalt. Tijdens al die inwendige veranderingen zal de ster voortdurend gaan switchen tussen blauwere en rodere kleuren, terwijl de helderheid enorm hoog zal blijven.Uiteindelijk zal bij sterren lichter dan 8 zonnemassa’s de fusie tot een halt komen nadat alle helium gefuseerd is tot koolstof en zuurstof (en een beetje neon en magnesium). De buitenlagen van de ster worden afgestoten en de naakte kern zal blijven inkrimpen tot een witte dwerg. Die zal blijven stralen door de restwarmte, waardoor de uitgestoten buitenlagen tot gloeien gebracht worden. Het resultaat is een zogenaamde planetaire nevel, en deze komen in een grote verscheidenheid aan kleuren en vormen.

credit: Carlos Milovic, Hubble Legacy Archive, and NASA

De resterende kernen – de witte dwergsterren – zijn miljoenen keren lichtzwakker dan de oorspronkelijke sterren, hoewel ze meestal heter en blauwer zijn dan tijdens de hoofdreeks. Zo eindigen vrijwel alle sterren – alle K- G- F- en A-sterren, plus een deel van de B-sterren, zullen eindigen als witte dwergster.Maar de sterren die hun leven begonnen zijn als O-ster en/of heldere B-ster, oftewel alle sterren met meer dan 10 zonnemassa’s, zullen veel verder gaan in hun cyclus van fusie. Uiteindelijk is een metalen kern ontstaan, en de atomen in die kern zullen niet langer zijn opgewassen tegen de zwaartekracht. De hele kern zal gaan instorten, waarbij de rest van de ster met een gigantisch geweld wordt weggeblazen – een zogenaamde supernova. Het resultaat is dan een neutronenster of een zwart gat aan het einde van het sterrenleven.

credit: public domain image taken from Katie Chamberlain at http://study.com/academy/lesson/main-sequence-star-definition-facts-quiz.html.

Alle sterren sterven dus en eindigen hun leven als witte dwerg + planetaire nevel of als neutronenster/zwart gat, terwijl de meeste M-sterren simpelweg inkrimpen tot een helium-witte dwerg. Vervolgens zullen ze nog biljoenen jaren blijven schijnen – het duurt bijna letterlijk een eeuwigheid voordat een witte dwerg of neutronenster voldoende is afgekoeld om niet langer te schijnen. Toch zijn dit geen sterren in de zin van het woord, dus is het licht dat ze uitzenden kan niet langer sterrenlicht genoemd worden.

Hiermee hebben we het einde bereikt van dit verhaal over sterrenlicht. Onze Melkweg is gevuld met 400 miljard sterren, in allerlei levensfases, terwijl in vele biljoenen andere sterrenstelsels precies hetzelfde gebeurt.

Bron: Starts With a Bang‘, ‘