26 oktober 2020

Jonge sterrenhopen in Andromedastelsel geïnventariseerd

Zes van de heldere blauwe sterrenhopen die met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop zijn opgespoord in het Andromedastelsel. Elke vierkantje is 150 lichtjaar groot. (NASA, ESA, J. Dalcanton, B.F. Williams & L.C. Johnson (University of Washington), het PHAT-team en R. Gendler).

Uit een survey met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat de massaverdeling van pasgeboren sterren in het Andromedastelsel (M31) vergelijkbaar is met die in onze Melkweg. M31 is een naburig spiraalstelsel dat een slag groter en ‘zwaarder’ is dan ons eigen stelsel.Bij de survey, waaraan 30.000 ‘burgerwetenschappers’ hebben deelgenomen, zijn 2753 jonge hete sterrenhopen in M31 opgespoord. Astronomen hebben van deze sterrenhopen de zogeheten initiële massafunctie (IMF) bepaald: de percentages sterren van verschillende massa’s. Daartoe moesten bijna achtduizend Hubble-opnamen worden bestudeerd, waarop 117 miljoen sterren zijn vastgelegd.Sterren ontstaan wanneer een grote wolk van moleculaire waterstof, stof en sporenelementen samentrekt. Daarbij valt de wolk in kleinere stukken uiteen, die elk honderden sterren voortbrengen. Die sterren hebben niet allemaal even massa: deze loopt uiteen van 1/12 zonsmassa tot een paar honderd zonsmassa’s.Tot nu toe beschikten astronomen alleen over IMF-metingen van sterrenhopen binnen ons eigen sterrenstelsel. Het is voor het eerst dat ze deze gegevens hebben kunnen vergelijken met een grote inventarisatie van sterrenhopen die 2,5 miljoen lichtjaar van de aarde verwijderd zijn.Het onderzoek laat zien dat de IMF’s van de vele sterrenhopen in M31 geen grote verschillen vertonen. Ze vertonen een uniforme verdeling van sterren – van kleine rode dwergen tot zware blauwe superreuzen. Dit ondanks het feit dat de sterrenhopen een factor 10 in massa kunnen verschillen.Verrassend is dat de helderste en zwaarste sterren in de sterrenhopen 25 procent minder talrijk zijn dan uit eerder onderzoek leek te volgen. Dat lijkt een detail, maar astronomen gebruiken het licht van deze heldere sterren om de massa’s van sterrenhopen en sterrenstelsels te schatten. Het nieuwe resultaat wijst erop dat die schattingen naar boven toe moeten worden bijgesteld.Ook impliceert het nieuwe onderzoek dat het jonge heelal minder zware elementen bevatte dan tot nu toe werd aangenomen. Minder zware sterren betekent immers dat er minder supernova-explosies zijn geweest waarbij de ruimte met zware elementen werd verrijkt. Bron: Astronomie.nl.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.