Astrofotografie voor Dutchies

header

In navolging van de bekende boekenreeks “… voor Dummies” is dit een blog over “Astrofotografie voor Dutchies”. Niet dat dit uitsluitend bedoeld is voor Nederlanders; Ik doel hier meer op de reputatie van Nederlanders om zo min mogelijk geld uit te geven. Anders gezegd, hoe kan je aan Astrofotografie doen zonder enorme bedragen uit te moeten geven aan apparatuur. Met deze achterliggende gedachte ben ik eens informatie gaan verzamelen voor een blog – waarschijnlijk zelfs een reeks – over Astrofotografie met minimale middelen.

Update: Inmiddels is een tweede deel verschenen. Inderdaad dus een reeks, want deel 3 is inmiddels ook al gepubliceerd…

Inleiding

De aanleiding voor deze blog is eigenlijk ontstaan uit het probleem dat ik anderen nooit goed kon laten zien wat ik nu door mijn telescoop zag. Telkens als ik iemand anders door mijn telescoop liet kijken was de focus en het richten, wat ik zorgvuldig voorbereid had, alweer ‘kwijt’. Daar moest ik iets op vinden en filmen/fotograferen door het oculair leek mij de oplossing.Mijn eerste pogingen om Jupiter te fotograferen verliepen zo verbazingwekkend goed, dat ik nog altijd met diezelfde apparatuur bezig ben – en er inmiddels een uitdaging in zie om met deze minimale middelen steeds meer op de gevoelige plaat vast te leggen (als je daar digitaal nog van mag spreken).

Van links naar rechts: Allemaal Jupiter foto’s. Experimenteren leidt tot betere resultaten. De apparatuur wisselde niet, slechts de instellingen en bewerkingstechnieken (en atmosferische omstandigheden…)

Voor ik losbarst eerst nog een disclaimer. Ik heb nauwelijks ervaring op astrofotografisch gebied en een heleboel termen uit de fotografie zijn voor mij ook (nog) abracadabra. Het punt van deze blog is dan ook om gelijkgestemden te laten zien dat je jezelf niet moet laten afschrikken door de terminologie. Laat je nieuwsgierigheid de vrije loop en ga op ontdekkingsreis met de middelen die je reeds voorhanden hebt. Zoek de extremen op en kijk wat werkt en wat niet werkt. Wees wel realistisch en verwacht niet de foto’s die je in de tijdschriften ziet. Om dergelijke plaatjes te schieten heb je apparatuur nodig die waarschijnlijk (zeker in het geval van mijn apparatuur) een 100-voud kunnen kosten van wat je nu hebt.

Benodigdheden

Ik schrijf dit blog vanuit mijn eigen perspectief en ga dus uit van mijn apparatuur die volgens mij onder de noemer ‘minimale middelen’ vallen. Zo stond een exact dezelfde telescoop als ik heb, vorige week nog op Markplaats voor €25,- (screenshot). Koopje toch?

Ik beschik dus over een simpele spiegeltelescoop met een diameter van 114mm (een klassiek ‘elfje’) op een houten wiebel-statief voorzien van een equatoriale montering. Dit houdt in dat ik – mits goed opgesteld – maar aan slechts één wieltje hoef te draaien om het bekeken object in beeld te houden. Als camera gebruik ik een simpele digitale compactcamera. Een Canon Powershot SX220.

Om de camera ‘door de telescoop’ te kunnen laten kijken, heb ik een constructie gemaakt waarmee ik de camera precies voor een oculair kan uitlijnen; Ik heb ook een camera-adapter gekocht, maar deze past niet omdat ik blijkbaar een zeer ouderwetse diameter van mijn oculairs heb (0.965 inch, waar 1.25 inch tegenwoordig de standaard is). Voor het schieten van foto’s zonder telescoop heb ik een simpel driepoot-statief.

Wat ook nodig zal blijken zijn een aantal computerprogramma’s die helpen bij het zichtbaar maken van details in de geschoten plaatjes. Ook kunnen we echt op z’n ‘Dutch’ bezig gaan, want ik zal in een volgend blog uitsluitend de gratis programma’s beschrijven.

Wat te fotograferen?

Grofweg zijn er 3 voor de hand liggende soorten doelen om je camera op te richten. Van ‘makkelijk’ naar ‘moeilijk’ zijn dit: Sterrenbeelden, Planeten en Deep Sky objecten. Er zijn uiteraard veel meer categorieën op te sommen, maar voorlopig houd ik het even op deze drie.

Het fotograferen van sterrenbeelden is het meest eenvoudig en komt in feite neer op het opstellen van je camera en een foto maken. Uiteraard is het dan wel van belang dat je camera de goede kant op gericht is en blijft. Dit kan met een simpel driepootje of desnoods een zakje gevuld met bijvoorbeeld rijstkorrels.

De sterrenhemel boven de Cosmos Sterrenwacht te Lattrop op 23 maart 2015. Het sterrenbeeld Voerman staat recht boven de koepel en nog net boven de boomtoppen zijn de Pleiaden zichtbaar.

Wat de instellingen van je camera betreft valt aan te raden om zoveel mogelijk alle automatische functies van de camera uit te laten. Als je camera een M-stand (Manual – Handmatig) heeft dan is dit wel het beste.

Van de zoom kan je in het begin het beste afblijven om gewoon zoveel mogelijk van de lucht in beeld krijgen. Mijn eerste foto’s schoot ik met een zo lang mogelijke sluitertijd. Mijn Canon gaat (standaard) tot 15 seconden. In deze stand springt de ISO instelling (de lichtgevoeligheid) naar de laagste stand 100. Wil ik een hogere lichtgevoeligheid (hogere ISO instelling), om meer sterren in beeld te krijgen dan kan ik maximaal tot 1 seconde belichten. Voor eigenaren van een Canon compactcamera is er de mogelijkheid de camera te ‘hacken’… Nadeel van een hogere ISO instelling is wel dat de foto dan meer ruis bevat.

De foto’s zullen op de display van de camera nog niet veel sterretjes tonen. We zullen de foto’s moeten nabewerken. Hierover in een volgende blog meer.

Voor het vastleggen van planeten heb ik tot nu toe slechts Jupiter en Saturnus op de korrel genomen. Niet alleen waren dit de enige twee planeten die ik toevallig op heldere nachten goed in beeld kon krijgen; Ook zijn het naar mijn bescheiden mening de twee meest interessante planeten om te fotograferen.

Eigenlijk is fotograferen een beetje misleidend. Wat bij mij het beste werkte was namelijk het schieten van een video van de planeet, waarna speciale software elk afzonderlijk ‘frame’ uit de video als losstaand fotootje gebruikte en deze combineerde tot een uiteindelijke foto van de planeet. Daarover in een volgende blog meer.

Het resultaat van een uur filmen en vervolgens uren met software in de weer zijn. Te zien is dat Io, een maan van Jupiter, zijn schaduw op de planeet werpt.

Het laatste onderwerp en tevens de meest moeilijke zijn de Deep Sky objecten. Hierin heb ik zelf nog niet zoveel ervaring opgedaan. In de telescoop zijn dit meestal niet meer dan kleine ‘pluisjes’ van licht, die soms uitsluitend te zien zijn als je er niet naar kijkt… Het zogenaamde perifeer-kijken. Een camera is veel gevoeliger voor licht wanneer je met langere sluitertijden werkt en in de handen van een kundig iemand met goede apparatuur zijn de plaatjes uit de tijdschriften en boeken te evenaren… Met de bescheiden middelen uit deze blog is dat een onbereikbaar station, maar we kunnen al wel meer zichtbaar maken dan wat je zelf kijkend door het oculair ziet.

Links de Orionnevel (M42). Rechtsboven de bolvormige sterrenhoop M13 te vinden in Hercules. Rechtsonder M31, de Andromedanevel (Zowel M13 als M31 zijn door een oculair gefotografeerd).

Ik ben met de gemakkelijkst te vinden nevels begonnen zoals de bolhoop in Hercules en de Orionnevel. Eigenlijk gebruikte ik hiervoor dezelfde technieken als bij het fotograferen van de sterrenbeelden, maar omdat nevels veel minder licht uitzenden dan de sterren heb je wat meer trucs nodig om toch voldoende licht te verzamelen. Door meerdere foto’s te maken en deze later door speciale software te combineren, kan je de kleine beetjes licht die op elke afzonderlijke foto opgevangen is bij elkaar laten tellen. Dit wordt stacken genoemd. Het uiteindelijke resultaat zal net als bij de foto’s van sterrenbeelden nog niet direct spectaculair zijn. Ook hier is dus weer nabewerking nodig.

In het kort komt het er dus op neer dat een sessie astrofotografie bestaat uit 3 bezigheden:

  1. Het opstellen van je apparatuur.
  2. Het maken van de opnamen
  3. Het nabewerken

De komende blogs
Zoals gezegd ben ik geen ervaren astrofotograaf. Ik zal dan ook geen ‘doe dit – doe dat’ advies kunnen opsommen. Wat ik wel kan doen is voorbeelden tonen van mijn resultaten en erbij opsommen hoe ik het resultaat bereikt heb.In een volgende deel van deze reeks zal ik schrijven over hoe ik sterrenbeeld foto’s maak. Welke instellingen ik op de camera maak en welke software ik gebruik om de sterren beter zichtbaar te maken in de foto’s. Tevens zal ik ingaan op een manier die ik vond om verborgen opties in de instellingen van Canon camera’s beschikbaar te maken, zoals 15 minuten (!) sluitertijden ipv 15 seconden.

15 minuten sluitertijd laat de draaiing van de aarde mooi zien. (Alle niet tot streepjes geworden ‘sterren’ zijn foutjes van de camera)

Een ander deel beschrijft de planeetfotografie die het meest succesvol lijkt te zijn voor mijn gebruikte apparatuur. Ik ga hier in op het schieten van de filmpjes en de daarbij horende camera-instellingen. Tevens beschrijf ik de software die ik gevonden heb en hoe ik deze inzet om tot bijvoorbeeld die animatie van Jupiter en Io te komen. En uiteraard zal dan het allermakkelijkste object – de maan – niet vergeten worden.

De maan van 1 september 2015.

Waarschijnlijk zal de blog over de planeetfotografie ook weer een grote zijn, dus nevels, sterrenhopen en andere deepsky objecten zullen ook hun eigen blog krijgen. Dit is wel een lastige, want zoals aan de foto’s in dit blog al te zien is, zijn deze foto’s eigenlijk een brug te ver… Maar niet geschoten is altijd mis 😉

Voor de duidelijkheid; Alle in deze blog getoonde afbeeldingen zijn gemaakt met mijn Canon compactcamera al dan niet ‘kijkend’ door een oculair van mijn telescoop.

Als aanvulling op de door de website aangeboden gerelateerde Astroblogs die boven de reacties staan, wil ik graag even verwijzen naar enkele blogs van collega-blogger Jan Brandt, die zijn ‘elfje’ aangepast heeft om nog beter in staat te zijn om als Astrofotografisch instrument ingezet te worden.

  1. Astrofotografisch tweede leven voor “elfje”
  2. “Epo-Elfjes”!!
  3. M13 gezien door de ogen van een “Elfje”
  4. Een “gesluierd” Elfje

Eerste lancering van SpaceX’ Falcon Heavy rocket wordt april-mei 2016 verwacht

Voorstelling van een lancering van de Falcon Heavy rocket (credit: SpaceX).

Het commerciële ruimtevaartbedrijf SpaceX van ondernemer Elon Musk is bezig met de bouw van een zware versie van de Falcon 9 raket, de Falcon heavy rocket. Deze week is bekend geworden dat het bedrijf erop mikt dat de eerste lancering van deze raket volgend jaar april of mei gaat plaatsvinden. Vice-president Lee Rosen van SpaceX was deze week op de American Institute of Aeronautics and Astronautics’ Space 2015 conferentie en daar gaf hij deze prognose aan. De eerste lancering wordt een demonstratievlucht, die geen betaalde lading de ruimte in zal brengen, maar die voor SpaceX gebruikt zal worden om alles te testen. September 2016 zal de Space Test Program 2 missie volgen, waarbij in opdracht van de Amerikaanse luchtmacht in één keer 37 satellieten worden gelanceerd met de zware Falcon raket – een ultieme test lijkt mij zo. De lanceringen zullen allen plaatsvinden vanaf Launch Complex 39A op Kennedy Space Center in Florida. Hieronder een video met een animatie van de lancering van de Falcon Heavy, daaronder een infografiek waarin deze raket wordt vergeleken met andere raketsystemen.

De Falcon Heavy wordt voorzien van 27 Merlin 1D motoren, maar SpaceX is inmiddels ook bezig met een opvolger daarvan, de Raptor motor. Wanneer die zullen worden gebruikt is nog niet bekend. Met de Falcon heavy raket moet de Dragon V2 capsule de ruimte in worden gebracht, die bemanningen naar het ISS en verdere bestemmingen moet brengen. Hieronder de beloofde infografiek.

<br /> Source <a href="http://www.space.com">SPACE.com: All about our solar system, outer space and exploration</a>.       

Bron: Space.com.

Hij blijft mooi: het Orion-complex

Het Orion complex (credit: Rogelio Bernal Andreo)

Ik heb er al eerder een blog aan gewijd, aan deze weergaloze opname van het zogeheten Orion-complex, een 240 lichtjaar grote moleculaire gaswolk in het sterrenbeeld Orion, pakweg 1500 lichtjaar van ons vandaan. Het complex is een mengelmoes van emissienevels, reflectienevels, donkere stofnevels, Herbig-Haro objecten, protoplanetaire stofschijven (proplyds) en jonge, zware sterren, die met hun ultraviolette straling bellen creëren in het gas en stof, waaruit ze geboren zijn. Dubbelklik op de foto om ‘m te verorioniseren. Eh… dit is niet het sterrenbeeld Orion, zoals je dat in winteravonden aan de hemel ziet staan, dus ik kan mij voorstellen dat je de sterren niet één-twee-drie herkent. Daarom hieronder een gelabelde versie van de foto.

Credit: S.Guissard & R.Gendler.

Bron: Koberlein.

Jonge sterrenhopen in Andromedastelsel geïnventariseerd

Zes van de heldere blauwe sterrenhopen die met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop zijn opgespoord in het Andromedastelsel. Elke vierkantje is 150 lichtjaar groot. (NASA, ESA, J. Dalcanton, B.F. Williams & L.C. Johnson (University of Washington), het PHAT-team en R. Gendler).

Uit een survey met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat de massaverdeling van pasgeboren sterren in het Andromedastelsel (M31) vergelijkbaar is met die in onze Melkweg. M31 is een naburig spiraalstelsel dat een slag groter en ‘zwaarder’ is dan ons eigen stelsel.Bij de survey, waaraan 30.000 ‘burgerwetenschappers’ hebben deelgenomen, zijn 2753 jonge hete sterrenhopen in M31 opgespoord. Astronomen hebben van deze sterrenhopen de zogeheten initiële massafunctie (IMF) bepaald: de percentages sterren van verschillende massa’s. Daartoe moesten bijna achtduizend Hubble-opnamen worden bestudeerd, waarop 117 miljoen sterren zijn vastgelegd.Sterren ontstaan wanneer een grote wolk van moleculaire waterstof, stof en sporenelementen samentrekt. Daarbij valt de wolk in kleinere stukken uiteen, die elk honderden sterren voortbrengen. Die sterren hebben niet allemaal even massa: deze loopt uiteen van 1/12 zonsmassa tot een paar honderd zonsmassa’s.Tot nu toe beschikten astronomen alleen over IMF-metingen van sterrenhopen binnen ons eigen sterrenstelsel. Het is voor het eerst dat ze deze gegevens hebben kunnen vergelijken met een grote inventarisatie van sterrenhopen die 2,5 miljoen lichtjaar van de aarde verwijderd zijn.Het onderzoek laat zien dat de IMF’s van de vele sterrenhopen in M31 geen grote verschillen vertonen. Ze vertonen een uniforme verdeling van sterren – van kleine rode dwergen tot zware blauwe superreuzen. Dit ondanks het feit dat de sterrenhopen een factor 10 in massa kunnen verschillen.Verrassend is dat de helderste en zwaarste sterren in de sterrenhopen 25 procent minder talrijk zijn dan uit eerder onderzoek leek te volgen. Dat lijkt een detail, maar astronomen gebruiken het licht van deze heldere sterren om de massa’s van sterrenhopen en sterrenstelsels te schatten. Het nieuwe resultaat wijst erop dat die schattingen naar boven toe moeten worden bijgesteld.Ook impliceert het nieuwe onderzoek dat het jonge heelal minder zware elementen bevatte dan tot nu toe werd aangenomen. Minder zware sterren betekent immers dat er minder supernova-explosies zijn geweest waarbij de ruimte met zware elementen werd verrijkt. Bron: Astronomie.nl.

Focus op: Messier 85

Messier 85 (M85) is een lensvormig (S0) sterrenstelsel in Coma-Virgo cluster. Lensvormige stelsels zijn een soort sterrenstelsels die tussen de elliptische stelsels en spiraalstelsels in vallen. Een spiraalstelsel zonder spiraalarmen, of zogewild, een heel plat elliptisch stelsel. Qua sterpopulatie past M85 meer bij de elliptische stelsels, want het bevat vrijwel alleen oude gele sterren. En best veel. Totale massa ligt rond de 100 miljard zonsmassa’s.

M85 is in 1781 ontdekt door Pierre Mechain en later in hetzelfde jaar bevestigd door Charles Messier, die het object opnam in zijn bekende lijst. M85 is van magnitude 9,1 en meet 7 bij 5 boogminuten. Oftewel visueel is het een vrij onooglijk vlekje in een amateurtelescoop.

Onderstaande opname lag nog op de ‘ruwe’ (raw) plank van mijn opnames uit Grand Champ dit voorjaar. De totale belichtingstijd is 70 minuten. Rond de heldere kern zijn subtiele structuren te zien in een omliggende halo. Een object dat vraagt om eens met een hele lange belichtingstijd gevangen te worden. Iets voor medeblogger Andr

Bolhopen Omega Centauri en G1, eigenlijk twee gestripte dwergstelsels

Rechts de bolhoop Omega Centauri, links bolhoop G1. Credit: Palomar Observatory Sky Survey

Zoals gezegd was gisteravond Tjibaria Pijloo te gast bij sterrenkundevereniging Huygens om daar te vertellen over haar onderzoek aan de evolutie van sterclusters. Na afloop stelde ik een vraag aan haar over de invloed van donkere materie op bolvormige sterrenhopen. Ik stelde die vraag omdat bij dwergsterrenstelsels een relatief grote hoeveelheid donkere materie is waargenomen (op indirecte wijze weliswaar, donkere materie is niet zichtbaar) en dwergstelsels qua aantal sterren enigszins lijken op bolhopen. Die invloed blijkt er niet te zijn, maar wel vertelde Pijloo dat de bolhoop Omega Centauri (?Cen, NGC 5139) een uitzondering is. Dat komt omdat deze bolhoop met zijn tien miljoen sterren veel groter is dan de andere bolhopen van de Melkweg en dat het vermoedelijk de overgebleven kern van een dwergstelsel is, dat door gravitationele interactie met de Melkweg van veel sterren is ‘gestript’. Datzelfde lot blijkt ook G1 (alias Mayall II) te hebben ondergaan, een gigantisch grote bolhoop bij het naburige Andromedastelsel (M31), dat ongeveer twee keer zo groot als Omega Centauri is en dat op foto’s van (amateur-) astrofotografen als een klein stipje te zien is.

Credit: Palomar Observatory Sky Survey

Omega Centauri is met een helderheid van +3,7m een geliefd object voor astrofotografen en met die helderheid is ‘ie zelfs met het blote oog zichtbaar. G1 is slechts +13,8m, maar dat komt omdat ‘ie veel verder weg staat dan Omega Centauri – 2,52 miljoen lichtjaar voor G1 om 15.800 lichtjaar voor Omega Centauri. Door een botsing met de Melkweg lang geleden moet het dwergstelsel Omega Centauri van een deel van z’n sterren zijn ontdaan, gestript zoals dat in vaktermen heet. Men vermoedt dat de ster van Kapteyn één van die getripte sterren is, een in de 19e eeuw door onze landgenoot Jacobus kapteyn ontdekte oeroude ster, waar vorig jaar nog twee exoplaneten bij zijn ontdekt. G1 moet hetzelfde lot hebben ondergaan als Omega Centauri, alleen daar was M31 de schuldige. Niet alleen de omvang van G1 en Omega Centauri, maar ook de hoeveelheid metaal die ze bevatten en de meerdere generaties van stervorming die ze gekend hebben doet hun afkomst als voormalig dwergstelsel vermoeden.