Engadget komt met docu-drama over kandidaten voor Mars One

Citizen Mars (credit: Engadget)


Website Engadget, een ‘multilingual technology blog network with daily coverage of gadgets and consumer electronics‘, is op 1 september j.l. gestart met Citizen Mars, een gedramatiseerde documentaire die gaat over vijf kandidaten, die meedoen aan Mars One. Er zijn momenteel nog honderd van die kandidaten – nou ja, minus één dan – en die hopen allemaal uiteindelijk door de selectie te komen, waarbij er vier astronauten in 2027 enkele reis naar Mars zullen gaan. Het zijn vijf afleveringen, waarin de kandidaten, die in leeftijd variëren van 19 tot 35 jaar en die verschillende achtergronden hebben, vertellen over hun ambities en over de vraag waarom ze zo graag naar Mars willen. Op de Mars One missie, die door de Nederlanders Bas Lansdorp en Arno Wielders is opgezet, is vanaf het begin al veel kritiek. Zo zijn er vragen over de ethische kant van de missie (‘kan en mag je wel mensen enkele reis naar Mars sturen?’) en over de haalbaarheid ervan, zoals onlangs nog belicht op het congres van de Mars Society. Mars One hoopt de selectie van kandidaten op TV te kunnen brengen en daar een media-spektakel van te maken en zo de benodigde centen voor het project ($ 6 miljard) binnen te halen. Of dat gelukt is dat is niet bekend, maar Engadget biedt in ieder geval een eerste kijkje in de wereld van de Mars One kandidaten. Hieronder de trailer van Citizen Mars.

Bron: Space.com + Engadget.

Over berekeningen aan de evolutie van sterclusters in de Melkweg

Gisteravond was Tjibaria Pijloo te gast bij sterrenkundevereniging Huygens om de aftrap te geven voor een nieuw seizoen van bijeenkomsten na de zomerpauze. Pijloo is bezig met haar promotieonderzoek naar sterclusters aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Leiden en op deze avond vertelde zij over de berekeningen die zij samen met collega’s doet aan de evolutie van sterclusters in de Melkweg. Het was een boeiende lezing, die ons luisteraars een kijkje gaf in de wereld van de sterclusters in onze Melkweg en andere sterrenstelsels. Die clusters werden lange tijd in twee soorten gedeeld, de bolvormige sterrenhopen en de open sterrenhopen, maar de laatste jaren is duidelijk geworden dat er nog een derde groep is, namelijk de ‘young massive clusters’. De bolvormige sterrenhopen – ook wel de bolhopen genoemd – komen voor in de bolvormige halo rondom de schijf van de Melkweg, de laatste twee vinden we vooral in de schijf van de Melkweg.

Pijloo en haar groep hebben in het kader van het AMUSE onderzoeksproject een computercode geschreven, de Evolve Me A Cluster of StarS (emacss) code, waarmee ze proberen om van alle types sterclusters te kijken naar hun huidige conditie en dan te berekenen hoe die er uitzag aan het begin, toen ze ontstaan waren uit gigantische interstellaire wolken van waterstofgas. Met die condities wordt vooral de relatie tussen massa en straal van de clusters bedoeld en dan wordt met name gekeken naar de ‘halfmassastraal’, d.w.z. binnen welke straal de helft van de massa van de cluster zich bevindt. In zo’n cluster van sterren is enorm veel dynamiek, die niet alleen te maken heeft met de omloop rondom de kern van de Melkweg, maar ook met gravitatiekrachten in de cluster zelf en de interacties tussen de sterren. Er zijn talloze manieren om dergelijke dynamiek in kaart te brengen en om te zien hoe de clusters zich vanuit een bepaalde beginconditie evolueerde naar z’n huidige staat en de beste manier is die van de N-body simulations, die met brute rekenkracht van alle afzonderlijke sterren in zo’n cluster (oplopend tot wel honderduizend sterren) uitrekent wat ermee gebeurt. Maar dat kost heel erg veel tijd, soms maanden om een simulatie te doen. Pijloo’s emacss doet het een stuk sneller, een paar seconden, en de resultaten zijn nagenoeg hetzelfde.

Pijloo laat zien hoe uit een wolk waterstofgas sterclusters ontstaan.

In dit vakartikel staan de eerste resultaten van de berekeningen van Pijloo’s groep, waarbij gekeken is naar de bolhopen M4, 47 Tucanae, NGC 6397, M22, Omega Centauri (‘wellicht een van z’n sterren gestript dwergstelsel’), Palomar 14 en Palomar 4, de open sterrenhoop M67 en één bolhoop in M31, G1. Ik sluit nog even af met een video over AMUSE, waar Pijloo aan mee doet.

Pijloo is overigens niet de eerste vrouwelijke sterrenkundige uit Leiden, die we hebben mogen ontvangen bij Huygens. Eerder dit jaar zagen we ook al Maria Drozdovskaya verschijnen, die vertelde over de vorming van organische moleculen en kometen in protoplanetaire schijven, en daarna Herma Cuppen, die ons een kijkje gaf in water in het heelal. Opgeteld bij de recente benoeming van Ewine van Dishoeck tot de nieuwe president van de Internationale Astronomische Unie (IAU) mogen we toch wel constateren dat de Leidse universiteit goed bezig is. Mmmm, héél in de verte doet mij dit toch denken aan Pickerings’s harem, waarbij vrouwelijke sterrenkundigen bij Harvard als menselijke computers berekeningen moesten doen aan sterren. Eh… begrijp mij niet verkeerd, ik bedoel niet dat al die Leidse vrouwelijke sterrenkundigen ook een soort van harem vormen. Het is meer dat het laat zien welke belangrijke rol ze vervulden én vervullen en dat dat wel meer voor het voetlicht mag treden.

Astronomen meten afstanden met behulp van ’tweelingsterren’

Als twee sterren hetzelfde spectrum vertonen en van één van beide de afstand bekend is, kan ook de afstand van de andere ster worden berekend. (Credit: Carolina Jofré)


Astronomen van de universiteit van Cambridge (VK) hebben een nieuwe, nauwkeurige methode ontwikkeld om de afstanden tussen sterren te meten. De methode kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de werkelijke omvang van onze Melkweg te bepalen. De beste manier om de afstand van een ster te meten, is de zogeheten parallaxmethode. Deze is gebaseerd op het feit dat een object dat vanuit verschillende richtingen wordt bekeken, ten opzichte van een verre achtergrond van plaats verandert. Het bereik van deze methode is echter beperkt: een paar duizend lichtjaar.Voor verder weg staande sterren moeten astronomen vertrouwen op methoden die een beperkte nauwkeurigheid hebben. Sommige van deze methoden maken gebruik van het spectrum van een ster, dat informatie bevat over diens temperatuur, oppervlaktezwaartekracht en chemische samenstelling. In combinatie met een stermodel kan daaruit de absolute helderheid van de ster worden geschat, en dat geeft weer een indicatie van zijn afstand. De methode die de Britse astronomen nu hebben bedacht gaat uit van stellaire ’tweelingen’ – sterren die hetzelfde spectrum vertonen maar sterk in afstand verschillen. Modelberekeningen zijn dan niet nodig, omdat de beide sterren – binnen zekere grenzen – identiek zijn aan elkaar. Als van een van beide een parallaxmeting beschikbaar is, volgt daaruit direct de afstand van de ander.Een eerste inventarisatie van zulke tweelingen laat zien dat de afwijkingen ten opzichte van de parallaxmethode gering zijn: ongeveer 8 procent. Dat is veel nauwkeuriger dan de meeste andere meetmethoden. Bovendien is de tweelingmethode onafhankelijk van de afstand: zolang een ster maar helder genoeg is om een gedetailleerd spectrum ervan te kunnen vastleggen, kan zijn afstand worden vergeleken met die van een veel nabijere ‘dubbelganger’. De astronomen zijn nu van plan om een ‘catalogus’ van sterren samen te stellen waarvan de afstanden nauwkeurig bekend zijn, en vervolgens andere stercatalogi te doorzoeken naar dubbelgangers waarvan de afstanden onbekend zijn. Er is voldoende vergelijkingsmateriaal, want met de jongste generatie van gevoelige telescopen zijn detailrijke spectra van miljoenen sterren vastgelegd. Bron: Astronomie.nl.

Video: de aankomst van ESA-astronaut Andreas Mogensen bij het ISS

Credit: ESA

De Deense ESA-astronaut Andreas Mogensen en zijn collega’s Sergei Volkov en Aidyn Aimbetov (ISS-expeditie 45) zijn vanochtend om 09.39 uur Nederlandse tijd gearriveerd bij het internationale ruimtestation ISS en met hun Sojoez TMA-18M capsule daaraan vastgekoppeld. Dat was ruim twee dagen na de lancering van het trio, afgelopen woensdag om 06.38 uur vanaf Cosmodrome Bajkonoer in Kazachstan. Mogensen zal een korte, maar drukke periode van slechts acht dagen in het ISS verblijven, gedurende welke hij tijdens zijn IrISS missie talloze wetenschappelijke experimenten aan boord zal uitvoeren. Hieronder beelden van de aankomst vanochtend.

Bron: ESA.

Was Mars vroeger helemaal niet warm en nat, maar koud en nat?

Deze foto toont een deel van de Nili Fossae-vlakte op Mars. Hier worden de grootste hoeveelheden carbonaatmineralen (groen ingekleurd) aangetroffen. (NASA/JPL-Caltech/JHUAPL/Univ. of Arizona).

Planetaire geologen van het Planetary Science Institute in Tucson, Arizona, hebben een nieuwe, gedetailleerde geologische kaart gepubliceerd van een deel van het zuidelijk halfrond van de planeet Mars. Door waarnemingen van verschillende ruimtesondes en planeetverkenners te combineren, zijn Scott Mest en David Crown erin geslaagd de geologische geschiedenis van het gebied te achterhalen. Het gaat om het oude hoogland in de directe omgeving van het inslagbekken Hellas. Daar komen twee grote canyons voor (Waikato Vallis en Reull Vallis), waarvan ooit werd aangenomen dat ze deel uitmaakten van één groot breukstelsel.Uit het geologisch onderzoek van Mest en Crown blijkt nu dat Waikato Vallis ouder is. Beide canyons zijn wel ontstaan door het plotseling vrijkomen van grote hoeveelheden water in een ver verleden. In het geval van Reull Vallis ging dat betrekkelijk geleidelijk, getuige het grote aantal kleinere stromingspatronen op de bodem van de grote canyon.Ook zijn erosiesporen gevonden van ijsrijke sedimenten, die aanleiding hebben gegeven tot de vorming van steengletsjer-achtige structuren. De onderzoekers concluderen dat er gedurende een groot deel van de geologische geschiedenis van Mars op de een of andere manier wel sprake is geweest van water- of ijsactiviteit aan het oppervlak. De geologische kaarten kunnen hier gedownload worden. Bron: Astronomie.nl.

Superhete ster ontploft binnen 1500 jaar

Een afbeelding van de cluster Berkeley 87 gemaakt door de röntgensatelliet XMM-Newton. In het midden van de afbeelding is de ster WR 142 zichtbaar als een vage blauwe punt. De ster, die op het randje van exploderen staat, is een van de zes bijzondere sterren die een team van onder meer Amsterdamse astronomen bestudeerde. Credit: L. M. Oskinova and ESA

Binnen nu en 1500 jaar zal er een grote, extreem hete ster in onze Melkweg ontploffen. Dat blijkt uit onderzoek van de Amsterdamse astronoom Frank Tramper en collega’s. Het team bestudeerde zes bijzondere sterren die op het randje van exploderen staan. De ontploffing heeft geen gevolgen voor het leven op aarde. De bevindingen verschijnen binnenkort in het vakblad Astronomy & Astrophysics.1500 jaar klinkt misschien lang, maar voor astronomische begrippen is dit snel. De meeste sterren leven miljoenen tot miljarden jaren. Gemiddeld ontploft er elke vijftig jaar een ster in onze Melkweg, maar het is vrijwel onmogelijk te voorspellen welke sterren op het punt staan hun leven te beëindigen. Het is dus bijzonder dat de astronomen nu zo’n nauwkeurige schatting hebben gemaakt van de te verwachte tijd van overlijden.60x zwaarder dan de zon De onderzoekers keken naar zes zeldzame WO-sterren. Deze sterren bevatten geen waterstof, maar wel veel helium, koolstof en zuurstof. De sterren zijn tijdens hun ‘jeugd’ veertig tot zestig keer zo zwaar als onze zon. Als ze ouder worden verliezen ze veel materie vanwege sterke sterrenwinden. Onderzoeker en eerste auteur Frank Tramper (Universiteit van Amsterdam): “Omdat deze sterren zo zeldzaam zijn, waren hun eigenschappen tot nu toe niet goed bekend. We hebben ze nu voor het eerst als groep geanalyseerd.150.000 graden Met behulp van atmosfeermodellen bepaalden de onderzoekers de belangrijkste eigenschappen van de sterren. Zo ontdekten de astronomen onder andere dat de sterren gigantisch heet zijn aan het oppervlak. Hun temperatuur ligt tussen de 150.000 en de 210.000 graden. Ter vergelijking, onze zon heeft een oppervlaktetemperatuur van ‘slechts’ 6500 graden.Co-auteur Samayra Straal, promovenda aan de Universiteit van Amsterdam: “We kunnen nu voorspellen wanneer de sterren al hun brandstof hebben opgebruikt en zullen ontploffen. De eerste van de zes gaat binnen 1500 jaar af, de tweede over 2000 jaar en de laatste over ongeveer 17.000 jaar.“Overigens zijn de zes sterren in werkelijkheid al ontploft, maar vanwege de afstand heeft het licht van deze explosies de aarde nog niet bereikt. De ster die over 1500 jaar het loodje legt, staat op 15.000 lichtjaar van de aarde. Die ster is dus al 13.500 jaar geleden geëxplodeerd.Klap kan eerder komenOnze kennis van de laatste fasen van WO-sterren is nog steeds beperkt. Het zou kunnen dat de klap eerder komt dan verwacht,” aldus co-auteur Alex de Koter, “Er is dan ook een kleine kans dat we de eerste ontploffing zien binnen het tijdsbestek van een mensenleven. De ontploffing echt zien, dat zou geweldig zijn!“Zware sterren zoals deze zijn verantwoordelijk voor de hoofdproductie van zuurstof en veel andere elementen in het heelal. Mede-auteur Selma de Mink (Universiteit van Amsterdam): “Mens, dier en plant zijn opgebouwd uit de atomen die ooit in dit soort sterren zijn gemaakt. Dat is een van de redenen waarom we zo ontzettend graag supernova-explosies willen begrijpen. Waarnemingen van dit soort sterren leren ons in ieder geval meer over hoe zulke sterren er in hun laatste dagen uitzien.“Aan de basis van het onderzoek liggen observaties met de X-shooter-spectrograaf. De X-shooter is een geavanceerd instrument dat grotendeels gebouwd en ontworpen is in Nederland. Het apparaat bevindt zich op de Very Large Telescope in Chili.Het volledige vakartikel kan hier ingezien worden. Bron: Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie.

Legault fotografeert ISS als deze een protuberans van de zon passeert

Het ISS passeert de zonneschijf en een protuberans (credit: Thierry Leugault).

De wereldberoemde Franse astrofotograaf Thierry Legault is er weer in geslaagd een unieke foto te maken – de Astroblogs staat vol met eerdere prestaties van hem. Legault heeft al vaker het internationale ruimtestation ISS gefotografeerd terwijl dat de zon aan de hemel passeert, maar dit keer heeft hij er weer een nieuw tintje aan gegeven. Hij heeft namelijk het ISS gefotografeerd, terwijl het een protuberans aan de rand passeert, een grote uitbarsting op de zon van gloeiendhete materie. Legault maakt gebruik van het programma Calsky, dat exact voorspelt wanneer op een bepaalde locatie zo’n transitie plaatsvindt [1]Collega-Astrobloggers Jan Brandt, André van der Hoeven en ik hebben het in 2011 ook wel eens gebruikt om een transitie te fotograferen en met succes.. Op 21 augustus j.l. zou dat weer bij hem in de buurt (Parijs) plaatsvinden. Hij moest ruim één kilometer van de centrale lijn zitten, want de toen zichtbare protuberans zat iets ten noorden van de evenaar van de zon. De passage van het ISS voor de zonneschijf duurt slechts 0,8 seconden (één niesbui en je hebt ‘m gemist) en met een hoge snelheidscamera [2]een Takahashi FSQ-106, Coronado SM90 DS, Basler acA1920-155um. van 40 opnames per seconde wist hij het ISS tijdens de transitie 32 keer vast te leggen, waaronder een paar in de protuberans, hieronder zichtbaar in een uitvergroting.

Uitvergroting van het ISS, dat de protuberans passeert (credit: Thierry Leugault).

Er is nog een andere protuberans te zien aan de rand van de zon, ten noorden van de protuberans waar het ISS ‘doorheen vloog’. Ook is er op de zonneschijf zelf nog een protuberans te zien. Nee het is niet die grote witte vlek, waar het ISS onderdoor vliegt, da’s een ‘gewone’ zonnevlek. Het is dat langwerpige donkere lint, rechts van de witte vlek. Als protuberansen op de zonneschijf plaatsvinden steken ze altijd zo donker af en dan worden ze filamenten genoemd. Hieronder een korte video, waarin je de transitie van het ISS over de zonneschijf en de protuberans ziet.

Bron: Universe Today.

References[+]

References
1 Collega-Astrobloggers Jan Brandt, André van der Hoeven en ik hebben het in 2011 ook wel eens gebruikt om een transitie te fotograferen en met succes.
2 een Takahashi FSQ-106, Coronado SM90 DS, Basler acA1920-155um.

Vrijdag bij Huygens lezing over sterrenclusters

Komende vrijdag 4 september is de eerste bijeenkomst na de zomerpauze van sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht, waarbij Tjibaria Pijloo over sterrenclusters zal spreken. Tjibaria is bezig met haar promotieonderzoek naar sterclusters aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Leiden. Voorheen heeft zij haar bachelor Natuurkunde, bachelor Sterrenkunde en Master Sterrenkunde aan de Universiteit van Leiden gehaald. Sterrenhopen vormen belangrijke onderdelen van melkwegstelsels en de meest bekende soorten sterrenhopen zijn de bolvormige sterrenhopen (Globular Clusters) en open sterrenhopen (Open Clusters). Bolvormige sterrenhopen bestaan vandaag de dag uit tientallen duizenden tot miljoenen sterren en zijn zeer sterk gebonden, terwijl open sterrenhopen doorgaans maximaal een aantal duizenden sterren bevatten en een veel minder sterk gebonden systeem vormen.Maar hoe zagen die sterrenhopen er in het begin uit (hoe massief, hoe groot), direct na hun vorming, of beter gezegd, nadat al het gas uit de cluster was verdwenen? Dat is een van de onderzoeksvragen en in deze lezing zal zij laten zien hoe ze op die vraag een antwoord proberen te geven. Om 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom. Zoals gebruikelijk beginnen ze bij Huygens

Sojoez met Andreas Mogensen gelanceerd, vrijdagochtend aankomst bij ISS

Vanochtend om 06.38 uur Nederlandse tijd – precies het geplande tijdstip – is vanaf Bajkonoer Cosmodrome in Kazachstan met een Sojoez FG-draagraket de Sojoez TMA-18M capsule gelanceerd met aan boord de Deense ESA astronaut Andreas Mogensen en zijn Russische en Kazachse collega’s Sergei Volkov en Aidyn Aimbetov. Het is de eerste keer dat een Deen de ruimte is ingegaan. Het trio volgt dit keer niet de korte route richting internationaal ruimtestation ISS, want met een vaartje van zo’n 28.800 km/uur doen ze er dit keer 36 omwentelingen, oftewel drie dagen over om aan te komen. De verwachte aankomst is vrijdag a.s. om 09.42 uur.

Kosmische kringloop

Close-up van de Garnaalnevel. Credit:ESO

Deze foto wordt gedomineerd door de reusachtige nevel Gum 56, die wordt aangelicht door de hete, heldere sterren die daarbinnen zijn geboren. Al miljoenen jaren ontstaan er sterren uit het gas van deze nevel – materiaal dat later, als de oud geworden sterren hun materie geleidelijk of op explosieve wijze uitstoten – wordt teruggegeven aan de ruimte. Deze foto is, in het kader van ESO’s Cosmic Gems-programma, gemaakt met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili).

Diep ingebed in deze enorme stellaire kraamkamer zijn drie hete sterrenhopen van slechts een paar miljoen jaar oud te zien die veel ultraviolet licht uitstralen. Het is het licht van deze sterren dat ervoor zorgt dat de gaswolken van de nevel gloeien. De straling ontrukt elektronen aan atomen – een proces dat ionisatie wordt genoemd. Wanneer deze zich weer verenigen, komt energie vrij in de vorm van zichtbaar licht. Elk chemisch element zendt daarbij licht van een karakteristieke kleur uit: de grote wolken waterstofgas in de nevel zijn verantwoordelijk voor de dieprode gloed.

De Garnaalnevel IC 4628 in het sterrenbeeld Schorpioen. Credit:ESO, IAU and Sky and Telescope

Gum 56 – ook bekend als IC 4628 of onder de bijnaam Garnaalnevel – is genoemd naar de Australische astronoom Colin Stanley Gum, die in 1955 een catalogus van H II-gebieden gebieden heeft gepubliceerd. H II-gebieden zoals Gum 56 zijn enorme, ijle wolken die grote hoeveelheden geïoniseerde waterstof bevatten.

Een groot deel van de ionisatie in Gum 56 komt voor rekening van twee zogeheten O-sterren – hete, blauwwitte sterren die vanwege hun kleur ook wel blauwe reuzen worden genoemd [1]Deze sterren staan buiten het beeldveld van deze opname en zijn op de foto dus niet te zien.. Dit stertype is schaars in het heelal, omdat de zeer grote massa van de blauwe reuzen met zich meebrengt dat deze sterren maar kort bestaan. Na slechts ongeveer een miljoen jaar storten deze sterren onder hun eigen gewicht ineen en eindigen ze als supernovae. Hetzelfde zal gebeuren met veel van de overige zware sterren binnen de nevel.

Naast veel pasgeboren sterren bevat deze grote nevel nog genoeg stof en gas om een volgende generatie van sterren te produceren. De gebieden waar nieuwe sterren worden geboren, vertonen zich op deze foto als dichte wolken. Het materiaal waaruit deze nieuwe sterren ontstaan, bestaat voor een deel uit de overblijfselen van de zwaarste sterren van een eerdere generatie die het einde van hun leven al hebben bereikt, en hun materiaal bij hevige supernova-explosies hebben uitgestoten. Zo blijft een stellaire kringloop van leven en dood in stand.

Gezien de aanwezigheid van twee zeer ongewone blauwe reuzen in dit gebied en de grote helderheid van de nevel op infrarode en radiogolflengten is het verrassend dat professionele astronomen dit object tot nu toe niet erg intensief hebben onderzocht. Gum 56 heeft een middellijn van ongeveer 250 lichtjaar, maar ondanks zijn enorme grootte wordt hij door visuele waarnemers vaak over het hoofd gezien, omdat hij weinig licht uitzendt – althans niet op golflengten die waarneembaar zijn met het menselijk oog.

De nevel is ongeveer 6000 lichtjaar van de aarde verwijderd. Hij staat in het sterrenbeeld Schorpioen en lijkt van ons uit gezien ongeveer vier keer zo groot als de volle maan [2]Een groothoekopname van de Garnaalnevel, gemaakt met de VLT Survey Telescope, is eerder gepubliceerd (eso1340a)..

Deze foto, waarop slechts een deel van de nevel te zien is, is gemaakt met de Wide Field Imager (WFI)-camera van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop. Hij komt voort uit het ESO Cosmic Gems-programma, een initiatief waarbij interessante, intrigerende of visueel aantrekkelijke objecten voor educatieve of publicitaire doeleinden met ESO-telescopen worden gefotografeerd. Dit programma maakt gebruik van ’telescooptijd’ die niet geschikt is voor wetenschappelijke waarnemingen. Alle verzamelde gegevens, die ook bruikbaar kunnen zijn voor wetenschappelijke doeleinden, staan via ESO’s wetenschappelijk archief ter beschikking van astronomen. Bron: ESO.

References[+]

References
1 Deze sterren staan buiten het beeldveld van deze opname en zijn op de foto dus niet te zien.
2 Een groothoekopname van de Garnaalnevel, gemaakt met de VLT Survey Telescope, is eerder gepubliceerd (eso1340a).