Nee, Alpha Centauri Bb is toch geen exoplaneet – vermoedelijk niet tenminste

Impressie van Alpha Centauri B en de exoplaneet Alpha Centauri Bb. Credit: ESO/L. Calçada

Drie jaar terug werd de ontdekking bekend gemaakt van Alpha Centauri Bb, een exoplaneet die zou draaien om Alpha Centauri B, de ster die samen met Alpha Centauri A en de veel zwakkere Proxima Centauri een drievoudig stelsel vormt, dat zich van alle sterren het dichtst bij ons zonnestelsel bevindt. De afstand tot de zon bedraagt 4,36 lichtjaar. Een exoplaneet die kosmisch gesproken naast de deur ligt, dat schiep heel wat verwachtingen, zeker toen geroepen werd dat de aardachtige rotsplaneet levensvatbaar is. Maar wat blijkt nu uit een studie door een drietal sterrenkundigen: dat Alpha Centauri Bb vermoedelijk helemaal niet bestaat, dat het een ‘geest’ is, een product van een niet complete set van gegevens. Het bestaan van de planeet was destijds gebaseerd op een schommeling in de beweging van de ster, een soort wiebel die ook wel wordt aangeduid met z’n radiële snelheid en die gemeten kon worden door de verschuiving van de lijnen in het spectrum in de gaten te houden. De schommeling was uiterst klein, een ‘Dopplerverschuiving’ van pakweg een halve meter per seconde, zeg het tempo van iemand die normaal loopt.

De radiële snelheid in het spectrum van Alpha Centauri B. Credit: Vinesh Rajpaul et al.

In de studie, die binnenkort gepubliceerd wordt in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society staat dat de oorspronkelijke meting, gedaan met de telescoop van het La Silla Observatorium in Chili, slechts waar kon nemen bij goed weer en daardoor een beperkte dataset had. Aangetoond kon worden dat de gemeten radiële snelheid niet te maken heeft met een hypothetische exoplaneet die rondom Alpha Centauri B draait, maar dat het terug te leiden was naar de metingen in Chili zelf. Honderd procent zekerheid dat Alpha Centauri Bb echt niet bestaat hebben Vinesh Rajpaul en z’n collega’s niet, maar ze denken wel dat op basis van hun computersimulaties de planeet vermoedelijk niet bestaat. De sterrenkundige Brian Koberlein wijst op een interessant gevolg hiervan: de naam Alpha Centauri Bb staat nu in alle boeken als de exoplaneet die om Alpha Centauri B draait, een exoplaneet die dus niet lijkt te bestaan. Mocht er met nieuwe waarnemingen een nieuwe exoplaneet worden ontdekt, dan zal die Alpha Centauri Bc gaan heten, kortweg ? CEN Bc. En ? CEN Bb dan? Da’s een ‘geest planeet’, de naam van een niet bestaande geest. 😀 De tip voor deze blog kwam van lezer Bas, waarvoor hartelijk dank. Bron: Gizmodo + Koberlein.

Mega-cluster van sterrenstelsels in het jonge universum ontdekt

De cluster van sterrenstelsels MOO J1142+1527. credit: NASA/JPL-Caltech/Gemini/CARMA

Astronomen hebben met behulp van de Spitzer-ruimtetelescoop en de Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) een gigantische cluster van sterrenstelsels ontdekt in het verre universum. De cluster staat op een afstand van 8,5 miljard lichtjaar en is de grootste structuur die ooit op een dergelijke afstand ontdekt is. Hoe ontstaan clusters en hoe evolueren ze? Hoe zagen ze er miljarden jaren geleden uit? Om deze vragen te beantwoorden, kijken astronomen terug in de tijd. Dat kan doordat het licht tijd nodig heeft om ons te bereiken. Als we een object op 8,5 miljard lichtjaar afstand waarnemen, dan zien we dat object dus zoals het er 8,5 miljard jaar geleden uitzag.Als het licht van verre clusters op weg is naar ons, dan wordt dat licht uitgerekt naar langere, infrarode golflengtes als gevolg van de expansie van de ruimte. Vandaar dat men gebruik maakt van infraroodtelescopen, zoals Spitzer en WISE, om dit soort objecten te ontdekken. In totaal heeft men zo’n 200 verre clusters ontdekt in het kader van de “Massive and Distant Clusters of WiSE Survey“. In tegenstelling tot WISE kan Spitzer niet de hele hemel afspeuren, maar hij levert wel veel meer detail.Bij de waarnemingen werd één cluster ontdekt, MOO J1142+1527, die veel massiever was dan de rest. Gebaseerd op onze kennis van de evolutie van clusters, is die cluster waarschijnlijk één van de slechts vijf megaclusters die destijds bestonden in het waarneembare universum. Bron: NASA.

Bekijk de zon in al haar schoonheid

Credit: NASA/SDO

Als je even niks te doen hebt, bekijk dan even deze schitterende video van onze moederster, de zon. De beelden zijn gemaakt door NASA’s Solar Dynamics Observatory, die iedere 12 seconden een foto van de zon maakt. Die foto’s worden in 10 verschillende golfengten gemaakt, die allemaal een ander aspect van de structuur van de ster blootleggen:

Credit: NASA/SDO

450 nm: Fotosfeer, het ‘oppervlak’ van de zon. Dit is blauw-violet zichtbaar licht, het wittelicht-continuum op 6000 graden Kelvin en wat we zouden zien met onze eigen ogen, als het niet zo helder zou zijn. Zonnevlekken zijn zichtbaar als donkere vlekken.

170 nm: Chromosfeer, vlak boven de fotosfeer, waar de temperatuur rap toeneemt. Ultraviolet licht.

160 nm: Boven-fotosfeer en het overgangsgebied tussen de chromosfeer en de corona, waar de temperatuur nog sneller toeneemt. Dit is de emissielijn van koolstof-4 bij 10.000 Kelvin.

33,5 nm: Hete, magnetisch actieve gebieden van de corona. De magnetisch meest actieve gebieden zijn helder, terwijl donkere gebieden de locaties van “gaten” in het zonnemagnetisch veld aangeven.. Dit is de emissielijn van ijzer-16 bij 2,5 miljoen Kelvin.

30,4 nm: Chromosfeer en overgangsgebied. Dit is de emissielijn van helium-2 bij 50.000 Kelvin. Plasma met een hoge dichtheid gloeit het helderst op deze golflengte, terwijl donkere gebieden de locaties van plasma met een lage dichtheid aangeven.

21,1 nm: Hete, magnetisch actieve gebieden van de corona en de emissielijn van ijzer-14 bij 2 miljoen Kelvin – het meest actieve gebied van de zon, inclusief zonnevlammen en CME’s.

29,3 nm: Hete corona, inclusief zonnevlammen. Dit is de emissielijn van ijzer-12 bij 1 miljoen Kelvin, wat de locatie van heter coronaplasma aangeeft. Dit is ook de emissielijn van ijzer-24 bij 20 miljoen Kelvin, wat de locatie van plasma uit zonnevlammen aangeeft.

17,1 nm: Rustige corona, de koelste delen van de atmosfeer van de zon, inclusief coronale lussen (gigantische magnetische bogen). Dit is de emissielijn van ijzer-9 bij 600.000 Kelvin.

13,1 nm: Het heetste materiaal van een zonnevlam. Dit is de emissielijn van ijzer-20 en ijzer-23 bij 15 miljoen Kelvin en meer.

9,4 nm: Zonnevlammen. Dit is de emissielijn van ijzer-18 dat verhit wordt tot 6 miljoen Kelvin.

Komeetlander Philae nog niet opgegeven

Er bestaat een kans van ongeveer vijftig procent dat het contact met de Europese komeetlander wordt hersteld. Dat heeft projectmanager Stephan Ulamec van het Duitse ruimteagentschap DLR laten weten.

Philae maakte op 12 november van vorig jaar een ietwat ongelukkige landing op het oppervlak van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Na drie dagen van intensief onderzoek raakten zijn batterijen uitgeput, waardoor de lander in

Eerste waarnemingen met SEPIA: speuren naar water in het heelal

Een nieuw instrument dat gekoppeld is aan het 12-meter Atacama Pathfinder Experiment (APEX), 5000 meter boven zeeniveau in de Chileense Andes, opent een nog onverkend venster op het heelal.

Een nieuw instrument dat gekoppeld is aan het 12-meter Atacama Pathfinder Experiment (APEX), 5000 meter boven zeeniveau in de Chileense Andes, opent een nog onverkend venster op het heelal. De

Kende het vroege zonnestelsel een vijfde grote gasreus?

Basic Grand Tack model


Het zonnestelsel telt acht planeten en de helft er van zijn kleine rotsachtige planeten (Mercurius, Venus, Aarde en Mars) in het binnenste deel van het zonnestelsel, de andere helft zijn gasreuzen (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) in de buitenste regionen, met een planetoïdengordel tussen de twee in. Het vermoeden bestaat dat de ligging van de gasreuzen niet altijd was zoals het nu is en er zijn twee modellen die de mogelijke ‘migratie’ van die grote planeten beschrijven, het Grand Tack model en het Nice model. De laatste lijkt het beste de migratie van de gasreuzen te kunnen beschrijven én de verschillen tussen de binnenste en buitenste regionen van het zonnestelsel te kunnen verklaren. Hij heeft volgens computersimulaties alleen één nadeel: met slechts vier gasreuzen lijkt het model niet op te gaan, er is nog een vijfde gasreus nodig.

Het NICE model in het kort. CREDIT: GOMES, ET AL.

Mocht er inderdaad een vijfde gasreus zijn geweest, dan kunnen we nu met 100% zekerheid vaststellen dat ‘ie er niet meer is. Daar moet een ‘close encounter’ van deze gasreus met Jupiter of Saturnus voor hebben gezorgd, dat de vijfde gasreus uit het zonnestelsel werd gekegeld – Uranus en Neptunus zijn te licht om dit voor elkaar te krijgen. Vraag is vervolgens: als zo’n close encounter heeft plaatsgevonden, moet dat dan ook niet effect hebben gehad op de manen van Jupiter of Saturnus, met name op de buitenste manen, die het meeste te lijden hebben van een gravitationeel rendez vous met die hypothetische vijfde gasreus. Zouden die manen dit overleefd kunnen hebben? In een recent gepubliceerd artikel wordt ingegaan op deze specifieke vraag en daarbij hebben drie sterrenkundigen gekeken naar de maan Callisto, de buitenste van de vier grote manen van Jupiter, en Iapetus, de buitenste grote maan van Saturnus. Wat blijkt uit de berekeningen: dat Callisto 42% kans heeft gehad om na een close encounter van Jupiter en de vijfde gasreus in z’n huidige baan te blijven, Iapetus daarentegen heeft slechts 1% gehad om dat kunstje te flikken. Het lijkt er dus op dat áls er een vijfde gasreus in het vroege zonnestelsel is geweest deze er door Jupiter is uitgeknikkerd en niet door Saturnus. Mmmm, nou we ’t toch over Jupiter hebben, wat dachten jullie van deze korte maar prachtige video van de in slechts tien uur om z’n as draaiende gasreus, een filmpje samengesteld uit foto’s die met Hubble gemaakt zijn.

Bron: Koberlein.

Zo spooky was de Halloween-planetoïde 2015 TB145 nou ook weer niet

Credit: NASA/JPL-Caltech/GSSR/NRAO/AUI/NSF

Afgelopen Halloween-weekend vloog de 600 meter grote planetoïde 2015 TB145 op een afstand van 480.000 km (1,3 keer de afstand tot de maan) langs de aarde. Vanwege het moment van de passage werd de planetoïde ook wel de ‘Spooky planetoïde’ genoemd, een naam die goed paste bij z’n oorsprong, het vermoeden bestaan namelijk dat 2015 TB145 eigenlijk een dode komeet is – een soort kosmische zombie dus. Daar komt bij dat de eerste radar-opnames van de spooky planetoïde een griezelige schedelachtige vorm lieten zien (zie afbeelding hieronder). Maar wat laten de nieuwste radarbeelden zien, gemaakt met NASA’s 70 meter DSS-14 radioschotel in Goldstone, Californië en met de 100 meter Green Bank Telescope in West Virginia tijdens de scheervlucht dit weekend: een groot rotsblok dat er meer als een grote aardappel of oliebol uitziet. Zie de acht radarbeelden hierboven, die allen een resolutie van vier meter per pixel hebben.

De Spooky planetoïde, eerder gefotografeerd met de Arecibo radiotelescoop. Credit: (NAIC-Arecibo/NSF)

Hieronder een video hoe de NASA met radar het oppervlak van 2015 TB145 heeft gefotografeerd.

Bron: Space.com.

“Buitenaardse drone op Mars” – tuurlijk :P

We zijn nog niet bijgekomen van het Boeddhabeeld op Mars, of Niburisten en UFO-fanaten hebben opnieuw een merkwaardig voorwerp gespot op de Rode Planeet. Dit keer gaat het om een neergestorte drone – juist! Ik wou het graag hierbij laten 🙂

Nou vooruit, even een quote van de YouTube-gebruiker Paranormal Crucible om de lachspieren te trainen 🙂

“De anomalie lijkt het resultaat te zijn van intelligent ontwerp. Volgens mij is dit voorwerp een buitenaardse drone, mogelijks gebouwd door de inboorlingen van Mars. Of misschien werd de drone ingezet door andere buitenaardsen die Mars verkenden”.

zucht

Ontdek de Ruimte

Deze week is van maandag 2 t/m vrijdag 6 november om 19.25 uur op NPO Zapp, de reeks “Ontdek de Ruimte” met André Kuipers te zien. Er zijn al twee afleveringen achter de rug op het moment van schrijven.

Samen met Sidekick Bart Meijer, worden de geheimen van de Astronomie en het heelal ontrafeld. Het concept lijkt in mijn ogen een beetje op het befaamde Cosmos. Een aanrader!

De afleveringen zijn terug te zien via uitzending-gemist.

Ma 2 nov 2015 19:29 – Het Heelal
In deze eerste aflevering maken we een reis door het immens grote heelal. Astronaut André Kuipers laat zien welke plek onze planeet heeft tussen al die fonkelende sterren. En we zien hoe ruimtetelescopen de mysteries van het heelal ontrafelen. Bart Meijer duikt op aarde in de wereld van de supertelescopen.

Di 3 nov 2015 19:25 – Mensen in de ruimte
André Kuipers vertelt alles over de raketten waarmee mensen op ontdekkingsreis door de ruimte gaan. En hij neemt ons mee naar het internationale ruimtestation, ISS, waar hij meer dan 200 dagen woonde en werkte. Op aarde onderzoekt Bart Meijer hoe het voelt om astronaut te zijn. Zou hij zelf de ruimte in kunnen?