Water tanken bij de regenringen van Saturnus?

Het is toekomstfictie voor ruimtereizen. Mensen die met ijsverzamelaars water uit de ringen tanken voor ruimtereizen. In een paper dat in 2013 verscheen in Nature, hebben wetenschappers aangetoond dat kleine ijsdeeltjes uit de ringen van Saturnus magnetisch aangetrokken worden tot de atmosfeer van de planeet. Daardoor worden ze een merkwaardig soort regen.

Een paper dat deze week gepubliceerd werd in het journal Icarus gaat verder aan de slag met het paper uit 2013. Hoeveel ruimteregen komt er neer op Saturnus? Het blijkt ongeveer 10^26 watermoleculen per seconde te bedragen. Dat is ruwweg een Olympisch zwembad per dag.

Saturnus is vergelijkbaar met een gigantische bal waterstof met een snufje helium en methaan. De hoge druk en temperatuur in de kern van de planeet pletten waterstof in een vloeibare staat. De buitenste atmosfeer wordt gevormd door kristalachtige wolken van ammonium en enorme bliksemstormen die wel duizend keer krachtiger zijn dan hier op aarde.

En daaromheen cirkelen de bekende ringen van Saturnus. Die ringen bestaan uit ijskristallen die variëren in grootte van zandkorrels tot kilometers grote brokstukken.

Sinds 1980 vermoeden wetenschappers het bestaan van de regenringen, maar het bewijs kon pas een paar jaar geleden geleverd worden door middel van spectrale data van de ionosfeer.

De ringen van Saturnus vallen buiten de bescherming van de atmosfeer, waar ze continu gebombardeerd worden door UV-straling. UV-straling splitst waterdeeltjes in elektrisch geladen waterstof en zuurstofionen. Sommige van deze ionen worden door het magnetisch veld van Saturnus de ionosfeer ingetrokken, waarna ze vervolgens worden omgeturnd tot water. Dit proces, de elektromagnetische erosie van ringwater, heeft mettertijd de ringen van Saturnus gevormd.

Does It Rain Diamonds On Saturn And Jupiter?

Motherboard

Vreemde IJsspinnen op Mars

Onlangs heeft NASA’s High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter een uniek landschap op Mars geconstateerd. De HiRISE stuurde daar prachtige foto’s van. Wetenschappers hebben het terrein araneiform genoemd vanwege de gelijkenis met spinnen.

Ze worden veroorzaakt door de wisselende seizoenen op Mars. In het voorjaar als het warmer wordt, is het mogelijk dat koolstofdioxide sublimeert.
Dit chemische proces creëert een unieke vorm van erosie aan het oppervak van Mars, wat spinachtige formaties vormt.

NASA
GeoBeats News

De verwachtingen voor komeet Q2 Lovejoy in januari zijn hoog

komeet C/2014 Q2 Lovejoy en bolhoop M79 – dubbelklik op de foto om ‘m te verlovejoyeriseren (credit foto: André van der Hoeven)

De uit de Oortwolk afkomstige komeet C/2014 Q2 Lovejoy, op 17 augustus 2014 ontdekt door de Australische kometenjager Terry Lovejoy, wordt in januari 2015 ook zichtbaar in Nederland. De komeet bereikt zijn perihelium op 30 januari 2015 – afstand tot de zon: 1,29 Astronomische Eenheden – en hij nadert de aarde het dichtst rond 7 januari 2015, de afstand bedraagt dan zo’n 70 miljoen km. Op 5 januari is het Volle Maan, dus dan is er veel storend licht, maar de dagen daarna zal dat minder worden. Komeet Q2 Lovejoy komt steeds hoger aan de hemel te staan, zoals je aan de kaart hieronder kunt zien. Eerst staat hij in Eridanus, dan in Stier en vervolgens in Ram. Deze zijn na zonsondergang eerst in het oosten en vervolgens in het zuiden zichtbaar.

Overzichtskaart van komeet C/2014 Q2 (Lovejoy) voor de periode 1 januari – 15 februari 2015. De posities zijn gegeven in 5-daagse intervallen en zijn geldig voor 0h UT. De zwakste sterren zijn van magnitude +6. Credit: Kometen.nl

Momenteel is de verwachting dat komeet Q2 Lovejoy een helderheid van maximaal +4m kan bereiken, hetgeen ‘m zichtbaar maakt voor het blote oog, mits je wel op een donkere locatie zit. Met een verrekijker of telescoop is hij dan zeker zichtbaar. Eind december stond de komeet nog in het zuidelijke sterrenbeeld Haas (Lepus), vlakbij de bolvormige sterrenhoop M79. Astroblogger en astrofotograaf André van der Hoeven heeft daar een prachtige foto van gemaakt. Dat deed hij vanuit Nederland met de FSQ106 Tzec Maun Telescoop van Siding Springs, Australië, welke op afstand bestuurbaar is. Hij heeft daar een hele serie opnames gemaakt van telkens 300 seconde belichting en die heeft hij gestackt en bewerkt tot de foto bovenaan deze blog. Ze hebben de foto ook gebruikt bij Universe Today, welke je in de bron vind. Tenslotte hieronder nog een grafiek met de laatste helderheidsmetingen aan komeet Q2 Lovejoy, welke zoals gezegd vermoedelijk tot +4 zal komen. De paarse verticale lijn is de periheliumpassage.

Credit: Aerith.net

Bron: Werkgroep Kometen + Universe Today + Aerith.net.

Een elongatiekaart van alle planeten in 2015

De elongatie is de hoek tussen de zon en een planeet (of een ander object dat rond de zon cirkelt) gezien vanaf de aarde. Hierboven zie je de elongatie weergegeven van een ‘binnenplaneet’, een planeet die dichter bij de zon staat dan de aarde. Dat zijn er twee: Mercurius en Venus. De andere planeten zijn ‘buitenplaneten’ en ook die hebben een elongatie. Deze planeten kunnen ten opzichte van de zon aan de andere kant van de hemel staan, en dus een elongatie van 180° bereiken (zie afbeelding hieronder). Bij een elongatie van 0° zijn ze in conjunctie met de zon en staan ze er pal achter, boven of onder.

Olaf Frohn heeft de elongatie van alle planeten (+ dwergplaneet Pluto) in het zonnestelsel in 2015 weergegeven in een mooi diagram, welke je hieronder ziet – dubbelklikken om de afbeelding te verelongaliseren. De gele verticale streep is de zon, links van de zon is wat je ’s avonds na zonsondergang ziet, rechts van de zon is wat ’s ochtends voor zonsopkomst te zien is – alles schuift van het linkergedeelte naar het rechtergedeelte met een snelheid van 15° per uur. De planeten worden met gekleurde lijnen aangegeven, de lijndikte is een indicatie voor de schijnbare helderheid, de legenda onderaan verklaart de symbolen. In het diagram zijn ook de maansverduisteringen en zonsverduisteringen weergegeven.

Credit: Olaf Frohn.

Voor de liefhebbers: hier is een door Frohn gemaakt elongatiekaart voor de periode 2015 tot 2024, tien jaar lang! Bron: Armchair Astronautics.

Ontstaan snelle radiouitbarstingen door ‘boeren’ van donkere materie?

Credit: Jingchuan Yu, Beijing Planetarium

Een paar jaar terug kende niemand het verschijnsel, maar nu zijn Fast Radio Bursts (FRB’s) een vaak waargenomen verschijnsel, waar de sterrenkundigen nog geen goede verklaring voor hebben. Ze worden ook wel Lorimer Bursts genaamd, naar de sterrenkundige D.L. Lorimer (Parkes Observatorium, Australié), die deze korte, heldere uitbarstingen in het radiogedeelte van het spectrum tien jaar geleden voor het eerst waarnam. Tot voor kort waren er twee verklaringen voor: uitbarstingen van gewone sterren (‘stellar flares’) en samensmeltende neutronensterren. Sinds kort is er een derde verklaring, bedacht door Jim Fuller en Christian Ott. Dit tweetal legt een direct verband tussen de FRB’s en het raadsel van de vermiste pulsars. In de kern van ons eigen Melkwegstelsel, binnen een straal van pakweg 33 lichtjaar, komen zeer veel zware sterren voor, maar er is niet één pulsar te vinden, snel ronddraaiende neutronensterren, wiens radiobundel naar de aarde gericht is. Je zou verwachten dat vanuit die richting vele pulsars te zien moeten zijn, maar dat is er dus niet eentje, afgezien van één enkele magnetar, J1745-29.

Model van een pulsar. Credit; Wikipedia Commons.

Fuller en Ott komen met het volgende als verklaring voor de FRB’s én de vermiste pulsars: daar in de kern van de Melkweg is de dichtheid van donkere materie hoger dan bij ons, het gedeelte van de Melkweg waar het zonnestelsel ligt, 27.000 lichtjaar van de kern vandaan. We weten dat donkere materie bestaat en dat het zo’n 85% van alle materie in het heelal vormt, alleen kunnen we het niet zien. Fuller en Ot denken dat er wel degelijk pulsars kunnen ontstaan in de kern van de Melkweg, maar dat die vanwege de donkere materie een kort leven beschoren zijn: als er een pulsar (of eigenlijk neutronenster) is, dan komen de deeltjes donkere materie daarmee in botsing en zullen deze langzaam naar de kern van de pulsar zakken. De donkere materie verzamelt zich in de kern en dat zorgt er op den duur voor dat de massa van de pulsar een kritische grens overschrijdt en dat de pulsar ineenstort tot een zwart gat. Dat gaat gepaard met een laatste uitbarsting, die we op aarde als de FRB waarnemen, een soort van laatste boer na de maaltijd, die de donkere materie in de kern van de pulsar heeft gelaten.

Bovenste helft: de dichtheid van gewone materie en donkere materie als functie van de afstand tot de kern van de sterrenstelsels. Onderste afbeelding: de frequentie (‘rate’) van FRB’s, welke hoger ligt in de kern van sterrenstelsels.

Fuller en Ott hebben berekend dat er gemiddeld één FRB per 100 jaar in een sterrenstelsel plaatsvindt. Op basis van het aantal zichtbare sterrenstelsels aan de hemel komen ze op zo’n 5000 FRB’s, die per dag waar te nemen zijn, de helft van het daadwerkelijke aantal dat nu waargenomen wordt. Bron: Astrobites.

Jupiter met één van z’n manen gefotografeerd… overdag!

Credit: Philip Cruden

Philip Cruden – @phillymanjaro op Twitter – dacht bij zichzelf ‘kom, laat ik Jupiter maar eens overdag fotograferen, kijken of het lukt’. En dat lukte inderdaad, zoals je kunt zien, een mooi resultaat. Er staat zelfs nog een maan van Jupiter op de foto, rechtsboven. Bron: Astropixie.

Opnieuw mysterieuze gaswolk gezien bij centrale zwart gat Melkweg

Credit: MPE

We kenden al de mysterieuze gaswolk G2, die dertien jaar geleden werd ontdekt en die op ramkoers leek te gaan met Sgr A*, het meer dan 4 miljoen zonsmassa zware zwart gat in het centrum van onze Melkweg, maar nu is daar opnieuw zo’n gaswolk ontdekt, deze keer G1 genaamd. Vraag mij niet waarom de eerste wolk G2 werd genoemd en de tweede wolk G1, de wegen van de astronomie zijn soms ondoorgrondelijk. 🙂 G2 heeft zomer vorig jaar Sgr A* het dichtste genaderd en in plaats van geheel uit elkaar te zijn getrokken bleef ‘ie verrassenderwijs intact, hetgeen doet vermoeden dat het om een soort van samengesmolten dubbelster gaat, met een grote gaswolk eromheen. Onderzoekers van het Max Planck Institute for Extraterrestrial Physics hebben G1 ontdekt, op de afbeelding hierboven het blauwe wolkje, en dat blijkt dezelfde baan te volgen als eerder G2 deed. Op die afbeelding zie je ook G2 en Sgr A*, aangegeven met een ‘x’. S2 is een ster vlakbij Sgr A. Op eerdere opnames die dateren tussen 2004 en 2008 kon men G1 ook al identificeren. Men denkt dat G1 en G2 beiden deel uitmaken van een grote gasstroom in de buurt van Sgr A. Hier is het vakartikel over deze gasstroom, te verschijnen in the Astrophysical Journal. Bron: MPE.