VLA onthult nieuwe details over de vorming van sterren en planeten

Voorstelling van twee jonge sterren op de achtergrond en een planetenstelsel in wording op de voorgrond. CREDIT: Bill Saxton, NRAO/AUI/NSF

Astronomen hebben met de Karl G. Jansky Very Large Array (VLA) tot nu toe onbekende details ontdekt over de vorming van meervoudige stersystemen en over de stofschijven rond jonge sterren waaruit nieuwe planeten worden geboren. Onder leiding van de Leidse astronoom John Tobin keken de onderzoekers met de Amerikaanse radiotelescoop naar bijna 100 pasgeboren sterren in een stervormingsgebied (een wolk van gas en stof) op zo’n 750 lichtjaar van de aarde. De onderzoeksresultaten werden bekendgemaakt tijdens de 227ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Kissimmee (Florida, VS).Het onderzoek aan de jonge, meervoudige sterren laat zien dat er twee mechanismen actief zijn die dit soort systemen voortbrengen. De onderzochte meervoudige sterren zijn in te delen in twee typen, gebaseerd op de afstand tussen de sterren in het systeem. Bij het ene type staan de sterren op ongeveer 75 keer de afstand aarde-zon van elkaar vandaan, in de andere groep 3000 keer. Ook kwam uit het onderzoek naar voren dat meer dan de helft van de jongste sterren in meervoudige systemen zitten, wat suggereert dat sterren meestal niet alleen worden geboren.Sterren worden geboren in gigantische wolken van gas en stof die onder hun eigen gewicht in elkaar storten. De kernen trekken nog meer materiaal naar binnen en daaruit ontstaat vervolgens de ronddraaiende schijf rond de jonge ster. Uiteindelijk heeft de jonge ster genoeg massa om de temperatuur en druk in de kern zo hoog op te voeren dat er thermonucleaire reacties plaatsvinden. De schijf rond de ster levert het materiaal waaruit planeten kunnen ontstaan.

Een jong dubbelstersysteem in de ‘Perseus Molecular Cloud’, waargenomen met de VLA. CREDIT: Tobin, et al., NRAO/AUI/NSF.

De astronomen concluderen dat de wijdere meervoudige stersystemen worden gevormd door het turbulent uiteenvallen van de grotere wolk, terwijl de nauwere systemen het resultaat zijn van het uiteenvallen van het materiaal binnen de schijf dat rond de oorspronkelijke protoster zat. Ook ontdekten ze dat oudere systemen minder vaak bestaan uit sterren die ver uit elkaar staan dan de jongste protosterren. Mogelijk groeien wijd gevormde jonge dubbelsterren op termijn toch uit elkaar.De astronomen ontdekten ook dat de stofschijf rond sommige protosterren groter is dan de theoretische modellen voorspellen. Dat de schijven een essentiële rol spelen in planeetvorming staat buiten kijf, maar hoe ze precies worden gevormd, is onderwerp van discussie. Als materiaal naar binnen valt, trekt het magneetvelden mee. Theoretici suggereren dat deze velden, die sterker worden naarmate ze dichter bij de ster komen, op één lijn komen met de omwentelingsas van de ster, waardoor ze de rotatie van de schijf drastisch vertragen en de grootte van de schijf beperken tot een straal van circa 10 keer de afstand aarde-zon (wat overeenkomt met iets meer dan de afstand zon-Saturnus). Maar de astronomen vonden schijven met een straal van minstens 15 tot wel 30 keer de afstand aarde-zon. De verklaring zou kunnen zijn dat in sommige systemen het magneetveld en de rotatie-as van de ster niet op één lijn staan.

Schijven met materiaal rondom jonge sterren in de ‘Perseus Molecular Cloud’, waargenomen met de VLA. Met de pijlen wordt de richting aangegeven van uitstroom van gas in de jonge stersystemen. CREDIT: Segura-Cox, et al., NRAO/AUI/NSF.

De resultaten zijn gebaseerd op 264 uur VLA-waarneemtijd tussen 2013 en 2015 in het kader van de VLA Nascent Disk and Multiplicity (VANDAM) Survey. Daarbij werden protosterren bestudeerd in het stervormingsgebied Perseus, een moleculaire wolk op ongeveer 750 lichtjaar afstand van de aarde. De wolk bevat net zoveel materiaal als 10.000 zonnen en is een van de dichtstbijzijnde actieve stervormingsgebieden.Projectleider John Tobin is positief over de resultaten: “De schijven zijn moeilijk waar te nemen doordat ze verstopt zitten in de wolken waarin ze ontstaan. Maar met deze VLA-data hebben we een schat aan informatie binnengehaald. We hebben niet eerder zoveel jonge sterren in zo groot detail onderzocht, inclusief zwakke exemplaren die we voorheen niet konden zien. We zijn hiermee echt een stap verder gekomen.” Bron: Astronomie.nl.

Alle lanceringen in 2015 op video – nou ja bijna allemaal dan – en een vooruitblik op 2016

Credit: NASA Television

In 2015 zijn er welgeteld 87 lanceringen geweest. Van 83 daarvan heeft de Pool StartyRakiet – leuke naam – video’s bij elkaar weten te sprokkelen en daar één lange compilatie van gemaakt. Van vier lanceringen vond hij geen beeldmateriaal, dat waren Chinese lanceringen, die vast geheime missies van het leger waren of die mislukten.

83 rocket launches of 2015 from StartyRakiet.pl on Vimeo.

OK, da’s allemaal 2015 en da’s inmiddels historie. Wil je weten wat ons in 2016 allemaal te wachten staat, in Europa tenminste, dan moet je de video hieronder bekijken.

Bron: Gizmodo + ESA.

Kun je het derde maantje vinden in deze prachtige opname van Cassini?

De Cassini-ruimtesonde heeft een drietal manen van Saturnus op de gevoelige plaat vastgelegd. Twee hiervan zijn duidelijk zichtbaar, maar kun je de derde (Atlas) vinden? Dit maantje is slechts tien kilometer in doorsnede en dat is een stofdeeltje in vergelijking met de twee grote manen op de foto: Rhea (1527 km in doorsnee) en Enceladus (504 km). Maar als je de foto vergroot en goed kijkt, dan moet je Atlas kunnen vinden 😉

Overigens loopt de uiterst succesvolle Cassini-missie (na tien jaar) ten einde. Volgend jaar (2017) zal de ruimtesonde bewust neerstorten op Saturnus. Nou ja, “neerstorten”: Saturnus heeft geen vast oppervlak, dus zal Cassini de dampkring binnenvallen en na een tijdje uiteenvallen door de toenemende druk en temperatuur.

Credit: NASA

Bron: NASA

Da’s niet niks daar op Nix

Credit: NASA/JHUAPL/SwRI

We hadden al eerder wat vage, groezelige foto’s van Nix, na Charon de tweede maan van Pluto – zie hier en daar voor die plaatjes van de 47 km grote maan – maar nu hebben we ook een foto, die veel meer details laat zien. Dubbelklik op de afbeelding om niet niks op Nix te zien, een foto die gemaakt is door de New Horizons sonde met z’n Multispectral Visible Imaging Camera (MVIC) op 14 juli 2015, tijdens de scheervlucht langs Pluto en z’n manen. De afstand tot het maantje bedroeg toen 23.000 km. De foto is inmiddels ook al door de digitale keukenprocessor gegaan voor een bewerking en dat leverde deze foto op, waarop nog meer details te zien zijn:

Credit: NASA/JHUAPL/SwRI

Bron: NASA + Twitter.

Dawn ziet een schaduw over Ceres kruipen

NASA heeft een nieuwe foto van Ceres gepubliceerd, die is gemaakt door de Dawn-ruimtesonde. Op de foto is een gedeelte van de dwergplaneet nabij de zuidpool zichtbaar, inclusief een opvallende lange schaduw. Die is het gevolg van het feit dat de zon (gezien vanaf deze locatie) vlak boven de horizon staat. Als je zelf op die locatie zou staan (vlakbij de zuidpool van Ceres), dan zou je gedurende een Cereaanse dag (die negen uur duurt) de zon nooit hoog boven de horizon zien komen.

Komende nacht is het maximum van de meteorenzwerm Boötiden

Kaartje van de radiant van de Boötiden. Credit: hemel.waarnemen.com.

Komende nacht (zondag 3 > maandag 4 januari) is het maximum van de jaarlijks terugkerende meteorenzwerm Boötiden, die zwerm die z’n radiant heeft in het noordelijke sterrenbeeld Ossenhoeder (Boötes). Volgens de Sterrengids 2016 valt het maximum op 4 januari om 9.00 uur ’s ochtends, de website hemel.waarnemen houdt het op 12 uur ’s middags. Voor het waarnemen maakt dat verschil niet veel uit, het beste kun je de Boötiden in de nanacht bekijken, zo tussen 3 en 7 uur ’s ochtends, als de radiant hoog aan de hemel staat. Hierbij geldt: hoe later hoe beter, want de meteorenzwerm kent een korte piek en dan kan je daar het beste net voor zitten. De Maan komt om 3:48 uur op, is voor ongeveer 30% verlicht en kan eventueel storen. De Sterrengids schat het aantal zichtbare meteoren op zestig per uur, hemel.waarnemen is wat voorzichtiger met zo’n 35 meteoren per uur. De oorsprong van de Boötiden is een planetoïde of wellicht een uitgebluste komeet, te weten 2003 EH1, ontdekt door de bekende Nederlandse meteorenwaarnemer Peter Jenniskens, die momenteel in de VS als sterrenkundige werkt. Bron: Sterrengids 2016 + Hemel.waarnemen.’

Focus op: balkspiraal Messier 91

Ja ja, het kan verkeren.  Jan Brandt had in het voorjaar Messier 91 net als ik in het vizier, waarbij hij met name blogde over het lastige situatie dat er zo veel heldere nachten achter elkaar kwamen. Nou, daar hebben we nu geen last van!Messier 91 is een mooie balkspiraal. Dat wil zeggen, een sterrenstelsel met spiraalarmen en een balk (‘bar’ in het Engels) in het midden. Ik had eerst per vergissing NGC4571 in het midden van mijn beeldveld staan. We kijken richting de Virgo-cluster en er staan zoveel ‘vlekkies’ in dat hemelgebied dat zo’n foutje snel is gemaakt. Daarmee ging ik mee in de traditie van verwarring rond dit object. M91 is namelijk lange tijd ‘vermist’ geweest. Op 18 maart 1781 had Charles Messier acht nevelachtige objecten ontdekt. Kennelijk vermoeid had hij een fout genaakt bij het noteren van de positie. Op de genoteerde plek stond geen namelijk geen nevel. Het raadsel werd pas in 1969 opgelost door William Williams (je zal je kind maar zo noemen), een amateurastronoom uit Texas. Hij kwam erachter dat Messier de positie van M91 had opgeschreven ten opzichte van M89.

Met magnitude 10,2 is M91 één van de moeilijkst zichtbare objecten uit de Messier-lijst. Of je de centrale balk kunt zien, of zelfs ook de spiraalarmen, of dat je het object überhaupt ziet hangt niet alleen af van de grootte van de telescoop, maar ook sterk van de waarneemcondities. Een heldere maanloze nacht en een donkere plek zonder lichtvervuiling is gewenst.M91 schijnt ons toe vanaf een afstand van 63 miljoen jaar en maakt zoals gezegd deel uit van de Virgo-cluster. De diameter is ongeveer 100.00- lichtjaar, net zoiets als ons eigen melkwegstelsel.Als bijvangst staat er op de rechter onderkant van de foto een object dat zich gedurende de 80 minuten totale belichting een stukje verplaatst heeft.Het zal wel een planetoïde zijn. Maar mijn planetariumprogramma geeft daar niets aan op genoemd tijdstip. Misschien heb ik een komeet ontdekt, maar dan is het wel een beetje laat want de opnames zijn van 18 april vorig jaar.   Om preciezer te zijn: van 1:18 uur tot 2:36 uur.Paulus B.

Gelukkig perihelium allemaal!

Credit: NASA


Vandaag bereikt de aarde in haar elliptische baan om de zon het perihelium, het punt dat ‘ie het dichtste bij de zon staat.  Om 23.49 uur vanavond is het zo ver, dan staat de aarde 0,983304 AE [1]A.E.=Astronomische Eenheid, de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. Sinds september 2012 is de astronomische eenheid gedefinieerd als exact 149 597 870 700 meter. van de zon, da’s 147.100.176 km. Over een half jaar bereiken we aphelium, op 4 juli om 18.25 uur staan we 152.103.775 km van de zon. Eh… middenin de zomer staan we het verste van de zon en middenin de winter het meest dichtbij, is dat niet een tikkeltje vreemd? Nee hoor, da’s niet vreemd. Want de temperatuur op aarde wordt door dat kleine verschil in afstand niet sterk beïnvloed, veel belangrijker voor de temperatuur is de schuine stand van de aardas, die een hoek van 23,44° maakt met het baanvlak van de aarde. Gelukkig perihelium allemaal! Bron: Sterrengids 2016.

References[+]

References
1 A.E.=Astronomische Eenheid, de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. Sinds september 2012 is de astronomische eenheid gedefinieerd als exact 149 597 870 700 meter.