Diepste blik ooit in de Orionnevel

Credit:
ESO/H. Drass et al.

Het HAWK-I infraroodinstrument van ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili is gebruikt om dieper dan ooit tevoren in het hart van de Orionnevel te turen. Uit de spectaculaire opname blijkt dat zich hier ongeveer tien keer zoveel bruine dwergen en solitaire planeetachtige objecten bevinden dan tot nu toe werd aangenomen. Deze ontdekking roept grote twijfels op over het meest gangbare scenario voor de stervormingsgeschiedenis in Orion.

Een internationaal team heeft het grote vermogen van de HAWK-I infraroodcamera van ESO’s Very Large Telescope benut om de Orionnevel [1]Gasnevels, zoals de beroemde in Orion, staan ook bekend als H II-gebieden. Dat geeft aan dat ze geïoniseerde waterstof bevatten. Deze immense wolken van interstellair gas waarin sterren ontstaan … Continue reading dieper en uitgebreider dan ooit te onderzoeken. Dat heeft niet alleen een spectaculair mooie foto opgeleverd, maar ook het bestaan aan het licht gebracht van grote aantallen zwakke bruine dwergen en solitaire planeetachtige objecten. Het bestaan van deze lichte hemellichamen geeft inzicht in de spannende geschiedenis van de stervorming die zich binnen deze nevel heeft afgespeeld.De beroemde Orionnevel heeft een omvang van ongeveer 24 lichtjaar. Hij is vanaf de aarde met het blote oog waarneembaar als een wazig vlekje in het ‘zwaard’ van het sterrenbeeld Orion. Net als bij andere gasnevels van dit type wordt het gas van de Orionnevel tot gloeien gebracht door de ultraviolette straling van de vele hete sterren die hier zijn geboren.Omdat de Orionnevel relatief dichtbij is [2]De Orionnevel is naar schatting ongeveer 1350 lichtjaar verwijderd van de aarde., is hij een ideaal proefobject om meer te weten te komen over het stervormingsproces, bijvoorbeeld om vast te stellen hoeveel sterren van verschillende massa’s er worden gevormd.Teamlid Amelia Bayo [3]Verbonden aan: Universidad de Valparaá­so, Valparaá­so, Chili; Max-Planck Institut für Astronomie, Königstuhl, Duitsland, een van de co-auteurs van het nieuwe onderzoeksartikel, legt uit waarom dit belangrijk is: ‘Weten hoeveel lichte objecten er in de Orionnevel te vinden zijn, is van groot belang om de bestaande stervormingstheorieën te toetsen. We beseffen nu dat de manier waarop deze objecten van geringe massa ontstaan, afhankelijk is van hun omgeving.

Hoogtepunten van een nieuwe infraroodopname van de Orionnevel.Credit:
ESO/H. Drass et al.

Het opwindende van de nieuwe foto is de onverwacht grote rijkdom aan zeer lichte objecten. Dat wijst erop dat er in de Orionnevel naar verhouding veel meer objecten met weinig massa worden gevormd dan in nabijere en minder actieve stervormingsgebieden.Om het stervormingsproces in gebieden zoals de Orionnevel te leren begrijpen, tellen astronomen hoeveel objecten van verschillende massa’s daarin ontstaan [4]Deze informatie wordt gebruikt om de zogeheten initiële massafunctie (IMF) te kunnen vaststellen – een manier om aan te geven hoeveel sterren van verschillende massa’s er oorspronkelijk … Continue reading. Bij eerder onderzoek bleken objecten met ongeveer vier keer zo weinig massa als onze zon het talrijkst te zijn. De ontdekking van een overvloed aan nieuwe objecten met nog veel geringere massa’s heeft nu een tweede piek in de verdeling van de aantallen opgeleverd.De waarnemingen doen ook vermoeden dat het aantal objecten van planetaire omvang wel eens veel groter zou kunnen zijn dan tot nu toe werd gedacht. De technologie om deze objecten routinematig te kunnen waarnemen bestaat nog niet, maar ESO’s European Extremely Large Telescope (E-ELT), die vanaf 2024 in bedrijf moet zijn, is mede voor dit doel ontworpen.Hoofdwetenschapper Holger Drass [5]Verbonden aan: Astronomisches Institut, Ruhr-Universitá¤t Bochum, Bochum, Duitsland; Pontificia Universidad Católica de Chile, Santiago, Chili toont zich enthousiast: ‘Onze resultaten kondigen naar mijn gevoel een nieuw tijdperk aan in het planeet- en stervormingsonderzoek. Het enorme aantal solitaire planeten bij onze huidige waarnemingslimiet geeft mij het vertrouwen dat we met de E-ELT een schat aan kleinere, aarde-achtige planeten zullen ontdekken.

Het volledige onderzoeksartikel kan hier ingezien worden. Bron: European Southern Observatory.

References[+]

References
1 Gasnevels, zoals de beroemde in Orion, staan ook bekend als H II-gebieden. Dat geeft aan dat ze geïoniseerde waterstof bevatten. Deze immense wolken van interstellair gas waarin sterren ontstaan komen overal in het heelal voor.
2 De Orionnevel is naar schatting ongeveer 1350 lichtjaar verwijderd van de aarde.
3 Verbonden aan: Universidad de Valparaá­so, Valparaá­so, Chili; Max-Planck Institut für Astronomie, Königstuhl, Duitsland
4 Deze informatie wordt gebruikt om de zogeheten initiële massafunctie (IMF) te kunnen vaststellen – een manier om aan te geven hoeveel sterren van verschillende massa’s er oorspronkelijk in een sterrenpopulatie aanwezig zijn. Een nauwkeurige bepaling van de IMF, en het hebben van een deugdelijke theorie om de oorzaak van de IMF te verklaren, is van fundamenteel belang voor het onderzoek van de stervorming.
5 Verbonden aan: Astronomisches Institut, Ruhr-Universitá¤t Bochum, Bochum, Duitsland; Pontificia Universidad Católica de Chile, Santiago, Chili

Nederlandse onderzoekers bewijzen zwaartekrachtskolk

(c) ESA/ATG medialab –

Een internationaal team van astronomen, onder wie vier sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam, hebben het bestaan bewezen van een zwaartekrachtskolk rond een zwart gat. De ontdekking verklaart een mysterie dat astronomen dertig jaar bezighield en opent de weg om theorieën over de zwaartekracht te testen. De sterrenkundigen publiceren hun bevindingen vandaag in het vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.In de jaren ’80 ontdekten astronomen dat de röntgenstraling die van zwarte gaten komt, kan flikkeren. In het begin gaat dat flikkeren langzaam, zo eens in de tien seconden. In de dagen, weken en maanden daarna gaat het flikkeren steeds sneller tot zo tien keer per seconde. Vervolgens stopt het flikkeren. In de jaren ’90 vermoedden astronomen dat de flikkeringen, ofwel quasi-periodieke oscillaties, verband kunnen houden met een effect dat door de algemene relativiteitstheorie van Einstein is voorspeld. Een draaiend object zou, in theorie, een soort zwaartekrachtskolk kunnen creëren. Zo’n zwaartekrachtskolk is te vergelijken met het ronddraaien van een lepel in een pot honing. De honing is dan de ruimte, de lepel het zwarte gat. Alles wat zich in de ruimte bevindt, wordt meegesleurd door de kolk die door het zwarte gat wordt veroorzaakt. Adam Ingram (UvA) onderzoekt het flikkeren sinds 2009. Samen met collega’s bedacht hij jaren geleden al een theoretische verklaring voor het verschijnsel. Nu is er dan eindelijk het bewijs. Ingram en zijn collega’s bestudeerden het zwarte gat H1743-322 in het sterrenbeeld Schorpioen op 28.000 lichtjaar van de aarde. Ze deden dat met een zeventig uur durende waarneemcampagne met ESA-ruimtetelescoop XMM-Newton en twintig uur met NASA-ruimtetelescoop NuSTAR. Na analyse van de gegevens zagen ze schommelingen in de zogeheten ijzerlijn. Die schommelingen konden alleen verklaard worden door de theorie van de zwaartekrachtskolk. Ingram: “Het mooie is dat we nu dus direct de beweging van materie kunnen meten in een sterk zwaartekrachtsveld in de buurt van een zwart gat. Bovendien hebben we potentieel nieuw gereedschap in handen om de algemene relativiteitstheorie op de proef te stellen.” Dat laatste is iets waar veel astronomen en natuurkundigen mee bezig zijn, omdat ze vermoeden dat de algemene relativiteitstheorie niet compleet is.Het volledige onderzoeksartikel kan hier ingezien worden.Bron: Universiteit van Amsterdam.

Zomergalerij: Nacht op Venus Gezien in Infrarood door Akatsuki

Nacht op Venus Gezien in Infrarood door http://www.apod.nl/ap160612_nl vanuit Omloopbaan. Credit & Copyright: ISAS, JAXA.

Waarom verschilt Venus zo van de Aarde? Om te helpen dat uit te vogelen lanceerde Japan de Akatsuki ruimtesonde, die eind vorig jaar in een omloopbaan rondom Venus werd ingevangen na een, niet gepland, vijf-jaar lang avontuur door de binnendelen van ons Zonnestelsel. Hoewel Akatsuki zijn ontwerp-levensduur reeds lang overschreden heeft, functioneren de sonde en de instrumenten aan boord zó goed, dat veel van de oorspronkelijk geplande wetenschappelijke missie alsnog kan worden uitgevoerd. In de bovenstaande afbeelding, die vorige maand door Akatsuki werd gemaakt, werd Venus vastgelegd in infrarood licht dat een verrassende hoeveelheid structuur in de atmosfeer aan zijn nachtzijde toont. De vertikale oranje terminatorstrook tussen dag en nacht is zo wijd omdat licht zo sterk wordt verstrooid door de dikke en dichte atmosfeer van Venus. Akatsuki, ook wel bekend als de Venus Climate Orbiter, heeft camera’s en instrumenten om nog onbekende eigenschappen van de planeet onderzoeken, zoals of er nog actieve vulkanen voorkomen, of er bliksemontladingen in de dichte atmosfeer plaatsvinden, en waarom de windsnelheden veel hoger zijn dan de rotatiesnelheid van de planeet zelf. Bron: APOD 12 juni 2016.

Zomergalerij: Een Rolwolk boven Uruguay

Een Rolwolk boven Uruguay
Credit & Licentie: Daniela Mirner Eberl

Wat voor een dreigende wolk is dit nu? Een zogenaamde rolwolk (een soort boogwolk). Deze vrij zeldzame langgerekte wolken ontstaan soms nabij een oprukkend koudefront. In het bijzonder kunnen aan een zwaar onweer voorafgaande neerwaardse winden vochtige warme lucht van vlak boven de grond sterk doen opstijgen. Deze kan dan afkoelen tot onder het dauwpunt, waardoor de waterdamp in de lucht condenseert en een wolk vormt. Waneer dit uniform langs een langgerekt front gebeurt, dan kan zich een rolwolk vormen. In rolwolken kan het voorkomen dat lucht rondom de lange horizontale as van de wolk circuleert. Toch denkt men niet dat een rolwolk zich kan omvormen tot een tornado. In tegenstelling tot een zogenaamde boekenplankwolk is een rolwolk volledig gescheiden van de cumulonimbus wolk die hem veroorzaakte. In de bovenstaande foto, gemaakt in januari 2009, strekt een rolwolk zich tot in de verte uit boven het Las Olas strand in Maldonado (Uruguay). Bron: APOD 12 juni 2016.

Trots…!!

Yep….noem mij maar Geplaatst in Astro-art, Nieuws, ruimtevaart | Getagged ruimtevaart | 1 reactie

Zomergalerij: De Melkweg en Planeten achter Bristlecone Dennen

De Melkweg en Planeten achter Bristlecone Dennen
Credit & Copyright: Brad Goldpaint (Goldpaint Photography)

Wat is ouder dan deze oeroude bomen? Niemand die u kent. Maar bijna alles wat op de achtergrond van deze afbeelding verschijnt. De bomen hebben een indrukwekkend hoge leeftijd. Elk maakt deel uit van het Ancient Bristlecone Pine Forest in het oosten van de Amerikaanse staat Californi

Zomergalerij: cirrus boven Parijs

Cirrus boven Parijs. Credit & Copyright: Bertrand Kulik

Ik ben een poosje met vakantie. Daarom van mijn kant komende dagen wat fraaie APOD-jes, die afgelopen tijd verschenen zijn, ter lering ende vermaeck over het cosmische uitspanschel boven onsch.

Wat is dat daar boven Parijs, de stad waar zondag 10 juli de finale van het EK voetbal tussen Portugal en Frankrijk gaat plaatsvinden? Cirrusbewolking. Doorgaans is cirrus wit of lichtgrijs van uiterlijk wanneer het zonlicht weerkaatst, maar het kan er donker uitzien bij zonsondergang (of zonsopgang) wanneer het tegen een helderder verlichte hemel afsteekt. Cirrusbewolking behoort tot de hoogste soorten wolken en is doorgaans dun genoeg dat sterren er doorheen prijken. Cirrusbewolking kan zich vormen uit vocht dat vrijkomt boven onweerswolken en kan daardoor een aanwijzing zijn dat er een aanzienlijke weersverandering op komst is. Ook op Mars, Jupiter, Saturnus, Titan, Uranus en Neptunus heeft men cirrusbewolking waargenomen. De hierboven weergegeven afbeelding werd twee dagen geleden vastgelegd vanuit een raam in het 15e arrondissement van Parijs in Frankrijk op Aarde. Het helder verlichte object rechts onder in beeld is natuurlijk de Eiffeltoren. Bron: APOD 22 juni 2016.

Hubble brengt de pulsar in het hart van de Krabnevel in beeld

Credit: NASA, ESA

Hierboven zie je het centrale gedeelte van de Krabnevel, het meest bestudeerde supernovarestant, dat 6500 lichtjaar van de aarde verwijderd is en dat ontstaan is door een supernova, die op 4 juli 1054 als een zeer heldere ster aan de hemel verscheen en overal ter wereld werd waargenomen. Daarbij werden de buitenlagen van de ster weggeblazen, schillen van onder andere waterstof en helium, die we nu als de Krabnevel, ook wel Messier 1 genoemd, aan de hemel zien – in telescopen een klein hemelobject in het sterrenbeeld Stier (Taurus). De foto is gemaakt met de ESA/NASA Hubble ruimtetelescoop. Naast dat supernovarestant is er nog iets over van de geëxplodeerde ster en dat is de kern, die als snel roterende neutronenster overbleef, een zogeheten pulsar, nog geen 20 km in diameter. Die pulsar zie je ook op de foto: in het midden zie je twee heldere sterren, de ster rechtsboven van die twee is de pulsar, PSR B0531+21 geheten, die 30,2 keer per seconde om z’n as roteert. Rondom de pulsar zie je allemaal rimpels, die ontstaan doordat equatoriale winden die door de pulsar worden uitgezonden botsen tegen het omringende materiaal van gas en stof in de Krabnevel. Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op het centrale deel van de Krabnevel.

Bron: Hubble.