Door te kijken naar de kleuren van 130.000 sterren in onze Melkweg zijn sterrenkundigen van de Universiteit van Notre Dame in Parijs, Frankrijk, erin geslaagd om een ‘chronografische kaart’ van de Melkweg te maken, een kaart die specifiek aangeeft welke ouderdom ieder deel heeft. Uit de kaart – hier in volle resolutie te zien, het laden duurt eventjes – blijkt dat de oudste sterren, pakweg 13,5 miljard jaar oud, voorkomen in het centrale deel van de Melkweg en naarmate de afstand tot het centrum toeneemt neemt de ouderdom af. Bij het onderzoek keek men naar 130.000 ‘blauwe horizontale tak sterren’ , een zijtak van de hoofdreeks uit het Herzsprung-Russeldiagram, die helium in hun kern verbranden en die – ondanks hun naam – verschillende kleuren kunnen hebben, afhankelijk van hun leeftijd. Uit het onderzoek komt naar voren dat het Melkwegstelsel gevormd is door het samengaan van kleine mini-halo’s, die gas en sterren bevatten. Voor hun onderzoek gebruikten de onderzoekers de gegevens van de sterren die verzameld waren met de Sloan Digital Sky Survey (SDSS). Het vakartikel over de ouderdomskaart wordt deze week gepubliceerd in Nature. Bron: Notre Dame.
Maandelijks archief: september 2016
Radiosignaal van HD 164595 vermoedelijk van aardse oorsprong
Op 15 mei 2015 zag men [1]Men=Bursov, N. N., Filippova, L. N., Fillipov, V. V., et al. met de Russische radiotelescoop RATAN-600 bij de ster HD 164595 in Hercules een eenmalige, kortstondige radiopuls. Op zich niet zo bijzonder, behalve dan dat onlangs de website Centauri Dreams de detectie in verband bracht met SETI en er direct gedacht werd aan een signaal van buitenaards leven – lees hier het nieuws daarover. Door velen werd direct al getwijfeld aan de speculaties, zeker toen bleek dat de detectie niet geverifieerd was door een andere radiotelescoop.
Nu blijkt dat de Russen zelf ook twijfelen aan de buitenaardse oorsprong. Persbureau TASS heeft laten weten dat het signaal vermoedelijk van aardse oorsprong is en wel van een Russische militaire satelliet. Door de internationale SETI-organisatie is een Breakthrough Listen-actie georganiseerd om te kijken of men met de Green Bank Telescope (GBT) in de VS signalen van HD 164595 kon opvangen, maar dat heeft niets opgeleverd.
Zoals ik in mijn eerdere blog over het signaal bij HD 164595 meldde was de bron van het nieuws de Italiaanse wiskundige Claudio Maccone, die zelf ook tot de SETI-organisatie behoort. De laatste week is hem behoorlijk de zwarte piet toegespeeld, omdat hij nieuws te vroeg gelekt zou hebben. Ik sprak afgelopen vrijdag collega-Astroblogger Daniela de Paulis, die Maccone persoonlijk kent. Ik heb van haar begrepen dat het absoluut niet Maccone’s bedoeling was dat het nieuws over de detectie van het signaal in de media terecht zou komen. Eind deze maand staat een conferentie in Guadalajara in gepland over SETI (“IAA SETI Permanent Committee meeting“, 26-30 september 2016) en Maccone had, als organisator van de conferentie zijnde, het nieuws in een voorbereidende groep gegooid, om de kennis te delen – niet om het publiekelijk te maken! Kennelijk heeft één van die groep vervolgens gemeend om het op Centauri Dreams te plaatsen, waarna het wereldnieuws werd. Bron: Francis Naukas.
References
| ↑1 | Men=Bursov, N. N., Filippova, L. N., Fillipov, V. V., et al. |
|---|
Komeetlander Philae direct gespot op 67P door Rosetta!
Philae gespot! Credits: Main image and lander inset: ESA/Rosetta/MPS for OSIRIS Team MPS/UPD/LAM/IAA/SSO/INTA/UPM/DASP/IDA; context: ESA/Rosetta/NavCam
CC BY-SA IGO 3.0
De Rosetta sonde heeft nog minder dan een maand te gaan in z’n missie, maar op de valreep is ‘ie er in geslaagd om de lander Philae in het gebied Abydos op de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko direct te fotograferen! Op 2 september j.l. werd met de OSIRIS narrow-angle camera vanaf een afstand van 2,7 km bovenstaande foto gemaakt en daarop is de 1 meter grote Philae rechtstreeks te zien. De schaal van de foto is ongeveer 5 cm/pixel. Philae landde op 12 november 2014 op het oppervlak van 67P – we waren er van de redactie van de Astroblogs live getuige van. Het lukte Philae toen niet zich te verankeren in het oppervlak. Na enkele stuiters belandde Philae, die op zonne-energie ‘loopt’, in een schaduwrijke omgeving, waar hij zich niet kon opladen – een ongunstige plek die bevestigd wordt door de nu gemaakte foto. Sindsdien zijn vele pogingen gedaan Philae te fotograferen, maar dat leverde tot nu toe niets op. Nu Rosetta aanstaande is om op 30 september rond 11.30 uur Nederlandse tijd te ‘crashen’ in het gebied Ma’at op 67P komt ‘ie in z’n baan steeds dichter bij de komeet en daardoor is het mogelijk geweest de lander te fotograferen.
“This wonderful news means that we now have the missing ‘ground-truth’ information needed to put Philae’s three days of science into proper context, now that we know where that ground actually is!” – Matt Taylor, ESA’s Rosetta project scientist.
Hieronder een detailfoto met daarop aangegeven de verschillende onderdelen van Philae. Op de foto zijn twee van de drie landingspoten van Philae te zien.
Credits: Main image and lander inset: ESA/Rosetta/MPS for OSIRIS Team MPS/UPD/LAM/IAA/SSO/INTA/UPM/DASP/IDA; context: ESA/Rosetta/NavCam CC BY-SA IGO 3.0
Enkele dagen na de landing waren de batterijen van Philae leeg en verbrak het contact met Rosetta. Juni vorig jaar was er opnieuw contact, toen de accu’s van Philae weer waren volgelopen door de nadering van komeet 67P tot de zon, maar dat contact was erg slecht. Lees hier het laatste nieuws over de missie van Rosetta van Astroblogs-auteur Matt Taylor, hoofd van het wetenschappelijk team van Rosetta. Bron: ESA.
Bekijk de beweging van 60.000 sterren in de Melkweg met ESA’s Star Mapper
In 1989 lanceerde de ESA de Hipparcos, een satelliet die tot taak had om
Is EPIC 204278916 een tweede Tabby’s Star? Ik dacht ’t niet
Voorstelling van een Dysonsfeer rondom een ster. Image credit: public domain art by CapnHack, via http://energyphysics.wikispaces.com/Proto-Dyson+Sphere.
Het verhaal van KIC 8462852 alias Tabby’s Star is bekend, een ster die gedurende de Kepler-waarneemperiode grote en onregelmatigheden dips in z’n lichtcurve vertoonde, welke tot nu toe niet met ‘conventionele’ oorzaken verklaard kunnen worden, zodat sommige sterrenkundigen als reden hebben aangevoerd dat één of andere buitenaardse beschaving er een Dysonschil omheen heeft gebouwd. De laatste dagen zijn er berichten dat er een tweede Tabby’s Star is ontdekt, getooid met de naam EPIC 204278916 – Sybold Deen wees mij er gisteren op. Kende Tabby’s Star dips in z’n lichtcurve tot 20%, EPIC 204278916 gaat nog veel verder en weet in een 78,8 dagen durende waarneemcampagne tot zelfs 65% (!) in lichtkracht achteruit te gaan. Een flinke exoplaneet die voor een ster langs gaat kan maximaal 1% van diens licht afnemen, dus 20% is veel meer dan wat zo’n planeet kan, laat staan 65%. Hieronder een grafiek met de lichtcurve van EPIC 204278916, waargenomen met de Kepler ruimtetelescoop gedurende diens K2 missie – de 25 dagen durende periode met dips in de curve is eronder uitvergroot weergegeven.
Toch zijn KIC 8462852 en EPIC 204278916 – heerlijke catalogusnamen toch! [1]EPIC komt van de Ecliptic Plane Input Catalog (EPIC). – niet hetzelfde en kunnen we m.i. EPIC 204278916 geen tweede Tabby’s Star noemen, de naam die men aan KIC 8462852 heeft gegeven, naar de ‘ontdekker’ ervan, de sterrenkundige Tabetha S. Boyajian. In tegenstelling tot Tabby’s Star is EPIC 204278916 lichter dan de zon (0,5 zonsmassa) en zéér jong, nog maar 5 miljoen jaar, deel uitmakend van de Scorpius-Centaurus OB associatie. Het is een zogeheten Young Stellar Object (YSO) en die kunnen in hun babyfase erg grillig zijn. Echter zo grillig dat ze dips van wel 65% vertonen is ook voor YSO’s iets te gortig, dus de sterrenkundigen moeten met een andere verklaring komen om het gedrag te verklaren. En dan hebben ze! Nee, met Dysonsferen van Kardashev type II beschavingen zijn ze niet gekomen, S. Scaringi et al (Max Planck Institute for Extraterrestrial Physics in Duitsland) denken dat er twee plausibele verklaringen zijn voor het gedrag van EPIC 204278916, te weten:
- een gekromde binnenste schijf, die vol zit met ’transiting circumstellar objects’ en die een cirkelvormige baan om de ster beschrijft
- of een zwerm van komeetachtige objecten, die een eccentrische baan rondom de ster beschrijft
Met de ALMA telescoop in Chili heeft men inderdaad een schijf rondom EPIC 204278916 gedetecteerd, die we vanaf de aarde vanuit een hoek van 57° ± 9° zien. Die schijf zou mogelijk verband houden met één van die twee genoemde verklaringen. Mmmm, maar zo’n schijf vol met dichte gas- en stofwolken of een zwerm kometen moet toch warmte geven en daarmee infraroodlicht? Ja dat klopt en dat is ook waargenomen bij EPIC 204278916 en wel met NASA’s WISE satelliet, al was het niet veel.
Een zwerm kometen die het licht van een ster deels verduisterd. By NASA/JPL-Caltech – http://photojournal.jpl.nasa.gov/jpeg/PIA20053.jpg, Public Domain.
Verder onderzoek zal uit moeten wijzen of één van deze twee suggesties juist is. EPIC 204278916 vertoont overigens ook een andere variatie in z’n lichtkracht, maar die is zeer regelmatig. Van Tabby’s Star 2.0 is zoals ik het nu zie is echter geen sprake. Hier het vakartikel over de YSO. Bron: Starts with a Bang + Phys.org.
References
| ↑1 | EPIC komt van de Ecliptic Plane Input Catalog (EPIC). |
|---|
De Huygens-weddenschap van donkere materie
Gisteravond hield ik, zoals aangekondigd, een lezing bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht over de donkere sector van het heelal. Normaal gesproken doen ik na afloop van de lezingen bij Huygens verslag ervan op dit astronomische podium, maar aangezien de sprekerd in dit geval mijn eigen persoontje was zal ik dat maar even achterwege laten – laat anderen maar een oordeel vellen. 🙂 Wat ik wel over de avond wil vertellen is dat ik ‘m heb afgesloten met een heuse weddenschap. Yep, gisteravond is er flink gegokt bij Huygens. Zoals gezegd ging de lezing over de donkere sector, het deel van het heelal waarvan de wetenschappers wel weten dat het er is, maar niet wat het is: donkere materie (26,8% van alle massa-energie in het heelal) en donkere energie (68,3%). Degene die als eerste in een officiële publicatie de term ‘donkere materie’ hanteerde was onze landgenoot Jacobus Kapteyn, de Groningse sterrenkundige die ermee voor de dag kwam in het in mei 1922 gepubliceerde artikel
First Attempt at a Theory of the Arrangement and Motion of the Sidereal System
Met ‘The Copenhagen Bet’ over het wel of niet ontdekken van supersymmetrie als voorbeeld heb ik gisteravond de Huygens-weddenschap geopend, zoals ik ‘m heb genoemd. Bovenaan zie je de sheet uit mijn presentatie van gisteravond, met de weddenschap als volgt geformuleerd:
De ‘Huygens weddenschap‘: Denk je dat we uiterlijk 1 mei 2022 weten wat de precieze aard* is van donkere materie? Inzet: 1 fles goede** cognac
* d.w.z. of het bestaat en zo ja waaruit het bestaat.
** Tsja, wat is goede cognac? Dat laten we aan de kenner over
Waarom 1 mei 2022? Nou da’s niet zo moeilijk: dan is het honderd jaar geleden dat Kapteyn als eerste met de term donkere materie kwam, dus een mooi moment om te hanteren. Naast de Copenhagen Bet heb ik nog een tweede inspiratiebron en dat is de ontdekking van zwaartekrachtsgolven in 2015 door de LIGO detector, zoals bekendgemaakt op 11 februari dit jaar. Die ontdekking kwam honderd jaar nadat Albert Einstein met zijn Algemene Relativiteitstheorie het bestaan van deze rimpels in de ruimte en tijd voorspelde. Een ontdekking exact honderd jaar na de voorspelling – kan het nog mooier? De Huygens weddenschap hanteert dezelfde periode van een eeuw. Zullen we binnen die periode weten of donkere materie bestaat – je hebt ook de MOND-theorie die zegt dat Newton het bij het verkeerde eind had en dat donkere materie helemaal niet bestaat – en zo ja, waaruit het bestaat? De weddenschap leverde vijftien deelnemers op:
Je ziet het, ik behoor tot het minderheidskamp dat denkt dat we over bijna zes jaar inderdaad weten wat donkere materie is. De meesten zijn sceptisch en denken dat we ’t op dat moment nog niet weten. Wordt zeker vervolgd!
Foto’s van Juno tonen stormachtige noordpool van Jupiter
Foto’s gemaakt met de JunoCam aan boord van de Amerikaanse Juno sonde tijdens de ‘perijove’ op 27 augustus j.l. tonen een stormachtige noordpool Jupiter, die blauwer lijkt dan de rest van de planeet. Die dag bereikte Juno in zijn elliptische baan de grote gasreus het dichtste, de kortste afstand bedroeg toen slechts 4200 km. Bovenstaande foto is gemaakt toen de afstand nog 195.000 km bedroeg, ongeveer twee uur voor de dichtste nadering. De foto’s tonen stormsystemen en weersactiviteiten op Jupiter’s noordpool, die niet eerder zijn gezien op Jupiter of
Dwergplaneet Ceres is vermoedelijk geologisch actief
Zes studies hebben nieuwe en belangrijke inzichten verschaft over de dwergplaneet Ceres, het grootste object in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. De resultaten zijn allemaal gebaseerd op gegevens die zijn verzameld door de ruimtesonde Dawn en zijn deze week gepubliceerd in allerlei wetenschappelijke vakbladen.Bij het eerste onderzoek is een heuse cryovulkaan aangetroffen op Ceres – een vulkaan die gesmolten ijs uitspuwd in plaats van gesmolten gesteente. De vulkaan in kwestie staat bekend als Ahuna Mons en heeft een holle top en een elliptische basis – beide zijn kenmerken van cryovulkanisme. De onderzoekers hebben ook vastgesteld dat Ahuna Mons jonger moet zijn dan omringende kraters, zodat het cryovulkanisme relatief recent moet hebben plaatsgehad. Men heeft geen bewijs gevonden voor krimpende tektoniek of sporen van erosie – dat betekent dat vulkanische extrusie verantwoordelijk moet zijn voor de waargenomen kenmerken. Wat precies het materiaal is dat door de vulkaan wordt uitgebraakt is niet bekend, maar mogelijk hebben we te maken met chlorinezouten, die voorheen ook op andere plaatsen op Ceres zijn aangetroffen.https://youtu.be/-6nxKqPIUkEBij het tweede onderzoek heeft men waterijs aangetroffen aan het oppervlak van Ceres. Dat is vreemd, aangezien waterijs op die locatie instabiel zou moeten zijn. Desondanks heeft men de aanwezigheid van waterijs vastgesteld in de jonge krater Oxo, met een totale oppervlakte van een vierkante kilometer. Op Ceres zou, onder invloed van zonnestraling, waterijs binnen enkele decennia moeten verdwijnen aan het oppervlak. Dat betekent dat het aanwezige waterijs van recente herkomst moet zijn. Wellicht is bij de inslag waarbij de krater is ontstaan, voldoende oppervlaktemateriaal vrijgekomen om het waterijs aan het oppervlak te brengen. In dat geval moet Oxo slechts enkele tientallen jaren oud zijn. Het zou echter ook kunnen dat een soort lawine de verantwoordelijke bron van de verstoring is geweest.Bij het derde onderzoek heeft men vastgesteld dat de zonnewind een interactie aangaat met Ceres. Dat betekent dat de dwergplaneet een dunne atmosfeer moet hebben die geïoniseerd wordt door de energierijke deeltjes uit de zonnewind. Een minder waarschijnlijke verklaring is dat de zouten in het binnenste van Ceres een soort magnetisch veld opwekken, die in staat is om een gedeelte van de zonnewind af te buigen.We vervolgen dit verhaal met de resultaten van het vierde onderzoek. Hierin kunnen we kort maar krachtig zijn: uit metingen is gebleken dat het oppervlak van Ceres niet uit zuiver ijs kan bestaan, hetgeen betekent dat de korst van de dwergplaneet uit een mengsel bestaat van verschillende soorten gesteenten en ijzen.
De Oxo krater. NASA / JPL-Caltech / UCLA / Max Planck Institute for Solar System Studies / German Aerospace Center / IDA / Planetary Science Institute
Daarnaast heeft men de diverse landschapsvormen op Ceres gecategoriseerd, waaronder kraters, koepels, gelobde stroomresten en lineaire structuren. Hoewel sommige van die kenmerken door inslagen kunnen zijn gevormd, lijken veel ervan toch door geologische processen te zijn ontstaan. Hierbij moet je vooral denken aan cryovulkanisme, dat wordt aangedreven door gesmolten ijs vanuit het inwendige. Daarnaast lijken sommige structuren te wijzen op het opwellen van zouten aan het oppervlak.Ten slotte heeft men de verspreiding van klei-achtige fylosilicate mineralen op Ceres in kaart gebracht, een materiaal dat ondermeer magnesium en ammonium bevat. De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van de optische- en infrarood-spectrometers aan boord van Ceres om te achterhalen dat de samenstelling van het klei overal op Ceres gelijk is, maar dat de hoeveelheid klei flink kan verschillen. Aangezien bij het vormen van deze mineralen de aanwezigheid van water noodzakelijk is, zijn de onderzoekers tot de conclusie gekomen dat de invloed van vloeibaar water belangrijk moet zijn geweest gedurende een periode in de geschiedenis van Ceres.
Bronnen: NASA, DailyMail & EurekAlert!.
Astronomen ontdekken dubbelster met uniek planetenstelsel
Astronomen hebben drie planeten aangetroffen bij een dubbelster waarvan de twee componenten erg veel op onze zon lijken. De sterren in kwestie gaat door het leven als HD 133131A en de andere als HD 133131B. Rondom de eerste draaien twee Jupiterachtige gasreuzen op een afstand van respectievelijk 1,4 en 4,8 AU, terwijl rondom de laatste
Zal Planet IX problemen opleveren voor het zonnestelsel? Hint: misschien
Het zou slecht kunnen aflopen met het zonnestelsel als de hypothetische Planet IX echt zou bestaan, zo blijkt uit computermodellen. Als de zon over zeven miljard jaar zal sterven, zal hierbij de helft van de massa afgestoten worden en blijft een zwakke witte dwergster achter. Door deze gigantische ejectie van materiaal zal de zwaartekracht van de zon gaan afnemen. Hierdoor zullen de vier reuzenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) een veel wijdere omloopbaan gaan aannemen. De vier binnenplaneten zullen tegen die tijd verschroeid zijn en wellicht zijn opgeslokt door de stervende ster. Maar de aanwezigheid van Planet IX zou wel eens funest kunnen zijn voor de veiligheid op lange termijn van de reuzenplaneten. Het blijkt namelijk dat Planet IX wellicht heel anders zal reageren op de veranderingen van de zon, en juist een minder wijde omloopbaan zal gaan aannemen. Hierbij zou een soort dans des doods kunnen ontstaan met de vier bekende reuzenplaneten, waarbij vooral Uranus en Neptunus het risico lopen om het zonnestelsel uit geknikkerd te worden. Niet dat het veel uitmaakt, want van het zwakke restant van de zon bereikt sowieso nauwelijks licht en warmte deze planeten. Deze ontdekking kan wél van belang zijn voor de studie van exoplanetenstelsels. Zo heeft men bijvoorbeeld witte dwergen aangetroffen die “vervuild” lijken te zijn met planetair gesteente. Wellicht dat een exovariant van Planet IX hiervoor verantwoordelijk is. Bron: University of Warwick.
