9 augustus 2020

ESO’s ‘stofzuiger’ onthult verborgen sterren

VISTA ziet Messier 78. Credit: ESO.

Op deze nieuwe opname van de nevel Messier 78 geven jonge sterren hun omgeving een blauwachtige gloed, terwijl rode sterren-in-wording zich aan hun cocons van kosmisch stof proberen te ontworstelen. Voor onze ogen zouden de meeste sterren verscholen gaan achter het stof, maar ESO’s Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy (VISTA) ziet nabij-infrarood licht, dat dwars door het stof heen gaat. De telescoop fungeert als een reusachtige stofzuiger waarmee astronomen diep in het hart van de nevel kunnen doordringen.

Messier 78, of M78, is een goed onderzocht voorbeeld van een reflectienevel. Hij bevindt zich op een afstand van ongeveer 1600 lichtjaar in het sterrenbeeld Orion, eventjes linksboven de drie sterren die de ‘gordel’ van deze bekende figuur aan de hemel vormen. Op deze foto vertoont M78 zich als de blauwe gloed in het midden; de reflectienevel rechts ervan staat bekend als NGC 2071. De ontdekking van M78 wordt toegeschreven aan de Franse astronoom Pierre Méchain. Maar zijn aanduiding verwijst naar een andere Franse astronoom, Charles Messier, die het object in december 1780 toevoegde aan zijn catalogus van nevelachtige hemelobjecten.

Messier 78: een reflectienevel in Orion. Credit:
ESO, IAU and Sky & Telescope

Wanneer M78 wordt waargenomen door instrumenten die zichtbaar licht registreren, zoals de Wide Field Imager van de ESO-sterrenwacht op La Silla, vertoont deze zich als een gloeiende, azuurblauwe nevel die omringd is door donkere slierten (zie eso1105). Kosmisch stof weerkaatst en verstrooit het licht dat wordt uitgestraald door de jonge, blauwachtige sterren in het hart van M78. Vandaar dat dit object een reflectienevel wordt genoemd. De donkere slierten zijn dikke wolken van stof die het zichtbare licht van alles wat zich daarachter bevindt tegenhoudt. Deze dichte, koude gebieden zijn uitstekende locaties voor de vorming van nieuwe sterren. Wanneer M78 en zijn buren worden waargenomen in submillimeterlicht, dat het midden houdt tussen radiogolven en infrarood licht – bijvoorbeeld met de Atacama Pathfinder Experiment (APEX) telescoop – dan vertonen zij de gloed van stofconcentraties die nauwelijks warmer zijn dan hun extreem koude omgeving (zie eso1219). Uiteindelijk zullen deze concentraties onder invloed van de zwaartekracht samentrekken en opwarmen, waardoor nieuwe sterren ontstaan.

Vergelijking tussen delen van M78 en omgeving in zichtbaar en infrarood licht. Credit:
ESO/Igor Chekalin

Tussen zichtbaar en submillimeterlicht ligt het nabij-infrarode deel van het spectrum, waar de Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy (VISTA) astronomen van cruciale informatie voorziet. VISTA maakt de heldere stellaire bronnen zichtbaar die zich achter de stofrijke reflecties en de meest doorschijnende delen van de donkere slierten bevinden. In het midden van deze foto staan twee helder stralende superreuzensterren, die HD 38563A en HD 38563B worden genoemd. Rechts daarvan zien we de superreus HD 290861, die de naburige nevel NGC 2071 doet oplichten.

Naast grote, blauwe, hete sterren ziet VISTA ook veel sterren-in-wording die ontstaan uit het kosmische stof waarmee dit gebied bezaaid is. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun rode en gele tinten. Deze kleurrijke onvolgroeide sterren zijn te vinden in de stofbanden rond NGC 2071 en langs het stofspoor dat zich op deze foto naar links uitstrekt. Sommige van hen zijn T Tauri-sterren. Ondanks dat ze vrij helder zijn, zijn ze nog niet heet genoeg om kernfusiereacties in hun kernen op te starten. Pas over tientallen miljoenen jaren zullen zij volwassen zijn en hun plaats innemen tussen hun stellaire zusjes die M78 laten gloeien. Bron: ESO.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.