Eerder dit jaar hebben astronomen een planeet ontdekt in een omloopbaan tot de dichtstbijzijnde ster vanaf de zon, Proxima Centauri. De planeet is qua grootte vergelijkbaar met de aarde en is vermoedelijk rotsachtig van aard. Bovendien is de afstand tot de moederster dusdanig, dat vloeibaar water aan het oppervlak van de planeet mogelijk zou kunnen zijn. Nu hebben onderzoekers een reeks computersimulaties gedraaid, in een poging te achterhalen hoe bewoonbaar de planeet Proxima b nou werkelijk is. Uit de resultaten blijkt dat Proxima b wellicht een heuse oceaanwereld zou kunnen zijn!Overigens is vastgesteld dat Proxima b vermoedelijk géén transitieplaneet is en dat maakt het modelleren van de eigenschappen van de planeet een lastige zaak. Kijk, de planeet is ontdekt via de zogenaamde “wiebelmethode” waarbij de massa van een planeet kan worden bepaald, maar niet de omvang (grootte/straal). Als een planeet echter een transitieplaneet is, waarbij de planeet periodiek het oppervlak van de moederster deels bedekt, dan kun je ook de straal van de planeet bepalen. Maar dat blijkt bij Proxima b helaas niet het geval te zijn, zodat astronomen gedwongen worden om gebruik te maken van computersimulaties om te bekijken welke straal het beste de waargenomen eigenschappen kan verklaren.De afstand tussen Proxima b en diens moederster bedraagt slechts 0,05 AU – dat is tien keer kleiner dan de afstand tussen de zon en Mercurius. Zou de eventueel aanwezige oceaan dan niet allang moeten zijn verdampt? Nee, aangezien de moederster, Proxima Centauri, een zwakke rode dwergster is met een duizend keer mindere helderheid dan onze zon. Dat betekent dat Proxima b met een afstand van 0,05 AU tot de moederster zich midden in de leefbare zone bevindt, het gebied waarin vloeibaar water aan het oppervlak mogelijk wordt.
Samenstelling van Mercurius, Aarde en Proxima b (van links naar rechts). Credit: NASA/B. Brugger, et al.
Maar we dwalen af. Waarom is het belangrijk om de straal van een planeet te weten? Nou, als je ook de massa weet, dan kun je de dichtheid van de planeet bepalen – en de dichtheid kan je meer vertellen over de samenstelling van de planeet! Het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Bij het computermodel heeft men Proxima b dan ook een hele reeks verschillende samenstellingen gegeven en gekeken wat voor straal dit voor gevolg zou hebben.Aan de hand van de modellen is gebleken dat de straal van Proxima b kan variëren tussen 0,94 en 1,40 keer de straal van de aarde (die 6371 km bedraagt). De minimale straal van Proxima b bedraagt zo’n 5990 km en daarmee zou de planeet een Mercurius-achtige wereld moeten zijn, met een gigantische metalen kern en een rotsachtige mantel.De maximale straal van Proxima b blijkt ruim 8920 km te bedragen. In dat geval zou de planeet voor 50 procent uit rotsen moeten bestaan en voor 50 procent uit water (de aarde bestaat ter vergelijking voor slechts 0,05% uit water). In dat geval zou Proxima b bedekt worden door een 200 km diepe oceaan en omringd worden door een gasvormige dampkring. Dat zou de planeet bijzonder leefbaar maken! Bron: Centre national de la recherche scientifique.
Bovenstaande Hubble-opname laat de centrale regio’s zien van het sterrenstelsel NGC 247, een relatief klein spiraalstelsel in de richting van het zuidelijke sterrenbeeld Walvis. NGC 247 bevindt zich op een afstand van 11 miljoen lichtjaren en vormt onderdeel van de Sculptor-groep, een los groepje sterrenstelsels met als belangrijkste lid het vrij bekende sterrenstelsel NGC 253, beter bekend als het Sculptor-stelsel. Het melkwegstelsel maakt uit deel uit van een dergelijk groepje van sterrenstelsels, de zogenaamde Lokale Groep. De Lokale Groep en de Sculptor-groep zijn overigens directe buren van elkaar, maar dat terzijde. De kern van NGC 247 is zichtbaar als een heldere, wittige vlek omringd door een mengsel van sterren, gas en stof. Het stof vormt langgerekte donkere filamenten die het licht van de achtergrondsterren tegenhouden. Het gas is vooral zichtbaar in de vorm van heldere roodgekleurde knotten die HII-gebieden genoemd worden – de geboorteplaats van nieuwe sterren. Bij NGC 247 bevinden die HII-gebieden zich vooral in de spiraalarmen en de buitendelen van het sterrenstelsel, maar niet zozeer in de centrale regio’s. Het sterrenstelsel vertoont overigens een opmerkelijke eigenschap die op bovenstaande foto niet zichtbaar is, maar wel zichtbaar is op opnames met een bredere kijk op het sterrenstelsel (zoals onderstaand filmpje). In het noordelijke deel van de schijf van NGC 247 bevindt zich een opmerkelijke “gat” in de distributie van sterren en HII-gebieden. Er bevinden zich wel sterren in dit gat, maar dat zijn allemaal oude sterren. Op de één of andere manier is binnen het gat ruim een miljard jaar lang de stervorming stilgezet. Hoe dat mogelijk is, blijft vooralsnog een raadsel, hoewel wellicht interacties met andere stelsels een factor kan vormen.
Impressie van Proxima b en z’n ster, Proxima Centauri. Credit: ESO/M. Kornmesser.
De aardachtige exoplaneet Proxima b, die zich in de leefbare zone rondom de ster Proxima Centauri bevindt en die met een afstand van slechts 4,22 lichtjaar de meest nabije exoplaneet is, is waarschijnlijk geen transitie exoplaneet. Dat wil zeggen dat ‘ie gezien vanaf de aarde gedurende zijn omloop niet tussen ons en z’n moederster in komt te staan en we geen transitie (overgang) van de planeet voor de ster langs zien. Aldus het resultaat van een team sterrenkundigen onder leiding van David Kipping (Columbia University in New York), die in 2014 en 2015 44 dagen naar de ster hebben gekeken met behulp van de MOST ruimtetelescoop. De kans dat het een transitie planeet is werd al laag ingeschat, omdat Proxima Centauri een kleine, lichtzwakke rode dwergster is. Men denkt dat er 1,5% kans is dat Proxima b een transitie exoplaneet is. Dat is jammer, want dat betekent dat het lastiger wordt onderzoek te doen aan bijvoorbeeld de atmosfeer van de planeet, iets dat goed kan worden waargenomen op het moment dat een planeet voor z’n ster langs schuift. Nu zal gewacht moeten worden tot de James Webb Space Telescope, de in 2018 te lanceren opvolger van de Hubble ruimtetelescoop. Die zal naar verwachting krachtig genoeg zijn om de ster en planeet te scheiden en waarnemingen aan de planeet te doen.
Impressie van Proxima Centauri, gezien vanaf het oppervlak van Proxima b. Door ESO/M. Kornmesser – https://www.eso.org/public/images/eso1629a/, CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=50868898.
Hoe we weten dat Proxima b bestaat, zonder dat we een transitie van de planeet hebben gezien? Goede vraag! Het antwoord is dat de planeet met een andere methode is gevonden, zonder transitie. Zoals bij de bekendmaking van de ontdekking in augustus dit jaar bleek hebben ze ‘m gevonden door de regelmatige schommelingen, die de planeet veroorzaakt bij de ster, bestudeerd met de HARPS-spectrograaf op de ESO 3,6-meter telescoop op La Silla in Chili. Hier het vakartikel over de waarnemingen aan Proxima Centauri. Bron: New Scientist.
Kleinschalige automatische medische diagnoses tegen een betaalbare prijs: het kan nu met behulp van een geminiaturiseerde biotechnische eenheid die eigenlijk ontworpen is voor het internationaal ruimtestation ISS. Een Belgisch bedrijf is erbij betrokken.
Het gaat om zogenaamde IVD of in vitro diagnostica, waarmee stalen van het menselijk lichaam zoals bloed, urine of weefsel buiten het lichaam worden onderzocht op het voorkomen van ziekten of infecties of om een diagnose te stellen van een medische toestand.
Dit wordt onder meer toegepast bij suikerziekte, kanker, hiv en aids, auto-immuunziekten, het testen van geneesmiddelen en infectieziekten.
Het aantal te testen stalen in de gezondheidszorg neemt alsmaar toe en daarom gaan laboratoria op zoek naar automatisering om de verwerkingscapaciteit te verhogen, de kwaliteit te verbeteren en om de stalen vlotter te kunnen manipuleren.
Vooral kleinere labo’s, die nog steeds manueel aan IVD doen, proberen de stap naar automatisering te zetten maar testapparatuur met hoge verwerkingscapaciteit is erg duur.
De oplossing? Die draait in een baan om de aarde!
De oplossing van het probleem blijkt uit een heel andere richting te komen
Dit is IC1805 Hartnevel (Heart nebula) welke ik afgelopen week (begin oktober 2016) gefotografeerd heb vanuit Dordrecht. Ik was zelf zo enthousiast over het resultaat dat ik niet kon wachten dit met jullie te delen. Ik ben nl. erg verbaasd wat je allemaal kan fotograferen vanuit Nederlands lichtvervuild gebied. Als je maar de tijd ervoor neemt om de telescoop en camera voldoende veel opnames te laten maken, krijg je best hele leuke, mooie resultaten.
De Hartnevel is een emissienevel in het sterrenbeeld Cassiopeia.De Hartnevel ligt op een afstand van ongeveer 7500 lichtjaar van de Aarde in de Perseusarm van de Melkweg.
Technische details van de foto:
Gebruikte apparatuur: Atik383l-camera met Ha-filter en Vixen ED114-telescoop met reducer op F4,2. (Zeer tevreden over deze combinatie van apparatuur. 🙂 ) Totaal opnametijd is bijna 6 uur (35 x 10 minuten om precies te zijn)
Ik heb ook met O3- en S2-filter gemaakt waarmee ik een zgn. false color foto in RGB-kleuren kan maken, maar dat kost even tijd om dat te gaan doen. Dus dat houden jullie nog tegoed om te bekijken.
De Melkweg en komeet Ikeya-Zhang boven het eerste Dark Sky park in Nederland, de Boschplaat op Oost-Terschelling. Credit: : Jan Karel Lameer / natuurmonumenten.
Het Nationaal Park Lauwersmeer is door de International Dark Sky Association (IDA) officieel uitgeroepen tot Dark Sky Park. Een Dark Sky Park is een gebied waar het donker is, waar de duisternis behouden blijft en waar bezoekers ’s nachts welkom zijn om die duisternis te beleven en de sterrenhemel te zien. De benoeming voor het Lauwersmeer is bijzonder, omdat Nederland een van de landen is met de meeste lichtvervuiling ter wereld. Het Lauwersmeergebied is het tweede dark-skypark van Nederland. Vorig jaar kreeg de Boschplaat op Terschelling dit predicaat al.
Sterren kijken
De provincie Groningen en Staatsbosbeheer hebbend de aanvraag samen ingediend. Gedeputeerde Henk Staghouwer: “We zijn blij dat we het predicaat in de wacht hebben gesleept. Naast de rust, de ruimte en de bijzondere natuur is de duisternis ook een belangrijke waarde van het Lauwersmeergebied.” Het predicaat helpt om de duisternis te koesteren en te beschermen. Dat is nodig, want veel dieren zijn afhankelijk van de nacht en hebben duisternis nodig om te kunnen leven. Het beleven van stilte en duisternis in de natuur is voor veel mensen bijzonder. Ook genieten mensen van een heldere sterrenhemel. Staghouwer: ”Het is nog weinig bekend, maar op sommige dagen is zelfs het Noorderlicht te zien in het Lauwersmeergebied.”
Lichtvervuiling
Echte duisternis wordt steeds zeldzamer, omdat overal in de Westerse wereld de nachtelijke verlichting toe neemt. Mens en natuur ondervinden hier schade van. Door buitenverlichting wordt de avond en nacht verkort. Mensen lijken duisternis nodig te hebben voor een goede nachtrust. Nachtelijk kunstlicht kan op veel manieren de levenscyclus en het gedrag van dieren beïnvloeden. Bijvoorbeeld vleermuizen gaan door te weinig duisternis minder eten zoeken.
Donkerste plekken op aarde
Met het Nationaal Park Lauwersmeer erbij heeft de IDA heeft wereldwijd nu 41 natuurparken en -reservaten aangeduid als Dark-Sky locatie. Daarvan liggen ongeveer de helft in de Verenigde Staten. Het Lauwersmeergebied is het tweede Dark Sky Park van Nederland. In 2015 kreeg de Boschplaat op Terschelling het predicaat als eerste van ons land.
Beleef de Dark Sky in het Lauwersmeer
Staatsbosbeheer organiseert vrijdag 14 oktober een ‘Ik ben niet bang in het donker-wandeling’ in het Nationaal Park Lauwersmeer, voor volwassenen en voor kinderen die laat mogen opblijven. Meer informatie en aanmelden. Bron: Staatsbosbeheer.
De Schiaparelli lander van de Europees-Russische ExoMars 2016 missie, op 14 maart dit jaar gelanceerd, zal op woensdag 19 oktober aanstaande om exact 16:48:11 uur Nederlandse tijd landen in het Meridiani Planum gebied bij de evenaar van Mars, de Rode Planeet. Bij de afdaling zal Schiaparelli met een snelheid van 21.000 km per uur de ijle atmosfeer van Mars binnenkomen en dan gebruik makend van z’n hitteschild, parachutes en motoren afremmen en zacht landen. Mmmm, voor de periode rond 29 oktober wordt een grote stofstorm op Mars voorspeld. Niet te hopen dat Schiaparelli daarin verzeild zal raken.
De Grote Magelhaanse Wolk, het grootste satellietstelsel van de Melkweg. Credit afbeelding: Eckhard Slawi.
De Grote Magelhaanse Wolk, het grootste satellietstelsel van de Melkweg, heeft wellicht ook zelf een satelliet: een kleine sterrencluster die als SMASH 1 door het leven gaat. Dit piepkleine satellietje heeft overigens een onzekere toekomst, aangezien SMASH 1 binnenkort [1]op kosmische schaal uiteraard – ze bedoelen in de komende miljard jaar aan stukken gescheurd zou kunnen worden door de zwaartekracht van de GMW.
Het vinden van zeer lichtzwakke objecten is een lastige zaak. Toch is het belangrijk om ernaar te speuren, omdat mini-satellietstelsels ons veel kunnen vertellen over de geschiedenis van ons melkwegstelsel. De laatste jaren zijn meerdere projecten opgestart met als doel het vinden van lichtzwakke satellieten van de Melkweg.
Eén van die projecten is de Survey of the Magellanic Stellar History of SMASH, die gebruikmaakt van de Dark Energy Camera aan boord van de CTIO Blanco telescoop in Chili om te speuren naar lichtzwakke satellieten in de omgeving van de Magelhaanse Wolken (er is namelijk nog een broertje van de GMW, die niet verrassend de Kleine Magelhaanse Wolk wordt genoemd).
De positie van SMASH 1 ten opzichte van de Grote Magelhaanse Wolk (links), de Kleine Magelhaanse Wolk (rechts) en een andere mini-satelliet van de Wolk. Credit: Martin et al. 2016.
Bij een recente studie hebben astronomen een zwak stersysteem gevonden, SMASH 1 gedoopt, de wellicht een satelliet van de GMW zou kunnen zijn. Uit een analyse gebleken dat SMASH 1 heel compact is, met een diameter van slechts 60 lichtjaar. Daarnaast blijkt het satellietje uit oude (13 miljard jaar) en metaalarme sterren te bestaan. Dat alles lijkt te suggereren dat SMASH 1 een bolvormige sterrenhoop is en geen sterrenstelsel.SMASH 1 bevindt zich op korte afstand van de GMW – “slechts” 42.000 lichtjaar er vandaan. De onderzoekers hebben berekend dat SMASH 1 gezien zijn huidige massa, grootte en afstand tot de GMW vermoedelijk bezig is om uiteengetrokken te worden door de getijdenkrachten van de GMW. Dit idee wordt ondersteunt door het feit dat SMASH 1 een ietwat uitgerekte vorm lijk te hebben, waarvan de as richting de GMW wijst – precies wat je zou verwachten als de Wolk aan SMASH 1 zou zitten trekken. De ontdekking van SMASH 1 heeft tot enkele interessante vraagstukken geleid. Zo is het een raadsel waarom SMASH 1 schijnbaar vele omlopen rond de GMW zonder kleerscheuren heeft overleefd. Om dit satellietje beter te begrijpen is het zaak om snelheidsmetingen te verrichten. Dit zal de wetenschappers in staat stellen om te bepalen of SMASH 1 inderdaad een satelliet is van de GMW of toch rondom de Melkweg draait. Bron: Royal Astronomical Society.
In mijn blogje van een dag of twee geleden betreffende mijn “kiekje” van de kleine Halternevel kondigde ik aan het eind ervan aan dat ik vanwege aanstormende kraakheldere nacht nummero “ben de tel kwijt” maar eens op jacht zou gaan naar de Helixnevel……maarre…..dat had natuurlijk moeten wezen “nog een keertje op jacht gaan naar de Helixnevel”…..want..eh…op zoek naar achtergrond-info over de Helixnevel kwam ik bij het “googelen” van de zoekterm “Helixnevel” zo ongeveer als eerste “hit” nota bene mijn eigen astroblogje van vorig jaar tegen betreffende mijn Helixnevel-foto-escapade met “Elfje”, mijn brave 11,5cm Newton. Hmmmm, vreemde gewaarwoording, hoor, om op zoek naar serious info op het internet jezelf tegen te komen! Maar goed…toch maar even gekeken “of die maffe meneertje Brandt nog iets te melden had”….enne….vooruit, het geschrevene was, geheel in de toegegeven kenmerkende breedsprakige stijl van “het beesie”, welliswaar geen blogje maar een blooogggggg, maar, al zeg ik het zelf, “best wel te hoegen. Blijkbaar is de maand Oktober de ideale en misschien wel de enige (??) periode om de Helixnevel uit de lucht te plukken, want dit vorige “Helixblogje” was gedateerd op 15 Oktober 2015! In dit uitvoerige Helixblogje zie ik mezelf geschreven hebben dat ik welliswaar bepaaldelijk niet ontevreden was over het “Elfen-helixje”….maar dat ik zeker ooit nog wel eens keertje een poging zou gaan wagen met mijn “normale astrofotografie-instrument”, de 20cm F6 Newton……enne…..zie hier, een jaartje later minus een paar daagjes, mijn astrofotografische inlossing van deze belofte.
In mijn vorige blogje schreef ik ook over het feit dat de Helixnevel vanwege zijn pieplage hoogte boven mijn boomrijke lichtvervuilde horizon, zelfs op een superheldere nacht (zoals deze nacht dus)…een verrekte lastig object is om “ongeschonden uit de lucht te plukken”….enne…ook met de 20cm Newton was dat dus het geval.
Wat mij deze keer echter tot mijn stomme verbazing voor de verandering nu eens heel erg meeviel, dat was het vinden van een fijne, makkelijke goedhelder bruikbare VOLGSTER….en dat zo akelig laag op die lichtvervuilde horizon!!!! Nu kan ik niet ontkennen dat eigenlijk alles aan zo’n avondje “mobiele astrofotografie” zowel fysiek als mentaal op z’n minst “pittig” genoemd kan worden…..zoveel verschillende dingen moeten elke keer opnieuw weer “kloppen” danwel weer kloppend gemaakt worden om uiteindelijk tot een beschaafd plaatje te komen. Zogezegd het vinden van een volgster en het volgen zelf was deze keer, voor de verandering, eindelijk eens echt een makkie…maar ja….dan heeft “astrofoto-murphy” toch altijd wel weer een ander pestgeintje in petto….zucht!
Nu is een van de plezante dingen der digitale (astro)fotografie dat je meteen na de opname “on the spot” EEN resultaat kunt zien……maarre, net zoals vorig jaar, schiet je soms met dat directe resultaat helaas toch effe geen ene bal op. Omdat de Helixnevel zo laag aan de lichtvervuilde horizon staat is het lokaliseren van dit object op de ouderwetse visuele methode welliswaar niet onmogelijk maar ook weer niet echt gemakkelijk…..en dus heb ik bij deze sessie (net zoals vorig jaar trouwens) gebruikt gemaakt van de GoTo-capaciteit van mijn EQ6 montering. In principe zou dit, zeker als je de EQ6 met drie sterren uitlijnt, tot een “spot on resultaat” moeten leiden….maar ja….VOORDAT ik minimaal een dik half uur in die gierende ijskouwe oostenwind al volgster-volgend “het wassen beeld” uit ga zitten hangen, wil toch wel effe graag weten “of dat ie er ECHT op staat”!! En zie hier toch wel een dik vet probleempje want (zie vorig blogje) ook nu weer is het directe “resultaat” op de display, na vijf minuten belichten, niets anders dan een compleet knalhelder WIT en compleet overbelicht (met dank aan de lichtvervuiling) plaatje met “hier en daar” net te onderscheiden een paar sterren….maarre…..waar het je uiteindelijk allemaal om te doen is…..van de Helixnevel….totaal geen spoor. Volledig weggevaagd door die akelige stortvloed “stoor-fotonen”…grrrrr.
EN TOCH, mits het GoTo-gebeuren ok is verlopen, zit er ergens in dat hopeloze knalwitte pruts-plaatje die stomme Helixnevel verborgen. Wat in zo’n geval als dit dan erg handig zou zijn, is dat je even een beeldbewerkings-programma op het plaatje zou moeten kunnen loslaten en daarmee, middels het oprekken van het contrast, het object zichtbaar maken…om dus echt te kunnen checken of “goed en in het midden van de foto staat” VOORDAT je aan het echte belichten begint. Ik weet eigenlijk niet hoe en of dat kan als je met een aan een laptop gekoppelde CCD camera bezig bent..of…dat modernere DSLR-camera’s deze “on the spot beeldbewerkings-optie” hebben…maarre…mijn nedrige (gemodificeerde) Canon 1000D instap-DSLR heeft dat in elk geval niet.
Wat ik uiteindelijk gegaan heb om “hemelpositionele zekerheid” te verkrijgen is het patroon van de, op de display nog net zichtbare, sterren te vergelijken met die van een gedetailleerde omgevingskaart van, in dit geval, de Helixnevel in combinatie met het feit dat ik meende toch heel…heel….heel..heel..zwak iets “rond en rood” te kunnen onderscheiden op die akelige letterlijk oogverblindende camera-display! Gelukkig bleek het GoTo-gedoe prima zijn werk gedaan te hebben want de helixnevel stond knalhard precies in het midden..joepie…..dat ik hierna bijkans mijn nek brak omdat ik, even niet oplettend al struikelend over die stomme/ozo handige stroomdraad, de stroomvoorziening naar de EQ6 eruit rukte…..ach, ik zal U de ten hemelen gebrulde, trust me, zeer kleurrijke tirade besparen! Bovendien had GoTo z’n werk gedaan en hoefde ik alleen maar de stroom er weer in te pluggen en te beginnen met fotograferen en volgen.
Vanwege het feit dat ik mijn volgrefractor heb vervangen voor een volgnewton….met het “business end” aan de bovenkant, kan ik tegenwoordig heel comfortabel gezeten op een klapstoeltje met kussentje dit (in)spannende volgwerk tot een goed en ergonomisch happy end brengen…zonder…pijn in de nek en/of aan de grond vastgevroren knie-en……EN DUS…..stonden die 6 subopnames van 5 minuten (ISO 1600) elk plus nog twee dark frames er in “no time op” en kon het hele afbreek en thuisreis-feest een aanvang nemen.
Wat ik dan wel weer een beetje..eh…”zuur” vind is het feit dat je aan het uiteindelijke plaatje niet kan zien hoeveel werk er eigenlijk in zit….want…het hele “buitenwerk” (vanaf het moment van inladen tot en met het na terugkeer nog schieten van een kudde “flatfields”) voor zo’n hemelplaatje neemt meestal zo’n dikke vier uur in beslag, maar eenzelfde hoeveelheid tijd gaat ook nog eens zitten in het zogenaamde “binnenwerk” in de vorm van het hele digitale beeldbewerkings/ontwikkel-proces….ofwel…..minimaal acht uur werk voor een velletje 10 x15 zwart fotopapier met hier en daar een paar witte puntjes en een “fuzzy blob” erop….Oeps, ben ik dan toch echt rijp voor de “witjassen” dat ik hier dan toch zo ongelofelijk happy mee ben en dat ik steeds maar weer terug wil gaan naar die mooie eeuwige hemelse jachtvelden “voor nog een plaatje”??? Ach, het zij dan maar zo…..!!!
Afgelopen woensdag is vanaf de ruimtebasis Kourou in Frans Guyana een Europese Ariane 5 raket gelanceerd, die enkele telecommunicatiesatellieten , zoals de Australische Sky Muster 2 Ka-band satelliet, in een geostationaire baan om de aarde heeft gebracht. Het is voor de achtereenvolgende 74e keer dat de Ariane 5 raket is gelanceerd en z’n lading in de ruimte heeft gebracht. De voorganger van de raket – de Ariane 4 raket, die in 2003 ‘met pensioen’ ging – kwam in totaal tot 74 succesvolle lanceringen, dus de opvolger zal dat aantal naar verwachting ruimschoots overtreffen. De ESA is inmiddels druk bezig om de opvolger van de Ariane 5 raket te bouwen, niet verrassend de Ariane 6 raket geheten. Die moet zo rond 2020 z’n ‘maiden’ vlucht gaan houden. De keychains van die te bouwen raket die zijn er al. Hieronder videobeelden van de lancering van de Ariane 5 afgelopen woensdag, …trois, deux une, top, allumage vulcan!