Stervende ster schiet kanonskogels het heelal in

Credit: NASA, ESA, and A. Feild (STScI)

Zoek dekking! Een stervende ster lijkt namelijk kanonskogels vol superheet plasma het heelal in te schieten, zo blijkt uit waarnemingen die verricht zijn door de Hubble-ruimtetelescoop. Dit stellaire spervuur vindt iedere 8,5 jaar plaats gedurende de laatste 400 jaar, zo schatten astronomen. De kanonskogels vormen een raadsel voor sterrenkundigen, aangezien deze nooit afkomstig kunnen zijn van de moederster V Hydrae.

Deze moederster is een opgeblazen rode reuzenster op een afstand van 1200 lichtjaar, die inmiddels de helft van z’n massa de ruimte in geblazen heeft. Dat is op zich niet vreemd: alle (min of meer) zon-achtige sterren doen dat aan het einde van hun leven. Het uitgestoten materiaal vormt dan een wonderlijk gekleurde nevel rondom de stervende ster, de zogenaamde planetaire nevel (die verwarrend genoeg helemaal niets met planeten te maken heeft!). Goed, maar het uitstoten van materiaal hoort niet in de vorm van plasmabollen te gebeuren, dus astronomen geloven niet dat de kanonskogels afkomstig zijn van V Hydrae zelf.

In plaats daarvan moet een, onzichtbare, begeleidende ster de boosdoener zijn. Astronomen vermoeden dat de begeleider iedere 8,5 jaar in een elliptische baan rond de rode reuzenster draait. Hierbij zal de begeleider periodiek de opgeblazen atmosfeer van V Hydrae binnentreden. Als gevolg hiervan zal de begeleider materiaal gaan opnemen, dat vervolgens een schijf rondom de begeleider zal vormen. Vervolgens worden de kanonskogels vanaf de schijf gelanceerd, al weten astronomen niet precies hoe. Wellicht dat ze de kop vormen van polaire straalstromen.

De ontdekking van de kanonskogels alias plasmaballen kan heel belangrijk zijn voor ons begrip van het ontstaan van planetaire nevels. Volgens de theorie zou zo’n nevel een relatief simpele bolvormige structuur moeten zijn, maar in werkelijkheid laten planetaire nevels meestal complexe structuren en een gigantische variëteit zien. Astronomen vermoeden al langer dat begeleiders hiervoor verantwoordelijk zijn. Bovendien zijn op hogeresolutie-foto’s van planetaire nevels soms “blobs” van materiaal zichtbaar, met een onduidelijke herkomst. Wellicht dat dit afgekoelde en uitgedijde ‘kanonskogels’ zijn? De toekomst zal het uitwijzen.Bron: Hubble.

Oeps, orkaan Matthew stevent recht op Kennedy Space Center in Florida af

Credit: National Hurricane Center

Orkaan Matthew heeft op 4 oktober grote schade aangericht op Haïti en Cuba – op dit moment bedraagt het dodental daar 140. En nu ligt de orkaan, die op de schaal van Saffir-Simpson van categorie 4 is, op koers richting Florida, de Amerikaanse staat waar aan de kust onder andere het Kennedy Space Center en Cape Canaveral Air Force Station liggen. President Obama heeft inmiddels de noodtoestand uitgeroepen, want de verwachting is dat dit de zwaarste storm gaat worden die de staat in meer dan tien jaar heeft getroffen. De vrees is dat ook Kennedy Space Center getroffen gaat worden door Matthew. De lanceerplatforms van de NASA (totale geschatte kosten van de bouw: $ 11 miljard) zijn daar gebouwd vanwege de nabijheid van de zee, zodat de rakettrappen in zee konden storten, en omdat het een dunbevolkt gebied is. De komst van Matthew toont de achilleshiel van Kennedy Space Center aan, het gebied staat bloot aan tropische stormen en orkanen die vanuit de Atlantische Oceaan die kant uit komen. Dat bleek al in 2004, toen categorie 2 orkaan Frances het gebied teisterde en duizenden panelen van het enorme Vehicle Assembly Building (VAB) vlogen, een schade van honderden miljoenen dollars opleverend (zie foto hieronder).

Het VAB gebouw na de orkaan Frances in 2004. Credit: Wikimedia

Toen in 2012 orkaan Sandy op meer dan 300 km passeerde werden grote stukken duin bij het Kennedy Space Center weggeslagen, ook weer met miljoenen dollars schadepost. En nu dan orkaan Matthew in aantocht. Weerkundige Jeff Masters heeft al laten weten dat hij denkt dat de orkaan vrijdag recht over KSC zal gaan. Hieronder de voorspelde route die de orkaan zal afleggen, ongeveer de kustlijn van Florida volgend.

De zogeheten Kennedy’s Orbiter Processing Facilities op KSC zijn bestand tegen windsnelheden tot 170 km per uur, het VAB kan 185 km/u aan en de nieuwste gebouwen van de NASA daar zijn ontworpen om 210 km/u aan te kunnen. Een orkaan van categorie 3 kan tot 178 km/uur komen, categorie 4 tot 250 km/u. Ter voorbereiding op de komst van orkaan Matthew is op Cape Canaveral Air Force Station de zogeheten “HURCON II” toestand ingegaan, waarbij alle niet dringend aanwezige personeel is geëvacueerd en de activiteiten zijn gestaakt. Kennedy Space Center is vanochtend HURCON I ingegaan, een iets lichter regiem. Bron: Gizmodo + NASA..

Best interessant, dat U.S. Patent Number 3.751.727, gedeponeerd op 5 augustus 1968

Credit: NASA

Ik besteed niet zo vaak aandacht aan gepatenteerde dingen, maar over U.S. Patent Number 3.751.727, gedeponeerd op 5 augustus 1968, moet ik wel even iets zeggen. Ik kwam ‘m van de week op Twitter tegen en wat bleek het geval: U.S. Patent Number 3.751.727 gaat over het Apollo ruimtepak, het pak dat door de astronauten van de Apollo missies gedurende hun maanreizen én op de maan tijdens de maanwandelingen werd gebruikt. Tsjonge, een ruimtepak dat gedeponeerd is als patent. Uitvinders van het pak: Leonard F. Shepard, George P. Durney, Melvin C. Case, A. J. Kenneway, Robert C. Wise, Dixie Rinehart, Ronald J. Bessette en tenslotte Richard C. Pulling, dan weet je ’t. Zouden ze de Saturnus V raket en de Apollo maanlanders ook gedeponeerd hebben? Wie ’t weet mag het zeggen. Bron:

De kleine Halternevel (M76) vanuit de Prov…eh..vanuit de Biesbos

M76 Halternevel in het sterrenbeeld Vosje

Een hoge drukgebied boven Scandinavië, een kurkdroge straffe noordoosten wind, Paul en zijn “trawanten” op Astrokamp in het zonnige heldere zuiden van La Douce France…EN…. Het, door diezelfde Paul deze week bij alle geheime diensten geritselde, “meteorologisch uitreisverbod” jegens uw nedrig schrijver dezes stevig van kracht…..ofwel…. voor deze lone and local astro-ranger DE ideale ingredienten voor een ideaal weekje “fuzzy blob-hunting” op eeuwige hemelse jachtvelden der dordtse Biesbos. Zoals U weet heeft “iemand” ooit gezegd dat “elk nadeel ook een fordeel hept”…enne..noem het bijgeloof..maarre….er lijkt  zowaar een heus patroon te zitten in het feit dat ondergetekende, vanwege zijn (na meerdere zeiknatte exotische astrovakantie-miskleunen) bewezen “meteo-jinxed-heid” tijdens zijn verplichte “astro-huisarrest” wel altijd precies in die bewuste week van die bewuste Astrovakantie zijn beste waarneem-periode van het jaar thuis mee mag maken!! Ofwel…..dit is nu al de derde keer dat als de “jongens” zich kostelijk amuseren in de Provence, deze jongen achtermalkander de één na de andere “fieldday (night?!)” mag meemaken, maar dan “ietsje dichter bij huis”….Eh..ok, maf….maar…een “offer” welke  ik graag wil maken, hoor!!!

En dus…..gisteravond fris en fruitig op astropad geweest en ter plekke besloten om de kleine Halternevel maar eens lekker op de korrel te nemen. De kleine Halternevel (Messier 76) gelegen in het sterrenbeeld Perseus is een kleine zogenaamde bipolaire planetaire nevel gelegen op een afstandje van zo’n 2500 lichtjaar met een werkelijke diameter van ongeveer 1,5 lichtjaar. Planetaire nevels, de eindstadia van lichte sterren, sterren zoals onze zon, komen voor in een paar “smaakjes”…….Ze kunnen in hun stervensproces hun buitenste lagen in een bolschil afstoten maar je hebt er ook die dit doen in de vorm van een zandloper….de bipolaire planetaire nevel. Bij deze “smaak” is de vorm  van de planetaire nevel die wij waarnemen veel grilliger dan bij de “bolschil-smaak” en afhankelijk van de stand waarop de planetaire nevel zich aan ons nedrige Aardbewoners toont. Op mijn gisteren geschoten opname is met enige fantasie net iets van die grillige bipolariteit te zien. Had ik “meer” gewild…dan had ik natuurlijk langer moeten belichten en zo…maarre…..na 6 x 5 minuten belichten en met de hand volgen (ik weet het..laat de “witjassen” maar komen, maar ik  vind dat gewoon nog steeds zo leuk!!!) was  ik het en zat en meer dan tevreden!!

Er circuleren over de visuele zichtbaarheid de kleine Halternevel betreffende nogal wat “doem-verhalen” in astroland…..Volgens die “doem-verhalen” zou M76 tot één van de moeilijkst waarneembare objecten uit de messierlijst behoren…maarre….ik moet zeggen, nadat ik deze nevel meerdere malen heb mogen aanschouwen,  ik dat persoonlijk heel erg mee vind vallen. M76 ziet er uit zoals de naam inpliceert….een minder heldere kleine kopie van de beroemde (grote) Halternevel (M27) in het zomersterrenbeeeld Vosje. Ik zou zo zeggen neem zelf eens een kijkje, fotografisch danwel visueel!! Zo….en nu….op jacht naar de Helixnevel…wish me luck!!

 

Nieuwe oorzaak gevonden voor type Ia supernova’s?

Supernova 1994D in NGC 4526
© NASA/ESA

Astronomen hebben een nieuwe manier gevonden om een witte dwergster, het dode restant van een zonachtige ster, tot ontploffen te brengen. Dit is belangrijk, aangezien het ons meer kan vertellen over hoe type Ia supernovae precies ontstaan.Een type Ia supernova ontstaat wanneer een witte dwergster kaboem zegt en dit soort explosies zijn heel belangrijk voor zowel de natuurkunde als de kosmologie. De studie naar de lichtkracht van type Ia supernovae heeft ons namelijk doen beseffen dat het heelal versnelt uitdijt en heeft ons op het spoor gebracht van donkere energie. Maar hoe ontploft een witte dwerg eigenlijk? Want dat ‘hoort’ eigenlijk niet te kunnen.De makkelijkste manier om een type Ia supernova te ‘veroorzaken’ is door twee witte dwergen op elkaar te laten knallen. Maar binaire stelsels waarvan beide componenten een witte dwerg zijn, zijn zeldzaam. Er moet dus meer aan de hand zijn. Een andere manier waarop een type Ia supernova veroorzaakt kan worden is doordat een witte dwerg materiaal aantrekt van een begeleidende ster op de hoofdreeks (zeg maar een “normale” ster met waterstoffusie in de kern). Als het materiaal dat door de witte dwerg gestolen is een bepaalde kritieke massa bereikt heeft, zal de witte dwerg ook kaboem zeggen.Overigens wordt in beide gevallen géén neutronenster of zwart gat gevormd, zoals bij een type II supernova wél het geval is. Bij een type Ia supernova is de explosie dusdanig gewelddadig, dat de gehele witte dwerg aan stukken wordt geblazen. Okee, tot zover geen nieuws. Natuurkundigen zijn echter aan het rekenen geslagen, in de hoop nieuwe zaken omtrent type Ia supernovae aan het licht te brengen. En als de berekeningen ons niet voor de gek houden, hebben ze een geheel nieuwe methode gevonden om een witte dwerg te detoneren!

Kijk, witte dwergen zijn ballen van degeneratieve materie (wat dat precies is, is een heel verhaal, dat beter een eigen blogje verdient) ter grootte van de aarde die kunnen “wiebelen” of oscilleren. Stel nou dat twee witte dwergen om elkaar heen draaien. Hierbij zullen de dwergen zwaartekrachtgolven gaan uitzenden en zo energie verliezen. Als gevolg hiervan zullen de witte dwergen naar elkaar toe spiraliseren. Hierbij zullen ze elkaars oscillaties gaan versterken. Met andere woorden: hoe korter de onderlinge afstand, hoe sterker de frequentie van het “schudden”. Op een gegeven moment zal die frequentie hetzelfde worden als de oscillatie-frequentie van ten minste één van de witte dwergen. Als dat gebeurd zal een fenomeen plaatsvinden dat een resonantie wordt genoemd. Dat kan gevisualiseerd worden door een kind op een schommel. Als je het kind steeds op het juiste moment duwt, in overeenstemming met de natuurlijke interval of frequentie van de schommel, zal het kind steeds hoger komen.Bij een witte dwerg kan iets soortgelijks plaatsvinden, waarbij door de resonanties dusdanig veel energie in de dwerg wordt gedumpt dat deze explodeert – nog vóórdat hij in aanraking is gekomen met de andere dwerg. Goed, zo luidt het model. De onderzoekers gaan nu proberen hier waarneembaar bewijs voor te verzamelen. Bron: American Museum of National History

Handtekening voor ‘zwarte-gatentelescoop’ in Namibië

Simulatie van de ‘schaduw’ van een zwart gat. (Radboud Universiteit Nijmegen).

De eerste foto van een zwart gat. Die willen Heino Falcke en zijn collega astrofysici van de Radboud Universiteit graag op hun naam schrijven. Om deze ambitie waar te maken is de bouw van een radiotelescoop in zuidelijk Afrika nodig. Op 4 oktober ondertekende collegevoorzitter Gerard Meijer van de Radboud Universiteit in Windhoek een overeenkomst met de universiteit van Namibië (UNAM) als de start van de samenwerking voor het Africa Millimetre Telescope-project. De AMT wordt ontworpen als een radiotelescoop met een doorsnede van 15 meter die gevoelig zal zijn in het millimetergolflengtegebied. De telescoop zal voor de nodige uitbreiding van het netwerk van radiotelescopen over de hele wereld zorgen, en daarmee de gevoeligheid van het hele systeem significant verbeteren. De bedoeling is om deze telescoop samen met UNAM te bouwen en te exploiteren. Zo zal het project de ontwikkeling van de Afrikaanse astronomie stimuleren en voor lokale werkgelegenheid zorgen. Voor de bouw van de AMT wordt private financiering gezocht. De locatie is al gevonden: de Gamsberg, een tafelberg van 2350 meter hoogte in een kurkdroge (dus heldere) omgeving. De Gamsberg is in bezit van het Max-Planck Gesellschaft en bestemd voor de bouw van een telescoop. Bron: Radboud Universiteit.

ESO’s ‘stofzuiger’ onthult verborgen sterren

VISTA ziet Messier 78. Credit: ESO.

Op deze nieuwe opname van de nevel Messier 78 geven jonge sterren hun omgeving een blauwachtige gloed, terwijl rode sterren-in-wording zich aan hun cocons van kosmisch stof proberen te ontworstelen. Voor onze ogen zouden de meeste sterren verscholen gaan achter het stof, maar ESO’s Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy (VISTA) ziet nabij-infrarood licht, dat dwars door het stof heen gaat. De telescoop fungeert als een reusachtige stofzuiger waarmee astronomen diep in het hart van de nevel kunnen doordringen.

Messier 78, of M78, is een goed onderzocht voorbeeld van een reflectienevel. Hij bevindt zich op een afstand van ongeveer 1600 lichtjaar in het sterrenbeeld Orion, eventjes linksboven de drie sterren die de ‘gordel’ van deze bekende figuur aan de hemel vormen. Op deze foto vertoont M78 zich als de blauwe gloed in het midden; de reflectienevel rechts ervan staat bekend als NGC 2071. De ontdekking van M78 wordt toegeschreven aan de Franse astronoom Pierre Méchain. Maar zijn aanduiding verwijst naar een andere Franse astronoom, Charles Messier, die het object in december 1780 toevoegde aan zijn catalogus van nevelachtige hemelobjecten.

Messier 78: een reflectienevel in Orion. Credit:
ESO, IAU and Sky & Telescope

Wanneer M78 wordt waargenomen door instrumenten die zichtbaar licht registreren, zoals de Wide Field Imager van de ESO-sterrenwacht op La Silla, vertoont deze zich als een gloeiende, azuurblauwe nevel die omringd is door donkere slierten (zie eso1105). Kosmisch stof weerkaatst en verstrooit het licht dat wordt uitgestraald door de jonge, blauwachtige sterren in het hart van M78. Vandaar dat dit object een reflectienevel wordt genoemd. De donkere slierten zijn dikke wolken van stof die het zichtbare licht van alles wat zich daarachter bevindt tegenhoudt. Deze dichte, koude gebieden zijn uitstekende locaties voor de vorming van nieuwe sterren. Wanneer M78 en zijn buren worden waargenomen in submillimeterlicht, dat het midden houdt tussen radiogolven en infrarood licht – bijvoorbeeld met de Atacama Pathfinder Experiment (APEX) telescoop – dan vertonen zij de gloed van stofconcentraties die nauwelijks warmer zijn dan hun extreem koude omgeving (zie eso1219). Uiteindelijk zullen deze concentraties onder invloed van de zwaartekracht samentrekken en opwarmen, waardoor nieuwe sterren ontstaan.

Vergelijking tussen delen van M78 en omgeving in zichtbaar en infrarood licht. Credit:
ESO/Igor Chekalin

Tussen zichtbaar en submillimeterlicht ligt het nabij-infrarode deel van het spectrum, waar de Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy (VISTA) astronomen van cruciale informatie voorziet. VISTA maakt de heldere stellaire bronnen zichtbaar die zich achter de stofrijke reflecties en de meest doorschijnende delen van de donkere slierten bevinden. In het midden van deze foto staan twee helder stralende superreuzensterren, die HD 38563A en HD 38563B worden genoemd. Rechts daarvan zien we de superreus HD 290861, die de naburige nevel NGC 2071 doet oplichten.

Naast grote, blauwe, hete sterren ziet VISTA ook veel sterren-in-wording die ontstaan uit het kosmische stof waarmee dit gebied bezaaid is. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun rode en gele tinten. Deze kleurrijke onvolgroeide sterren zijn te vinden in de stofbanden rond NGC 2071 en langs het stofspoor dat zich op deze foto naar links uitstrekt. Sommige van hen zijn T Tauri-sterren. Ondanks dat ze vrij helder zijn, zijn ze nog niet heet genoeg om kernfusiereacties in hun kernen op te starten. Pas over tientallen miljoenen jaren zullen zij volwassen zijn en hun plaats innemen tussen hun stellaire zusjes die M78 laten gloeien. Bron: ESO.

Fermi ontdekt binair gammasysteem in nabij sterrenstelsel met record aan helderheid

Supernova restant DEM L241, met omcirkeld het binaire systeem LMC P3. Credits: NASA’s Goddard Space Flight Center

Met de Fermi ruimtesatelliet van de NASA, waarmee men gammastraling uit het heelal kan detecteren, is door een internationaal team van sterrenkundigen in de Grote Magelhaense Wolk, een dwergsterrenstelsel die een begeleider is van onze Melkweg, een binair systeem ontdekt, die een record hoeveelheid gammastraling uitzendt. Het systeem heet LMC P3 (LMC komt van de ‘Large Magellanic Cloud’) en hij bestaat uit een gewone ster en een neutronenster of een zwart gat, die in een periode van 10,3 dagen om elkaar heen draaien. LMC P3 is gelegen in DEM L241, een supernova restant in de Grote Magelhaense Wolk, 163.000 lichtjaar van de aarde verwijderd – hierboven zie je dat restant en het binaire systeem is omcirkeld. Op de plek van LMC P3 zagen ze in 2012 met de Chandra ruimtetelescoop al een heldere röntgenbron – zie deze blog daarover – en werd deze gelabeld als een zogeheten high-mass X-ray binary (HMXB). Verder onderzoek in 2015 met een bataljon aardse telescopen en met de Fermi ruimtetelescoop bracht vervolgens aan het licht dat de twee componenten van het systeem in 10,3 dagen om elkaar heen draaien en dat de ster héél erg zwaar is, tussen 25 en 40 keer de zonsmassa, en héél heet, z’n temperatuur is 33.000 graden. Hieronder een grafiek, waarin de gemeten lichtcurve van LMC P3 te zien is, een curve waarin de periode van 10,3 dagen goed naar voren komt.

Credits: NASA’s Goddard Space Flight Center

Van binaire systemen, waarbij de compacte component (neutronster of zwart gat) zeer energierijke gammastraling uitzendt zijn er niet veel bekend. Fermi heeft er in ons eigen Melkwegstelsel maar vijf ontdekt. LMC P3 is de eerste die ontdekt wordt buiten de Melkweg en rekening houdend met de afstand is het ook gelijk de meest lichtkrachtige, een nieuwe recordhouder. Omdat we niet weten wat de inclinatie van het binaire systeem is (d.w.z. onder welke hoek we het systeem bekijken) is op dit moment niet duidelijk of we te maken hebben met een neutronenster of zwart gat. Het vreemde is dat op het moment dat de gammastraling van het systeem het meest krachtig is, dat de andere straling die van LMC P3 afkomstig is (röntgen-, optisch en radiostraling) dan het minst krachtig is – en omgekeerd. Hieronder een video over de waarnemingen gedaan aan LMC P3.

Op 1 oktober verscheen een vakartikel in The Astrophysical Journal over LMC P3. Bron: NASA.