Op verre exoplaneet regent het edelstenen

Credit: Mark Garlick/University of Warwick

Bewolkt met kans op edelstenen. Zo zou het weerbericht kunnen luiden op de superplaneet HAT-P-7b, die zich bevindt op een afstand van 1000 lichtjaar vanaf de aarde. De planeten in het zonnestelsel laten een grote verscheidenheid aan weertypes zien, zoals de stofduivels op Mars, de Grote Rode Vlek op Jupiter en de merkwaardige hexagonale storm op Saturnus. Maar hoe zit het met planeten buiten het zonnestelsel?  Helaas laat de grote onderlinge afstand tot de aarde het niet toe om hun weersverschijnselen en detail te bestuderen – nog niet, in ieder geval. Maar bij de planeet HAT-P-7b is het toch een beetje gelukt. Deze planeet is 40 procent groter dan Jupiter en wordt geroosterd tot temperaturen van 1900 graden Celsius. Dat is niet verwonderlijk: de planeet voltooit in slechts twee dagen één omloopbaan rond de moederster. Ook wijst de planeet altijd met dezelfde wijze naar zijn zon. Dat betekent dat de ‘voorkant’ van de planeet geblakerd wordt, terwijl het op de ‘achterkant’ iets aangenamer is (maar nog altijd ruim boven de 1000 graden). De temperatuur aan de voorkant is hoog genoeg om zelfs de meest geharde mineralen te laten verdampen. Aan de achterkant van de planeet zal het materiaal weer condenseren tot wolken. Maar niet zomaar wolken: berekeningen hebben uitgewezen dat deze wolken deels gemaakt kunnen zijn van corundum, hetzelfde materiaal waarvan saffieren en robijnen gemaakt zijn. Vergeet de Grote Rode Vlek – dít is pas extreem weer!

Bron: New Scientist

Het hexagoon van Saturnus in adembenemend detail

Credit: NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute

Vorige week is de ruimtesonde Cassini begonnen met het één na laatste gedeelte van zijn uiterst succesvolle missie. Dit gedeelte staat in het teken van de zogenaamde Ring-grazing orbits, waarin Cassini meerdere keren vlak langs de ringen zal scheren, om vervolgens steeds weer hoog boven het noordelijke halfrond van Saturnus uit te komen. NASA heeft een reeks foto’s gepubliceerd waarin het bizarre hexagoon boven de noordpool van de planeet heel goed in beeld komt. Over een paar maanden zal de zogenaamde Grand Finale beginnen, waarbij Cassini de meest gedetailleerde foto’s ooit zal maken van de ringen van Saturnus en enkele van diens kleine manen. In september 2017 zal de ruimtesonde dan zijn einde tegemoet duiken en vernietigd worden door het inwendige van Saturnus. Het is bedoeling dat Cassini vlak voor het einde nog gegevens zal doorsturen over de atmosfeer van de op één na grootste planeet in het zonnestelsel. Maar zover is het nog niet: voorlopig zal Cassini ons kunnen blijven prikkelen met zijn adembenemende foto’s 🙂

Credit: NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute

Credit: NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute

Bron: New Scientist

Rondtollend superzwaar zwart gat slokt ster op

Close-up van een ster nabij een superzwaar zwart gat (artist’s impression). Credit:ESO, ESA/Hubble, M. Kornmesser

Een buitengewoon heldere punt van licht in het verre heelal, met de aanduiding ASASSN-15lh, werd beschouwd als de helderste supernova-explosie die ooit is waargenomen. Maar nieuwe waarnemingen vanuit diverse sterrenwachten, waaronder ESO, hebben deze interpretatie in twijfel getrokken. Een team van astronomen suggereert nu dat de oorzaak een nog veel extremer en zeldzamer verschijnsel was: een snel ronddraaiend zwart gat dat een passerende ster aan flarden heeft getrokken.

In 2015 detecteerde de All Sky Automated Survey for SuperNovae (ASAS-SN) een verschijnsel, ASASSN-15lh genoemd, dat als helderste supernova aller tijden de boeken in ging. Het werd ondergebracht in de categorie van ‘superheldere supernova’ – de explosie van een extreem massarijke ster die aan het einde van zijn leven is gekomen. De explosie was twee keer zo helder als de vorige recordhouder en op zijn hoogtepunt zelfs twintig keer zo helder als al het licht van de hele Melkweg bij elkaar.

Een internationaal team, onder leiding van Giorgos Leloudas van het Weizmann Institute of Science, Israël, en het Dark Cosmology Centre, Denemarken, heeft nu aanvullende waarnemingen gedaan van het verre sterrenstelsel, op ongeveer 4 miljard lichtjaar van de aarde, waarin de explosie plaatsvond. Daarbij zijn de astronomen tot een nieuwe verklaring voor deze uitzonderlijke gebeurtenis gekomen.

Superzwaar zwart gat met een aan flarden getrokken ster (artist’s impression). Credit:ESO, ESA/Hubble, M. Kornmesser

We hebben de bron in de tien maanden na de gebeurtenis waargenomen en zijn tot de conclusie gekomen dat de verklaring waarschijnlijk niet moet worden gezocht bij een buitengewoon heldere supernova. Onze resultaten wijzen erop dat het verschijnsel is veroorzaakt door een snel rondtollend superzwaar zwart gat dat een lichte ster heeft verwoest,’ legt Leloudas uit.

Volgens dit scenario is een zonachtige ster in het centrum van het sterrenstelsel te dicht in de buurt van het daar aanwezige superzware zwarte gat gekomen en door diens extreme gravitationele krachten aan flarden getrokken – een zogeheten tidal disruption event. Bij een gebeurtenis van dit type, waarvan er pas een stuk of tien zijn waargenomen, wordt de ster tot een lange sliert ‘spaghetti’ uit elkaar getrokken. Bij dat proces ontstaan talrijke schokgolven en wordt de naar het zwarte gat toe stromende stermaterie extreem heet. Het gevolg is een intense uitbarsting van licht die op een zeer heldere supernova-explosie lijkt, maar dat niet was, omdat de ster in kwestie niet genoeg massa had om in zijn eentje een supernova-explosie te kunnen veroorzaken.

Het team baseert zijn nieuwe conclusies op waarnemingen met een scala aan telescopen, zowel op aarde als in de ruimte, waaronder de Very Large Telescope van de ESO-sterrenwacht op Paranal, de New Technology Telescope van de ESO-sterrenwacht op La Silla en de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA [1]Naast gegevens van de ESO’s Very Large Telescope, de New Technology Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA heeft het team ook gebruik gemaakt van waarnemingen van NASA’s Swift … Continue reading. De waarnemingen met de NTT zijn gedaan in het kader van de Public ESO Spectroscopic Survey of Transient Objects (PESSTO).

Er zitten allerlei los van elkaar staande aspecten aan de waarnemingen die erop wijzen dat dit verschijnsel inderdaad een tidal disruption is geweest en niet een superheldere supernova,’ verklaart medeauteur Morgan Fraser van de Universiteit van Cambridge, VK (inmiddels verbonden aan University College Dublin, Ierland).

In het bijzonder hebben de gegevens uitgewezen dat het verschijnsel in de loop van de tien maanden van vervolgwaarnemingen drie afzonderlijke stadia heeft doorlopen. Al met al heeft de gebeurtenis meer weg van een tidal eruption event dan van een superheldere supernova. Zowel de waargenomen opleving van de helderheid in het ultraviolet als een toename van de temperatuur maakt het minder waarschijnlijk dat het een supernova is geweest. Bovendien is de plek des onheils – een rood, massarijk en inactief sterrenstelsel – niet bepaald de plaats waar je een superheldere supernova-explosie verwacht. Normaal gesproken voltrekken die zich in blauwe, sterren vormende dwergstelsels.

Hoewel het team zegt dat het onwaarschijnlijk is dat het een supernova is geweest, moeten de astronomen ook erkennen dat het verschijnsel ook niet volledig past in het klassieke beeld van een tidal eruption event. Teamlid Nicholas Stone van Columbia University, VS, licht dat toe: ‘Het tidal eruption event zoals wij die voorstellen kan niet worden verklaard met een niet-roterend superzwaar zwart gat. Volgens ons is ASASSN-15lh veroorzaakt door een zeer specifiek soort zwart gat.

De massa van het moederstelsel impliceert dat het superzware zwarte gat in zijn centrum minstens 100 miljoen keer zoveel massa heeft als de zon. Een zwart gat van deze massa zou normaal gesproken niet in staat moeten zijn om sterren buiten zijn waarnemingshorizon – de grens waarbinnen niets meer in staat is om aan zijn zwaartekrachtsaantrekking te ontsnappen – aan flarden te trekken. Als het zwarte gat echter van het soort is dat snel om zijn as tolt – een zogeheten Kerr-zwart gat – verandert dat de zaak. In dat geval is die beperking niet van toepassing.

Zelfs met alle verzamelde gegevens kunnen we niet met 100% zekerheid zeggen dat ASASSN-15lh een tidal eruption event was,’ concludeert Leloudas. ‘Maar het is verreweg de meest waarschijnlijke verklaring.’ Bron: ESO.

References[+]

References
1 Naast gegevens van de ESO’s Very Large Telescope, de New Technology Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA heeft het team ook gebruik gemaakt van waarnemingen van NASA’s Swift telescope, de Las Cumbres Observatory Global Telescope (LCOGT), de Australia Telescope Compact Array, ESA’s XMM-Newton, de Wide-Field Spectrograph (WiFeS) en de Magellan Telescope.

Jupiter was vermoedelijk vroeg “af”

Credits: NASA/JPL-Caltech/SwRI/MSSS

Een nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat Jupiter heel vroeg “af” moet zijn geweest. Het blijkt dat de planeet binnen vijf miljoen jaar na het ontstaan van de eerste vaste stoffen in het zonnestelsel zijn huidige grootte moet hebben bereikt.

Wetenschappers denken al jaren dat Jupiter niet op zijn huidige positie is ontstaan, maar ook dichterbij de zon moet hebben gestaan. Vandaar dat Mars veel kleiner is dan modellen van planetaire accretie voorspeld hebben – een flink deel van het materiaal is opgezogen door Jupiter, zodat er (te) weinig overbleef voor Mars.

Door te kijken naar een speciale klasse van meteorieten die CB-chondrieten genoemd worden, heeft men vastgesteld dat Jupiter vijf miljoen jaar na het ontstaan van de eerste stoffen ongeveer zijn huidige massa bereikt moet hebben. Bovendien moet Jupiter rond die tijd op de locatie gestaan hebben van de huidige planetoïdengordel.

Chondrieten bevatten zogenaamde chondrulen – kleine pakketjes die gemaakt zijn van voorheen gesmolten materialen. Dergelijke chondrulen kunnen allerlei leeftijden hebben, maar dat geldt niet voor CB-chondrulen – die hebben allemaal dezelfde leeftijd, zo’n vijf miljoen jaar na het ontstaan van de eerste vaste stoffen. Daarnaast bevatten dergelijke meteorieten speciale chondrulen die lijken te zijn opgebouwd uit ijzerdeeltjes die eerst verdampt zijn en daarna weer gecondenseerd. Om meteorieten met voldoende snelheid op elkaar te laten knallen om ijzer te laten verdampen, is een gigantische “krachtbron” nodig. Het blijkt dat de zwaartekracht van Jupiter voldoende is! Dat betekent dat Jupiter op het moment van het ontstaan van de CB-chondrulen “af” moet zijn geweest én op de locatie van de planetoïdengordel hebben gestaan!

Deze bevinding komt mooi overeen met de voorspellingen van het zogenaamde Grand Tack scenario (Tack is een begrip uit de zeilwereld en kan vertaald worden als “overstag”). Volgens dit scenario is Jupiter in het buiten-zonnestelsel ontstaan en vervolgens naar binnen gemigreerd door interacties met het restant van de planeetvormende schijf rond de zon. Normaal gesproken zou dit geleid hebben tot een Hete Jupiter, maar gelukkig (voor ons) heeft Saturnus daar een stokje voor gestoken. Zodra Jupiter de locatie van de planetoïdengordel had bereikt, had Saturnus zijn huidige massa bereikt en heeft hij Jupiter met zijn zwaartekracht weer naar buiten getrokken.

Bron: Brown University

Verlindes nieuwe theorie voor het eerst getest met zwaartekrachtlenzen

De zwaartekracht van sterrenstelsels kromt de ruimte, waardoor het licht dat door deze ruimte reist wordt afgebogen. Dit afgebogen licht stelt astronomen in staat om de zwaartekrachtverdeling rondom deze sterrenstelsels te meten, zelfs tot een afstand die honderd keer groter is dan het sterrenstelsel zelf. Credit: APS/Alan Stonebraker; galaxy images from STScI/AURA, NASA, ESA, and the Hubble Heritage Team.

Een team onder leiding van de Leidse astronoom Margot Brouwer heeft voor het eerst de nieuwe theorie van de Amsterdamse theoretisch natuurkundige Erik Verlinde getest door middel van de lenswerking van zwaartekracht. Brouwer heeft de zwaartekracht rond meer dan 33.000 sterrenstelsels gemeten om Verlindes voorspelling te toetsen. Ze concludeert dat Verlindes theorie goed overeenkomt met de waargenomen zwaartekrachtverdeling. De resultaten zijn geaccepteerd voor publicatie in het Britse vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

De zwaartekracht van sterrenstelsels kromt de ruimte, waardoor het licht dat door deze ruimte reist wordt afgebogen, net als door een lens. Achtergrond-sterrenstelsels die ver achter een voorgrond-sterrenstelsel (de lens) staan, lijken daardoor iets vervormd. Dit effect kan worden gemeten om zo de verdeling van zwaartekracht rondom een voorgrond-sterrenstelsel te bepalen. Op afstanden tot honderd keer de straal van het sterrenstelsel meten astronomen echter veel meer zwaartekracht dan Einsteins zwaartekrachttheorie kan verklaren. Deze theorie klopt alleen wanneer er onbekende, onzichtbare deeltjes, zogeheten donkere materie, worden toegevoegd
Erik Verlinde claimt nu dat hij met zijn alternatief voor Einsteins theorie niet alleen het mechanisme achter de zwaartekracht verklaart, maar ook de herkomst van deze mysterieuze extra zwaartekracht in en rondom sterrenstelsels, die astronomen momenteel toeschrijven aan donkere materie. Verlindes nieuwe theorie voorspelt hoeveel zwaartekracht er moet zijn, enkel op basis van de massa van de zichtbare materie.

Brouwer berekende de door Verlinde voorspelde hoeveelheid zwaartekracht van 33.613 sterrenstelsels, op basis van hun zichtbare massa. Ze vergeleek deze voorspelling met de waarnemingen van de zwaartekrachtverdeling door middel van lenswerking, om zo Verlindes theorie te testen. Haar conclusie is dat Verlindes voorspelling goed overeenkomt met de waargenomen zwaartekrachtverdeling, maar ze benadrukt dat ook donkere materie de extra zwaartekracht kan verklaren. De massa van de donkere materie-wolk is echter een vrije parameter, die aan de waarneming moet worden aangepast. Wat Verlindes theorie onderscheidt is dat hij een directe voorspelling geeft, zonder vrije parameters.

Omdat Verlindes nieuwe theorie veel waarnemingen nog níet kan verklaren, is het bestaan van donkere materie zeker niet ontkracht. De theorie is momenteel alleen toepasbaar op geïsoleerde, bolvormige, statische systemen, terwijl het heelal een dynamisch en mplex geheel is. Brouwer: “De vraag is nu hoe de theorie zich verder ontwikkelt, en hoe we deze verder kunnen testen. Het resultaat van deze eerste test is in elk geval interessant.”

Het onderzoek is gebaseerd op waarnemingen van GAMA- (Galaxy And Mass Assembly) en KiDS- (Kilo-Degree Survey), met wetenschappers uit Nederland (Leiden, Groningen), Duitsland, Schotland, Engeland en Australië. De KiDS-waarnemingen worden uitgevoerd met de Nederlandse camera OmegaCAM op ESO’s VLT Survey Telescope op Cerro Paranal in Noord-Chili. Bron: Astronomie.nl.

Europese sterrenwacht krijgt Spaanse ‘kapitein’

Credit: ESO/Francisco J. Carrera

De ESO-Raad heeft Xavier Barcons (57) benoemd als de volgende directeur-generaal van ESO. Hij neemt die functie in op 1 september 2017, wanneer de termijn van Tim de Zeeuw, de huidige directeur-generaal, verstrijkt.

Namens de Raad is het mij een groot genoegen om Xavier Barcons te benoemen tot opvolger van directeur-generaal Tim de Zeeuw,’ zegt Patrick Roche, voorzitter van de ESO Raad. ‘Xavier is bij uitstek geschikt om leiding te geven aan de verdere ontwikkeling van de organisatie die de volgende fase van haar programma ingaat, met onder meer de constructie van de European Extremely Large Telescope – de krachtigste en meest ambitieuze telescoop in zijn soort. Wij bedanken Tim voor zijn voorbeeldige leiderschap over ESO gedurende een opmerkelijk succesvol decennium, waarin ESO zich heeft ontwikkeld tot de meest toonaangevende sterrenwacht op aarde.’

Professor Xavier Barcons heeft de Spaanse nationaliteit en heeft een voortreffelijke carrière achter de rug, in de academische wereld en als deskundige op het gebied van wetenschapsbeleid. Hij is goed bekend met ESO, onder meer vanwege zijn actieve en succesvolle termijn als voorzitter van de Raad tussen 2012 en 2014, de periode waarin goedkeuring is gegeven aan het E-ELT-programma en de start van de eerste fase van de bouw van de telescoop. Hij heeft ook gediend als actief lid en voorzitter van tal van andere ESO-commissies, zoals recent als voorzitter van het Observing Programmes Committee.

Tim de Zeeuw: ‘Het verheugt mij zeer om het stokje te mogen overdragen aan Xavier, met wie ik vele jaren nauw heb mogen samenwerken. De reikwijdte van het ESO-programma is enorm toegenomen en de toekomst ziet er zonnig uit – ALMA levert fascinerende wetenschap af, de E-ELT is in aanbouw en aan de horizon gloren nieuwe projecten en lidstaten. Maar er staan ongetwijfeld ook vele uitdagingen voor de deur, en ik kan met geen betere kapitein voorstellen om het schip te sturen dan Xavier!

Xavier Barcons voegt daaraan toe: ‘Ik ben zeer vereerd om het leiderschap van ESO in deze opwindende tijd over te mogen nemen. Onder Tims leiding is de organisatie opgebloeid en gegroeid. Ik kijk ernaar uit om de verwezenlijking van de E-ELT mee te maken en de verdere ontwikkeling van de Very Large Telescope, ALMA en tal van andere ESO-projecten te mogen overzien. Ook kijk er ernaar uit om samen te werken met de ESO-staf, die van wereldklasse is.

Xavier Barcons is zijn loopbaan begonnen als natuurkundige en is in 1985 aan de Universiteit van Cantabrië gepromoveerd op een proefschrift over hete plasma’s en het intergalactische medium. Hierdoor raakte hij geïnteresseerd in de röntgenastronomie en het onderzoek van de spectra van verre quasars. Na een tijdje in Cambridge (VK) te hebben gewerkt, keerde hij terug naar Spanje, waar hij een grote rol heeft gespeeld bij het opzetten van de eerste vakgroep röntgenastronomie in zijn land. Sinds 2002 is hij onderzoeksprofessor bij de Spanish Council for Scientific Research(CSIC).

Xaviers latere onderzoek was gericht op de röntgenastronomie, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van gegevens van diverse röntgensatellieten, waaronder EinsteinROSAT en XMM-Newton, ook heeft hij diverse waarnemingscampagnes helpen opzetten bij ESO en andere sterrenwachten. De afgelopen vijftien jaar heeft hij zich ingezet voor de volgende Europese röntgensatelliet, de inmiddels door ESA geselecteerde Athena-missie. Zijn bijzondere interesse hebben de kernen van actieve sterrenstelsels in het verre heelal, en hoe we door middel van waarnemingen vanuit de ruimte en vanaf de grond meer te weten kunnen komen over hun eigenschappen en evolutie.

Xavier Barcon is getrouwd en heeft twee kinderen.

Bron: ESO

Woensdag voor de derde achtereenvolgende keer supermaan – helaas voor de Geminiden

Credit: Skeeze / Pixabay


Op woensdag 14 december a.s. hebben we voor de derde maand achter elkaar een supermaan [1]Er is ook inmiddels een term bedacht voor het omgekeerde verschijnsel, dat de Volle Maan samenvalt met het apogeum in zijn baan: micromaan., het verschijnsel dat de Volle Maan samenvalt met het moment dat de maan in zijn elliptische baan om de aarde in het perigeum staat, het punt het dichtste bij de aarde. Door die afstand is de maan tot 14 procent groter en tot 30 procent helderder dan een gewone volle maan. De eerdere supermanen in 2016 waren op 16 oktober en 14 november.

Het is woensdagnacht om 01.06 uur Nederlandse tijd precies Volle Maan, een dag eerder is het perigeum en staat de maan 358.461 km van de aarde. Vreemd genoeg is de maan dit keer niet helemaal vol verlicht, want in voldoende sterke kijkers is te zien dat de noordkant van de maan een zeer smalle donkere rand heeft. De reden hiervoor is dat de maan zich halverwege de dalende en klimmende knoop in zijn baan bevindt en dat punt zich 5° onder de ecliptica bevindt (zie afbeelding hieronder).

Credit: SuperManu / Wikiklaas / Wikiwand

In dezelfde nacht als de supermaan is het maximum van de meteorenzwerm der Geminiden. En dat is jammer, want door de extra fel verlichte maan kunnen we alleen de helderste meteoren zien. Normaal gesproken kan je tijdens zo’n maximum bij ideale omstandigheden wel 120 Geminiden per uur zien, maar nu zal je ’t moeten doen met zo’n tien stuks. Hieronder een kaartje, waarop de radiant van de Geminiden is weergegeven, het punt waarvandaan ze allemaal lijken te komen.

Credit: Hemel,waarnemen.com

Bron: Sterrengids 2016 + Hemel.waarnemen + Space.com.

References[+]

References
1 Er is ook inmiddels een term bedacht voor het omgekeerde verschijnsel, dat de Volle Maan samenvalt met het apogeum in zijn baan: micromaan.

Reminder: Doe mee met de Astro Top 25 | 2016

Net als in 2014 en 2015 organiseren we dit jaar weer de Astro Top-25, een top 25 van muzieknummers die op de een of andere manier iets te maken hebben met astronomie of ruimtevaart. Het kan zijn dat er in de titel een verwijzing is naar bijvoorbeeld de zon, planeten of sterren of dat de band of de zanger(-es) een link heeft met astronomie of ruimtevaart. We vragen hierbij aan alle lezers van de Astroblogs om een persoonlijke top-5 in te vullen van hun favoriete astronomische muzieknummers. Dat kan door vijf artiesten en de titel van het nummer in te vullen en onderaan op de zendknop te drukken.

Je kunt gebruik maken van de nummers uit de Top-2000 en de Astro Top-25 van 2015, maar je kunt ook geheel andere nummers inbrengen. Als de link met astronomie of ruimtevaart niet uit de titel blijkt wil ik je vragen je keuze eronder toe te lichten – bij #6. Het indienen van je top-5 kan tot en met Tweede Kerstdag, 26 december a.s. om 24.00 uur. Op oudjaarsdag, zaterdag 31 december zullen we de uitslag van de Astro Top-25 2016 bekendmaken, samengesteld op basis van de door jullie ingediende top-5’s! Let op: in 2014 waren er slimmeriken die vijf keer hetzelfde nummer invulden, zodat deze veel punten kregen. Dat mag niet meer, je moet vijf verschillende nummers invullen. Dezelfde artiest mag wel. Let ook op de puntentelling: ieders nummer 1 krijgt 5 punten, nummer 2 4 punten, nummer 3 krijgt 3 punten, enzovoorts. Zet dus op jouw nummer 1 het nummer dat je het mooist vindt, dat voor jou letterlijk tot de sterren reikt. Succes ermee! 😀

De NASA komt met een pagina op GIPHY vol met gifjes – geweldig!!

Credit: NASA

De NASA heeft een pagina op de bekende website GIPHY gelanceerd die vol staat met ruimte-gerelateerde giphy’s, plaatjes van ruimtevaart en sterrenkunde met beweging, animatie erin – de extensie van die afbeeldingen is ‘gif’, vandaar de naam. Iedereen die dat wil kan zelf ook giphy’s opsturen. Op het moment dat ik dit schrijf staan er al 5076 op de pagina, maar dat aantal groeit snel. Er staan werkelijk juweeltjes van giphy’s op, die je kunt liken of van commentaar kunt voorzien. Je moet er zelf ook maar eens gaan neuzen en als je wilt er een eigen bijdrage leveren. Bron: NASA op GIPHY.

Trailer over de SKA-radiotelescoop winnaar van de European Excellence Award

Credit: SKA Collaboration

Gisteravond is op een bijeenkomst in Berlijn een trailer over de in aanbouw zijnde SKA-radiotelescoop winnaar geworden van de European Excellence Award in Public Relations in de categorie Film & Video. De Square Kilometer Array-telescoop wordt momenteel gebouwd in Zuid-Afrika en Australië en als in 2020 de eerste waarnemingen kunnen beginnen zal het ontvangend oppervlak van de uit meerdere telescopen bestaande SKA ongeveer één vierkante kilometer groot zijn. De trailer is voor het eerst getoond op het EuroScience Open Forum (ESOF) in Manchester in juli 2016, waar Brian Cox ‘m ten overstaan van meer dan duizend astronomen, ministers, politici, journalisten en anderen liet zien. In de trailer vertellen wetenschappers over SKA, over de tijdmachine die het is, de IT machine waarmee men uiteindelijk antwoord wil krijgen op tal van fundamentele vragen, zoals wat is donkere materie, hoe is het heelal precies ontstaan en is er ander leven in het heelal.

In de video zien we overigens een voor ons bekend gezicht voorbij komen, namelijk André van Es, de voormalige voorzitter van CAMRAS, de stichting die de Dwingeloo radiotelescoop in Drenthe beheert. Tegenwoordig werkt hij in Engeland en is hij betrokken bij de organisatie van SKA, waarvan het hoofdkwartier zich in Manchester bevindt. Bron: SKA.