Wijst de door AMS-02 waargenomen cut-off van de positronenflux op een WIMP van 1 TeV?

Credit: S. Ting et al / AMS-02

Deze week zijn de resultaten gepresenteerd door de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Samuel Ting (Massachusetts Institute of Technology) van vijf jaar onderzoek met de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS-02), de grote detector van kosmische straling, die op 19 mei 2011 door astronauten van spaceshuttle Endeavour aan één van de modules van het internationale ruimtestation ISS werd bevestigd. Met die loodzware detector – 6.717 kg schoon aan de haak – meten ze de geladen deeltjes van kosmische straling, deeltjes die met een zeer sterke magneet afgebogen worden richting de deeltjesdetectoren in de AMS-02. Sinds de start van de waarnemingen vijf jaar geleden zijn meer dan 90 miljard deeltjes waargenomen en gemeten. Een deel daarvan betreft ook animaterie, zoals positronen, dat zijn de antideeltjes van elektronen. Zeer interessant in de resultaten is hetgeen met de AMS-02 is waargenomen in de hoeveelheid positronen, de zogeheten positronen-flux. In die flux is namelijk een ‘cut-off’ te zien, een plotselinge afname van de hoeveelheid positronen met een bepaalde energie na een eerdere geleidelijke toename. Zie bovenstaande afbeelding met daarin duidelijk zichtbaar eerst de geleidelijke toename vanaf 8 GeV en dan de cut-off, die bij een energie van ongeveer 1 TeV (da’s één miljard elektronvolt) plaatsvindt.

De AMS-02. Credit: NASA

Theoretische modellen zeggen dat zo’n cut-off kan wijzen op het bestaan van deeltjes donkere materie. Deeltjes met een energie gelijk aan die cut-off waarde zouden dan na botsing met elkaar kunnen annihileren en overgaan in een elektron en positronpaar.

X+ X -> e + e+

Ting, leider van het wetenschappelijk team van de AMS-02, denkt dat er mogelijk sprake is van een WIMP [1]Da’s een ‘weakly interactive massive particle’. van 1 TeV, een zogeheten neutralino, die verantwoordelijk is voor deze cut-off in de positronenflux. Hard bewijs voor die stelling heeft hij nog niet, want daar is de hoeveelheid waargenomen positronen te klein voor. Het zou kunnen zijn dat de waargenomen positronenflux wordt veroorzaakt door iets anders en wel een broeinest aan pulsars, die zich mogelijk in het centrum van ons Melkwegstelsel ophouden. Meer waarnemingen moeten duidelijk maken of het een WIMP is of een pulsar, die dit alles veroorzaakt. Ting denkt dat ze nog jaren nodig zullen hebben om dat onderscheid te maken en dat ze pas in 2024 uitsluitsel kunnen geven.

Daar is ‘ie, de AMS-02, vastgemaakt aan het ISS. Credit: NASA

Dus mensen, graag nog even het nodige geduld – tenzij andere instrumenten, zoals de Large Hadron Collider van CERN bij Genève, ons eerder laten weten hoe het precies zit. Bron: The Reference Frame + Symmetry Magazine.

References[+]

References
1 Da’s een ‘weakly interactive massive particle’.

Amerikaanse ruimteheld John Glenn (95) overleden

Credit: NASA

De Amerikaanse astronaut John Glenn is vandaag – 8 december 2016 – op 95-jarige leeftijd overleden in het Ohio State University Wexner Medical Center in Columbus. Glenn was de derde Amerikaan in de ruimte – na Alan Shephard met een korte vlucht op 5 mei 1961 en Virgil Grissom op 21 juli 1961 – en de eerste Amerikaan die een baan om de aarde maakte, om precies te zijn op 20 februari 1962 met de Friendship 7. Na zijn carrière in de ruimtevaart werkte hij eerst als zakenman en later jarenlang als senator voor de Democratische partij in Ohio. In 1959 werd hij samen met zes andere piloten door de NASA uitgekozen voor het Mercury Seven-programma. In 1962 werd hij voor het eerst de ruimte ingeschoten. Tientallen jaren later, in 1998, ging hij op 77-jarige leeftijd opnieuw de ruimte in met de spaceshuttle Discovery. Daarmee werd hij de oudste ruimtevaarder ooit. Glenn wordt gezien als een van de grootste ruimtehelden van de twintigste eeuw. Mede over zijn ervaringen in de ruimte werden een boek en een film gemaakt: The Right Stuff.

De Mercury Seven. Glenn staat op de eerste rij, tweede van rechts. Credit: NASA

Hij was de laatste overlevende van de zeven piloten die waren uitgekozen voor het Mercuryprogramma. In 2013 overleed Scott Carpenter. De NASA uit op Twitter hun condoleance:

Bron: Nu.nl + NASA.

En weer wordt de eerste bemande missie van Mars One uitgesteld – dit keer tot 2032

Credit: NASA


Het begint een beetje een gewoonte te worden. Opnieuw heeft de Nederlandse organisatie van Mars One besloten om de eerste bemande missie enkele reis naar Mars uit te stellen. De planning is volgens een gisteren verschenen update op de website van Mars One dat die eerste missie in 2032 gaat plaatsvinden. Was het doel in eerste instantie een eerste reis in 2023, vervolgens eentje in 2024, toen eentje in 2025 en toen eentje in 2027, nu dus een uitstel van opnieuw vijf jaren tot 2032. Het vierde uitstel dus in de vier jaar dat Mars One bestaat, gemiddeld een uitstel van één keer per jaar. Dit komt bovenop het nieuws dat Mars One probeert om nieuwe financieringsbronnen aan te boren en wel via de Frankfurt Stock Exchange via InFin Innovative Finance AG. Ze hopen daarmee een eerste financiering van € 10 miljoen binnen te halen. Het gewijzigde tijdpad van Mars One ziet er nu als volgt uit – even onvertaald:
  • 2017: Select three to six groups of four crew members each from Mars One’s current pool of 100 astronaut candidates. Hire the selected candidates full-time to train for Mars missions. Open a new astronaut application round.
  • 2022: Launch robotic spacecraft modeled after NASA’s Phoenix Mars Lander to the Red Planet for a demonstration mission.
  • 2024: Send dedicated communication satellite to Mars.
  • 2026: Launch a rover to aid in selecting the settlement location on Mars.
  • 2029: Send out a second rover and hardware required for Mars settlement.
  • 2031: Launch the first crew of four astronauts on seven-month cruise to Mars.
  • 2032: First crew lands on Mars. Hardware for the second crew arrives as well.
  • 2034: Landing of the second crew, plus the hardware for the third crew.

En dat allemaal terwijl Elon Musk van SpaceX heeft aangegeven al in de jaren twintig kolonisten op Mars te willen zetten. Valt er nog eer te behalen voor Mars One? – lees: hebben potentiële investeerders hier nog interesse in? Bron: Geekwire + Universe Today.

340 jaar geleden bepaalde Rømer de lichtsnelheid – Google viert het met deze doodle

Dubbelklikken voor de animatie. Credit: Google

In 1676 – vandaag exact 340 jaar geleden – stelde de Deense astronoom Ole Rømer de lichtsnelheid vast op 225 000 km/s. Hij vond deze snelheid door de tijden te vergelijken, waarop de maan Io van Jupiter achter Jupiter tevoorschijn komt. Hij ontdekte dat het tijdstip dat zo’n eclips van Io werd verwacht steeds later werd naarmate Jupiter verder weg stond en weer “correcter” werd als Jupiter weer dichter bij de Aarde stond. Hij verklaarde dit door een eindige lichtsnelheid. Rømer zag dat het licht er 22 minuten over deed om 2 keer de afstand van de aarde tot de zon te overbruggen, hij zag de maan Io namelijk 22 minuten later uit de schaduw komen als de aarde het verst van Jupiter weg stond (zie afbeelding hieronder).

Credit: History of Science 101.

Die 225.000 km/s is weliswaar lager dan de echte lichtsnelheid, die 299.792 km/s bedraagt, maar het was de eerste wetenschappelijke bepaling. Ter gelegenheid van het 340 jarig ‘jubileum’ van deze bepaling komt Google vandaag met bovenstaande ‘doodle’. Bron: Wiki.

Donkere materie mogelijk gelijkmatiger verdeeld dan gedacht

Kaart van de donkere materie in het KiDS-surveygebied G12. Credit:Kilo-Degree Survey Collaboration/H. Hildebrandt & B. Giblin/ESO

Analyse van een omvangrijke nieuwe survey van sterrenstelsels, gedaan met ESO’s VLT Survey Telescope in Chili, wijst erop dat de donkere materie een geringere dichtheid heeft en gelijkmatiger over de ruimte is verdeeld dan tot nu toe werd gedacht. Een internationaal team heeft gegevens van de Kilo Degree Survey (KiDS) gebruikt om te onderzoeken hoe het licht van ongeveer 15 miljoen verre sterrenstelsels is beïnvloed door de zwaartekracht van de grootschalige materieverdeling in het heelal. De resultaten lijken in strijd te zijn met eerdere resultaten van de Planck-satelliet.

Hendrik Hildebrandt van het Argelander-Institut für Astronomie in Bonn, Duitsland, en Massimo Viola van de Sterrewacht Leiden hebben leiding gegeven aan een team astronomen van instituten van over de hele wereld [1]Het internationale KiDS team bestaat uit wetenschappers uit Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Italië, Malta en Canada. die beelden hebben verwerkt van de Kilo Degree Survey (KiDS), die gedaan is met ESO’s VLT Survey Telescope (VST) in Chili. Voor hun analyse hebben zij opnamen gebruikt van vijf hemelgebieden die tezamen ongeveer 2200 keer zo groot zijn als de volle maan [2]Dit komt overeen met ongeveer 450 vierkante graad of iets meer dan één procent van de volledige hemel. en ongeveer 15 miljoen sterrenstelsels bevatten.

Door de uitmuntende beeldkwaliteit van de VST op de top van Paranal te benutten en geavanceerde computersoftware toe te passen, is het team erin geslaagd om een van de meest nauwkeurige metingen ooit te doen van een effect dat cosmic shear (‘kosmische verschuiving’) wordt genoemd. Dit is een subtiele variant van het zwakke zwaartekrachtlenseffect, waarbij het licht van verre sterrenstelsels een beetje wordt afgebogen door het zwaartekrachtseffect van grote hoeveelheden materie, zoals clusters van sterrenstelsels.

Kaart van de donkere materie in het KiDS-surveygebied G9. Credit:Kilo-Degree Survey Collaboration/H. Hildebrandt & B. Giblin/ESO

Bij cosmic shear zijn het geen clusters die het licht afbuigen, maar grootschalige structuren in het heelal. Het uiteindelijke effect is nóg kleiner. Daarom hebben astronomen zeer omvangrijke en diepe surveys zoals KiDS nodig om het zeer zwakke signaal van de cosmic shear te kunnen meten en aan de hand daarvan de verdeling van de kosmische materie in kaart te brengen. Bij deze nieuwe survey is met behulp van deze techniek een groter hemelgebied in kaart gebracht dan bij eerdere onderzoeken.

Verrassend genoeg lijken de resultaten van de analyse in strijd te zijn met conclusies die gebaseerd zijn op resultaten van de Planck-satelliet van het Europese ruimteagentschap ESA, de belangrijkste ruimtemissie waarmee de fundamentele eigenschappen van het heelal zijn onderzocht. Met name de meting die het KiDS-team heeft gedaan van de ‘klonterigheid’ van de kosmische materie – een cruciale kosmologische parameter – komt aanzienlijk lager uit dan de waarde die uit de Planck-gegevens is afgeleid [3]De gemeten parameter heet S8. De waarde ervan is een combinatie van de grootte van dichtheidsfluctuaties in, en de gemiddelde dichtheid van, een stuk heelal. Grote fluctuaties in gebieden van … Continue reading.

Massimo Viola legt uit: ‘Dit nieuwe resultaat wijst erop dat de donkere materie in het kosmische web, die ongeveer een kwart van de inhoud van het heelal vertegenwoordigt, minder klonterig is dan we tot nu toe dachten.

Donkere materie blijft een ongrijpbare substantie. Het bestaan ervan kan alleen worden afgeleid uit de zwaartekrachtsinvloed die zij uitoefent. Onderzoeken als deze zijn op dit moment de beste manier om de vorm, schaal en verdeling van dit onzichtbare materiaal te bepalen.

Het verrassende resultaat van dit onderzoek heeft ook implicaties voor ons grotere begrip van het heelal, en hoe dit in de loop van zijn ongeveer 14 miljard jaar lange bestaan is geëvolueerd. Het klaarblijkelijk gebrek aan overeenstemming met de eerdere Planck-resultaten betekent dat astronomen nu wellicht hun inzichten omtrent enkele fundamentele  aspecten van de kosmische evolutie moeten bijstellen.

Hendrik Hildebrandt licht toe: ‘Onze bevindingen zullen onze theoretische modellen van hoe het heelal zich sinds het begin heeft ontwikkeld helpen verfijnen.

De KiDS-analyse van gegevens van de VST is een belangrijke stap, maar naar verwachting zullen toekomstige telescopen nog omvangrijkere en diepere hemelsurveys gaan doen.

Mede-onderzoeksleider Catherine Heymans van de Universiteit van Edinburgh (VK) voegt daaraan toe: ‘Ontrafelen wat er sinds de oerknal is gebeurd is een ingewikkelde onderneming, maar door het verre heelal te blijven onderzoeken kunnen we ons een beeld vormen van hoe ons huidige heelal tot stand is gekomen.

We zien nu een intrigerende discrepantie met de Planck-kosmologie. Toekomstige missies zoals de Euclid-satelliet en de Large Synoptic Survey Telescope zullen ons in staat stellen om de metingen te herhalen en beter te begrijpen wat het heelal ons nu eigenlijk vertelt,’ concludeert Konrad Kuijken (Sterrewacht Leiden), die onderzoeksleider van de KiDS-survey is. Bron: ESO.

References[+]

References
1 Het internationale KiDS team bestaat uit wetenschappers uit Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Italië, Malta en Canada.
2 Dit komt overeen met ongeveer 450 vierkante graad of iets meer dan één procent van de volledige hemel.
3 De gemeten parameter heet S8. De waarde ervan is een combinatie van de grootte van dichtheidsfluctuaties in, en de gemiddelde dichtheid van, een stuk heelal. Grote fluctuaties in gebieden van geringere dichtheid hebben een vergelijkbaar effect als kleinere fluctuaties in gebieden van grotere dichtheid, en waarnemingen van het zwakke zwaartekrachtlenseffect kunnen geen onderscheid maken tussen beide. De 8 verwijst naar een celgrootte van 8 megaparsec – de maat die volgens afspraak bij onderzoeken als deze wordt gebruikt.

De ExoMars TGO heeft Marsmaantje Phobos in het vizier

Credit: ESA

Met de ExoMars Trace Gas Orbiter (TGO), de sonde die op 19 oktober succesvol in een baan om Mars kwam, hebben ze het kleine maantje Phobos van Mars in kleur gefotografeerd. Hierboven zie je die foto, die op 26 november j.l. gemaakt is vanaf een afstand van 7700 km. Zo op het eerste gezicht zou je niet zeggen dat het een kleurenfoto is, maar dat komt simpelweg omdat de 27×22×18 km grote maan erg grijs gekleurd is. Er is ook een driedimensionale foto van Phobos gemaakt, die je hieronder ziet en die je met een 3D brilletje kunt bewonderen.

Credit: ESA

De TGO heeft momenteel een elliptische baan, die ‘m in 4,2 dagen om Mars voert, ergens tussen een laagste punt 230-310 km boven Mars, tot een hoogste punt dat maar liefst 98.000 km boven Mars ligt. Via baanmanoeuvres wordt de TGO komende tijd in een meer cirkelvormige baan gebracht, een operatie die pas eind volgend jaar klaar is. Onlangs bleek dat alle instrumenten van de TGO het uitstekend doen. Met de TGO gaat men metingen doen aan zeldzame gassen in de atmosfeer van Mars, met name methaan. Dat blijkt in wisselende hoeveelheid in de atmosfeer te zitten, een variatie die geologisch óf biologisch van oorsprong kan zijn. De TGO wil achter die juiste oorsprong komen. Ook werd deze week bekend dat de ESA de opvolger van de ExoMars 2016 missie heeft goedgekeurd, de ExoMars 2020 missie, die een Russisch-Europese rover op Mars moet zetten. Bron: ESA.

Poolballon STO2 met Nederlandse instrumenten naar ruimterand

Foto credit: Jian-Rong Gao

Vorig jaar bleef hij door slechte weersomstandigheden aan de grond, maar nu gaat hij als het goed is wel de lucht in: de telescoop STO2, die onder een enorme NASA-ballon op 40 km boven Antarctica twee weken lang waarnemingen moet gaan doen aan moleculaire wolken in het heelal, de geboorteplaats van sterren. Donderdagavond 19.00 uur Nederlandse tijd (vrijdagochtend op Antarctica) staat de lancering gepland. SRON en TU Delft bouwden de sensoren in het hart van de telescoop.

Sterren en planeten worden geboren uit wolken van moleculen die samenklonteren en uiteindelijk weer uiteenvallen in de ruimte tussen de sterren in een melkwegstelsel. Astronomen weten nog niet precies hoe dit werkt. NASA’s stratosfeerballon STO2 stijgt daarom vanaf Antarctica op, tot aan de rand van de ruimte, om daar ver-infraroodstraling uit het heelal te meten. Op een hoogte van 40 kilometer boven Antarctica is de lucht kristalhelder. Er is nauwelijks waterdamp, die op andere plekken in de atmosfeer dit soort straling juist vaak blokkeert. De NASA-ballonnen die meetinstrumenten naar die hoogte brengen, maken gebruik van de circulaire poolwind (polar vortex), een stabiele luchtstroom waarop de ballon een of meer rondes van elk zo’n 14 dagen mee circuleert. Zo kunnen wetenschappers twee weken lang waarnemingen doen en zien ze daarna de ballon bijna op dezelfde plek weer terug.

STO2 bevat sensoren van SRON Netherlands Institute for Space Research (Utrecht en Groningen) en de TU Delft. Het gaat om drie ontvangers voor respectievelijk 1,4 1,9 en 4,7 TeraHertz. De spectra van straling op die frequenties verraden de aanwezigheid van elementen in de ruimte waaronder ook elektrisch neutraal atomair zuurstof. Het lokaliseren van dat laatste element in de ruimte, door de 4,7 TeraHertz ontvanger, is een lang gekoesterde droom van astronomen. Er is nog niet eerder een 4,7 TeraHertz ontvanger naar de ruimterand gebracht voor onbelemmerd zicht. Een referentiebron voor straling met deze frequentie ontwikkelden de partners samen met het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Elektrisch neutraal atomair zuurstof vertelt ons welke plekken in de gaswolken tussen de sterren bijzonder warm zijn, wat een goede indicatie is voor pasgevormde sterren. We kunnen zo dus de kraamkamers van nieuwe sterren direct opsporen. STO2 is dan ook een belangrijke verkenner voor toekomstige TeraHertz missies in de ruimte met een satelliet.

Ver-infraroodstraling wordt ook wel TeraHertz straling genoemd. 1 THz Komt overeen met 300 micrometer golflengte. De wetenschappelijke leiding van de missie is in handen van de Universiteit van Arizona. De universiteit verkoos de Nederlandse detectoren boven andere kandidaten uit eigen land. De teams van prof. dr. Alexander Tielens (Universiteit Leiden) en prof. dr. Floris van der Tak (SRON/Rijksuniversiteit Groningen) dragen straks bij aan de internationale wetenschappelijke analyse van de waarnemingen. Donderdag vanaf 19.00 uur Nederlandse tijd zijn de weersomstandigheden drie uur lang gunstig voor lancering. Lukt het daarbinnen niet, dan volgen in de dagen erna nieuwe kansrijke ‘lanceervensters’ qua weer. De missie zal te volgen zijn via een livestream van de NASA.

Bron: SRON

Breakthrough Prizes 2017 voor natuurkunde toegekend aan drie snaartheoretici

Credit: Univ. Cambridge

De winnaars van de Breakthrough Prizes 2017 zijn bekend geworden – de vijfde keer dat de prijzen worden toegekend. In de categorie fundamentele fysica zijn de prijzen toegekend aan de drie snaartheoretici Joseph Polchinski (University of California, Santa Barbara), Andrew Strominger (Harvard University) en Cumrun Vafa (Harvard University). Eerder dit jaar was een ‘Special Breakthrough Prize’ toegekend aan de drie initiatiefnemers van het LIGO experiment, waarmee op 14 september 2015 voor het eerst zwaartekrachtsgolven zijn gedetecteerd, aan kip S. Thorne, Rainer Weiss en aan de familie van Ronald Drever (die vermoedelijk in 2017 óók nog eens de Nobelprijs voor de Natuurwetenschappen zullen winnen; dit jaar vielen ze net buiten de boot omdat hun ontdekking net ná de sluitingsdatum van 31 januari viel). De gulle gever van de in totaal $ 25 miljoen aan prijzen is de Russische multimiljonair Yuri Milner, die ook al geld heeft gestoken in SETI, de speurtocht naar intelligent buitenaards leven. Milner wordt daarbij gesteund door Facebook-baas Mark Zuckerberg. De prijzen zijn vandaag uitgereikt tijdens een symposium in Californië. Bron: Breakthrough Prizes.

NGC 1893 & IC 410….barbaars maar wel mooi!!

NGC 1893 & IC 410 in Auriga

Mooi in de zin van een mooi object en een mooie sterrenhemel waaronder ik het lichtelijk dubieuze genoegen had deze beide schone hemelobjecten op de lichtgevoelige plaat..eh…chip te mogen vastleggen……Barbaars in de zin van de echt achterlijk steenkoude omstandigheden tijdens het schieten van nevenstaande plaatje.

Van mij mogen ze al die beerput-romantiek aangaande die hoegenaamde glorieuze heldere  twinkel twinkel winternachten standepede dumpen in het eerste de beste voorbij fietsende zwarte gat. Natuurlijk is een  heldere winternacht prachtig….maarre….als je een dikke vier uur lang hebt rondgehangen c.q. stilgezeten in het open veld, in een gierend koude oosten wind,  die altijd wel weer “I am gonne freeze your nuts off-gaatje” weet te vinden in je homebrew “laagje over laagje over laagje over laagje-astrofotografie-survival outfit”….welnu……dan ga je toch op een zeker bibber de bibber-moment het idee krijgen dat  die “heldere winternachten-romantiek” eerder uit de koker van “Magere Hein” komt dan uit die van “fladder fladder Cupido”!!!

Maar goed…..als je na veilige thuiskomst danweer in je heerlijk warme huiskamertje achter de computer mag kruipen voor de “indoor-etappe” van het immer hogelijk arbeidsintensieve proces ter verkrijging van het desbetreffende zo deerlijk naar gesmachte hemelplaatje….ach, dan verdwijnen alle naargeestige gedachten aan het geleden vrieskou-leed als sneeuw voor de zon uit je grijze neuronen-bovenkamer….enne…als je na een paar uurtjes digitaal stoeien met Deep sky stacker, Canon digital photo professional en uiteraard good old photoshop……dan uiteindelijk bovenstaande plaatje op je beeldscherm hebt staan…..DAN oh DAN…..weet je het weer helemaal zeker…….dit is de mooiste bezigheid (hmmm, samen met het “spelen met 2cv’tjes”!!!)  in het ganzen Universum en kan je niet wachten op je volgende trippie naar een heldere biesbos-vrieskou-hemel.

Iets wat zomaar vanavond zou kunnen gebeuren daar zowel een prachtig pril maansikkeltje en verleidelijk lonkend helderwit schijnend planeetje Venus aan de staalblauwe avondhemel bijkans mij de oren van mijn hoofd schreeuwen voor wederom een astrofotografische bezoekje aan hun hemelse wereld!!

Afijn……NGC 1893…open sterrenhoop en IC 410….bijbehorende emissienevel c.q. geboorte-stek van eerder genoemde open sterrenhoop NGC 1893….zijn te vinden in het sterrenbeeld Auriga (Ossenhoeder). De opname is, zoals altijd,  gemaakt met de 20cm F6 Orion Optics. Ik heb zes “subs” gemaakt van elk 5 minuten (1600 ISO) belichten, waarbij ik  als kantekening zeker moet vermelden dat,  vanwege voornoemde “guurgierende oostenwind”,  de laatste twee opnames nou niet echt strak zijn gevolgd….eh…het zij dan maar zo…Het “kreng” staat erop en ik ben er (voorlopig) blij mee!!!

….en zie hier  mijn eerste blogje na de grote “Astroblogs-crash” waarbij ik blij mag vermelden dat ik….gestuurd door bijgeloof danwel andere onverklaarbare kosmische krachten….precies een week voor deze “andere Big Bang” net  al mijn eigen astroblogjes veilig op  een stickie had geknald…Vaak zit het tegen maar soms zit het zo  heel erg mee!

Zo…en nu “afknijpen” en rap mijn brave high speed astro-voiture (gisteren vond het heilige, zoals U weet tegenwoordig razendrappe,  gele besteleendje nog een heus high performance K&N airfilter in haar bij de schoorsteen gezette zwem-flipper!!) weer volladen met alles wat nodig is voor het volgende avondje uit naar die glorieuze kraakheldere wintersterrenhemel….kan nie wachten!! Wish me luck…maarre….beter nog…wish me warmte!!

ESA keurt ExoMars 2020 missie goed, ondanks de crash van de Schiaparelli lander

Credit: ESA

De ministers die binnen de 22 ESA-lidstaten (en binnen partnerlanden Slovenië en Canada) verantwoordelijk zijn voor de ruimtevaart, hebben tijdens de ESA-Ministerraad goedgekeurd dat de ExoMars 2020 missie door gaat en dat daarvoor een extra bedrag van € 440 miljoen naar toe gaat. De totale kosten van die missie kosten € 1,3 miljard en de bedoeling is dat er een rover op Mars wordt gezet, die daar op zoek gaat naar sporen van (vroeger) leven – zie de afbeelding hierboven voor een impressie. De ministers keurden de missie goed ondanks de mislukte landing op 19 oktober j.l. van de Schiaparalli lander van de ExoMars 2016 missie, een testmissie die bedoeld is als opwarmertje voor de 2020 missie. Eén deel van de ExoMars 2016 ging wel goed, namelijk het in een baan om Mars krijgen van de Trace Gas Orbiter (TGO). Naast de ExoMars 2020 missie, die samen met de Russische Roscosmos zal worden opgezet, hebben de ministers besloten om enkele bestaande missies te verlengen. Bron: New Scientist.