Snelle uitbarster braakt pas gas als magneetveld bezwijkt

?

1: het sneldraaiende magneetveld van de neutronenster houdt het gas van de buurster (niet op de afbeelding) op afstand. Slechts een klein beetje gas lekt langs het magneetveld naar de neutronenster. 2: het gas hoopt zich op. 3 en 4: het magneetveld bezwijkt en er is een uitbarsting. (c) ESA/ATG medialab


Een team van Nederlandse en Engelse sterrenkundigen heeft ontdekt waarom de beroemde neutronenster de Rapid Burster zulke grillige uitbarstingen heeft. Het blijkt dat het gas dat de neutronenster aantrekt van zijn buurster eerst tegengehouden wordt door het magneetveld van de neutronenster. Pas als zich te veel gas heeft verzameld, breekt de ban, stroomt het gas naar de neutronenster en is er een uitbarsting. Het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society publiceert de bevindingen in het maartnummer. De astronomen onderzochten de oorsprong van zogeheten Type-II röntgenuitbarstingen in de Rapid Burster. De Rapid Burster is een in 1976 ontdekte neutronenster die gas opvangt van een ster die in een baan eromheen draait. Bijzonder aan de Rapid Burster is het feit dat hij Type-II-uitbarstingen heeft naast de meer gangbare Type I-uitbarstingen. De Type-II uitbarstingen zijn een stuk grilliger en heftiger omdat ze schoksgewijs plaatsvinden. Hoe zo’n Type-II-uitbarsting überhaupt kon ontstaan, was tot nu toe onbekend.

Het team van Nederlandse en Engelse sterrenkundigen onderzocht de mogelijke verklaring dat het magneetveld van de neutronenster het gas tegenhoudt waardoor het ophoopt. Er zou pas een uitbarsting komen als er zich zoveel gas heeft verzameld dat het magneetveld niet meer sterk genoeg is om het gas tegen te houden. Het gas vloeit dan in één schok richting de neutronenster. Het idee van de sterrenkundigen was dat als het magneetveld inderdaad het gas tegenhoudt dat er dan rond de neutronenster een gasschijf te zien moeten zijn die op een afstandje om de ster heen draait.

Met waarnemingen door de röntgensatellieten NuSTAR, XMM-Newton en Swift konden de astronomen inderdaad afleiden dat er tussen de neutronenster en de gaswolk een kloof moet zijn van ongeveer negentig kilometer. Dat lijkt een eenvoudig overbrugbare afstand, maar een neutronenster is slechts tien kilometer groot en het magneetveld is enorm sterk. De onderzoekers vermoeden dan ook dat de Type-II-uitbarstingen inderdaad verklaard kunnen worden door het magneetveld.

Jakob van den Eijnden (Universiteit van Amsterdam) is pas een half jaar met mijn zijn PhD-onderzoek bezig, maar hij is toch al hoofdauteur van het artikel: “Dat ik nu al zulke mooie resultaten heb, komt onder andere doordat een van mijn voorgangers, Tullio Bagnoli, een verzoek had ingediend voor waarnemingen met maar liefst drie röntgensatellieten. Die verzoeken werden gehonoreerd en zo had ik een vliegende start.”

In de toekomst willen de astronomen onderzoeken wat er met de gasschijf gebeurt tijdens een uitbarsting. Daarnaast willen ze de draaisnelheid van de neutronenster meten en meer te weten komen over de begeleidende ster die om de neutronenster heen draait. Bron: Astronomie.nl.

Een nieuw leven voor de Westerbork-radiotelescoop: eerste beelden van Apertif

Credit: Oosterloo/Hut/Apertif Commissioning Team

Een belangrijke moment voor de Westerbork Synthese Radio Telescoop: de eerste radio beelden zijn gemaakt met de gloednieuwe radio ontvanger “Apertif”. Met deze nieuwe ontvangers kunnen veel grotere delen van de hemel veel sneller in kaart gebracht worden. De “oude” Westerbork ontvangers konden in één waarneming een deel van de hemel ongeveer zo groot als de volle maan bekijken. Met het nieuwe Westerbork/Apertif systeem kan nu een stuk hemel wat wel 40 keer zo groot is in één keer bekeken worden. Dit is een belangrijk moment voor de Westerbork telescoop. De nieuwe Apertif ontvangers, door ASTRON in Dwingeloo ontworpen en gebouwd, zijn het afgelopen jaar in de Westerbork telescoop geïnstalleerd en zullen later in 2017 volledig operationeel zijn.

Met de verbeterde Westerbork telescoop kunnen nu veel nieuwe studies gedaan worden die tot nu toe niet mogelijk waren. De Apertif ontvangers zullen met name gebruikt worden om radio beelden te maken van grote delen van de hemel die nog niet eerder in zulk detail en met zulk oplossend vermogen bestudeerd zijn; ook zal de hemel afgezocht worden naar nieuwe soorten melkwegstelsels en sterren. Uiteindelijk zal dit leiden tot een publiekelijk toegankelijke database van beelden en catalogi die beschikbaar zullen zijn voor astronomisch onderzoek door sterrenkundigen uit de hele wereld.

Valse-kleuren radio beeld gemaakt met het Westerbork/Apertif systeem van het dwerg-melkwegstelsel Leo T (in blauw in het midden), met in de achtergrond (in oranje) verder weg staande radio bronnen. Ter vergelijking linksonder het beeldveld van de vorige Westerbork ontvangers, en rechtsonder, op dezelfde schaal, de volle maan. Apertif kan een deel van de hemel dat 40 keer zo groot is als de volle maan in één waarneming in kaart brengen. (Credit: Oosterloo/Hut/Apertif Commissioning Team)

De eerste twee radio beelden die met de verbeterde telescoop gemaakt zijn laten goed de nieuwe “groothoek” mogelijkheden zien. Het eerste radiobeeld laat het dwerg-melkwegstelsel Leo T zien. Dit beeld is gemaakt met valse kleuren, en laat in blauw het gas in dit melkwegstelsel zien, samen met een aantal radio stelsels in de achtergrond die in oranje weergegeven zijn. Ter vergelijking zijn ook het beeldveld van de vorige Westerbork ontvangers en de volle maan op dezelfde schaal weergegeven.

“Leo T is een zeldzaam soort melkwegstelsel en is één van de kleinste melkwegstelsels die tot nu toe ontdekt is. Het is nog een groot raadsel hoe stelsels die zo klein zijn als Leo T kunnen vormen en ook of er nóg kleinere stelsels bestaan. Apertif zal gebruikt worden om de hemel af te zoeken en te zien hoeveel van die kleine stelsels er zijn. Dit zal helpen dit raadsel op te lossen”, zegt Prof. Tom Oosterloo van ASTRON, één van de hoofdonderzoekers van het project.

Het tweede radio beeld laat het actieve melkwegstels NGC 315 zien, met de “jets” en wolken van relativistische elektronen die de radiogolven produceren die met de Apertif ontvangers opgevangen zijn. “Met de oude’ Westerbork telescoop zouden er bijna 40 aparte waarnemingen nodig geweest zijn om zo’n beeld te maken. Met de nieuwe Apertif ontvangers en dankzij de nieuwegroothoek’ mogelijkheid kunnen we dit stelsel in één keer in kaart brengen. Met Apertif kunnen we nu veel meer van deze stelsels in detail bestuderen,” aldus Prof. Marc Verheijen van het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, die de andere hoofdonderzoeker van het project is.

Het radiostelsel NGC 315 met de uitgebreide “jets” is te zien in het midden. Het beeldveld van de vorige Westerbork ontvangers is links-onder weergegeven, met de volle maan op dezelfde schaal rechts-onder. Voor dit beeld zouden vele waarnemingen met het oude systeem nodig geweest zijn, in plaats van deze Apertif waarneming. (Credit: Oosterloo/Hut/Apertif Commissioning Team)

De nieuwe Apertif ontvangers zijn door ASTRON zelf ontworpen en gebouwd. “We gebruiken 121 kleine ontvangers in elke telescoop waarvan de signalen dan elektronisch gecombineerd worden om zo een groot beeldveld te krijgen. Het onderzoek en de ontwikkeling van deze ontvangers is een deel van de bijdrage van ASTRON en Nederland aan de nieuwe technologie die nodig is om de nieuwe, internationale Square Kilometer Array radiotelescoop mogelijk te maken,” zegt Ir. Raymond van den Brink, de Apertif Project Manager.

De verbeterde telescoop zal ook gebruikt worden voor het zoeken naar en bestuderen van nieuwe variabele bronnen aan de radio hemel. Met de nieuwe Apertif ontvangers kunnen grote delen van de hemel nu sneller in kaart gebracht worden. Onderzoeksprojecten die vroeger onmogelijk waren omdat ze tientallen jaren zouden duren, kunnen nu in veel kortere tijd gedaan worden. Westerbork staat dus op het punt weer veel nieuwe ontdekkingen aan de radio hemel te maken.

Bron: Astron.

Animatie toont de beweging van vier planeten rondom de ster HR 8799

Credits: Video making & motion interpolation: Jason Wang Data analysis: Christian Marois Orbit determination: Quinn Konopacky Data Taking: Bruce Macintosh, Travis Barman, Ben Zuckerman

Jason Wang, studerend aan de Universiteit van Californië, mag wat mij betreft tijdens de 89ste uitreiking van de Oscars, 26 februari 2017 a.s. in Los Angeles, een Oscar krijgen voor de beste animatiefilm van dit jaar. Hij heeft een computeralgoritme gemaakt, waarmee de beweging van exoplaneten om sterren gevisualiseerd kan worden. Twee voorbeelden laten het prachtige resultaat zien, hierboven een gif-animatie van vier planeten om de 30 miljoen jaar oude ster HR 8799, die 129 lichtjaar van ons vandaan staat in het sterrenbeeld Pegasus, hieronder een youtupertje met één exoplaneet, Beta Pictoris b, bij de bekende ster Beta Pictoris, die 40 miljoen jaar 0ud is.

Om dit soort animaties te kunnen maken is eerst vele jaren getuurd met enorme telescopen naar die planeten, in het geval van HR 8799 met de Keck telescoop op Hawaï en in het geval van Beta Pictoris met de Gemini South telescoop in Chili. Bron: Gizmodo + Astrobob.

Sterren in halo van Melkweg reizen vaak in groepjes

De Melkweg met in paars een computersimulatie van sterren van een opgeslokt klein sterrenstelsel in de halo. De pijlen geven de beweging van de halosterren weer. Langere pijlen duiden op snellere bewegingen. De onderzoekers vermoeden dat er tientallen van zulke groepjes sterren om de Melkweg zwermen. (c) Amina Helmi/Jovan Veljanoski/Maarten Breddels/RuG

Veel sterren rond onze Melkwegschijf trekken in groepjes op. Dat blijkt uit Gronings onderzoek aan de gegevens van miljoenen sterren die in september vrijkwamen bij de Gaia-missie. De astronomen publiceren hun bevindingen vandaag in het vakblad Astronomy & Astrophysics.

De Melkweg is waarschijnlijk ontstaan door het samengaan van meerdere kleinere sterrenstelsels. Hoe dat precies is gebeurd, is nog onduidelijk. Om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis van de Melkweg bestudeerden Groningse onderzoekers de beweging van sterren van de zogeheten halo. Deze halosterren zijn sterren die zich rond de pannenkoekachtige schijf van de Melkweg bevinden. Het idee is dat de sterren meereisden met de kleine sterrenstelsels die ooit door onze Melkweg zijn opgeslokt.

Een team van Groningse onderzoekers onder leiding van Amina Helmi combineerde de gigantische hoeveelheid gegevens van de Gaia-missie met data uit de zogeheten RAVE-survey. De onderzoekers ontdekten dat een groot deel van de halosterren in groepjes samen reist. Helmi: “Dat duidt erop dat de sterren inderdaad afkomstig zijn van oude, kleine sterrenstelsels die zijn ingevangen door de Melkweg.” De onderzoekers vermoeden dat de sterren als een soort spreeuwenzwermen om de Melkwegschijf bewegen. Helmi: “We denken dat er tientallen van zulke zwermen zijn. We zien nu vooral groepjes van enkele sterren samen bewegen, maar dat komt doordat we nog niet alle gegevens hebben.

Verder zagen de onderzoekers wat opmerkelijks aan de sterren in de zogeheten buitenste halo. Meer dan 70% van die bestudeerde buitenste halosterren blijken tegen de richting van Melkweg in te draaien. Dat is veel meer dan op basis van algemene modellen wordt voorspeld. Helmi: “Je kunt die sterren uit de buitenste halo vergelijken met forensen die spookrijdend naar de stad komen en in de stad blijven spookrijden. Ze bewegen tegengesteld aan de mensen die in de stad wonen.

De onderzoekers baseren hun bevindingen nu vooral nog op de halosterren die zich op hun reis toevallig dichtbij onze zon bevinden. In de toekomst levert Gaia gegevens op van halosterren die verder van ons vandaan bewegen. Helmi: “Met die gegevens kunnen we onze uitspraken over de vorming van de Melkweg verfijnen en de stamboom van de Melkweg reconstrueren.

Bron: Astronomie.nl.

Hoe het Bedford Level experiment in 1870 liet zien dat de aarde rond is

Credit: George Davey • Public domain

Tot aan de dag van vandaag duiken er platte aarde-aanhangers op, die ondanks de talloze wetenschappelijke bewijzen voor de ronde aarde blijven volhouden dat de aarde zo plat is als een pannenkoek. Ik zal op die discussie hier niet ingaan, maar wil wel een 19e eeuws experiment aanhalen, waarin al werd aangetoond dat de aarde rond is. Het heet het Bedford Level experiment en het was eigenlijk een weddenschap, die gestart was door John Hampden, een aanhanger van de platte aarde theorie. Hampden was ter orde gekomen dat al in 1838 en later in 1849 door Samuel Birley Rowbotham een experiment was uitgevoerd op het 9,7 km lange kanaal genaamd Old Bedford in het graafschap van Cambridge. Volgens Rowbotham was dat kaarsrechte kanaal een ideale plek om de bolvorm van de aarde te meten – áls de aarde een bol zou zijn, hetgeen hij niet geloofde. Zijn redenatie was de volgende:

IF the earth is a globe, and is 25,000 English statute miles (ca. 40.000 km) in circumference, the surface of all standing water must have a certain degree of convexity–every part must be an arc of a circle. From the summit of any such arc there will exist a curvature or declination of 8 inches in the first statute mile. In the second mile the fall will be 32 inches; in the third mile, 72 inches, or 6 feet (1,8 meter), as shown in the following diagram:

Credit: George Davey • Public domain

…[A]fter the first few miles the curvature would be so great that no difficulty could exist in detecting either its actual existence or its proportion…In the county of Cambridge there is an artificial river or canal, called the “Old Bedford.” It is upwards of twenty miles in length, and []passes in a straight line through that part of the Fens called the “Bedford Level.” The water is nearly stationary–often completely so, and throughout its entire length has no interruption from locks or water-gates of any kind; so that it is, in every respect, well adapted for ascertaining whether any or what amount of convexity really exists.

Rowbotham voerde het experiment uit met een telescoop, die een boot in de gaten hield, die een mast met een vlag had, 0,91 meter hoog, en die steeds verder weg voer. Uitkomst van de metingen van Rowbotham was dat hij de vlag continu kon zien, dat de mast niet lager werd naarmate de afstand toenam, zoals je bij een bolvormige aarde zou verwachten. Rowbotham’s conclusie was dat de aarde dus plat was.

Hampden wilde Rowbotham’s experiment bevestigd zien en hij maakte er in 1870 een weddenschap van om aan te tonen dat de aarde plat was. De weddenschap werd aangenomen door Alfred Russel Wallace, de bekende Britse natuuronderzoeker, geograaf, antropoloog en bioloog, die onafhankelijk van Charles Darwin een eigen evolutietheorie formuleerde die sterk leek op die van Darwin. Toen Wallace het experiment op de Old Bedford uitvoerde maakte hij één groot verschil met hetgeen Rowbotham eerder deed: Wallace stelde een gezichtslijn in op 4 meter hoogte boven het water. Daarmee vermeed hij de invloed van de zogeheten atmosferische refractie, het optreden van lichtbreking als gevolg van de prismatische werking van een atmosfeer. Omdat de dichtheid en temperatuur van de atmosfeer toeneemt met lagere hoogte kan licht laag bij het aardoppervlak naar beneden toe afbuigen.

Credit: Chris55 • Public domain

Rekening houdend met de effecten van de atmosferische refractie kon Wallace wel meten dat de mast van de boot steeds lager werd naarmate de afstand toenam en daarmee kon hij de bolvorm van de aarde bewijzen. Hampden was een slecht verliezer, want hij beschuldigde Wallace van bedrog en hij erkende de waarnemingen niet. Een jury, gevormd door de uitgever van The Field, een Engels sporttijdschrift, gaf Wallace echter gelijk en riep hem uit als winnaar van de weddenschap. Hieronder een video over het Bedford Level experiment.

Bron: Wikipedia.

ijskouwe Kerstboom…NGC 2264

Ja..ja….het was afgelopen donderdag weer eens zover ….een  ijs maar dan ook echt ijskoud briesje uit het oosten, een bijna nieuwe maan en een compleet wolkenloze kraakieheldere avond/nachthemel…ofwel alle benodigdige ingredienten voor een plezant avondje astrofotografisch sadomasochisme…..MAAR… dan hebbie ook wat, want zeg nou zelf, welk een schoon stukkie hemelgewelf in de vorm van de “Christmastree cluster” heb ik hier toch tot mijzelve gemaakt…EN….ik mag op dit nobele Astro-medium al die schoons ook nog eens delen met de rest van het Universum…oh joepie!!!

En dus….ook al is het altijd weer vanuit fysiek-ergonomisch standpunt bekeken niet echt de meest comfortabele manier om een doorsnee winterdonderdagavond te besteden, een astronomische winter is gewoon niet compleet zonder minimaal één avondje gezellig pijn/kou lijden in het open veld,  stoer (stom??) gezeten achter je (foto)teletoetertje,  op jacht naar die kostbare fotonen afkomstig uit verre kosmische werelden….

En ook deze avond had het weer alle aspecten die zo’n astrofofografische wintersessie tot zo’n…eh…onvergetelijke ervaring maken….Ik bedoel….het sterrenbeeld Orion hoog aan zo’n stikdonkere kraakheldere winternacht-hemel is en blijft een weergeloos gezicht….maar diezelfde stikdonkere weergaloos kraakheldere wintersterrenhemel zorgt vanwege de snijdende kou er wel voor dat de gemiddelde werkdruk voor den eenzamen dappren  open veld astrofotograaf een flink stukkie pittiger is dan tijdens zo’n heerlijke comfortabel warme “korte broek-T-shirt zomer-fotosessie. Ik moet zelfs bekennen dat ik deze keer wel heel dicht bij de “KDPM-grens” ben gekomen….de “krijg de pleuris maar-grens”!!!. Worstelen met onwillig astrospeelgoed onder dit soort barre omstandigheden…poeh….niet echt lollig. Ik had net het hele GOTO-circus braaf uitgelijnd op drie sterren….valt de stroom uit…..aaaarrgggghhhhh…..mijn nieuw aangeschafte EQ6 bedieningspaneel-verlengkabeltje bleek toch niet echt “onder NUL proof” te zijn….één seconde effe geen verbinding/geen stroom..en je kunt gewoon weer helemaal opnieuw beginnen…diepe zucht!!.

Mijn tweede GOTO-uitlijn poging eindigde ook in een “glorious disaster” omdat ik,  net nadat ik het hele zooitje weer op de rails had gekregen,  ik natuurlijk net op la moment surpreme tegen mijn montering aan moest stoten……encore..aaaarrrrgghhhhhh.  Om  het tijdens zo’n  winterastrofotosessie, die uiteindelijk met het hele op en afbreekritueel meestal zo’n uur of vier duurt,  een beetje comfortabel vol te houden ben ik uiteraard…eh…”bepaaldelijk niet licht gekleed”….U weet wel, laagje over laagje over laagje….en dat brengt met zich mee dat er maar weinig ruimte overblijft voor “soepel en makkelijk bewegen”…een beetje hetzelfde gevoel alsof je in een ruimtepak op de maan loopt rond te scharrelen,  in je noodgedwongen, door fashion-politie-chick Yarra zwaar afgekeurde,  haute couture lompheid continu delicate apparatuur omstotende…erg onhandig allemaal!!

Dat was dus het moment dat ik toch wel even bevangen werd door dat kleine  “KDPM-momentje”…maar ja….onder ZO’N rete-zwarte sterrenhemel is opgeven gewoon nimmer een optie….en na de derde GOTO-uitlijnsessie kon er uiteindelijk wel “gekiekt” worden. Oh ja…..wat dat GOTO-uitlijnen bij de EQ6-montering betreft…….. (ik heb nog zo’n oude origineel non-goto zwarte waarvoor ik naderhand een GOTO-upgrade set heb aangeschaft, een montering waar ik overigens op zich  nog steeds heel tevreden mee ben)…. ….vind ik dat in zoverre soms echt hopeloos lastig vanwege het gebruik van die arabische namen in het menu voor de uitlijnsterren waaruit de software je “dwingt” te kiezen. Prachtig  hoor, al die mooie arabische namen…en bekende namen als Capella en Sirius en zo…daar kan ik nog wel wat mee…..maarre…als de software om de één of andere zotte reden zomaar opeens op de proppen komt met “tweede keuze-sterren” zoals Scheat of Caph (heel leuk, heel sjiek…maarre..geef mijn portie maar aan Fikkie!!)  en niet met de hoofdsterren van de sterrenbeelden die op het moment van uitlijnen zichtbaar zijn, dan maakt dat “de zaak der dingen” helaas wel erg nodeloos ingewikkeld. Ik heb tegenwoordig een lijstje bij me met al die maffe sternamen….en dus ik kom er uiteindelijk altijd wel weer uit…maarre……

…….Waarom toch niet gewoon alpha Aurigae,  alpha Canis Majoris of beta andromedae etc..etc.. weergeven in de display…enz…..enz…..?????   Weet je meteen in welk sterrenbeeld je moet wezen. Ik word er echt helemaal knettergek van en ik vind dat zo ongeveer het grootste minpunt van de EQ6..maar misschien is dat met die nieuwe (foeilelijk witte) EQ zessen wel anders/beter????   Afijn als iemand toevallig een manier weet om de uitlijnsoftware voor zo’n oude zwarte EQ6-handcontroler wat dit aspect betreft te herprogrammeren zodat ie de uitlijnsterren in die andere benaming aangeeft, dan wil ik dat heel graag weten…grrrrrr!!!

Maar goed……na dit stief anderhalf vrij ijsworstelen met onwillig astrospeelgoed kon er dan toch nog uiteindelijk “subs” belicht worden en dat zijn er weer gewoon de standaard 6 subs x 5 minuten op 800 ISO geworden, plus nog twee dark frames ook van 5 minuten en na thuiskomst nog gevolgd door 12 flatfields, zoals altijd geschoten door de telescoop aan de voorkant af te dekken met stuk wit plexiglas en dan vervolgens het hele zooitje rechtop omhoog “op z’n kont als het ware” op een TL-balk te richten.

Deze zogenaamde flats maak je vooral om vuiltjes en zo op de beeldsensor te verwijderen en om Vignettering/lichtafval tegen te gaan. Dit lelijke verschijnsel zie je op je foto als het  niet egaal donkerder worden van je foto bezien vanaf het midden van de foto naar de rand toe…..bepaaldelijk geen mooi gezicht en daarom vind ik het schieten van flats misschien nog wel belangrijker dan het maken van dark frames (ter voorkoming van hot pixels=nepsterren).

Er zijn trouwens twee zaken die ik als vrije veld-astrofotograaf door schade en schande wel geleerd heb bij het maken van die desbetreffende  flatfields.   In de eerste plaats……de camera MOET na de veldsessie op de telescoop blijven zitten en dat is in zoverre “eng” vanwege de kans op “stootschade” aan je dure camera tijdens het in en uit de auto laden van de telescoop na dat plezante avondje uit onder de sterren!! De camera KAN/MAG dus pas worden verwijderd NADAT de flats zijn gemaakt anders heeft het maken van flats totaal geen nut! De camera bij thuiskomst weer op dezelfde stand op de telescoop proberen te plaatsen is namelijk per definitie gedoemd te mislukken

Wat ik ook geleerd heb is om, als ik moe thuisgekomen ben en eigenlijk zo rap als maar kan naar mijn nest wil, toch vooral de TL-verlichting van mijn “werkhok” waaronder ik dus die flats schiet…royaal de tijd te geven om op temperatuur te komen!!!

Afijn….tot zover mijn bescheiden bezoekje aan het astrofotografische biechthokje en nu dan maar weer “back to the object of my astronomical desire”, NGC 2264 of wel de Christmastree-cluster…en er zijn nog een paar andere maffe namen op het internet te vinden voor dit object….of beter nog..verzameling van objecten..die ik U zal besparen…enne….persoonlijk moet ik wel zeggen dat ik die zogenaamde “kerstboom” er niet echt uit kan halen…maar dat maakt mij niet uit, het is een mooie omgeving.   NGC 2264 is eenzelfde soort van omgeving als de Grote Orionnevel….ofwel….de bekende combinatie van een  open sterrenhoop met een paar zware hete blauwe UV-licht spuwende jonge sterren ingebed in zijn grote “geboortewolk” van neutraal,  ge-ioniseerd waterstof en donker stof….al dit schoons gelegen op een afstandje van zo’n 2600 lichtjaar in de richting van het onopvallende sterrenbeeld Mononceros (Eenhoorn)…en dat is dan weer een dikke 1000 lichtjaar verderop dan “buurman/vrouw(??) grote Orionnevel” in het naburige sterrenbeeld Orion.

Rest mij  af te sluiten met de conclusie dat eindresultaat van dit rondje astrofotografie mij eigenlijk en gelukkig heel erg meevalt. Ik ben nu alweer een paar jaar bezig met astrofotografie en op een gegeven moment heb je alle “glamour-objecten” zo’n beetje allemaal wel gehad..en dan beland je in de wereld van de, laat ik het  maar omschrijven met de kreet “de meer exotische Non Messier deep sky objecten” terecht……Naast de gigantische NGC catalogus (10 000 objecten!!) zijn er ook objecten zoals bijvoorbeeld obscure emisie-neveltjes met namen zoals “vbBergh 7” of “Shapley 156″……enne…..daar zitten soms hele leuke “meevallers” tussen die wel prettig binnen het bereik blijken te zijn van de “hit and run open veld astrofotograaf” die zich nu eenmaal GEEN belichtingstijden van vele uren en soms zelf dagen kunnen permiteren! Waarvan akte!!!

 

Het was wel niet de bedoeling, maar de Japanse PROCYON sonde deed toch nuttige waarnemingen aan komeet 67P

Impressie van de Japanse PROCYON sonde en de komeet 67P. Nee, zo dichtbij de komeet was de sonde niet. Credit: NAOJ/ESA/Go Miyazaki.

De Japanse PROCYON sonde, een afkorting van de Proximate Object Close flyby with Optical Navigation, werd op 4 dcecember 2014 gelanceerd tezamen met de Hayabusa 2 sonde. De slechts 70 kg wegende PROCYON, een ‘cubesat’ van 60 cm doorsnede, zou in 2016 de planetoïde genaamd 2000 DP107 gaan bezoeken, Hayabusa 2 zou zich richten op een andere planetoïde, 162173 Ryugu genaamd, waar ‘ie juli 2018 moet aankomen en dan monsters moet verzamelen, om die naar de aarde terug te brengen. Hayabusa 2 ligt zoals het er nu naar uit ziet goed op koers, maar met PROCYON liep het minder goed af. De bedoeling was dat februari 2015 de ionenmotor de mini-sonde een versnelling zou geven, waarna via een flyby langs de aarde in december 2015 naar 2000 DP107 zou worden afgestevend. Maar er ging iets mis met die ionenmotor en het doel naar 2000 DP107 te vliegen vervloog – het zoveelste drama voor een Japanse ruimtevaartmissie. Maar zoals de Japanse wetenschappers hebben laten zien met de Hayabusa 1 sonde en later de Akatsuki sonde bij Venus weten ze met veel vernuft een dreigende mislukking toch om te buigen in een behoorlijk succes en dat is ook nu weer het geval. Men was september 2015 namelijk in staat om de LAICA (‘Lyman-alpha imaging camera’) camera aan boord van PROCYON naar de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko te richten en waarnemingen te verrichten van de wateruitstoot door deze komeet.

Bovenste afbeelding: de waargenomen en bewerkte opname van waterstof -Ly? rondom de komeet 67P/C-G, waargenomen door de LAICA telescoop op 13 september 13 2015. De onderste afbeelding toont een voorspelling van die coma op grond van een model. De pijl toont de richting van de zon op dat moment. Credit: NAOJ.

Op dat moment was de komeet in de buurt van z’n perihelium en daarom behoorlijk actief. Van zeer nabij werd de komeet op dat moment bestudeerd door de Europese Rosetta sonde, die slechts enkele tientallen kilometers van de kern van de komeet verwijderd was. Maar dat was ook gelijk een probleem voor Rosetta: hij bevond zich midden in de coma van de komeet, het gasvormige omhulsel rondom de kern. Hij had geen zicht op die coma van buitenaf en kon daarom niet goed de totale uitstoot van gassen meten. De kleine PROCYON sonde kon dat met LAICA wel doen, een camera die oorspronkelijk ontworpen was om de ‘geocorona’ van de aarde te meten, de buitenste laag van de atmosfeer van de aarde. Met LAICA kon men de emissie van waterstofatomen in de gaten houden en dat kon ‘ie september 2015 van de coma van 67P doen, de waarnemingen hierboven laten dat zien. Met behulp van de waarnemingen heeft men bevestigd wat al langer over kometen wordt gedacht: dat hun waterproductie toeneemt als ze dichter bij de zon komen. Van kometen wordt gedacht dat zij mogelijk het water op aarde hebben gebracht door inslagen in de vroege periode van het zonnestelsel. Tsjonge, waar een verloren gewaande mini-sonde al niet nuttig voor is. Meer informatie in dit vakartikel, dat volgende maand gepubliceerd zal worden in The Astronomical Journal. Bron: Centauri Dreams + NAO.

Eerste SmallGEO satelliet vannacht succesvol gelanceerd

Credit: ESA

Vannacht om 02.03 uur Nederlandse tijd is met een Sojoez ST-B draagraket, inclusief fregat-MT bovenste trap, vanaf de Europese lanceerbasis Kourou in Frans-Guyana de Hispasat 36W-1 satelliet gelanceerd en in een geostationaire baan om de aarde gebracht. Het is de eerste Arianespace (Flight VS16) missie van dit jaar. Deze satelliet is de eerste telecomsatelliet die onderdeel is van het SmallGEO-platform. Het is de eerste telecommunicatiesatelliet in 25 jaar tijd die is ontworpen en getest in Duitsland. De lancering markeert tevens de eerste keer dat een Sojoez-raket een telecomsatelliet van meer dan 3 ton vanaf Kourou naar een geostationaire baan brengt.

Impressie van de Hispasat 36W-1 van het SmallGEO platform

Wanneer Hispasat 36W-1 op zijn plek hangt zal hij breedbanddekking bieden voor Europa, de Canarische Eilanden en de twee Amerikaanse continenten. Daarvoor gebruikt Hispasat 36W-1 het Redsat-instrument. Dat instrument zorgt voor een betere signaalkwaliteit en flexibele dekking door tot vier stralen binnen de Ku-band tegelijkertijd naar de aarde te sturen. Afhankelijk van de vraag worden de sterkte en plek van de stralen aangepast. De beoogde levensduur van de satelliet is 15 jaar. Hieronder videobeelden van de nachtelijke lancering.

Bron: ESA.

Marter die vorig jaar de LHC deeltjesversneller in Genève stillegde is in Nederland

Credit: NATUURHISTORISCH MUSEUM ROTTERDAM

De expositie Dode dieren met een verhaal in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam heeft er weer een aanwinst bij: de CERN-marter. De steenmarter was de aanleiding dat de deeltjesversneller van onderzoekscentrum CERN in Genève in november een dag stillag.
Het roofdier moest dat met de dood bekopen, het werd geëlektrocuteerd. De deeltjesversneller is al vaker stilgelegd door toedoen van een dier: in april vorig jaar knaagde een andere steenmarter – waarvan ze eerst dachten dat het een wezel was – de bekabeling door bij een transformator.
De deeltjesversneller, een 27 kilometer lange tunnel, kon toen een week niet worden gebruikt. Het Natuurhistorisch Museum had het liefst dat dier willen hebben, maar het kadaver was al vernietigd.

Frühstückvleermuis

De steenmarter is het tweede beest van over de grens in de tentoonstelling. De zogenoemde Frühstückvleermuis uit Duitsland werd vier jaar geleden in de collectie opgenomen. De vleermuis werd gevonden in een doos ontbijtgranen, wat tot veel media-aandacht leidde.
Andere dieren in de collectie zijn de Dominomus, de Tweede Kamermuis en de Verslikvis. Nee, de legendarische meeuw, die Feyenoord-keeper Eddie Treytel in 1970 tijdens de wedstrijd Sparta-Feyenoord uit de lucht schoot zit er niet bij. Die meeuw is in opgezette vorm te vinden in het Feyenoord-museum. Bron: NOS.

Zwaartekrachtslenzen bevestigen dat heelal sneller uitdijt dan verwacht

Credit: ESA/Hubble, NASA, Suyu et al.

Een internationale groep van sterrenkundigen van de zogeheten H0LiCOW samenwerking heeft met behulp van waarnemingen aan vijf zwaartekrachtslenzen een nauwkeurige schatting kunnen maken van de Hubble constante, de constante die de snelheid van de expansie van het heelal aangeeft. Die waarneming wijst op een snellere uitdijing van het heelal dan op grond van waarnemingen met de Europese Planck satelliet werd geraamd, welke gebaseerd was op waarnemingen aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling, dat in 2015 bekend werd gemaakt. Sherry Suyu en zijn team van het Max Planck Institute for Astrophysics in Duitsland keken naar vijf ver weg staande quasars, wiens licht door tussen de quasar en de aarde in staande clusters van sterrenstelsels werd verbogen tot zwaartekrachtslenzen, een verschijnsel dat meer dan honderd jaar geleden werd voorspeld door Albert Einstein in diens Algemene Relativiteitstheorie.

Met de nauwkeurige metingen van tijdvertragingen tussen verschillende beelden, en computermodellen, kon Suyu’s team de Hubble constante bepalen met een indrukwekkend hoge nauwkeurigheid van 71,9 ± 2,7 kilometer per seconde per megaparsec, een onzekerheid van slechts 3,8%. Die waarde is hoger dan de meting die met de Planck-satelliet werd gedaan en die 66,93 ± 0,62 km/sec/Mpc bedroeg. Vraag is nu: wie had het bij het rechte eind, Hubble of Planck?  Bron: Hubble.