Het was op 10 januari 1946 – gisteren precies 71 jaar geleden – dat moonbouncing begon, het zenden van radiosignalen naar de maan en de weerkaatste signalen vervolgens weer ontvangen. Het was de Amerikaanse marine die dat moonbouncing deed in het kader van Project Diana.
Vanaf een laboratorium op het militaire Camp Evans in Wall Township, New Jersey (VS) zonden John H. DeWitt en E. King Stodola die dag met een gemodificeerde SCR-271 radar set uit de tweede wereldoorlog een signaal van 3 kilowatt bij een frequentie van 111,5 MHz in pulsen van 1/4e seconde naar de maan.
De radarantenne van Project Diana. Credit: NASA
Dat signaal werd 2,5 seconde later opgepikt door de dipoolantenne van de basis. Dat was de tijd die het signaal nodig had om de 768.000 km lange reis (heen en weer naar de maan en terug) af te leggen. Met dit experiment werd ook de basis gelegd voor de radar sterrenkunde, waarbij radiosignalen naar een hemellichaam worden gezonden om na terugkaatsing weer te worden ontvangen. Dat gebeurt vandaag de dag nog steeds, zoals bij planetoïden die dicht bij de aarde komen, zodat meer over hun omvang en vorm bekend wordt. Moonbouncing wordt vandaag de dag ook gebruikt voor artistieke doeleinden, zoals de visual moonbounce van kunstenaar en Astroblog-auteur Daniela de Paulis, waarbij afbeeldingen naar de maan worden gezonden en weer ontvangen. Bron: deze tweet. Voor deze blog is ook gebruik gemaakt van de info over project Diana hier.
Artist’s impression van een Melkweg-achtige sterrenstelsel, omgeven door een omvangrijke halo van zwak, blauw licht. De fotonen van dat licht hebben moeite om uit het sterrenstelsel te ontsnappen. (ESO/L. Calçada)
Een team van astronomen onder leiding van Jorryt Matthee van de Universiteit Leiden en David Sobral van de University of Lancaster (Verenigd Koninkrijk) heeft ontdekt dat zich rond alle vroege sterrenstelsels gigantische halo’s van zogeheten Lyman-alfafotonen bevinden. Bovendien hebben de astronomen met behulp van een speciale telescoop-afstelling voor het eerst gemeten dat deze Lyman-alfafotonen veel moeite hebben gehad om uit deze sterrenstelsels te ontsnappen.
Om meer te weten over de ontstaansgeschiedenis van onze eigen Melkweg kijken astronomen vaak naar vergelegen sterrenstelsels. Het licht van verre sterrenstelsels doet er miljarden jaren over om ons te bereiken en vormt als het ware een tijdmachine om terug te kijken. Er was tot nu toe echter een groot probleem. De zogeheten Lyman-alfastraling die door verre sterrenstelsels wordt geproduceerd, ontsnapt vaak maar mondjesmaat van de sterrenstelsels. Het was tot nu toe lastig om op basis van de hoeveelheid straling die uiteindelijk op de aarde wordt waargenomen, iets te zeggen over de werkelijke omstandigheden op 11 miljard lichtjaar ter plekke.
Daarop hebben de onderzoekers nu een oplossing bedacht. Jorryt Matthee (Universiteit Leiden) legt uit: “Normaal gesproken meten we in het nabije heelal H-alfastraling en in het vroege heelal Lyman-alfa. Het is extreem lastig om beide tegelijk waar te nemen. Maar dat is ons bij een aantal sterrenstelsels wel gelukt. Daardoor konden we de telescopen kalibreren voor Lyman-alfastraling.”
De Isaac Newton Telescope. (c) ING, La Palma
De astronomen keken tientallen nachten met behulp van de Isaac Newton Telescope (INT) op La Palma naar bijna duizend verre sterrenstelsels. Ze gebruikten daarbij de Wide Field Camera, een soort stereobril voor de telescoop. Op de camera hadden de onderzoekers hun op maat gemaakte, gekalibreerde filters gezet. Daardoor konden ze nu wel goed meten hoeveel Lyman-alfastraling er aanwezig was.
Wat blijkt? Slechts ongeveer 1 tot 2 procent van de Lyman-alfastraling ontsnapt uit het centrum van een sterrenstelsel en maximaal 10 procent weet het omliggende gebied te verlaten. De zich vormende sterrenstelsels in het verre heelal houden dus een immense halo van Lyman-alfafotonen gevangen die tot nu toe onopgemerkt was gebleken. Een paar maanden geleden zagen sterrenkundigen al halo’s rond quasars.
Overigens ontdekten de astronomen ook sterrenstelsels waar juist wel behoorlijk wat Lyman-alfastraling kon ontsnappen. Deze hebben een kleinere massa dan onze Melkweg en behoren tot de jongste sterrenstelsels die tot nu toe bekend zijn.
In de toekomst willen de astronomen met behulp van de nog te lanceren James Webb Space Telescope langer en dieper het heelal inkijken. Door de Lyman-alfastraling te analyseren, kunnen ze dan de eigenschappen van interstellair en intergalactisch gas beter bestuderen.
Hier de twee vakartikelen over de ontdekte halo’s:
Jorryt Matthee, David Sobral, Iván Oteo, Philip Best, Ian Smail, Huub Röttgering and Ana Paulino-Afonso, 2016, “The CALYMHA survey: Ly? escape fraction and its dependence on galaxy properties at z = 2.23”, MNRAS, 458, 449 (gratis preprint: https://arxiv.org/abs/1602.02756).
David Sobral, Jorryt Matthee, Philip Best, Andra Stroe, Huub Röttgering, Iván Oteo, Ian Smail, Leah Morabito, Ana Paulino-Afonso, 2016, “The CALYMHA survey: Ly? luminosity function and global escape fraction of Ly? photons at z=2.23”, MNRAS in press (gratis preprint https://arxiv.org/abs/1609.05897).
We hebben inmiddels allemaal wel gehoord van de beroemde Tabby’s-ster, wiens opmerkelijke gedrag vorig jaar heeft geleid tot de beruchte “Alien Megastructure” hypothese. Deze ster, die officieel als KIC 8462852 door het leven gaat, neemt van tijd tot tijd plotseling ernstig in lichtkracht af, waarna de lichtkracht even plotseling weer toeneemt. Er zijn allerlei hypotheses bedacht om dit gedrag te verklaren, van aliens tot kometenzwermen. Nu is de sterrenkundige Brian Metzger van de Columbia University (New York) met een nieuwe verklaring gekomen. Wellicht heeft Tabby’s-ster in het (relatief) recente verleden een planeet opgesnoept? Afhankelijk van de grootte van die planeet zou dat 200 tot 10.000 jaar geleden moeten hebben plaatsgehad.
Credit: David A. Aguilar (CfA)
Het opeten van een planeet is een gewelddadige gebeurtenis: als gevolg van getijdenkrachten zal de planeet langzaam uiteen getrokken worden. Daarnaast zullen eventueel aanwezige manen gestript worden. Hierbij ontstaan dan puinwolken die in excentrische omloopbanen rondom de moederster draaien. Van tijd tot tijd zal zo’n puinwolk precies tussen de aarde en de moederster langs trekken, waarbij het licht van de ster gedimd zal worden. Goed, dit klinkt als een plausibele verklaring, maar het is voorlopig niet veel meer dan een hypothese. De tijd zal leren hoe het werkelijk zit 🙂
[Update] In september 2018 werd duidelijk dat de botsing van de twee componenten van KIC 9832227 in 2022 NIET zal plaatsvinden. Eén van de gebruikte meetwaarden voor de berekende datum van de botsing blijkt te berusten op een… tikfout, jawel! Zie dit artikel voor meer info daarover.
Credit: Science; L. Molnar et al.
Hou de ster KIC 9832227 in het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus) in de gaten! Het is een zogeheten contact dubbelster, waarbij de twee componenten zo dicht bij elkaar staan dat ze in elkaar overlopen, zoals je op de afbeelding hierboven ziet (al is dat wel een artistieke impressie van een andere contact dubbelster, VFTS 352 om precies te zijn). Professor Lawrence Molnar en zijn team van het Calvin College in Grand Rapids, Michigan (VS) hebben de dubbelster bestudeerd en hebben uit hun omloopsnelheid om elkaar (eens per halve dag draaien ze om een gemeenschappelijk zwaartepunt) geconcludeerd dat het nog zo’n vijf jaar duurt voordat ze echt samensmelten en dan vervolgens zullen exploderen. KIC 9832227 wordt al sinds 2013 bestudeerd en in eerste instantie werd gedacht dat die samensmelting en explosie ergens in de periode 2018-2020 zou plaatsvinden. Maar afgelopen week liet Molnar op de 229e bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) in Grapevine (VS) in een presentatie genaamd “A Precise Prediction of a Stellar Merger and Red Nova Outburst“ weten dat ze denken dat het in 2022 gaat plaatsvinden – in 2022,2 +/- 0,6 om precies te zijn. De explosie zal dan aan de hemel te zien zijn als een zogeheten rode nova, die mogelijk tijdelijk één van de helderste object aan de nachtelijke hemel zal zijn. Hieronder een schets van de twee componenten van KIC 9832227, zoals Molnar denkt dat ze er momenteel uitzien, bekeken vanuit twee richtingen.
Credit: calvin.edu.
Zo’n rode nova hebben we wel eens eerder meegemaakt, want in 2008 explodeerde V1309 Scorpii, ook zo’n contact dubbelster. Die stond alleen 10.000 lichtjaar van ons vandaan, terwijl KIC 9832227 op ‘slechts’ 1800 lichtjaar staat en daarom helderder zal worden. Momenteel schommelt de helderheid van KIC 983227 tussen 12,27 en 12,46m, dus met een middelgrote telescoop kan je ‘m zien. Hieronder een kaartje waarop je ziet aangegeven wat de locatie is, z’n exacte hemelcoördinaten zijn RK 19h 29m 15.948s, Decl. +46° 37? 19.89?. Hou ‘m komende jaren in de gaten!
Credit: calvin.edu
Er zit ook een documentaire over de contact dubbelster aan te komen, die pas in 2023, dus ná het verschijnen van de rode nova, het licht zal zien. Hieronder een trailer van die documentaire.
Hier het vakartikel over KIC 9832227 en de voorspelling van diens exploderen als rode nova in 2022. Bron: Universe Today.
Om de paar duizend jaar komt een ongelukkige ster te dicht in de buurt van het supermassieve zware gat in het centrum van de Melkweg. Als gevolg van de heftige zwaartekracht van het kosmische afvoerputje zal de ster uiteen getrokken worden. Hierbij wordt een hele sliert aan sterrengas het heelal in geslingerd, terwijl de rest van de ster wordt opgepeuzeld. Dit was lange tijd het einde van dit verhaal, maar nu heeft recent onderzoek een hoofdstuk toegevoegd aan dit proces. Het weggeslingerde gas zal namelijk weer gaan samenklonteren tot honderden gasballen met een planetaire massa!
Modellen hebben uitgewezen dat dergelijke kosmische kauwgumballen door het hele melkwegstelsel verspreid moeten zijn. De dichtstbijzijnde bevindt zich waarschijnlijk op enkele honderden lichtjaren van de aarde en zal een massa hebben tussen die van Neptunus en Jupiter. Het is ook waarschijnlijk dat ze nog zullen nagloeien van hun ontstaan, hoewel niet krachtig genoeg om te zijn opgepikt door voorgaande surveys.
Qua uiterlijk zullen de planetaire objecten (na verloop van tijd) weinig verschillen van conventionele planeten met een soortgelijke massa. Dat geldt overigens niet voor de samenstelling: aangezien iedere kauwgumbal gemaakt is van een ander stukje van een ster, zullen ze allemaal een unieke samenstelling hebben, die flink kan verschillen van die van een conventionele planeet.
Ook zullen dergelijke objecten veel sneller ontstaan. Volgens modellen kan binnen een jaar na het uiteen trekken van een moederster zo’n semi-planeet “af” zijn. Bij conventionele planeten gaan hier miljoenen jaren overheen. Overigens zullen dergelijke objecten niet overdreven algemeen zijn: van alle zogenaamde “free-floating planets” (planeten die niet aan een ster gebonden zijn) zal slechts 0,1 procent afkomstig zijn van het supermassieve zwarte gat. De overige planeten zullen zijn weggeslingerd van hun moederster of gewoon zonder moederster ontstaan zijn.
Sterrenstelsels in het jonge universum hebben in een veel hoger tempo nieuwe sterren aangemaakt dan bij sterrenstelsels in het lokale universum het geval is – tien tot vijftig keer hoger om precies te zijn. Nu heeft onderzoek uitgewezen dat dergelijke stelsels een groene gloed moeten hebben. Dat komt omdat verre sterrenstelsels vaak de emissielijn laten zien van dubbel-geïoniseerd zuurstof. Dat heeft een golflengte in het groene deel van het elektromagnetische spectrum! Dit is merkwaardig, aangezien stervormingsgebieden in het lokale universum meestal paars zijn en niet groen – een kleur die afkomstig is van geïoniseerd waterstof. Modellen hebben uitgewezen dat zeer krachtige röntgenstralen verantwoordelijk zijn voor het dubbel ioniseren van zuurstof, waarbij de zuurstofatomen twee elektronen kwijtraken als gevolg van een proces dat foto-ionisatie wordt genoemd. Jonge sterren in het lokale universum zijn hier niet heet genoeg voor, maar schijnbaar waren pasgeboren sterren in het jonge universum veel heter, met een oppervlaktetemperatuur van 50.000 graden of meer.
De Very Large Telescope en het stersysteem Alfa Centauri. Credit: Y. Beletsky (LCO)/ESO
ESO heeft met Breakthrough Initiatives [1]Breakthrough Initiatives is een wetenschappelijk en technologisch onderzoeksprogramma dat in 2015 door internetinvesteerder en wetenschapsfilantroop Yuri Milner in het leven is geroepen om het heelal … Continue reading een overeenkomst getekend om de instrumentatie van de Very Large Telescope in Chili aan te passen voor een zoektocht naar planeten in het nabije stersysteem Alfa Centauri. Deze planeten zouden het doelwit kunnen zijn voor de eventuele lancering van miniatuur-ruimtesondes door het Breakthrough Starshot initiative.
ESO, vertegenwoordigd door directeur-generaal Tim de Zeeuw, heeft een overeenkomst getekend met Breakthrough Initiatives, vertegenwoordigd door Pete Worden, voorzitter van de Breakthrough Prize Foundation en uitvoerend directeur van Breakthrough Initiatives. De overeenkomst voorziet in fondsen om het instrument VISIR (VLT Imager and Spectrometer for mid-Infrared) van ESO’s Very Large Telescope (VLT) zodanig aan te passen dat het beter in staat is om naar mogelijk leefbare planeten te zoeken bij Alfa Centauri, het stersysteem dat zich het dichtst bij de aarde bevindt. De overeenkomst voorziet ook in de telescooptiijd die nodig is om in 2019 een zorgvuldig zoekprogramma uit te voeren.
Het stersysteem Alfa Centauri. Credit:ESO/B. Tafreshi (twanight.org)/Digitized Sky Survey 2. Acknowledgement: Davide De Martin/Mahdi Zamani
De ontdekking in 2016 van een planeet, Proxima b, bij Proxima Centauri, de derde en zwakste ster van het Alfa Centauri-stelsel, heeft een extra impuls gegeven aan deze zoektocht.
Weten waar de dichtstbijzijnde exoplaneten te vinden zijn, is van het grootste belang voor Breakthrough Starshot [2]Breakthrough Starshot is een 100 miljoen dollar kostend onderzoeks- en constructieprogramma dat erop is gericht om de haalbaarheid aan te tonen van een nieuwe technologie waarmee ultra-lichte … Continue reading, het in april 2016 gelanceerde onderzoeks- en constructieprogramma dat de haalbaarheid moet aantonen van de bouw van ultra-snelle door licht aangedreven ‘nanosondes’, en daarmee het fundament leggen voor de eerste lancering naar Alfa Centauri.
De detectie van een leefbare planeet is een enorme uitdaging vanwege de grote helderheid van de moederster, die het relatief zwakke schijnsel van planeten overstraalt. Een van de manieren om de detectie te vergemakkelijken is door uit te wijken naar mid-infrarode golflengten, waar de thermische gloed van een planeet de helderheidskloof tussen hem en zijn moederster sterk verkleint. Maar zelfs in het mid-infrarood is de ster nog altijd miljoenen keren helderder dan de op te sporen planeten. Dat vraagt om een specifieke techniek waarmee het verblindende sterlicht kan worden verminderd.
Het bestaande mid-infraroodinstrument VISIR van de VLT kan daarin voorzien als de beeldkwaliteit ervan sterk wordt vergroot met behulp van adaptieve optiek en zogeheten coronagrafie wordt toegepast – een techniek waarmee sterlicht wordt onderdrukt, zodat het mogelijke signaal van potentieel aardse planeten duidelijker tot uiting komt. Breakthrough Initiatives zal een groot deel van de ontwikkelingskosten van dit experiment betalen, en ESO zal de vereiste waarnemingsfaciliteiten en -tijd leveren.
De nieuwe hardware omvat onder meer een instrumentmodule, gegund aan Kampf Telescope Optics (KTO) uit München, waarin de golffrontsensor en een baanbrekend detectorkalibratie-instrument worden ondergebracht. Daarnaast zijn er plannen voor een nieuwe coronagraaf, die zal worden ontwikkeld door de universiteiten van Luik (België) en Uppsala (Zweden).
Het detecteren en onderzoeken van potentieel leefbare planeten bij andere sterren is ook een van de belangrijkste wetenschappelijke doelen van de toekomstige European Extremely Large Telescope (E-ELT). Hoewel voor het vastleggen van planeten op grotere afstanden in de Melkweg de grotere omvang van de E-ELT is vereist, is het licht-opvangende vermogen van de VLT net voldoende om een planeet vast te leggen bij de meest nabije ster, Alfa Centauri.
De ontwikkelingen rond VISIR komen ook ten goede aan het toekomstige instrument METIS, dat aan de E-ELT zal worden gekoppeld: de opgedane kennis is rechtstreeks overdraagbaar. De enorme afmetingen van de E-ELT zouden METIS is staat moeten stellen om eventuele exoplaneten ter grootte van Mars bij Alfa Centauri, en potentieel leefbare planeten bij andere nabije sterren, op te sporen en te onderzoeken. Bron: ESO.
Breakthrough Initiatives is een wetenschappelijk en technologisch onderzoeksprogramma dat in 2015 door internetinvesteerder en wetenschapsfilantroop Yuri Milner in het leven is geroepen om het heelal te verkennen, wetenschappelijke aanwijzingen voor buitenaards leven te zoeken en het publieke debat te stimuleren vanuit een planetair perspectief.
Breakthrough Starshot is een 100 miljoen dollar kostend onderzoeks- en constructieprogramma dat erop is gericht om de haalbaarheid aan te tonen van een nieuwe technologie waarmee ultra-lichte onbemande ruimtesondes een snelheid van 20% van de lichtsnelheid kunnen bereiken, en de fundamenten te leggen voor een scheervlucht, binnen een generatie, langs Alfa Centauri.
Voordat we over de maan gaan praten eerst wat anders: de Astroblogs lag er afgelopen twee dagen continu uit of was moeilijk te bereiken. De reden was dat er ‘iets met de server was’, waarop de website draait. Dat ‘iets’ klinkt behoorlijk vaag, maar één vermoedelijke oorzaak was dat er vanuit het buitenland continu werd geprobeerd om in te loggen op de server. Toen we die hackpogingen – anders kan ik het niet omschrijven! – gisteravond wisten te stoppen was het nog niet over, maar vanochtend werkte alles weer als een zonnetje. Collega-Astroblogger Martin Schoenmaker heeft mij hierbij geholpen, waarvoor dank! Ik hoop dat deze buitenlandse ongewenste intimidatie definitief voorbij is!
Credit: Citronade/Wikipedia.
OK en dan nu de maan. 😀 De heersende opvatting van sterrenkundigen, dat de maan kort na het ontstaan van het zonnestelsel ontstaan is uit het puin dat ontstond na de botsing van de jonge aarde met een object ter grootte van Mars (de hypothetische planeet Theia), zou wel eens bijstelling nodig kunnen hebben. Een nieuwe studie van een groep sterrenkundigen onder leiding van Raluca Rufu (Weizmann Institute of Science in Rehovot, Israël) – gepubliceerd in Nature Geoscience – wijst erop dat de maan waarschijnlijker ontstaan is door een serie kleinere inslagen, zo’n twintig stuks. Met dit model, dat ondersteund wordt door duizenden computersimulaties, waarbij de proto-aarde bestookt werd door kleine, embryonische planeten, planetesimalen genoemd, wordt één groot probleem omzeild, waarmee het klassieke één-botsingsmodel te kampen heeft. Dat is namelijk dat de aarde en de maan qua samenstelling veel te veel op elkaar lijken. Zou de maan ontstaan zijn door één botsing van de aarde met een Mars-achtige planeet, dan zou je verwachten dat er ook veel materiaal van die andere planeet in de maan zou zitten, minstens 4/5e deel. Een serie kleinere botsingen levert dat probleem niet op, want daarbij is de invloed van de ‘impactor’ kleiner en die van de aarde veel groter en daardoor zouden aarde en de uit het puinmateriaal ontstane maan veel meer op elkaar lijken. Het zonnestelsel zou 4,567 miljard jaar geleden ontstaan zijn, inclusief proto-aarde. De serie inslagen zou honderd miljoen jaar later hebben plaatsgevonden, tijdens de periode van het ‘late heavy bombardment’. Bron: Phys.org.
Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/R. van Weeren et al; Optical: NAOJ/Subaru; Radio: NCRA/TIFR/GMRT
Sterrenkundigen hebben in het sterrenbeeld Waterslang (Hydra) op 2 miljard lichtjaar afstand een merkwaardige combinatie gevonden: twee botsende clusters van sterrenstelsels, genaamd Abell 3411 en 2412, en in één van die clusters drie superzware zwarte gaten in de kernen van afzonderlijke sterrenstelsels, die zeer energierijke uitbarstingen produceren. De botsing van de clusters zorgt er voor dat het gas tussen de sterren in wordt samengedrukt en tot miljoenen graden wordt verhit. Dat hete gas, dat als schokgolven door de clusters heen banjert, produceert röntgenstraling en da’s wat met de Chandra ruimtetelescoop is waargenomen, de blauwe gloed in de vorm van een komeetstaart op de foto hierboven.
Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/R. van Weeren et al; Optical: NAOJ/Subaru; Radio: NCRA/TIFR/GMRT
In drie sterrenstelsels in één van de clusters zijn zeer actieve superzwarte zwarte gaten, die materiaal vanuit de omgeving aantrekken en die dat vervolgens in zeer krachtige ‘jets’ of straalstromen weer uitspugen. In die jets wordt het rondtollende materiaal door sterke magnetische velden tot enorme snelheden opgezwiept en daardoor fungeren die jets als kosmische deeltjesversnellers, die de aardse deeltjesversnellers zoals de LHC van CERN qua energieën in de schaduw brengen. De jets van de superzware zwarte gaten, waarvan er op de gelabelde versie van de foto twee te zien zijn, zijn vervolgens weer in botsing gekomen met de schokgolven van het gas van de botsende clusters en dat heeft op haar beurt weer geleid tot wervelwinden, die in het radiogebied zichtbaar zijn en die zijn vastgelegd met de Giant Metrewave Radio Telescope (GMRT) in India en de Very Large Array (VLA)-radiotelescoop in de VS. Dat zijn de roze getinte gebieden op de foto.
Eh… nou we het toch hebben over zwarte gaten en röntgenstraling: de NASA heeft deze week niet alleen de Lucy en Psyche missies naar planetoïden in het zonnestelsel goedgekeurd, maar óók de Imaging X-ray Polarimetry Explorer (IXPE) missie. Die staat te boek voor een lancering ergens in 2020 en de bedoeling van de missie is dat ‘ie extreem energierijke gebeurtenissen bij neutronensterren en (superzware) zwarte gaten in detail gaat bestuderen. Meer hierover vind je hier. Bron: Chandra.
Als je wilt weten wat er dit jaar en komende jaren allemaal de ruimte in wordt geschoten aan missies om het heelal te bestuderen moet je deze infografiek bekijken. Alle geplande ruimtemissies tot en met 2025 van NASA, ESA en hun Japanse zusterorganisatie JAXA bij elkaar. Dubbelklikken om te verfuturiseren.
[Update 16.35 uur] Bij nader inzien zie ik dat het niet allemaal ruimtemissies zijn, d.w.z. niet alles wordt de ruimte in geschoten. Rechtsonder zie je twee telescopen, die in 2024 en 2025 operationeel worden, de E-ELT respectievelijk de Giant Magellan Telescope. Thanx heavens worden die niet de ruimte in geschoten – erg slecht voor de spiegels. 😀