Zie hier de Aarde en de Maan, gefotografeerd op 20 november 2016 door NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) met diens High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) camera. Het is eigenlijk een combinatie van twee afzonderlijke foto’s, want gezien het helderheidsverschil tussen de twee hemelobjecten ondergingen ze een verschillende fotobewerking. De grootte, stand en onderlinge positie van Aarde en Maan kloppen precies met hoe ze er 20 november vanaf Mars gezien toen 205 miljoen km van het tweetal verwijderd – uitzagen. Op de Aarde zijn enkele details zichtbaar, zoals het roodachtige gebied in het midden, dat Australië is. Het witte gebied onderaan is de Zuidpool en bovenaan is een deel van Zuidoost Azië te zien. De andere witte gebieden zijn wolkenvelden. De afstand tussen Aarde en Maan bedraagt ongeveer 30 aarde diameters. Da’s op de foto minder, maar dat komt omdat de Maan op 20 november gezien vanaf Mars op het punt stond achter de aarde te gaan staan. Zou ‘ie precies in zijn ‘oostelijke elongatie’ staan, dan zou het er zo hebben uitgezien – dubbelklikken om te verelongaliseren:
credit: NASA/JPL-Caltech/Univ. of Arizona
Foto’s zoals deze maakt men om de HiRISE camera te kalibreren, zodat ‘ie weer perfecte foto’s van het oppervlak van Mars kan maken. Bron: NASA.
Röntgenbronnen in de CDF-S. De rode stippen hebben de laagste energie, groen is gemiddeld en blauw is de hoogste energie. Credit: X-ray: NASA/CXC/Penn State/B.Luo et al.
Zie hier de Chandra Deep Field-South (CDF-S), een piepklein stukje van 16 boogminuten doorsnede aan de hemel, gelegen in het zuidelijke sterrenbeeld Oven (Fornax). Tussen 1999 en 2016 heeft de Chandra ruimtetelescoop van de NASA, die kijkt in het röntgengebied van het elektromagnetische spectrum, er 21 keer naar gekeken – bij elkaar zeven miljoen (!) seconden waarneemtijd, da’s 81 dagen lang. Die zeer lange opnametijd heeft tot de CDF-S geleid, de diepste röntgenblik op het heelal ooit gemaakt. Alle puntjes die je ziet zijn sterrenstelsels, gelegen op afstanden tussen 9 en 11 miljard lichtjaar. In de CDF-S heeft men door middel van de ‘X-ray stacking’ techniek röntgenstraling ontdekt van maar liefst 2076 superzware zwarte gaten in de centra van die sterrenstelsels. Op een stukje hemel ter grote van de volle maan zou dat 5000 zwarte gaten opleveren, op de gehele hemel maar liefst een miljard zwarte gaten.
De Chandra ruimtetelescoop. Credit: NASA
De waarnemingen laten zien dat de superzware zwarte gaten in het vroege heelal vermoedelijk niet ontstaan zijn door de aangroei vanuit ‘lichte zaden’ van 100 keer de massa van de zon, maar dat ze uit zwaardere zaden moeten zijn ontstaan, met massa’s tussen 10.000 en 100.000 keer de zon. Hier het vakartikel over de CDF-S, verschenen in The Astrophysical Journal Supplement Series.
Credit: NASA/ESA
Nog even over de CDF-S. Datzelfde stukje hemel is ook gefotografeerd door Hubble en wel in de Hubble Ultra-Deep Field (HUDF), later nog verbeterd in de eXtreme Deep Field (XDF). Die foto zie je hierboven. Hubble kijkt hierop in het infrarood naar de sterrenstelsels en die blik is nog dieper dan de CDF-S, namelijk tot 13,2 miljard lichtjaar terug in de tijd, 450 miljoen jaar na de oerknal. Bron: Chandra.
Zullen wij ooit een buitenaardse intelligente beschaving ontdekken? Er zijn genoeg films over dat onderwerp, maar volgens de Britse professor Brian Cox gaat dat niet gebeuren.
Professor Brian Cox, beter bekend als presentator van Stargazing Live en Wonders of the Universe, gaat ervan uit dat onze zoektocht naar een buitenaards intelligente beschaving waarschijnlijk niks zal gaan opleveren. Intelligent leven vernietigt zichzelf kort nadat zij is geëvolueerd.
Het is een van de grootste mysteries waarom wij, met alle sterren en planeten in het universum, nog geen teken van buitenaardse intelligentie hebben ontvangen.
Cox’s suggereert dat het tempo van de vooruitgang in de wetenschap en techniek de ontwikkeling van de politieke deskundigheid onvermijdelijk overtreft, wat leidt tot een zelfvernietigend model. Dat geldt voor elk type buitenaardse beschaving.
Een vergevorderde generatie die de technologie beheerst, produceert broeikasgassen of nucleaire wapens en kan binnen een paar duizend jaar beschavingen in ontwikkeling vernietigen (ook voor ons een bedreiging) Het probleem werd in 1950 voor het eerst door de natuurkundige Enrico Fermi aangekaart. Hij claimde dat elke levensvorm met rakettechnologie de Melkweg in een paar miljoen jaar kon koloniseren, dus waarom was er geen bewijs?
Cox’s zegt:”Het is onmogelijk een wereld draaiende te houden als men in staat is tot zelfvernietiging, terwijl wij wereldwijd samenwerkende oplossingen nodig hebben om dat te voorkomen.”
Fermiparadox
Fermi formuleerde als eerste de zogenaamde Fermiparadox over de waarschijnlijkheid van buitenaards leven. De leeftijd van het universum en het reusachtige aantal sterren lijken aanwijzingen voor de hypothese dat buitenaards leven veel zou moeten voorkomen (zie de Vergelijking van Drake). Tijdens een lunch in 1950 praatte Fermi daarover met zijn collega’s en zou toen hebben gezegd:” Waar zijn ze dan? Als er zo veel buitenaardse beschavingen in de Melkweg zijn, waarom is er dan geen bewijs, zoals sondes, ruimteschepen of radio-uitzendingen?”
De eenvoudige vraag “Waar zijn ze dan?” (of, “Waar is iedereen?”) is misschien apocrief maar algemeen krijgt Fermi de eer voor het op heldere en eenvoudige wijze onder woorden brengen van het vraagstuk van de waarschijnlijkheid van buitenaards leven.
Het grootste probleem bij het opsporen van zwaartekrachtgolven is dat ze minuscuul klein zijn. Bij het detecteren van zwaartekrachtgolven verbergt men wat absurditeiten. Professor Rana Adhikari (hoogleraar natuurkunde, Caltech) legt dat in de video uit.
Maar eerst:
In 1984 werd onder aanvoering van Kip Thorne (die ook bekendheid geniet vanwege zijn betrokkenheid bij de film Interstellar), besloten een detector te bouwen die het bestaan van zwaartekrachtgolven moest aantonen: LIGO was geboren. LIGO (Laser Interferometer Gravitational-Wave Observatory) heeft voor het eerst direct zwaartekrachtgolven waargenomen.
Het principe is verrassend eenvoudig: zwaartekrachtgolven werken in twee richtingen, afwisselend rekken ze in de ruimte in één richting uit of drukken ze haar ineen, en in de richting die daar loodrecht op staat gaat het precies andersom. In de LIGO-detector wordt een zeer nauwkeurige laser in twee loodrechte armen gesplitst, en na heen en weer gereflecteerd te zijn weer gecombineerd. Als één van de twee bundels er langer over doet dan de ander (bijvoorbeeld vanwege een passerende zwaartekrachtgolf) is dit te zien in de intensiteit van de gecombineerde bundels. Het geheel is gevoelig genoeg om op een lengte van twee kilometer lengteverschillen kleiner dan de grootte van een atoom te detecteren. Het hele LIGO-project bestaat uit twee identieke detectoren op 3000 km van elkaar; hierdoor is het mogelijk om omvallende vrachtwagens van zwaartekrachtgolven te onderscheiden.
Het grote enthousiasme na de eerste detectie van zwaartekrachtgolven was gepast. Het opent immers de weg naar een geheel nieuwe manier om het heelal te bestuderen, en de ervaring leert dat dat gepaard gaat met spectaculaire vondsten. Zo hebben radiotelescopen (telescopen die straling van een veel langere golflengte dan het zichtbare spectrum detecteren) bijvoorbeeld tot de ontdekking van quasars geleid. De eerste meting van LIGO was wat dat betreft ook bijzonder: de betreffende zwaartekrachtgolf was namelijk afkomstig van de samensmelting van twee zwarte gaten. Het bestaan van dit soort gebeurtenissen werd vermoed, maar bevestigingen bleven vooralsnog uit.
In de media werd de ontdekking helaas een beetje opgeblazen en scheef neergezet. Voorbeeld: Alsof je jarenlang stokdoof door de jungle loopt en dan plotseling kunt horen. Na de jungle uitsluitend bestudeerd te hebben aan de hand van lichtstraling gaat er een nieuwe wereld aan verschijnselen voor je open.
Dat het twee keer de oren betreft die ontstopt worden, is verdacht, zeker na de LIGO-persconferentie van 11 februari 2016. Daar werden de data namelijk niet alleen als plot getoond, maar werden ze bovendien als geluid afgespeeld omdat de frequentie van een zwaartekrachtgolf overeenkomt met het hoorbare spectrum. Het medium waar beide golven door reizen is echter compleet anders (ruimtetijd tegenover lucht), net als hun bronnen en gevolgen, en daardoor is deze ongebruikelijke manier om data te presenteren misleidend. Om het fragment wat langer te laten duren werd de frequentie bovendien verschoven, waardoor het extra gekunsteld was.
Een zwaartekrachtgolf veroorzaakt dus net zo veel geluid als dat een gloeilamp naar bloemetjes ruikt, maar door data van een meting van een zwaartekrachtgolf wat te manipuleren is er uiteraard een geluidssignaal van te maken.
Gevormd door water? Credit: NASA/JPL/University of Arizona
Mars blijkt een flink watertekort te hebben. Dat betekent dat we de vroege geschiedenis van de Rode Planeet wellicht helemaal verkeerd ingeschat hebben. Het is ook mogelijk dat een gigantische hoeveelheid water onder het oppervlak ligt opgeslagen.
Er is voldoende bewijs dat de planeet Mars ooit behoorlijk nat moet zijn geweest. Overal vind je immers restanten van rivieren, meren en overstromingen. Maar waar is dat water gebleven? De MAVEN-ruimtesonde (Mars Atmosphere and Volatile Evolution) is naar de planeet gestuurd om dit te onderzoeken.
Sinds de aankomst in 2014 heeft de ruimtesonde gemeten hoeveel atmosfeer dagelijks verloren gaat. Aan de hand daarvan kun je berekenen hoeveel atmosfeer de planeet vroeger gehad moet hebben. Het blijkt dat de Rode Planeet zo’n vier miljard jaar geleden een luchtdruk gehad moet hebben die hoger was dan de huidige luchtdruk op aarde. Dat vormt een groot contrast met de huidige luchtdruk op Mars, die slechts één procent die van de aarde bedraagt.
Uit metingen en berekeningen is ook gebleken dat Mars vroeger voldoende water moet hebben gehad om een wereldwijde oceaan van een paar meter diepte te vormen. Nou lijkt dat heel wat, maar het is onvoldoende om alle door water gesculptuurde stucturen op de Rode Planeet te verklaren. Hiertoe is een veel diepere oceaan van honderden meters diep noodzakelijk.
Het is natuurlijk ook mogelijk dat de jonge planeet Mars helemaal niet op de aarde heeft geleken, zonder oceanen dus. In plaats daarvan zou de planeet koud en droog geweest kunnen zijn, waarbij beken en rivieren onder een ijskap gestroomd hebben in plaats van aan het oppervlak. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om hier uitsluitsel over te geven.
Overigens is het grootste deel van de dampkring van Mars (en dus ook van het water) verdwenen onder invloed van de zonnewind. Mars heeft immers geen magnetisch veld (meer) dat als schild kan dienen!
Een impressie van Lucy (links) en Psyche. Credits: SwRI and SSL/Peter Rubin
Gisteren heeft de NASA bekendgemaakt dat zij twee missies uit het Discovery-programma heeft goedgekeurd, de Lucy en Psyche missies. Daarmee zullen in totaal acht planetoïden worden bestudeerd, waarmee men meer inzicht wil krijgen in de ontstaansgeschiedenis van het zonnestelsel, dat al weer 4,6 miljard jaar geleden achter ons ligt. Eerst zal Lucy worden gelanceerd, in oktober 2021, een sonde die eerst in 2025 een planetoïde zal onderzoeken die zich bevindt in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Daarna reist ‘ie door naar zes planetoïden, die ‘gevangen’ zitten in de Lagrangepunten L4 en L5 in de baan van Jupiter en die in twaalf jaar om de grote planeet draaien, de zogeheten Trojanen. Dat zal tussen 2027 en 2033 plaatsvinden.
Voorstelling van Psyche bij de gelijknamige planetoïde. Credits: SwRI and SSL/Peter Rubin
De sonde Psyche focust zich op maar één doel, de gelijknamige 16 Psyche, een planetoïde in de planetoïdengordel, die drie keer verder weg staat van de zon als de aarde en die zeer bijzonder is. De 120 km grote planetoïde bestaat namelijk niet zoals de meeste planetoïden uit gesteenten, maar uit de metalen ijzer en nikkel. Dat is vergelijkbaar met de aardkern. Sterrenkundigen denken dat Psyche wellicht de kern is van een vroegere planeet, die zo groot moet zijn geweest als Mars en die door inslagen in het vroege zonnestelsel uit elkaar is gevallen en zijn rotsachtige buitenlagen is kwijtgeraakt. Psyche zal in oktober 2023 worden gelanceerd. Hij zal één keer langs de aarde vliegen in 2024 en een keer langs Mars in 2025 om snelheid te winnen en in 2030 zal ‘ie dan aankomen bij 16 Psyche.
Het Discovery programma van de NASA bestaat uit relatief goedkope missies, die gebruikmaken van technieken die bij eerdere missies zijn ontwikkeld. Dawn is een voorbeeld van een andere, succesvolle missie uit dat onderzoeksprogramma. Hieronder een video over de twee nieuwe missies van de NASA.
Op een afstand van ongeveer 359 miljoen lichtjaar vanaf de aarde bevindt zich een sterrenstelsel met een unieke structuur. Het stelsel in kwestie gaat door het leven als PGC 1000714 en bestaat uit een elliptische kern dat omcirkelt wordt door niet één, maar twee ringen van gas en sterren. Hiermee vormt het stelsel een uniek lid van de zogenaamde Hoag-type sterrenstelsels. Dit zijn normaal gesproken stelsels met een oude kern en een jonge ring, die niet met elkaar verbonden zijn.
In het geval van PGC 1000714 gaat het om een centrale kern met een leeftijd van 5,5 miljard jaar, omcirkelt door een jonge ring met een leeftijd van 130 miljoen jaar. Toen astronomen het stelsel in groter detail gingen waarnemen, kwam tot ieders verbazing een tweede ring tevoorschijn, ouder en roder dan de eerste ring. Het is de eerste keer dat een Hoag-stelsel met twee ringen is aangetroffen. Hoe dergelijke ringen precies ontstaan, is nog niet helemaal duidelijk. Het is wél duidelijk dat botsingen tussen sterrenstelsels hierbij van invloed moeten zijn.
Het Stelsel van Hoag is het bekendste voorbeeld van een Object van Hoag. Credit: NASA, ESA, Hubble; Processing: Benoit Blanco
Vandaag om 16.18 uur Nederlandse tijd was het perihelium, het punt in de baan van de aarde waarin ‘ie het dichtste bij de zon staat. Op dat moment bedroeg de afstand tussen aarde en zon 0,983309 astronomische eenheden (AE), oftewel 147.101.000 km. Het aphelium zullen we over een half jaar bereiken, op 3 juli om 22.11 uur om precies te zijn. Dán zal de afstand aarde-zon 1,016676 AE zijn, oftewel 152.093.000 km, zo’n vijf miljoen km meer dan vandaag. Je zal wellicht denken dat het vreemd is dat op dit moment – bij ons winter – de aarde het dichtst van de zon staat en dat je het omgekeerde zou verwachten. Maar dat is te verklaren: de seizoenen ontstaan niet door de wisselende afstand van de aarde tot de zon, maar door de schuine stand van de aardas. Gelukkig perihelium gewenst! 😀 Bron: Sterrengids 2017.
De radioschotels van het Europese VLBI Network zijn aan elkaar verbonden en aan de 305-m William E. Gordon Telescope van het Arecibo Observatory in Puerto Rico. Samen hebben ze de exacte positie bepaald van FRB121102 in zijn sterrenstelsel. Credit: Danielle Futselaar (www.artsource.nl)
Astronomen hebben de exacte locatie vastgesteld van een zogeheten fast radio burst (FRB). Deze FRB’s zijn snelle radioflitsen met een raadselachtige oorsprong, waarvan nu voor het eerst het gast-sterrenstelsel is geïdentificeerd. Het onderzoeksteam (met astronomen van ASTRON, JIVE, Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leiden) heeft het resultaat vandaag gepresenteerd op de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) in Grapevine, Texas, VS. Het onderzoek is gepubliceerd in drie artikelen in Nature en Astrophysical Journal Letters.
Met hun bevindingen hebben de astronomen bewezen dat de repeterende FRB 121102 een extragalactische oorsprong heeft. Zowel de exacte afstand van het gast-sterrenstelsel waar FRB 121102 vandaan komt als de totale energie die de flits produceert is nauwkeurig vastgesteld.
Met de 8-m Gemini telescoop op Mauna Kea is de roodverschuiving gemeten van het sterrenstelsel, waarin FRB121102 plaatsvond. Dat stelsel blijkt 3 miljard lichtjaar ver weg te liggen. Credit: Danielle Futselaar (www.artsource.nl)
FRB’s zijn slechts een fractie van een seconde zichtbaar en waren sinds ze een decennium geleden voor het eerst opdoken een raadsel. De precieze lokalisatie vergde de inzet van de Arecibo-telescoop en een groep samenwerkende radiotelescopen, op grote afstand van elkaar. Met dit zogeheten European VLBI Network (EVN) konden na de aanvankelijke waarneming van de FRB met de Amerikaanse VLA-radiotelescoop, beelden worden gemaakt met een factor tien grotere nauwkeurigheid. Zsolt Paragi van JIVE, waar de EVN-dataprocessor staat, licht toe: “We kunnen met EVN gebeurtenissen aan de hemel zien die een duizendste van een seconde duren met een nauwkeurigheid van ongeveer tien milliboogseconden, wat is te vergelijken met de schijnbare grootte van een tennisbal in New York, gezien vanuit Dwingeloo.”
De schotels van de Karl G. Jansky Very Large Array hebben de positie kunnen vaststellen van FRB 121102 in diens ‘moeder-stelsel’. Credit: Danielle Futselaar (www.artsource.nl)
Met de Gemini North-telescoop op Hawaï is het spectrum van het gaststerrenstelsel bepaald en daarmee de roodverschuiving van het licht. De bron blijkt op een afstand van drie miljard lichtjaar te staan. “Daarmee hebben we het bewijs geleverd dat de bron zich diep in de extragalactische ruimte bevindt,” zegt Cees Bassa van ASTRON. Maar een nieuw raadsel heeft zich alweer aangediend. Het sterrenstelsel waar de snelle radioflits vandaan komt is een klein en zwak dwergsterrenstelseltje.
Het dwergstelsel bevat relatief weinig verrijkt gas, waardoor er veel zwaardere sterren kunnen gevormd dan in onze Melkweg. “Mogelijk is de snelle radioflits afkomstig van het ineengestorte overblijfsel van zo’n zware ster,” zegt coauteur Jason Hessels (ASTRON, Universiteit van Amsterdam). Maar een alternatieve hypothese is dat de FRB’s worden gegenereerd in de nabijheid van een zwart gat dat gas uit zijn omgeving opslokt. Om hier uitsluitsel over te krijgen is meer onderzoek nodig met de beste radio-, optische, röntgen- en gammatelescopen die voorhanden zijn. Hessels wil de regelmatigheid in het signaal gaan onderzoeken met de Arecibo-radiotelescoop. Daarmee zou hij kunnen vaststellen dat de flits afkomstig is van een roterende neutronenster. Bron: Astronomie.nl.
VISTA-opname van de moleculaire wolk Orion A. Credit:ESO/VISION survey
Deze spectaculaire nieuwe foto is een van de grootste nabij-infrarode hoge-resolutie mozaïeken van de meest nabije grote sterrenfabriek die we kennen: de moleculaire wolk Orion A op ongeveer 1350 lichtjaar van de aarde. Hij is gemaakt met de infraroodsurveytelescoop VISTA van de ESO-sterrenwacht op Paranal in het noorden van Chili en toont tal van jonge sterren en andere objecten die normaal gesproken verscholen zitten in wolken van stof.
De nieuwe opname van de VISION survey (VIenna Survey In Orion) is een montage van opnamen die zijn gemaakt in het nabij-infrarode deel van het spectrum [1]De VISION-survey bestrijkt een gebied van ongeveer 18,3 vierkante graad, op een schaal van ongeveer een derde boogseconde per pixel. door de VISTA-surveytelescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal in het noorden van Chili. Hij beslaat de complete moleculaire wolk Orion A, een van de twee reusachtige moleculaire wolken in het Orion Molecular Cloud Complex (OMC). Orion A ligt ten zuiden van het bekende zwaard van Orion en strekt zich over ongeveer acht graden uit [2]De andere reusachtige moleculaire wolk in het Orion Molecular Cloud Complex is Orion B, die ten oosten van de gordel van Orion ligt. .
VISTA is de grootste telescoop ter wereld die speciaal voor surveys is gebouwd. Hij heeft een groot beeldveld en is voorzien van zeer gevoelige infrarooddetectoren – eigenschappen die hem bij uitstek geschikt maken voor deze ambitieuze survey.
Hoogtepunten van de VISTA-opname van Orion A. Credit:ESO/VISION survey
De VISION-survey heeft een catalogus van bijna 800.000 afzonderlijke sterren, jonge stellaire objecten en verre sterrenstelsels opgeleverd. Nooit eerder werd dit hemelgebied in Orion zo grondig in kaart gebracht [3]De complete VISION-survey omvat een nog groter gebied dan hier op de foto te zien is, dat 39.578 bij 23.069 pixels bestrijkt. - hier het vakartikel erover.
VISTA kan licht zien dat onwaarneembaar is voor het menselijk oog. Dit biedt astronomen de mogelijkheid om objecten in deze stellaire kraamkamer op te sporen die doorgaans verborgen blijven. Zeer jonge sterren die niet te zien zijn op zichtbare golflengten worden pas waarneembaar wanneer je ze op langere infraroodgolflengten bekijkt. Op die golflengten is het stof dat hen verhult transparanter.
De nieuwe opname vormt de opstap naar een compleet overzicht van de stervormingsprocessen in Orion A, voor sterren van zowel lage als hoge massa. Het meest spectaculaire object is de glorieuze Orionnevel, ook bekend als Messier 42[4]De Orionnevel werd begin zeventiende eeuw voor het eerst beschreven, maar wie hem heeft ontdekt is onzeker. Halverwege de achttiende eeuw maakte de Franse kometenjager Charles Messier een nauwkeurige … Continue reading, die links op de foto te zien is. Dit gebied maakt deel uit van het ‘zwaard’ van het bekende heldere sterrenbeeld Orion. De VISTA-catalogus bevat zowel bekende objecten als nieuwe ontdekkingen, waaronder vijf potentiële jonge stellaire objecten en tien mogelijke clusters van sterrenstelsels.
Elders op de foto hebben we inkijk in de donkere moleculaire wolken van Orion A, waar tal van verborgen schatten te zien zijn, zoals schijven van materie waaruit nieuwe sterren kunnen ontstaan (pre-stellaire schijven), nevelflarden die geassocieerd zijn met pasgeboren sterren (Herbig-Haro-objecten) en kleine sterrenhopen. Ook zijn enkele clusters van sterrenstelsels te zien, die zich ver buiten onze Melkweg bevinden. Dankzij de VISION-survey kunnen de vroegste ontwikkelingsfasen van jonge sterren in nabije moleculaire wolken systematisch worden onderzocht.
Deze indrukwekkend detailrijke opname van Orion A legt het fundament voor vervolgonderzoek van de vorming van sterren en sterrenhopen, en bevestigt weer eens hoe goed en snel de VISTA-telescoop diepe nabij-infroodopnamen van omvangrijke hemelgebieden kan maken [5]De succesvolle VISION-survey van Orion zal worden gevolgd door een nieuwe, grotere publieke VISTA-survey van andere stervormingsgebieden, VISIONS geheten, die in april 2017 van start zal gaan.. Bron: ESO.
De Orionnevel werd begin zeventiende eeuw voor het eerst beschreven, maar wie hem heeft ontdekt is onzeker. Halverwege de achttiende eeuw maakte de Franse kometenjager Charles Messier een nauwkeurige schets van de nevel en gaf deze het nummer 42 in zijn beroemde catalogus. Aan het kleinere vrijstaande gebied even ten noorden van het hoofdgedeelte van de nevel kende hij het nummer 43 toe. Later opperde William Herschel dat de nevel ‘het chaotische materiaal van toekomstige zonnen’ zou kunnen zijn. Inmiddels weten astronomen dat de ‘mist’ inderdaad bestaat uit gas dat tot gloeien is gebracht door het intense ultraviolette licht van jonge hete sterren die recent daarin zijn gevormd.
De succesvolle VISION-survey van Orion zal worden gevolgd door een nieuwe, grotere publieke VISTA-survey van andere stervormingsgebieden, VISIONS geheten, die in april 2017 van start zal gaan.